beslissing RECHTBANK OOST-BRABANT Wrakingskamer Zaaknummer: WR 20/009 Beslissing van de wrakingskamer van 14 mei 2020 op het verzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. W. Schoorlemmer, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter 1Procesverloop [naam] , handelend onder de naam [naam] (hierna verder te noemen: [naam] ), heeft verzoeker en [naam] op 24 maart 2020 in kort geding gedagvaard tegen de openbare terechtzitting op 1 april 2020 om 09:30 uur en jegens verzoeker en [naam] vorderingen ingesteld als omschreven in de dagvaarding. De rechter behandelt dit kort geding (dat is geregistreerd onder zaaknummer [nummer] ). Tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding op 1 april 2020 hebben [naam] en verzoeker (mede namens [naam] ) hun standpunten nader toegelicht. Aan het eind van de mondelinge behandeling van het kort geding heeft de rechter meegedeeld dat hij op 10 april 2020 vonnis zal wijzen. Verzoeker heeft op 1 april 2020 om 19:11 uur een e-mail verzonden aan de rechtbank. In die e-mail (met als bijlagen een aantal pdf-bestanden) heeft verzoeker naar aanleiding van de mondelinge behandeling van het kort geding eerder die dag opmerkingen gemaakt. Verzoeker heeft de rechter gewraakt bij een op 9 april 2020 om 01:57 uur verstuurde e-mail. De rechter heeft de wrakingskamer bij e-mail van 24 april 2020 meegedeeld dat hij niet berust in de wraking. Hierop heeft verzoeker bij e-mail van 2 mei 2020 gereageerd. Bij brief van 7 mei 2020 heeft de wrakingskamer verzoeker gewezen op het bepaalde in artikel 37 lid 1 Rv en hem verzocht om het tijdsverloop tussen 1 april en 9 april te verklaren. Hierop heeft verzoeker bij e-mail van 8 mei 2020 gereageerd. 2De beoordeling 2.1 Het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de omstandigheden die daarvoor aanleiding hebben gegeven zich hebben voorgedaan. Dit volgt uit artikel 37 lid 1 Rv. Na indiening van het verzoek wordt de procedure direct geschorst. Zo wordt voorkomen dat de rechter proceshandelingen verricht gedurende een periode waarvan later wordt vastgesteld dat hij toen niet over de vereiste onpartijdigheid beschikte. Ook is beoogd onnodige vertraging van de rechtspleging te voorkomen. 2.2 Zoals onder ‘Procesverloop’ is vermeld, heeft verzoeker bij e-mail van 1 april 2020 19:11 uur opmerkingen gemaakt naar aanleiding van de mondelinge behandeling van het kort geding eerder die dag. In die e-mail heeft verzoeker zich er niet over beklaagd dat hij van de rechter tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding nauwelijks de gelegenheid heeft gekregen om zijn standpunt naar voren te brengen. Verzoeker heeft in die e-mail wel enige inhoudelijke opmerkingen gemaakt over de zaak waarover in het kort geding moet worden beslist. 2.3 Eerst met de op 9 april 2020 verstuurde e-mail heeft verzoeker kenbaar gemaakt dat hij de rechter wraakt. Aan dat wrakingsverzoek legt verzoeker ten grondslag wat volgens hem is voorgevallen tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding op 1 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.