vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats Eindhoven zaak- en rolnummer C/01/337413 / HA ZA 18-556 Vonnis van 30 januari 2019 in de zaak van [eiser 1] en [eiser 2] , beiden wonende te [woonplaats] , eisers in de hoofdzaak in conventie, eisers in het incident, verweerders in de hoofdzaak in voorwaardelijke reconventie (hierna: [eisers]), advocaat mr. F.J. van Beek te Arnhem, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde in de hoofdzaak in conventie, gedaagde in het incident, eiseres in de hoofdzaak in voorwaardelijke reconventie (hierna: [gedaagde]), advocaat mr. M.P.M. Fruytier te Amsterdam. 1De procedure 1.1. Deze blijkt uit: het tussenvonnis van 14 november 2018; het proces-verbaal van comparitie van 10 januari 2019. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.1. Partijen zijn familie van elkaar. [gedaagde] is een dochter van [eisers] 2.2. Sinds medio 1995 zijn partijen samen eigenaar van een onder architectuur gebouwd groot vrijstaand landhuis met oprijlaan, atelierruimte, buitenzwembad, vrijstaan- de berging en grote parkachtige tuin, gelegen aan [adres 1] en [adres 2] te [plaats] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie [letter] , nummers [kadastrale aanduiding 1] , [kadastrale aanduiding 2] , [kadastrale aanduiding 3] en [kadastrale aanduiding 4] , teza-men groot 23.618 m² (hierna: het huis). Het aandeel van ieder der partijen in deze gemeen-schap, bestaande uit het huis, is 1/3. 3Het geschil 3.1. In het incident vordert [eisers] , kort gezegd, [gedaagde] bij vonnis, uit-voerbaar bij voorraad, te veroordelen om een gebruiksvergoeding aan [eisers] te betalen, met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten met rente. 3.2. [gedaagde] voert verweer. 3.3. In de hoofdzaak in conventie vordert [eisers] , kort gezegd, bij vonnis, uit-voerbaar bij voorraad, onder meer: primair: de wijze van verdeling van de gemeenschap, bestaande uit het huis, te gelasten in die zin dat partijen het huis op de kortst mogelijke termijn dienen te verkopen en de netto opbrengst daarvan overeenkomstig hun aandeel in de gemeenschap dienen te verdelen en [gedaagde] te veroordelen om ten titel van gebruiksvergoeding aan [eisers] € 79.125,10 te betalen en € 1.416,66 voor iedere maand dat zij na juni 2018 in het huis woonachtig is, te vermeerderen met rente; subsidiair: de verdeling van deze gemeenschap vast te stellen op een door de rechtbank te bepalen wijze, althans partijen te bevelen om ten overstaan van een door de recht-bank te benoemen notaris tot verdeling van deze gemeenschap over te gaan, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten met rente. 3.4. [gedaagde] voert verweer. 3.5. In de hoofdzaak in reconventie vordert [gedaagde] , kort gezegd, voor het geval [eisers] ontvankelijk mocht zijn in de vordering tot verdeling, bij vonnis, uit-voerbaar bij voorraad: - te bepalen dat de verdeling van de gemeenschap, bestaande uit het huis, zal plaatsvinden door een splitsing van het huis, waarbij in ieder geval aan [gedaagde] wordt toegedeeld dat deel van het huis dat zij en haar gezin exclusief in gebruik hebben en voorts een door de rechtbank te bepalen deel van het huis dat partijen gezamenlijk gebruiken, met veroordeling van [eisers] om aan die splitsing mee te werken en de kosten daarvan te dragen; primair: te bepalen dat [gedaagde] bij een eventuele overbedeling bij een splitsing van het huis geen vergoeding verschuldigd is aan [eisers] vanwege door haar en wijlen haar echtgenoot gepleegde investeringen in het huis; subsidiair: te bepalen dat bij de vaststelling van het bedrag dat de ene deelgenoot aan de andere deelgenoot zal moeten voldoen uit hoofde van overbedeling, de door [eisers] verschuldigde vergoeding aan [gedaagde] voor de investeringen van [gedaagde] en wijlen haar echtgenoot in het huis, een gedeelte van de waarde beloopt van het goed op het tijdstip van de verdeling en dit gedeelte betreft de waarde-vermeerdering gecreëerd door die investeringen; meer subsidiair: te bepalen dat bij een verdeling de door [eisers] verschuldigde vergoeding aan [gedaagde] voor de door haar en wijlen haar echtgenoot in het huis gepleegde investeringen, een gedeelte van de waarde beloopt van het goed op het tijdstip van de verdeling en dit gedeelte betreft de waardevermeerdering gecreëerd door die investeringen; - indien en voor zover deze vorderingen niet worden toegewezen, de vordering tot verdeling uit te sluiten voor drie jaren na de datum van het te wijzen vonnis, een en ander met veroordeling van [eisers] in de proceskosten. 3.6. [eisers] voert verweer. 3.7. Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hierna nader ingegaan. 4De overwegingen Een minnelijk traject 4.1. Op 10 januari 2019 heeft een comparitie plaatsgevonden. Partijen hebben toen met elkaar afgesproken om een minnelijk traject te gaan bewandelen om te komen tot oplossing van hun in de onderhavige zaken aan de orde zijnde geschil. Partijen hebben de rechtbank in dat kader verzocht om een onafhankelijk deskundige te benoemen met expertise in makelaardij en bouwkunde, althans een makelaar te benoemen die bij de uitvoering van zijn werkzaamheden een bouwkundige kan inschakelen. Partijen hebben de rechtbank verder verzocht om een of twee mediators voor te stellen voor het geval zij er in onderling overleg niet uit mochten komen. Het zou daarbij kunnen gaan om een ex-advocaat, een notaris of een (andere) jurist. Partijen hebben de rechtbank tot slot verzocht om aanhouding van deze zaken. De rechtbank heeft partijen ter comparitie toegezegd om op korte termijn een tussenvonnis te zullen wijzen om te komen tot benoeming van deze door partijen verzochte deskundige. Mediator(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.