← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2019:3633

RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 19/1672 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juni 2019 in de zaak tussen [naam] , te [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. T.M.A. Vervoort), en de burgemeester van de gemeente Best, de burgemeester (gemachtigden: L.J.A.M. van der Vleuten en mr. M.J. Kusters). Procesverloop Bij besluit van 3 juni 2019 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester aan de gemeente Best een evenementenvergunning verleend voor een kermis te Best, van 5 tot en met 9 juli

  1. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juni
  2. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Overwegingen
  3. De relevante artikelen uit de Algemene plaatselijke verordening Best 2018 (Apv) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn opgenomen in een bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.
  4. Verzoeker moet worden toegegeven dat het bestreden besluit niet echt helder is geformuleerd. In de tekst van het bestreden besluit staat als plaats van het evenement genoemd ‘Dorpsplein te Best’. In de voorschriften bij het bestreden besluit wordt verwezen naar een kaart bij het bestreden besluit waarbij naast het Dorpsplein meerdere andere straten en pleinen worden aangewezen, waaronder de straat waar verzoeker woont. De voorzieningenrechter gaat er echter van uit dat voor iedereen, ook verzoeker, duidelijk is dat het evenement niet alleen op het (kleine) Dorpsplein wordt gehouden maar in een groter gebied. Anders kan de voorzieningenrechter ook niet verklaren waarom verzoeker bezwaar heeft gemaakt. In deze onvolkomenheid in het bestreden besluit ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor schorsing van het bestreden besluit.
  5. Verzoeker klaagt ook dat de vergunning is verleend kort voor het evenement. Dat klopt, maar dat wil niet zeggen dat het bestreden besluit daarom onrechtmatig is. Het is mogelijk om bezwaar te maken voordat de kermis plaatsvindt en zelfs om een voorlopige voorziening in te dienen. Dat heeft verzoeker immers gedaan. Ook hierin ziet de voorzieningenrechter dus geen aanleiding voor schorsing van het bestreden besluit. Overigens is de kermis een jaarlijks terugkerend evenement. In zoverre hebben verzoeker en eventuele andere bezwaarmakers ook na de kermis een belang bij een beoordeling van de bezwaren en zal de burgemeester in een te nemen beslissing op bezwaar het bestreden besluit volledig (inhoudelijk) moeten heroverwegen, zelfs als de bezwaren zijn ingediend na de kermis, maar binnen de bezwaartermijn.
  6. Vast staat dat een deel van de kermis ligt buiten het gebied met de bestemming ‘verkeer’ en de aanduiding ‘evenement 2’ in het bestemmingsplan “Centrum, Stationsgebied e.o.” alsmede deels op de bestemming ‘groen’ in het bestemmingsplan “Hoge Akker, Speelheide, De Leeuwerik 2018”. Bovendien duurt de kermis inclusief op- en afbouw 11 dagen. De aanduiding ‘evenement 2’ in het bestemmingsplan “Centrum, Stationsgebied e.o.” voorziet slechts in evenementen van maximaal 7 dagen per evenement. Verzoeker merkt dus terecht op dat de kermis in strijd is met het bestemmingsplan. De burgemeester erkent dit ook.
  7. Artikel 2:25 vierde lid van de Apv geeft de burgemeester de bevoegdheid om, in aanvulling op artikel 1.8 van de Apv, de evenementenvergunning te weigeren als deze in strijd is met de in een bestemmingsplan opgenomen regels over aantallen, spreiding en geluid. De duur van de kermis is langer dan de 7 dagen die worden genoemd in de planregels van het bestemmingsplan “Centrum, Stationsgebied e.o.”. De burgemeester kan de evenementenvergunning dus weigeren. De burgemeester heeft in het bestreden besluit niet gemotiveerd waarom hij geen gebruik maakt van zijn bevoegdheid. De burgemeester heeft wel een motivering gegeven op de zitting. Hij heeft aangegeven dat de kermis al 17 jaar lang nabij de woning van verzoeker wordt gehouden. Er vindt bovendien sinds 2015 een draagvlakonderzoek plaats en burgerparticipatie en inspraak over de plek en de duur van de kermis. Verder komt er een wijziging van de bestemmingsplannen aan die de kermis rechtstreeks toelaten, aldus de burgemeester. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester met deze argumenten voldoende heeft gemotiveerd waarom hij nu geen gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om de evenementenvergunning te weigeren. De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat verzoeker niet heeft onderbouwd waarom de voorschriften in de evenementenvergunning tekortschieten om de overlast van de kermis tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De door verzoeker tijdens de zitting getoonde foto’s zijn hiervoor onvoldoende. Verzoeker heeft opgemerkt dat die voorschriften op de kermis niet worden nageleefd, maar dat is een kwestie van goed handhaven.
  8. De burgemeester kan het motiveringsgebrek herstellen in de beslissing op bezwaar die hij nog moet nemen. Dit neemt niet weg dat de kermis in strijd is met het bestemmingsplan en daarmee in strijd met het verbod in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo. De gemeente Best heeft echter op 24 juni 2019 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het afwijkend gebruik in strijd met het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om vooruit te lopen op de uitkomst van dit vergunningentraject of een daaropvolgende bezwaarprocedure. Dat is buiten de omvang van deze zaak die alleen gaat over de evenementenvergunning. Dit is dus evenmin reden om een voorlopige voorziening te treffen.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  10. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 25 juni
  11. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: BIJLAGE Algemene plaatselijke verordening Best 2018 (Apv) Artikel 1:8, eerste lid
  12. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. Artikel 2:25, eerste lid Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Artikel 2:25, vierde lid Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester een vergunning weigeren als deze in strijd is met de in een bestemmingsplan opgenomen regels omtrent aantallen, spreiding en geluid. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Artikel 2.1, eerste lid onder c Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden (…) in strijd met een bestemmingsplan (…).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.