RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 18/1575 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2019 in de zaak tussen [eiseres], te [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. S.G.C. van Ingen), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (gemachtigde: mr. B.H.C. de Bruijn). Procesverloop Bij besluit van 9 oktober 2017, heeft verweerder vastgesteld dat eiseres onveranderd 80 tot 100% arbeidsongeschikt is, zodat haar uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) niet wijzigt. Bij besluit van 4 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van [naam] (werkgeefster) ongegrond verklaard. Daarbij is, anders dan het in primaire besluit, vastgesteld dat eiseres per 25 september 2017 minder dan 35% arbeidsongeschikt is, zodat haar WIA-uitkering per 4 augustus 2018 wordt beëindigd. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Nadien heeft eiseres haar beroepsgronden en nadere stukken overgelegd. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft na het verweerschrift bij verschillende brieven nadere stukken en aanvullende beroepsgronden ingediend. Bij brief van 14 maart 2019 heeft verweerder daarop gereageerd met aanvullende rapportages van de verzekeringsarts Bezwaar en Beroep (B&B) en de arbeidsdeskundige B&B. Op verzoek van verweerder en met instemming van eiseres is de aanvankelijk geplande zitting op 19 maart 2019 uitgesteld. Bij brief van 26 maart 2019 heeft eiseres op de door verweerder overgelegde rapportages gereageerd. Hierop heeft verweerder gereageerd met een rapportage van de arbeidsdeskundige van 18 april
- Partijen hebben in hun schriftelijke reacties aangegeven geen behoefte te hebben aan een zitting. De rechtbank heeft het onderzoek daarom met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gesloten. Overwegingen
- De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres was werkzaam als taxichauffeuse voor gemiddeld 18,45 uur per week. Op 20 november 2006 heeft zij zich ziekgemeld wegens fysieke en psychische klachten. Naar aanleiding van de eindewachttijdbeoordeling is haar per 17 november 2008 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, waarbij zij 80 tot 100% arbeidsongeschikt is geacht (op arbeidskundige gronden). Per 17 mei 2011 is deze uitkering omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering, eveneens gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% (maar zonder medische en arbeidskundige beoordeling). Een op 24 juli 2015 door de (ex-)werkgever aangevraagde herbeoordeling heeft niet geleid tot een wijziging van de uitkering van de eiseres. Bij brieven van 11 juli 2017 en 25 juli 2017 heeft de (ex-)werkgever opnieuw een herbeoordeling aangevraagd met het oog op een uitkering op grond van de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA). Daarop heeft de hier in geding zijnde besluitvorming plaatsgevonden.
- Bij het bestreden besluit heeft verweerder zich, anders dan in het primaire besluit, op het standpunt gesteld dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Hieraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiseres met de voor haar vastgestelde beperkingen, zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 24 april 2018, de volgende voorbeeldfuncties verrichten: machinaal metaalbewerker (excl. bankwerk) (SBC-code 264122), administratief medewerker (document scannen) (SBC-code 315133) en medewerker intern transport (SBC-code 111220). Als reserve-functie is de functie medewerker tuinbouw (planten, bloemen en vruchten) (SBC-code 111010) geselecteerd.
- Eiseres voert – kort samengevat – aan dat haar medische situatie alleen maar is verslechterd en haar beperkingen zijn toegenomen. Ook de verzekeringsarts B&B heeft vastgesteld dat er sprake is van een toename van de klachten van eiseres. Het is voor eiseres daarom onbegrijpelijk dat haar mate van arbeidsongeschiktheid is verlaagd van 80-100% naar 0%. Zij acht zich verder beperkt dat de verzekeringsarts B&B heeft aangenomen. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres brieven overgelegd van GZ-psycholoog J.J. Dekkers van 30 juni 2016 en 4 oktober
- Eiseres stelt dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en daarom recht heeft op een IVA-uitkering. Eiseres heeft verder concrete gronden gericht tegen de door verweerder geduide functies, die volgens eiseres niet passend zijn.
- De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.
- De rechtbank stelt voorop dat verweerder zijn besluit over de arbeidsongeschiktheid mag baseren op een rapport opgesteld door een verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B). Dat kan anders zijn als de betrokkene aannemelijk maakt dat dit rapport niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, inconsequenties bevat of onvoldoende is gemotiveerd. Voor het aanvechten van de inhoudelijke medische beoordeling geldt dat een betrokkene in beginsel niet zal kunnen volstaan met de enkele stelling dat hij meer beperkt is dan de verzekeringsarts heeft aangenomen. Hij zal dat standpunt moeten onderbouwen, bijvoorbeeld met medische informatie.
- De rechtbank acht verweerders onderzoek voldoende zorgvuldig. Daarbij acht zij van belang dat de primaire verzekeringsarts de dossiergegevens heeft bestudeerd en eiseres telefonisch heeft gesproken op 25 september 2017, waarbij een anamnese is afgenomen, waaronder de ervaren klachten van eiseres en haar behandeling (wekelijks gesprekstherapie met psycholoog J.J. Dekkers). Ook is tijdens dat telefoongesprek een indruk verkregen van de psychische gesteldheid van eiseres. In bezwaar heeft de verzekeringsarts B&B de dossiergegevens bestudeerd en eiseres gezien op de hoorzitting van 23 februari
- Daarbij is eveneens een anamnese afgenomen, waarbij is geïnformeerd naar de klachten van eiseres en haar medicatie. Daarnaast is informatie opgevraagd bij de behandelend psycholoog. De brieven van psycholoog Dekkers van 30 juni 2016 en 29 maart 2018 zijn bij de heroverweging betrokken. De verzekeringsarts B&B heeft vanwege die medische informatie geconcludeerd dat de door de primaire verzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid dient te worden aangescherpt, zoals neergelegd in de gewijzigde functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 24 april 2018, geldig vanaf 25 september
- Daarnaast is een prognose FML opgesteld, geldig vanaf 24 april 2018, waarin de duurzame beperkingen van eiseres zijn neergelegd. Eiseres is volgens de verzekeringsarts B&B duurzaam beperkt op de items 1.9.7 (veelvuldige deadlines of productiepieken), 1.9.9 (verhoogd persoonlijk risico, geen werkzaamheden op hoogte, geen professionele chauffeursfuncties), 2.6.1 (emotionele problemen van anderen hanteren), 2.7.1 (eigen gevoelens uiten), 2.8.1 (omgaan met conflicten) en 6.1.1 (’s-nachts werken).
- De rechtbank ziet geen aanleiding te oordelen dat verweerder de belastbaarheid van eiseres onjuist heeft ingeschat. Verweerder is bekend met de psychische problematiek van eiseres en de rechtbank heeft geen reden aan te nemen dat verweerder de hiermee verband houdende (objectiveerbare) beperkingen heeft onderschat. De rechtbank acht in dit kader relevant dat eiseres in beroep geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd. In zijn reactie van 24 maart 2019 geeft de verzekeringsarts B&B terecht aan dat de brief van Dekkers van 30 juni 2016 reeds bekend was. De rechtbank volgt de verzekeringsarts B&B verder dat brief van Dekkers van 4 oktober 2018 geen nieuwe medische informatie bevat. Daarbij merkt de rechtbank op dat de verzekeringsarts B&B de visie van de psycholoog onderschrijft dat er sprake is van klachten van chronische aard. De verzekeringsarts B&B heeft immers in de prognose FML een aantal psychische beperkingen duurzaam geacht. De vraag of eiseres met de (prognose) FML reguliere arbeid kan verrichten wordt door de verzekeringsarts B&B echter terecht ter beantwoording bij de arbeidsdeskundige gelegd. De enkele stelling dat de verzekeringsarts B&B ten opzichte van de primaire FML (en eerdere beoordelingen) eiseres verder beperkt heeft geacht, is dus onvoldoende om te concluderen tot een volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. De verzekeringsarts B&B heeft functionele mogelijkheden aangenomen. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat verweerder hier een situatie van geen benutbare mogelijkheden had moeten aannemen. Dat een dergelijke situatie in het verleden is aangenomen, biedt daarvoor onvoldoende grond. De stelling van eiseres dat alle door de verzekeringsarts B&B per 25 september 2017 aangenomen beperkingen duurzaam moeten worden geacht, is niet onderbouwd.
- Over de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit overweegt de rechtbank als volgt.
- In de rapportage in beroep van 14 maart 2019 heeft de arbeidsdeskundige B&B naar aanleiding van de beroepsgrond van eiseres ten aanzien van de functie administratief medewerker (document scannen) (SBC-code 315133) geconcludeerd dat de onder die SBC-code geselecteerde functies niet voldoende actueel zijn op de datum in geding, zodat deze SBC-code komt te vervallen voor de onderhavige schatting. De arbeidsdeskundige B&B heeft echter geconcludeerd dat de functies machinaal metaalbewerker (excl. bankwerk) (SBC-code 264122), medewerker intern transport (SBC-code 111220) en de aanvankelijk als reserve geduide functie medewerker tuinbouw (planten, bloemen en vruchten) (SBC-code 111010) passend zijn voor eiseres en dat zij hiermee 0% arbeidsongeschikt is. Gelet hierop handhaaft verweerder het bestreden besluit.
- Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen reden meer voor een bespreking van de aanvankelijke overige gronden die eiseres tegen de functie administratief medewerker (document scannen) (SBC-code 315133) heeft aangevoerd.
- In geschil is nog slechts de vraag of verweerder de resterende functies terecht passend heeft geacht. Gelet op hetgeen over de medische beoordeling is overwogen, gaat de rechtbank daarbij uit van de juistheid van de FML van 24 april
- In het algemeen voert eiseres aan dat verweerders arbeidsdeskundigen in het verleden steeds geen functies konden duiden, zodat onbegrijpelijk is dat zij met meer beperkingen ten opzichte van voorheen wel de nu geduide functies zou moeten kunnen verrichten. In het bijzonder wijst zij erop dat de nu passend geachte functies in de lijst van niet-eindgeselecteerde functies van de primaire arbeidsdeskundige staan.
- In zijn rapportages in beroep van 14 maart 2019 en 18 april 2019 stelt de arbeidsdeskundige B&B dat die eerdere arbeidsdeskundigen het Claim Beoordeling en Borging Systeem (CBSS) niet geraadpleegd hebben. De rechtbank kan die reactie in zoverre niet volgen. In de rapportage van de primaire arbeidsdeskundige van 6 oktober 2017 is bijvoorbeeld vermeld dat het CBBS is geraadpleegd, maar dat geen functies konden worden geduid ‘door de specifieke beperkingen van de klant en daarnaast vanwege het ontbreken van specifieke diploma's, opleidingen en overige vaardigheden voor specifieke functies’. Daarbij gaf de arbeidsdeskundige ook aan: “Er is sprake van dusdanig forse beperkingen (tijdsdruk, forse verhoogde gevoeligheid qua emoties en gevoelens) dat deze een belemmering vormen voor het kunnen leveren van een constante arbeidsprestatie, conform de eisen die werkgevers op de reguliere arbeidsmarkt stellen aan een werknemer voor de functie-invulling. Met de vastgestelde beperkingen is continuïteit in reguliere arbeid niet te waarborgen.” De bijbehorende CBBS-informatie van 5 oktober 2017 is door verweerder – op verzoek van eiseres – in beroep alsnog overgelegd. Het CBBS is dus kennelijk wel geraadpleegd door de primaire arbeidsdeskundige. Echter, het enkele feit dat eerdere arbeidsdeskundigen tot een ander conclusie zijn gekomen, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat reeds daarom de heroverweging van de arbeidsdeskundige B&B als onjuist moet worden aangemerkt. De rechtbank zal daarom, in het licht van wat eiseres tegen de geduide functies heeft aangevoerd, beoordelen of de arbeidsdeskundige B&B voornoemde resterende functies terecht als passend voor eiseres heeft aangemerkt. Dat die motivering volgens eiseres in het geheel ontbreekt volgt de rechtbank, gelet op de rapportages van de arbeidsdeskundige B&B, in ieder geval niet. De vraag is wel of die passendheid door de arbeidsdeskundige B&B voldoende is gemotiveerd. Machinaal metaalbewerker (excl. bankwerk) (SBC-code 264122)
- Eiseres voert aan dat binnen deze SBC-code de functie met nummer 3489.0079.010 niet actueel is op de datum in geding. De arbeidsdeskundige B&B heeft dit in beroep erkend, maar aangegeven dat binnen deze SBC-code wel een andere functie voorhanden is die wel actueel is op de datum in geding, te weten functienummer 3489.0079.
- Dat deze functie wel actueel is, heeft eiseres niet betwist. Wel voert zij aan dat alle voorgehouden functienummers (3489.0079.011, 3489.0079.013 en 3489.0079.015) binnen deze SBC-code op de lijst niet-eindgeselecteerde functies van de primaire arbeidsdeskundige staan en deze door hem als ongeschikt zijn aangemerkt. Verder voert eiseres dat het hier gaat om functies in een onrustige productieomgeving en dat niet inzichtelijk is gemaakt waarom de arbeidsdeskundige B&B deze in overleg met de verzekeringsarts B&B als passend heeft aangemerkt. Er is geen sprake van de vereiste rustige werkomgeving. Daarnaast is sprake is van afleiding door anderen. Er is volgens eiseres dan ook sprake van een ontoelaatbare relativering.
- Zoals de rechtbank onder 13 heeft overwogen, kan het enkele feit dat deze SBC-code door de primaire arbeidsdeskundige is verworpen, niet leiden tot het oordeel dat deze functie niet passend is. Wat betreft de stelling over een hectische werkomgeving en de gestelde afleiding door anderen in deze functie, heeft de arbeidsdeskundige B&B in haar rapportage van 30 mei 2018 en de nadere rapportage van 14 maart 2019 toereikend gemotiveerd dat overleg met de verzekeringsarts B&B en de arbeidskundig analist heeft uitgewezen dat van een overschrijding op dit punt geen sprake is. De rechtbank volgt de arbeidsdeskundige B&B in zijn toelichting dat eiseres op zich niet beperkt is ten aanzien van het werken in een productieomgeving. De rechtbank volgt verder de gegeven toelichting dat de functies binnen deze SBC-code worden verricht in een overwegend rustige omgeving zonder veelvuldige passeerbewegingen (dus afleiding) van anderen en aan- en afrijdende heftrucks. Voor zover er sprake is van machinelawaai, kan volgens de verzekeringsarts B&B gebruik worden gemaakt van oordoppen of -kappen. Van een ontoelaatbare relativering is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Medewerker intern transport (SBC-code 111220)
- Ook ten aanzien van deze functie heeft eiseres aangevoerd dat sprake is van een hectische omgeving met afleiding. Ook stelt eiseres dat zij kan worden ingezet bij het aanvullen van voorraadvakken, hetgeen zij vanwege haar beperking op afleiding door anderen, de vereiste voorspelbare werksituatie en beperking op veelvuldige storingen en onderbrekingen niet kan. Verder stelt zij dat in deze functie moet worden samengewerkt, wat zij niet kan.
- Naar het oordeel van de rechtbank heeft de arbeidsdeskundige B&B hierover, eveneens in overleg met de verzekeringsarts B&B en de arbeidsdeskundig analist, toereikend toegelicht dat van een overschrijding van de belastbaarheid van eiseres op de genoemde punten geen sprake is. Volgens de arbeidsdeskundig analist is er sprake van een kleine groep collega’s die elkaar slechts sporadisch passeert of in de weg loopt en is er geen sprake van aan- en afrijdende heftrucks. Van een voor eiseres ontoelaatbare hectiek of afleiding, is dan ook geen sprake. Ten aanzien van het vullen van voorraadvakken volgt de rechtbank de toelichting van de arbeidsdeskundige B&B dat dat incidenteel voorkomt, zodat niet kan worden gesproken van sterk wisselende uitvoeringsomstandigheden en taakinhoud. Van een overschrijding op het aspect veelvuldige storingen en onderbrekingen is de rechtbank niet gebleken. Tot slot heeft de arbeidsdeskundige B&B voldoende gemotiveerd dat eisers wel kan samenwerken, maar met een eigen afgebakende deeltaak. Er wordt slechts af en toe een collega geholpen. Om deze reden en gelet op de aanvullende informatie van de arbeidsdeskundig analist, is in deze functie geen sprake van een vorm van samenwerken die eiseres niet kan. Medewerker tuinbouw (planten, bloemen en vruchten) (SBC-code 111010)
- Ten aanzien van deze functie heeft eiseres aangevoerd dat zij het daarin vereiste samenwerken en werken in een hoog tempo niet aankan.
- Naar het oordeel van de rechtbank heeft de arbeidsdeskundige B&B over de door eiseres gestelde overschrijding op samenwerken voldoende toegelicht dat eiseres niet helemaal beperkt is in de omgang met collega’s en dat in deze functie sprake is van een het werken aan eigen deeltaak, wat zij wel kan. Verder volgt de rechtbank de toelichting van de arbeidsdeskundige B&B dat in deze SBC-code geen belasting voorkomt op item 1.9.8 (hoog handelingstempo). Conclusie
- De rechtbank concludeert dat de arbeidsdeskundige B&B de zogeheten signaleringen van een adequate toelichting heeft voorzien en dat voldoende is toegelicht dat van de door eiseres gestelde overschrijdingen in de resterende functies geen sprake is. Die functies dienen daarom als passend te worden beschouwd.
- Nu de aanvullende arbeidskundige motivering in beroep geen wijziging met zich meebrengt voor het arbeidsongeschiktheidspercentage, ziet de rechtbank geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen. Het is aannemelijk dat eiseres door het gebrek niet is benadeeld. Zij heeft in beroep immers voldoende gelegenheid gehad om op die aanvullende motivering te reageren. De rechtbank ziet daarom aanleiding om dit gebrek in de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren.
- Omdat eiseres zowel per 25 september 2017 als met de voor haar geldende duurzame beperkingen terecht minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht, komt de rechtbank niet toe aan de door eiseres gestelde IVA-situatie.
- Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M. Rijnbeek, rechter, in aanwezigheid van Z. Selkan, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 30 december
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.