← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2020:3359

vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rolnummer: C/01/355221 / KG ZA 20-64 Herstelvonnis van 3 juli 2020 in de zaak van

  1. de vereniging KANSPLUS, gevestigd te Utrecht,
  2. de vereniging PHILADELPHIA-SIEN, PROTESTANTS CHRISTELIJKE VERENIGING VOOR MENSEN MET EEN VERSTANDELIJKE HANDICAP, HUN OUDERS, FAMILIE EN VRIENDEN, h.o.d.n. SIEN, gevestigd te Nijkerk,
  3. de stichting RECREATIECENTRA VOOR GEESTELIJK GEHANDICAPTEN, h.o.d.n. STICHTING HET STRUIKSKE gevestigd te Eindhoven, eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, advocaat mr. H.A.E. van Soest te Zoetermeer, tegen
  4. [gedaagde], h.o.d.n. [handelsnaam] , [handelsnaam] en [handelsnaam] wonende te [woonplaats] , de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
  5. TIKKIE ANDERS ZORGKANTOOR B.V., gevestigd te Venray,
  6. de stichting STICHTING CLUB SAM NUENEN, gevestigd te Nuenen,
  7. de stichting STICHTING DE BRUSJESCLUB NUENEN, gevestigd te Nuenen,
  8. de stichting STICHTING OP VAKANTIE MET JE VRIENDJES, gevestigd te Nuenen, gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat mr. P.A.M. van Hoef te Venray. 1Het verzoek tot verbetering 1.
  9. Bij brief van 27 mei 2020 is namens Kansplus c.s. de voorzieningenrechter verzocht om verbetering van het op 26 mei 2020 in deze zaak gewezen vonnis, voor wat betreft het dictum onder 7.
  10. en 7.
  11. en ten aanzien van vordering
  12. 1.
  13. De voorzieningenrechter heeft [gedaagden] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. 1.
  14. Bij e-mail van 17 juni 2020 heeft mr. Van Hoef namens [gedaagden] aan de voorzieningenrechter bericht geen bezwaar tegen inwilliging van het verzoek voor wat betreft 7.
  15. en 7.
  16. van het dictum te hebben. Tegen inwilliging van verzoek ten aanzien van vordering 3 heeft mr. Van Hoef bezwaar gemaakt. 2De beoordeling 2.
  17. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het vonnis van 26 mei 2020 sprake is van een kennelijke fout in het dictum in 7.
  18. en 7.
  19. die zich voor eenvoudig herstel leent. De voorzieningenrechter zal het verzoek dienaangaande dan ook toewijzen als volgt. 2.
  20. Met betrekking tot het verzoek ten aanzien van vordering 3 overweegt de voorzieningenrechter als volgt. In r.o. 5.8 van het vonnis is overwogen dat “Vorderingen 3 en 4 zullen worden toegewezen als na te melden”. In het dictum is onder 7.
  21. beslist op vordering
  22. In 7.
  23. is het [gedaagden] verboden in naam van “Club Sam”, “de Brusjesclub” en “vakantie met je vriendjes” activiteiten te verrichten. In zoverre is van een kennelijke fout geen sprake. Dit verzoek wordt derhalve afgewezen. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
  24. bepaalt dat nr. 7.
  25. van het op 26 mei 2020 tussen Kansplus c.s. en [gedaagden] gewezen vonnis, waar staat “verbiedt [gedaagden] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis in naam van ‘Club Sam ’, ‘de Brusjesclub’ en ‘Op vakantie met je vriendjes’ activiteiten te verrichten” wordt gewijzigd in “verbiedt [gedaagden] na betekening van dit vonnis in naam van ‘Club Sam’, ‘de Brusjesclub’ en ‘Op vakantie met je vriendjes’ activiteiten te verrichten”, 3.
  26. bepaalt dat nr. 7.
  27. van het op 26 mei 2020 tussen Kansplus c.s. en [gedaagden] gewezen vonnis, waar staat “veroordeelt [gedaagde] om aan Kansplus c.s. een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag dat zij niet (volledig) aan de in 7.
  28. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet” wordt gewijzigd in “veroordeelt [gedaagden] om aan Kansplus c.s. een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag dat zij niet (volledig) aan de in 7.
  29. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet” 3.
  30. bepaalt dat deze verbeteringen onder de vermelding van de datum 3 juli 2020 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 26 mei 2020, 3.
  31. gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 26 mei 2020 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2020.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.