beschikking RECHTBANK OOST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer : C/01/319373 / FA RK 17-1541 Uitspraak : 1 augustus 2017 Beschikking betreffende gezag, hoofdverblijf, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en omgangsregeling in de zaak van [vader] wonende te [woonplaats] , advocaat mr. W. Kolmans, tegen [moeder] , wonende te [woonplaats] , advocaat mr. G.L. Brokking-van Alphen, partijen, ook wel aan te duiden als respectievelijk de vader en de moeder. De procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van: het verzoekschrift van de vader, ontvangen ter griffie op 27 maart 2017; het verweerschrift van de moeder, tevens houdende zelfstandige verzoeken; - de correspondentie. De zaak is behandeld ter zitting van 4 juli 2017. Verschenen zijn partijen, bijgestaan door hun advocaten en een vertegenwoordigster van de raad voor de kidnerbescherming. De feiten Partijen hebben gedurende ongeveer acht jaar een affectieve relatie met elkaar gehad en hebben met elkaar samengewoond. De samenwoning is volgens partijen vier tot zes jaar geleden geëindigd. Uit de inmiddels verbroken relatie tussen partijen zijn de navolgende minderjarigen geboren: [kind 1] [naam] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ; [kind 2] [naam] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] . De vader heeft de minderjarigen erkend. De vader en de moeder hebben gezamenlijk het gezag over [kind 1] . De moeder heeft alleen het gezag over [kind 2] . Het verzoek De vader verzoekt op de gronden en op de wijze als in het verzoekschrift omschreven en na wijziging ter zitting: te bepalen dat partijen met het gezamenlijk gezag belast zullen zijn over de minderjarige [kind 2] ; de zorgregeling te bepalen die inhoudt: dat de kinderen het ene weekend bij de vader verblijven (van vrijdag na schooltijd tot maandag voor schooltijd) en het andere weekend bij de moeder; dat de kinderen elke maandag en dinsdag en op woensdagochtend voor schooltijd bij de vader verblijven en elke woensdagmiddag na schooltijd en donderdag en vrijdag voor schooltijd bij de moeder verblijven; dat de feestdagen en schoolvakanties in onderling overleg voor gelijke delen worden gedeeld; althans een zodanige zorgregeling te bepalen als de rechtbank juist acht; 3. te bepalen dat beide minderjarigen hoofdverblijf hebben bij de vader. De vader voert ter onderbouwing van zijn verzoeken onder meer en kort gezegd het volgende aan. Partijen zijn ten aanzien van [kind 2] kennelijk vergeten om gezamenlijk gezag aan te laten tekenen in het gezagsregister. De vader acht het in het belang van [kind 2] dat ook vader met het gezag wordt belast. De vader is van mening dat de gezagssituatie voor beide kinderen dezelfde dient te zijn. Vader verricht al jarenlang een groot deel van de zorgtaken voor [kind 2] . Vader is van mening dat het erg belangrijk voor [kind 2] is dat het ouderlijk gezag goed is geregeld en dat hij zelf als vader bij de te nemen beslissingen betrokken zal zijn. De zorgregeling is sinds de verbreking van de relatie van de ouders altijd in overleg afgesproken. Er is sprake van gedeelde zorgtaken voor beide ouders. Het laatste jaar is de zorgverdeling aldus, dat de minderjarigen elk weekend (van vrijdag na school tot maandag voor school) bij de vader verblijven en tevens elke woensdag (van woensdagmiddag na het werk van de vader tot donderdagochtend voor school). Verder gaat de vader op dinsdag- en donderdagavonden met de kinderen mee naar de voetbaltraining. Partijen wonen nu dicht bij elkaar en dat is handig voor de zorgtaken. De moeder heeft een nieuwe relatie gekregen met een man die in [plaats] , België, woont. Zij en haar partner verwachten in juni een kind. De moeder wil bij haar nieuwe relatie in België gaan wonen. Dit zou grote gevolgen gaan hebben voor de kinderen. De vader heeft zelf ook een relatie. Zijn partner heeft drie kinderen. De vader heeft een eigen woning waarin hij al jaren woont en hij is voorlopig van plan daar te blijven wonen. De moeder heeft een week-om-week regeling voorgesteld ten aanzien van de zorgregeling. De vader acht dat niet in het belang van de kinderen. De vader wenst de kinderen niet een week lang niet te zien. De kinderen zijn gewend om heel vaak contact te hebben met vader, ook doordeweeks en vader acht het in het belang van de kinderen dat hierin geen verandering komt. De vader stelt voor om de weekenden voortaan te delen. De vader acht de door hem verzochte regeling het meest praktisch, omdat daarin zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de belangen van de kinderen en omdat dit ervoor zorgt dat de kinderen beide ouders elke week zoveel mogelijk zullen zien en dit past bij de al jarenlang bestaande regeling. De feestdagen en de vakanties kunnen naar de mening van de vader in overleg bij helfte worden verdeeld. De vader vindt het belangrijk voor de toekomst en voor de bestendigheid dat [kind 1] en [kind 2] in [woonplaats] ingeschreven zullen blijven. De kinderen zijn geboren en getogen in [woonplaats] . De woonomgeving van de vader is een voor hen zeer vertrouwde plek. [kind 1] en [kind 2] gaan in [woonplaats] naar school en zullen in [woonplaats] naar school blijven gaan. Daarnaast voert de vader aan de dat de kinderen behoefte hebben aan duidelijkheid. Door en namens de vader is ter zitting aangegeven dat hij bij de verzoeken persisteert. Het verweer De moeder voert tegen de verzoeken van de vader verweer. Zij voert hiertoe onder meer en kort gezegd het volgende aan. De beide kinderen hebben sinds de verbreking van de relatie van partijen hun hoofdverblijf bij de moeder. Zij wenst deze situatie te handhaven. De moeder nam altijd, en neemt nog steeds, het leeuwendeel van de verzorging van de kinderen voor haar rekening. De moeder ervaart dat de huidige contactregeling te onrustig is voor de kinderen. In deze situatie vinden er namelijk in drie dagen drie wisselmomenten plaats, namelijk op woensdag, donderdag en vrijdag. De kinderen zijn inmiddels ouder geworden en voor hen is een verblijf bij een van beide ouders gedurende een langere periode achtereen overzichtelijker. De moeder wenst te komen tot een co-ouderschapsregeling waarbij ieder van de ouders een gelijk(waardig) aandeel in de zorg heeft. Moeder is van mening dat structuur in het belang is van de kinderen, mede gezien hun leeftijd. De kinderen zijn zeer wel in staat een wekelijks schema te overzien. De moeder heeft zelf ook belang bij de door haar voorgestelde contactregeling. Zij kan dan een nieuw samengesteld gezin vormen en vanuit haar nieuwe situatie in België een opleiding volgen, teneinde zelfstandig in haar levensonderhoud te voorzien. De huidige partner van de moeder, met wie zij op [geboortedatum] een kind heeft gekregen, is woonachtig in [plaats] België. Ook de kinderen verblijven daar al regelmatig. De moeder is voornemens om op termijn te verhuizen naar haar partner in [plaats] , volgens moeder gelegen op circa 25 km afstand van de huidige woning van de moeder en de woning van vader. De partner van de moeder beschikt over deugdelijke en ruime woonruimte, waar genoeg plek is voor drie kinderen. De partner drijft een onderneming in [plaats] , waardoor het voor hem niet mogelijk is om naar [woonplaats] te verhuizen. Moeder wil dat de kinderen in gezinsverband met haar partner opgroeien. De kinderen verblijven nu reeds regelmatig in België en worden door de moeder van en naar school in [woonplaats] gebracht en gehaald. Ook na de verhuizing kunnen de kinderen hun school in [woonplaats] blijven bezoeken (circa 30 minuten reistijd). Een wijziging van de woonplaats van moeder brengt evenmin wijziging in de voetbalclub en de overige sociale activiteiten van de kinderen. Wat de moeder betreft kunnen deze in [woonplaats] blijven bestaan. De moeder zou het vervoer van en naar school faciliteren op de dagen waarop de kinderen bij haar zijn. De moeder is bereid en in staat om aan deze regeling uitvoering te geven. De kinderen hebben, wanneer zij gedurende een week achtereen bij beide ouders in huis verblijven, de kans om daar in te burgeren, in de directe omgeving met kinderen te spelen en te ontspannen. Bovendien maken zij op deze wijze deel uit van beide nieuwe gezinnen en zullen zij daardoor in staat zijn te hechten met hun broertje/stief broers-zus. De moeder verzoekt de rechtbank, bij wege van zelfstandig verzoek en na aanvulling van haar verzoek ter zitting: een zorg- en contactregeling vast te stellen, althans te wijzigen waarbij de kinderen de ene week (oneven weken) bij de vader en de andere week (even weken) bij de moeder zullen verblijven, waarbij het wisselmoment zal plaatsvinden op maandag na school, althans een (andere) door de rechtbank vast te stellen regeling; haar vervangende toestemming te verlenen voor de verhuizing naar [Belgie] ; het verzoek van de vader inzake het hoofdverblijf van de kinderen af te wijzen en de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder te bepalen; de proceskosten te compenseren. Door en namens de moeder is ter zitting bij de zelfstandige verzoeken gepersisteerd. Moeder heeft voorts aangegeven in te kunnen stemmen met het gezamenlijk ouderlijk gezag over [kind 2] . Raad voor de Kinderbescherming De raad heeft ter zitting aangegeven het in het belang van [kind 1] en [kind 2] noodzakelijk te vinden dat de ouders zo snel mogelijk aan de slag gegaan met mediation of ouderschapsreorganisatie, om een escalatie van de situatie, zoals die nu dreigt, te voorkomen. Ten aanzien van de zorgregeling wijst de raad erop dat frequent contact gedurende korte perioden vaak wordt geadviseerd bij jongere kinderen. Die fase zijn [kind 1] en [kind 2] voorbij. Voor hen is een regeling “week op week af” beter en daaraan kunnen de kinderen wennen. De raad heeft wat dit betreft geen zorgen over de draagkracht van de kinderen, maar wijst erop dat het probleem vooral zit bij de ouders, die hierin niet tot een vergelijk kunnen komen. Wanneer ouders niet leren om dit op een betere manier te doen, vreest de raad dat in de komende jaren heftige situaties zullen ontstaan, waar partijen opnieuw niet uit zullen komen. De beoordeling Gezag De tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, kan de rechtbank verzoeken om de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over hem te belasten (artikel 1:253c BW lid 1). Indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, wordt het verzoek slechts afgewezen indien: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.