beschikking RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummer : 8322267 Rolnummer : 20-759 Uitspraak : 8 oktober 2020 Beschikking op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 in de zaak van: 1 [eiser sub 1] , 2. [eiser sub 2], 3. [eiser sub 3], allen wonende te [woonplaats] , eisers, gemachtigde: Webcasso B.V., tegen: de vennootschap naar buitenlands recht Ryanair DAC, gevestigd te Swords, Co. Dublin, Ierland, verweerster, gemachtigde: mr. A.C.J. Houwers, Dirkzwager advocaten & notarissen N.V. 1Het verloop van het geding 1.1. Dit blijkt uit het volgende: het vorderingsformulier A van de verordening (EG) nr. 861/2007 met producties; het verweerschrift met producties; de conclusie van repliek met producties; e conclusie van dupliek. 1.2. Tot slot is een datum voor beschikking bepaald. 2De feiten Tussen partijen staat, voor zover voor de beoordeling van belang, het volgende vast. Eisers hadden een vlucht geboekt voor 9 mei 2018 met vluchtnummer FR7522 van Alicante, Spanje naar Eindhoven. Vlucht FR7522 is met een vertraging uitgevoerd waardoor eisers met een vertraging van meer dan drie uur op de luchthaven in Eindhoven zijn aangekomen. 3Het geschil 3.1. Eisers stellen het volgende. Aangezien vlucht FR7522 met vertraging werd uitgevoerd hebben zij op grond van Verordening 261/2004 (hierna de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ EU) inzake onder meer Sturgeon en Nelson recht op financiële compensatie van € 400,00 per passagier. Van een buitengewone omstandigheid was geen sprake. 3.2. Op grond van het voorgaande vorderen eisers betaling van een hoofdsom van € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de nakosten. 3.3. Verweerster voert het volgende verweer. Er is sprake geweest van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Op 9 mei 2018 stonden twee vluchten gepland met toestel EI-FRT, namelijk vlucht FR7523 Eindhoven-Alicante en FR7522 Alicante-Eindhoven. Als gevolg van slechte weersomstandigheden op en rond de luchthaven van Alicante kon de eerste vlucht niet veilig landen, hierdoor is de vlucht uitgeweken naar de luchthaven van Valencia. Als gevolg van de vertraging van de voorafgaande vlucht kon de vlucht in kwestie de luchthaven van Eindhoven niet voor de nachtelijke sluiting bereiken waardoor de vlucht genoodzaakt was uit te wijken naar de luchthaven van Keulen. Verweerster heeft passagiers vervolgens laten vervoeren van de luchthaven van Keulen naar Eindhoven. Vertraging kon ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 3.4. Primair verzoekt verweerster daarom de vordering af te wijzen met veroordeling van eisers in de proceskosten en nakosten. Subsidiair dienen bij een toewijzing van de hoofdsom de gevorderde wettelijke rente en de vordering voor (overige) kosten te worden afgewezen. 4De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Europese procedure voor geringe vorderingen valt. 4.2. Voorts wordt vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het geschil. Meer specifiek is, gelet op het Rehder-arrest (ECLI:EU:C:2009:439, Hof van Justitie EG/EU, 09-07-2009, C-204/08), de kantonrechter te Eindhoven bevoegd, omdat de overeengekomen plaats van aankomst Eindhoven is. 4.3. Beoordeeld dient te worden of verweerster terecht een beroep doet op artikel 5 lid 3 van de Verordening. Vooropgesteld wordt dat eisers in het onderhavige geval, op grond van artikel 5 lid 1 sub c van de Verordening, in beginsel recht hebben op de in artikel 7 van de Verordening genoemde compensatie van (in dit geval) € 400,00 per passagier. 4.4. De luchtvervoerder is niet verplicht de compensatie te betalen indien er sprake is van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. 4.5. De kantonrechter stelt vast dat niet is komen vast te staan dat de slechte weersomstandigheden zich hebben voorgedaan tijdens de vlucht in kwestie, zoals overweging 14 van de considerans voorschrijft. De woorden "vlucht in kwestie" kunnen, gelet op de tekst en de strekking van de Verordening, niet anders worden gelezen dan de vlucht waarvoor de passagier een ticket heeft gekocht waarop de plaats van vertrek en de eindbestemming staan vermeld. De "vlucht in kwestie" betreft dus niet de vlucht(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.