vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats Eindhoven zaaknummer / rolnummer: C/01/314359 / HA ZA 16-710 Vonnis van 27 januari 2021 in de zaak van
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser 1] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- [eiser 2], wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat mr. J.A. Bloo te Venlo, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
- [gedaagde 2], wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
- [gedaagde 3], wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 4] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 5] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 6] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 7] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 8] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 9] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 10] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 11] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de vennootschap onder firma [gedaagde 12] , gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de vennootschap onder firma [gedaagde 13] , gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 14] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 15] B.V., gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] , gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat mr. R.A.C.J. van Kessel te Boxtel. Partijen zullen hierna [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] . en [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] genoemd worden. 1De procedure 1.
- Dit vonnis wordt gewezen als vervolg op het laatst in deze zaak gewezen tussenvonnis van 3 juli
- Bij dat tussenvonnis is een comparitie bepaald, die op 22 augustus 2019 is gehouden. Het daarvan opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken. 1.
- In een eerder tussenvonnis van 21 maart 2018 heeft de rechtbank een deskundigenonderzoek bevolen. In een later tussenvonnis van 11 juli 2018 heeft de rechtbank tot deskundigen benoemd: de heer P. van Helvoort, makelaar/taxateur te Rosmalen, de heren P. van de Streek en A. Verduijn, beiden verbonden aan Countus accountants + adviseurs te Zwolle. 1.
- Op 6 september 2019 heeft de rechtbank een deskundigenrapport van deskundige Van Helvoort ontvangen. 1.
- Op 22 oktober 2020 heeft Van Helvoort de rechtbank per e-mail bericht dat hij aanvullende werkzaamheden moet verrichten, en dat hij in verband daarmee een aanvullend voorschot wil ontvangen van € 15.000,00 inclusief btw. 1.
- De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over het nadere voorschot uit te laten. Namens [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] . is daarop gereageerd bij faxbericht van 1 december 2020 en namens [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] bij brieven van 8 december 2020 en 14 december
- 1.
- In de tussentijd hadden ook de deskundigen Van de Streek en Verduijn zich tot de rechtbank gewend. In hun e-mail van 27 november 2020 hebben zij verzocht om een aanvullend voorschot van € 10.000,00 exclusief btw (€ 12.100,00 inclusief btw). De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om ook op dat verzoek te reageren. Daarop is gereageerd door [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] bij brief van 17 december
- [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] . heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren. 2De verdere beoordeling in conventie en in reconventie 2.
- Van de zijde van [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] bestaat geen bezwaar tegen de verzochte aanvullende voorschotten. [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] . heeft in het genoemde faxbericht van 1 december 2020 te kennen gegeven dat hij veel last heeft van de crisis in de varkenssector. Verder heeft hij een aantal kritische opmerkingen gemaakt over de door Van Helvoort toegezonden kostenbegroting. 2.
- Voor zover er in die opmerkingen al een concreet bezwaar te lezen is tegen de aanvulling op het voorschot, wordt dit door de rechtbank verworpen. Gelet op de aard van de door deskundige Van Helvoort nog te verrichten werkzaamheden (het taxeren van zes bedrijfslocaties, diverse percelen landbouwgrond en productierechten) komt de rechtbank het verzoek niet ongegrond voor. De rechtbank zal het verzoek daarom honoreren. 2.
- Tegen het verzoek van de deskundigen Van de Streek en Verduijn om aanvulling van het voorschot zijn geen bezwaren geuit, zodat ook dat verzoek zal worden gehonoreerd. 2.
- [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] . heeft in het meergenoemde faxbericht gemeld ervan uit te gaan dat een aanvullend voorschot zal moeten worden voldaan door de volgens hem drie materiële procespartijen in dit geschil, waardoor hij ( [eiser 2] ), zijn broer [gedaagde 1] en zijn zus [gedaagde 2] ieder één derde van de aanvullende voorschotten zouden moeten betalen. Voor zover daarin een verzoek aan de rechtbank te lezen is, wordt ook dat afgewezen. In het tussenvonnis van 21 maart 2008 is al overwogen dat partijen, waarmee bedoeld is alle eisers aan de ene zijde en alle gedaagden aan de andere zijde, ieder de helft van het voorschot moeten dragen. In het tussenvonnis van 11 juli 2018 is dat ook in het dictum vastgelegd. De rechtbank ziet in hetgeen [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] . heeft aangevoerd geen aanleiding op die beslissing terug te komen. Daarbij merkt de rechtbank overigens op dat dit nog niets zegt over de uiteindelijke verdeling van de kosten voor de deskundigen; die verdeling wordt pas bij het eindvonnis bepaald. 2.
- De conclusie is dat er voldoende grond bestaat om het aanvullend voorschot te bepalen op € 15.000,00 voor deskundige Van Helvoort en op € 12.100,00 voor de deskundigen Van de Streek en Verduijn, voor de helft te betalen door [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] . en voor de helft te betalen door [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] De rechtbank wijst [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] . en [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] erop dat, mocht een van hen de aanvullende voorschotten niet binnen de bepaalde of eventueel verlengde termijn storten, de rechtbank daaraan de gevolgtrekking zal verbinden die zij geraden acht. 2.
- De rechtbank zal verder bepalen dat de deskundigen hun schriftelijk en ondertekend deskundigenberichten uiterlijk binnen twee maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van de aanvullende voorschotten bij de griffie moeten indienen. 2.
- De rechtbank zal de beslissing over de aanvullende voorschotten ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 3De beslissing De rechtbank: in conventie en in reconventie 3.
- stelt de hoogte van het aanvullend voorschot op de kosten van de deskundige Van Helvoort vast op € 15.000,00 inclusief btw; 3.
- stelt de hoogte van het aanvullend voorschot op de kosten van de deskundigen Van de Streek en Verduijn vast op € 12.100,00 inclusief btw; 3.
- bepaalt dat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] . en [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] ieder de helft van de aanvullende voorschotten dienen over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak; 3.
- bepaalt dat de griffier een afschrift van dit vonnis aan de deskundigen zal zenden; 3.
- draagt de griffier op om de deskundigen onmiddellijk in kennis te stellen zodra de aanvullende voorschotten zijn ontvangen; 3.
- bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van 31 maart 2021 voor deskundigenbericht; 3.
- draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen: - indien de aanvullende voorschotten niet binnen de in dit vonnis bepaalde of een verlengde termijn zijn ontvangen: voor akte uitlating over de daaraan te verbinden gevolgen aan de zijde van eerst de partij die de aanvullende voorschotten niet heeft gestort op een termijn van twee weken of - na ontvangst ter griffie van de rapporten: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van eerst [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] . op een termijn van vier weken; 3.
- verklaart de beslissing over de aanvullende voorschotten uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.M. Effting-Zeguers, mr. A.G.M.H. Bennenbroek en mr. K.A. Maarschalkerweerd en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2021.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.