vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats Eindhoven zaaknummer / rolnummer: C/01/314359 / HA ZA 16-710 Vonnis van 3 juli 2019 in de zaak van
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser 1] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- [eiser 2], wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat mr. J. Schröder te Nijmegen, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
- [gedaagde 2], wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
- [gedaagde 3], wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 4] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 5] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 6] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 7] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 8] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 9] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 10] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 11] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- vennootschap onder firma [gedaagde 13] , gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- vennootschap onder firma [gedaagde 13] , gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 14] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 15] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] , gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat mr. R.A.C.J. van Kessel te Boxtel. Eisers zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid met [eisers in conventie en gedaagden in reconventie ] en ieder afzonderlijk als [eiser 2] en/of [eiser 1] ; Gedaagden zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid met [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 11 juli 2018 de brief van de advocaat van [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] aan de rechtbank van 1 mei 2019; de brief van de advocaat van [eisers in conventie en gedaagden in reconventie ] aan de rechtbank van 2 mei 2019; de akte met een nader stuk van [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] van 9 mei 2019; de brief van mr A. Verduijn RB en P. van de Streek AA/RB aan de rechtbank van 20 mei 2019, met bijlagen 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling in conventie en in reconventie 2.
- Bij voornoemd tussenvonnis van 11 juli 2018 heeft de rechtbank onder anderen mr. A. Verduijn en P van de Streek, verbonden aan Countus accountants en adviseurs te Zwolle benoemd tot deskundigen voor het door haar in het eerdere tussenvonnis van 21 maart 2018 bevolen deskundigenbericht. 2.
- Bij brief van 20 mei 2019 hebben genoemde deskundigen de rechtbank meegedeeld dat zij “……tot op heden nog niet over zijn kunnen gaan tot het daadwerkelijk uitvoeren van de opdracht. De belangrijkste reden daarvoor is het nog altijd ontbreken van jaarcijfers”. In hun brief hebben de deskundigen een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen tussen 1 augustus 2018 en 20 mei
- Zij hebben bij hun brief een 30-tal bijlagen gevoegd waaruit het verloop van die ontwikkelingen blijkt. Aan het slot van hun brief geven de deskundigen aan onverminderd bereid te zijn de opdracht uit te voeren. 2.
- De rechtbank heeft in de brief van A. Verduijn en P van de Streek aanleiding gevonden de zaak te verwijzen naar de meervoudige kamer en een inlichtingencomparitie te bevelen met als doel samen met partijen en in aanwezigheid van de genoemde deskundigen te onderzoeken hoe het deskundigenonderzoek kan worden voortgezet. De rechtbank merkt daarbij op dat de comparitie niet bedoeld is voor een inhoudelijke behandeling van andere onderwerpen dan het (hiervoor) aangegeven doel. De rechtbank wijst partijen erop dat zij in persoon op de zitting aanwezig moeten zijn. Verschijnt een partij niet ter comparitie, dan kan de rechtbank daaraan de conclusies verbinden die zij geraden zal achten. 2.
- De zaak zal worden verwezen naar de rolzitting van woensdag 17 juli 2019 voor het opgeven van verhinderdata van partijen en hun advocaten. 2.
- Iedere beslissing wordt voor het overige aangehouden 3De beslissing De rechtbank 3.
- beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, en de deskundigen, voor het geven van inlichtingen op de terechtzitting van de meervoudige kamer van de rechtbank in het gerechtsgebouw te Eindhoven aan het Stadhuisplein 4, op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd, 3.
- bepaalt dat partijen en de deskundigen dan in persoon aanwezig moeten zijn, 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 17 juli 2019 voor opgave verhinderdagen van de partijen en hun advocaten en van de deskundigen over de maanden oktober t/m december 2019, 3.
- bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen, 3.
- bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd, 3.
- wijst partijen erop dat voor de zitting in beginsel een dagdeel zal worden uitgetrokken, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.M. Effting-Zeguers, voorzitter en mrs. A.G.M.H. Bennenbroek en K.A. Maarschalkerweerd, rechters en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2019.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.