herstelbeschikking RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rekestnummer: C/01/315706 EX RK 16-218 Herstelbeschikking van 19 juni 2017 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, tegen de naamloze vennootschap [verweerster] , gevestigd te Eindhoven, verweerster, gemachtigden: mr. A.J. Hasjes en mr. B.W. Wijnstekers te Amsterdam. Partijen worden “ [verzoeker] ” en “ [verweerster] ” genoemd. 1Het verzoek tot rectificatie 1.
- Namens [verweerster] is de rechtbank verzocht om aanvulling van de op 21 maart 2017 in deze zaak gegeven beschikking, omdat van de zijde van [verweerster] is gevraagd om een kostenveroordeling uit te spreken en in de beschikking is verzuimd om op dat punt een beslissing te nemen. 1.2 Conform het bepaalde in artikel 32 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de rechtbank [verzoeker] bij brief van 25 april 2017 van het verzoek tot aanvulling van [verweerster] op de hoogte gesteld, waarbij hij in de gelegenheid is gesteld zich daarover uit te laten. [verzoeker] heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. 2De beoordeling 2.
- De rechtbank stelt vast dat in de beschikking van 21 maart 2017 is verzuimd over het onderdeel kostenveroordeling te beslissen. De rechtbank ziet in het verzoek namens [verweerster] daarom aanleiding om op grond van het bepaalde in artikel 32 Rv in de beschikking van 21 maart 2017 een aanvulling aan te brengen. 3De beslissing De rechtbank 3.
- bepaalt dat onder 4.7 van de op 21 maart 2017 gegeven beschikking, waar staat: “Op grond van het voorafgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van [verzoeker] dient te worden afgewezen.” wordt aangevuld, zodat 4.7 komt te luiden als volgt: “Op grond van het voorafgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van [verzoeker] dient te worden afgewezen en [verzoeker] , conform het verzoek van [verweerster] , dient te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.” 3.2 bepaalt dat onder
- van de op 21 maart 2017 gegeven beschikking, waar staat: “De rechtbank: - wijst af het verzoek op grond van artikel 46, eerste lid, Wbp van [verzoeker] .“ wordt aangevuld, zodat
- komt te luiden als volgt: “De rechtbank: - wijst af het verzoek op grond van artikel 46, eerste lid, Wbp van [verzoeker] ; - veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [verweerster] begroot op € 904,00, aan salaris advocaat en verschotten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de gegeven beschikking tot de dag der algehele vergoeding.” 3.3 bepaalt dat deze verbeteringen onder de vermelding van de datum 19 juni 2017 worden vermeld op de minuut van de beschikking van 21 maart
- Deze beschikking is gegeven door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2017.