vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rolnummer: C/01/340272 / HA ZA 18-756 Vonnis van 12 december 2018 in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE GELDROP-MIERLO, zetelend te Geldrop, eiseres, advocaat mr. M.H.P. Bullens te Nijmegen, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, niet verschenen. Partijen zullen hierna de Gemeente en [gedaagde] worden genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 5 november 2018, met producties de akte van depot met depotnummer 48/2018 waaruit blijkt dat de Gemeente op 8 november 2018 de in artikel 54h juncto artikel 23 van de Onteigeningswet (Ow) genoemde stukken op de griffie van deze rechtbank heeft gedeponeerd een brief van mr. Bullens van 12 november 2018 waarbij de afleverbewijzen van de per aangetekende post verzonden dagvaarding aan de derde belanghebbenden: de Rabohypotheekbank N.V., de Coöperatieve Rabobank B.A. en het Waterschap De Dommel zijn toegezonden de brief van 21 november 2018 waarbij de rechtbank partijen heeft bericht welke deskundigen zij voornemens is te benoemen en waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld eventuele bezwaren daartegen uiterlijk op 28 november 2018 kenbaar te maken. 1.
- [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend. 1.
- Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Artikel 18 lid 5 Ow bepaalt dat de dagvaarding aan derde belanghebbenden als bedoeld in artikel 3, tweede lid Ow, voor zover deze aan de onteigenende partij bekend zijn of behoren te zijn, wordt betekend dan wel een afschrift van de dagvaarding wordt toegezonden per aangetekende brief, waarvoor een bericht van ontvangst wordt verlangd. De ratio van die bepaling is dat derde belanghebbenden (tijdig) op de hoogte worden gesteld van de gevorderde onteigening zodat zij, indien gewenst, de rechtbank kunnen verzoeken in het onteigeningsgeding te mogen tussenkomen. 2.
- De rechtbank is van oordeel dat uit de door mr. Bullens bij brief van 12 november 2018 overgelegde afleverbewijzen niet met voldoende zekerheid kan worden afgeleid dat een afschrift van de dagvaarding de derde belanghebbenden heeft bereikt. Uit de afleverbewijzen blijkt niet wie de geadresseerde is (er wordt alleen een postbus als bezorgadres vermeld) en van wie de handtekening is die er op staat. Op één van de bezorgbewijzen ontbreekt bovendien een handtekening. Ook kan uit de bewijzen niet afgeleid worden waaruit de ‘zending’ bestaat. De rechtbank zal de Gemeente daarom in de gelegenheid stellen de dagvaarding tezamen met een afschrift van dit vonnis, alsnog te betekenen aan de derde belanghebbenden dan wel aan hen een afschrift van de dagvaarding en van dit vonnis toe te zenden, en een bewijs van betekening of ontvangst daarvan door de derde belanghebbenden aan de rechtbank over te leggen. De zaak zal daarvoor worden verwezen naar de rolzitting van 9 januari
- 2.
- Lid 6 van artikel 18 Ow bepaalt dat de betekening of aangetekende verzending dient te geschieden binnen een week na het uitbrengen van de dagvaarding. De ratio daarvan is dat derde belanghebbenden tijdig kunnen verzoeken tussen te mogen komen. Indien alsnog betekening dan wel toezending van de dagvaarding en dit vonnis op voormelde wijze plaatsvindt, kunnen derde belanghebbenden, indien gewenst, op de rolzitting van 9 januari 2019 alsnog te verzoeken te mogen tussenkomen in het onteigeningsgeding, en worden zij niet in hun belangen geschaad. 3De beslissing De rechtbank: 3.
- stelt de Gemeente in de gelegenheid een afschrift van de uitgebrachte dagvaarding en van dit vonnis, te (doen) betekenen aan de derde belanghebbenden, dan wel op zodanige wijze per aangetekende brief aan de derde belanghebbenden toe te zenden dat daarvoor een bewijs van ontvangst wordt verkregen waaruit met voldoende zekerheid kan worden afgeleid dat de afschriften de derde belanghebbenden ook daadwerkelijk hebben bereikt, met bepaling dat de betekening of verzending van de aangetekende brief dient te geschieden binnen twee weken na dit vonnis, 3.
- verwijst de zaak naar de rolzitting van 9 januari 2019 voor het overleggen van een bewijs van betekening of toezending en ontvangst van de aangetekende brief, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.B. van Daalen en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2018.