RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch Zaaknummer : 7106790 Rolnummer : 18-4728 Uitspraakdatum : 17 januari 2019 in de zaak van: [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres, gemachtigde: mr. W. van Grieken, tegen Essent N.V., gevestigd te ‘s-Hertogenbosch, gedaagde, gemachtigde: mr. M. Ritmeester. Partijen worden hierna [eiseres] en Essent genoemd. 1De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 4 oktober 2018 en de daarin genoemde processtukken; de ten behoeve van de comparitie van partijen namens [eiseres] toegestuurde producties 18 en 19; - de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 18 december 2018. 1.2. Het vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.1 [eiseres] is op 1 oktober 2007 in dienst getreden bij Essent, in de functie van Ontwikkelingscoach Service & Verkoop. 2.2 Bij brief van 24 april 2015 heeft Essent aan [eiseres] laten weten dat zij vanaf 1 mei 2015 boventallig wordt verklaard. Het Sociaal Plan Essent 2008-2016 (hierna: het Sociaal Plan) is op haar van toepassing. Dit Sociaal Plan heeft de status van CAO. 2.3 Na verkregen toestemming van de Toetsingscommissie en vervolgens van het UWV heeft Essent de arbeidsovereenkomst met [eiseres] , met inachtneming van de geldende opzegtermijn, opgezegd tegen 1 september 2018. 2.4 Aan [eiseres] is bij het einde van haar dienstverband een mobiliteitspremie betaald van € 27.453,94 bruto. 3Het geschil 3.1 [eiseres] heeft gevorderd dat Essent wordt veroordeeld, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, - tot betaling van de bonus over 2015, 2016 en 2017, zijnde een bedrag van € 11.419,53, vermeerderd met wettelijke rente en de maximale wettelijke verhoging; - tot betaling van een bedrag van € 4.528,44 bruto, zijnde het verschil tussen de mobiliteitspremie waarop [eiseres] volgens het Sociaal Plan recht heeft en het haar betaalde bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging; - tot betaling van de volledige proceskosten, waaronder begrepen de kosten voor juridische bijstand ad € 6.000,- excl. BTW; - in de nakosten, en de overige kosten van de procedure, waaronder begrepen een bedrag aan salaris voor haar gemachtigde; 3.2 [eiseres] legt aan haar vorderingen (kort samengevat) het volgende ten grondslag. [eiseres] heeft, op grond van de met Essent gesloten arbeidsovereenkomst en de schriftelijk vastgelegde bonusregeling van Essent, recht op een bonusuitkering over de jaren 2015 tot en met 2017. Essent heeft haar het recht op deze uitkering ten onrechte ontzegd op de grond dat zij in 2015 meer dan 4 maanden ziek is geweest respectievelijk op de grond van haar boventalligheid. Ingevolge het Sociaal Plan heeft [eiseres] recht op uitkering van alle vaste en overeengekomen loonbestanddelen. De bonusuitkering is zo’n vast loonbestanddeel. De bonus moet worden berekend op basis van de gemiddelde bonusuitkering die [eiseres] in de loop van haar dienstverband heeft ontvangen. De mobiliteitspremie die [eiseres] is toegekend, is onjuist berekend. Essent heeft geen rekening gehouden met een aantal vaste loonbestanddelen. Op basis van het Sociaal Plan moet de mobiliteitspremie worden berekend met behulp van de toenmalige kantonrechtersformule. Bij die formule geldt dat bij de berekening van de in aanmerking te nemen beloning wordt uitgegaan van het bruto maandsalaris, vermeerderd met vaste en overeengekomen looncomponenten. Een structurele bonus en het BS benefit budget als bedoeld in artikel 5.1 van de geldende CAO, zijn vaste looncomponenten. Deze hadden bij de berekening moeten worden betrokken en dit is niet gebeurd. De mobiliteitspremie is daardoor op een te laag bedrag vastgesteld. 3.3 Essent heeft als verweer (kort samengevat) het volgende aangevoerd. Het Sociaal Plan bevat geen juridische grondslag voor een bonusuitkering bij boventalligheid. Ingevolge artikel 5.3 van dat plan blijft de boventallige werknemer recht houden op het salaris en het geldende salarisperspectief. Ook worden wettelijke en CAO-aanspraken gerespecteerd. De bonusuitkering valt daar echter niet onder. De bonus is namelijk geen vast looncomponent. De aanspraak op een bonus is afhankelijk van onder meer de bedrijfsprestaties en de prestaties van de individuele werknemer. Boventallige werknemers dragen in de regel niet bij aan het bedrijfsresultaat. Zij werken aan een overgang naar ander werk en worden daar gedurende drie jaar voor gefaciliteerd door Essent. Alleen indien een boventallige werknemer werkzaamheden verricht in een tijdelijke rol, kan er een bonusaanspraak ontstaan voor de tijd dat die tijdelijke rol duurt. Van een dergelijke situatie is bij [eiseres] geen sprake geweest. Voor zover er zou worden geoordeeld dat [eiseres] wel een bonusaanspraak heeft, dan heeft te gelden dat de berekening moet plaatsvinden door het gemiddelde te nemen dat de laatste 3 jaar voor boventalligheid aan bonus is uitgekeerd. Gedurende de eerste 4 maanden van 2015 heeft [eiseres] geen aanspraak op een bonusuitkering omdat zij geen bonuswaardig werk heeft gedaan, wegens ziekte en kort na de hersteld melding ingetreden boventalligheid. Bij het bepalen van de mobiliteitspremie is het salarisbegrip, zoals dit is gedefinieerd in de geldende CAO, leidend. Niet in die definitie benoemde elementen worden buiten beschouwing gelaten. Essent is meer subsidiair van mening dat er reden is voor matiging van de wettelijke verhoging en dat er geen grond is voor een integrale vergoeding van de proceskosten. 3.4 Wat partijen verder nog hebben aangevoerd ter ondersteuning van hun standpunten zal, voor zover nodig, bij de beoordeling worden weergegeven. 4De beoordeling Bonusaanspraak over de eerste 4 maanden van 2015 4.1 In artikel 7, lid 3 van de arbeidsovereenkomst die tussen partijen heeft gegolden, staat het volgende: “3. Naast het vaste jaarinkomen kan de werkgever krachtens en overeenkomstig het daarvoor geldende beleid jaarlijks een bruto variabele beloning toekennen van maximaal 10% van het vaste jaarinkomen. De hoogte van de variabele beloning is afhankelijk van de gerealiseerde doelstellingen, die jaarlijks worden overeengekomen. Deze bruto variabele beloning wordt alleen uitgekeerd als: (…) (…) De werknemer gedurende het bonusjaar niet voor een periode van in totaal vier maanden of langer arbeidsongeschikt is geweest; (…)” 4.2 Vast staat dat [eiseres] , na een urenopbouw in de eerste maanden van 2015, per 13 april 2015 volledig arbeidsgeschikt is gemeld. Zij is dus in 2015 geen vier maanden ziek geweest en tussen partijen staat inmiddels vast dat de bonusaanspraak niet reeds strandt op de lengte van haar arbeidsongeschiktheid in 2015. 4.3 Essent heeft ter zitting toegelicht dat [eiseres] in de eerste vier maanden van 2015 geen bonuswaardig werk heeft verricht. Er zijn met haar geen resultaatsafspraken gemaakt omdat zij aanvankelijk in ander werk dan de bedongen arbeid aan het re-integreren was. Nadat [eiseres] per 13 april 2015 hersteld gemeld was, zijn er geen resultaatsafspraken meer met haar gemaakt omdat inmiddels duidelijk was dat ze 2 weken later boventallig zou worden. Gedurende die 2 weken heeft zij, naar eigen zeggen, het werk bij de afdeling Mobiliteit voortgezet waarop zij tijdens haar re-integratie was ingezet. 4.4 De kantonrechter volgt Essent in haar standpunt dat [eiseres] geen aanspraak heeft op een bonusuitkering over de eerste vier maanden van 2015. Ter toelichting hierop geldt het volgende. Vast staat dat [eiseres] in de eerste vier maanden van 2015 niet haar eigenlijke werk heeft uitgevoerd, wat tot medio april 2015 het gevolg was van haar arbeidsongeschiktheid. Dat Essent [eiseres] daarna niet meer heeft ingezet op haar eigen werk en ook geen resultaatsafspraken meer heeft gemaakt voor de 2 weken die nog restten tot het moment van boventallig worden, kan haar in redelijkheid niet worden tegengeworpen als slecht werkgeverschap. Van belang is verder dat bonustoekenning haar ratio vindt in het belonen van bijdragen van medewerkers aan het bedrijfsresultaat. De kantonrechter is van oordeel dat niet kan worden volgehouden dat [eiseres] in die eerste vier maanden van 2015 een (bonuswaardige) bijdrage heeft geleverd aan dat bedrijfsresultaat. Dat dit haar niet te verwijten is, maakt dit niet anders. Tenslotte heeft de kantonrechter in ogenschouw genomen dat bonustoekenning een discretionaire bevoegdheid is, die getoetst dient te worden aan de norm van goed werkgeverschap. Die norm is naar het oordeel van de kantonrechter niet geschonden met de beslissing om [eiseres] geen bonus toe te kennen over de eerste vier maanden van 2015. Bonusaanspraak over de periode van boventalligheid 4.5 In artikel 5.3 van het Sociaal Plan staat het volgende. “Boventallige Werknemers behouden het toegekende salaris, evenals het schriftelijk vastgestelde salarisperspectief en de individueel toegekende schriftelijk vastgelegde salarisafspraken. Gedurende de mobiliteitsperiode vindt geen afbouw plaats van toeslagen die op basis van de op de Werknemer toepasselijke CAO onder het salarisbegrip vallen. Voor boventallige Werknemers is de geldende beoordelingssystematiek en het geldende salarisbeleid van toepassing. Wettelijke en CAO-aanspraken worden gerespecteerd. (…)” 4.6 Het geschil op het punt van de bonusaanspraak over de periode van boventalligheid draait om de vraag of de in artikel 7, lid 3 van de arbeidsovereenkomst vastgelegde variabele beloning (de bonus) deel uitmaakt van het toegekende salaris dan wel is aan te merken als een individueel toegekende, schriftelijk vastgelegde salarisafspraak. 4.7 In het Sociaal Plan is het salaris gedefinieerd als: het salaris zoals dat in de toepasselijke ENb-CAO is bepaald, tenzij hieronder (de kantonrechter neemt aan dat is bedoeld: in dat wat hierna in de begripsbepalingen of elders in het Sociaal Plan) anders is bepaald. In artikel 5.3 is niet vermeld dat er moet worden uitgegaan van een ander salarisbegrip dan in het plan is gedefinieerd. Dit betekent dat leidend is het salarisbegrip zoals dit in de CAO is gedefinieerd en die definitie luidt als volgt: “ Het schaalsalaris (eventueel vermenigvuldigd met het deeltijdpercentage), vermeerderd met: de eventuele vaste persoonlijke toelage(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.