← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2021:4192

vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Locatie 's-Hertogenbosch Strafrecht Parketnummer: 01.084546.21 Datum uitspraak: 23 juli 2021 Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ) op [1985] , wonende te [adres] , thans gedetineerd te: [pi] Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 juli 2021. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 8 juni 2021. Aan verdachte is ten laste gelegd dat: T.a.v. feit l : hij op ofomstreeks 24januari 2021 te Eindhoven openlijk, te weten op ofaan de openbare weg(en), het Catharinaplein en/ofhet Stratumseind en/ofde Demer en/ofhet Stationsplein en ofhet 18 septemberplein en/ofde Piazza en/ofde Vestdijk en/ofde Boschdijktunnel en of elders in het centrum van Eindhoven, in elk geval op ofaan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en), te weten (een) politieambtena(a)r(

  1. en)en/of(een) ordehandhaver(
  2. s)en/oftegen goederen, welk geweld bestond uit het (opzettelijk) -los trekken van bestrating en/ofter hand nemen van (een) straatklinker(
  3. s)en of (een) ste(e)n(
  4. en)en/of(een)fles(sen) en/of(een) fiets(
  5. en)en/of(andere) voorwerpen en of -gooien van (een) ste(e)n(
  6. en)en/ofsfraatklinker(
  7. s)en/offles(sen) en/offiets(
  8. en)en/of (andere) voorwerpen naar de mobiele eenheid en/of -gooien van (een) ste(e)n(
  9. en)en/ofstraatklinker(
  10. s)en/offles(sen) en offiets(
  11. en)en of (andere) voorwerpen tegen en/ofin de richting van (een) voertuig(
  12. en)van de mobiele eenheid en of gooien van (een) ste(e)n(
  13. en)en ofstraatklinker(
  14. s)tegen de ruiten en/ofdeur(
  15. en)van het centraal station en ofhet schoppen en oftrappen tegen (
  16. de)deur(
  17. en)van het centraal station en/of gooien van (een) ste(e)n(
  18. en)tegen een verkeerslichtinstallatie en/of -ter hand nemen van een (metalen) paal (met een (scherpe) punt) en/ofdreigend zwaaien met die (metalen) paal en/of(vervolgens) gooien van die (metalen) paal (met (scherpe) punt) in de richting van de mobiele eenheid en of -schreeuwen en/ofschelden tegen (een) politieambtena(a)r(
  19. en)en/ofordehandhaver(
  20. s)en/of -het aannemen van een agressieve en/ofuitdagende houding tegenover de mobiele eenheid en/ofpolitieambtena(a)r(
  21. en)en/of-belagen van (een) (onbeschermde) politieambtena(a)r(
  22. en)en/oforderhandhaver(
  23. s)en of -gooien van (een) fiets(
  24. en)en/ofste(e)n(
  25. en)en/ofklinker(
  26. s)en/ofvoorwerp(
  27. en)tegen (een) winkelruit(
  28. en)en/ofwinkelpand(
  29. en)(te weten een winkel van [bedrijf 1] en/ [bedrijf 8] en [bedrijf 4] /ofStationskapsalon en/ofgemeente Eindhoven en/ [bedrijf 3] . en/of [bedrijf 9] en/ [bedrijf 10] en/ [bedrijf 11] (gevestigd aan de Hermanus Boexstraat) en/ [bedrijf 12] en [bedrijf 13] en/ [bedrijf 14] en/ [bedrijf 15] en/ [bedrijf 16] en/ [bedrijf 17] ) en of -plzmderen en/ofberoven van (een) winkel(
  30. s)(in elk geval [bedrijf 1] ) en/of -vernielen van straatmeubilair en/ofstationsmeubilair en/of -vernielen en/ofomver gooien van terrasmeubilair en/of -schoppen en/ofslaan tegen een voertuig van Pro Rail (eigendom van Leaseplan Nederland N. V.) en ofomver gooien van dat voertuig en/of -ter hand nemen en/ofontsteken van vuurwerk en/ofhet gooien van dat vuurwerk in de richting van de mobiele eenheid en/ofin een voertuig van Pro Rail en/ofhet in brand steken van dat voertuig en/of -afpakken van een wapenstok van een politieambtenaar en/ofordehandhaver en/ofslaan met die wapenstok tegen en/ofin de richting van (een) politieambtena(a)r(
  31. en)en/of ordehandhaver(
  32. s)en/of -slaan en/ofschoppen en/oftrappen op/tegen het gezicht en/oftegen andere lichaamsdelen van [slachtoffer 1] en/ [slachtoffer 2] en/ofhet (met kracht) gooien van eenfiets op die [slachtoffer 1] en/ofdie [slachtoffer 2] (waardoor die [slachtoffer 1] en/ofdie [slachtoffer 2] lichamelijk letsel opliepen); T.a.v. feit 2: hij op ofomstreeks 24januari 2021 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ofmeer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/ofzijn mededader(
  33. s)voorgenomen misdrijfom aan [slachtoffer 1] en/ [slachtoffer 2] De Steen opzettelijk nvaar lichamelijk letsel toe te brengen, op en/oftegen het gezicht en/ofop en/oftegen andere lichaamsdelen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geslagen en/ofgestompt en/of geschopt en/ofgetrapt en/of(met kracht) eenfiets op en/ofin de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/ofdie [slachtoffer 2] heeft gegooid en/ofeen ofmeer stenen op en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] en/ofdie [slachtoffer 1] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijfniet is voltooid; T.a.v. feit 3: hij op ofomstreeks 24januari 2021 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ofmeer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld en/ofeen kassalade en/ofsigaretten en of drank (cola) en/oflevensmiddelen (onder andere een komkommer en/ofsnacks) en/of supermarktprodukten, in elk geval enig goed, dat geheel often dele aan een ander dan aan verdachte en/ofzijn mededader(
  34. s)toebehoorde, te weten aan [bedrijf 1] ", heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en ofzijn mededader(
  35. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijfheeft/hebben verschaft en ofdie weg te nemen geld en/ofeen kassalade en/ofsigaretten en/ofdrank en/of levensmiddelen en/ofszpermarktprodukten en ofbrillen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/ofverbreking en/ofinklimming (te weten door het binnen komen via een vernielde ruit en/ofdeur en/ofopening van [bedrijf 1] ); De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officieren van justitie kunnen in hun vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. De bewijsmotivering. Inleiding. In verband met de coronapandemie werd door de regering per 23 januari 2021 een zogenoemde "avondklok" ingesteld, waardoor in beginsel niemand zich vanaf 2 1 .•OO uur op straat mocht begeven. Op 24 januari 2021 vonden er rellen tegen deze en andere genomen maatregelen plaats in Verschillende gemeenten in Nederland. Op 24 januari 2021 vonden ongeregeldheden plaats in de binnenstad van de [bedrijf 18] . Tussen 13:30 uur en 20:00 uur was sprake van een volksoploop. Door grote groepen mensen werd geweld gepleegd tegen personen en goederen waarbij ook sprake was van diefstallen, vernielingen en brandstichting. Er werd schade toegebracht aan onder meer het Centraal Station en de [bedrijf 1] . Twee omstanders werden door een grote groep personen belaagd en er werd geweld op hen toegepast. Verdachte wordt ervan verdacht dat hij hierbij betrokken is geweest. Hem wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, poging tot zware mishandeling en diefstal in vereniging met braak en inklimming. Het standpunt van de officieren van justitie. De officieren van justitie achten de feiten I tot en met 3 bewezen. Verdachte maakte onderdeel uit van de groep relschoppers bij de avondklokrellen op 24 januari 2()21 in Eindhoven en heeft zich mede schuldig aan alle handelingen die door deze groep relschoppers zijn verricht. Verdachte heeft zich volgens de officieren van justitie schuldig gemaakt aan openlijk geweld gepleegd tegen personen en goederen (feit l), poging tot het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel (feit 2) en diefstal in vereniging door middel van inklimming (feit 3). De officieren van justitie gaan daarbij uit van een voortgezette handeling dan wel van eendaadse samenloop. Het standpunt van de verdediging. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat verdachte van onderdelen van het onder feit I ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. De verdediging bepleit vrijspraak ten aanzien van het gooien van stenen of straatklinkers naar de mobiele eenheid, van het gooien van stenen of straatklinkers in de richting van voertuigen van de mobiele eenheid en van het aannemen van een agressieve en/of uitdagende houding tegenover de mobiele eenheid en de politie. De verdediging stelt dat de bevindingen in het dossier onvoldoende aan tonen dat verdachte deze handelingen heeft verricht. Datzelfde geldt voor het gooien van stenen of straatklinkers tegen de ruiten en/of deuren van het Centraal Station. Verdachte geeft toe dat hij verschillende stenen heeft gegooid, maar uit het dossier blijkt niet dat verdachte daarmee de ruiten en/ofdeuren van het Centraal Station heeft geraakt. De tenlastelegging spreekt niet van het gooien van stenen in de richting van het Centraal Station, zodat dit onderdeel van de tenlastelegging niet kan worden bewezen. De raadsvrouw stelt verder dat niet kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en/of [slachtoffer 2] (hierna [slachtoffer 2] ) tegen het gezicht en/oftegen andere lichaamsdelen heeft geslagen en/of geschopt en/of getrapt, zodat voor dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspraak dient te volgen. Ten aanzien van het plunderen van [bedrijf 1] bestaat samenloop met de onder feit 3 ten laste gelegde diefstal van cola en chips. Dat laatste bekent verdachte. Ook andere onderdelen heeft verdachte bekend te hebben begaan, zodat de rechtbank tot een gedeeltelijke bewezenverklaring kan komen van de onder I ten laste gelegde openlijke geweldpleging in vereniging tegen personen en goederen. Ten aanzien van feit 2 bepleit de verdediging vrijspraak, omdat er sprake is van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Verdachte heeft [slachtoffer 2] enkel van achteren in de richting van de achterkant van de benen getrapt. Deze handeling is niet te kwalificeren als een poging tot zware mishandeling. Bewijs voor het aannemen van medeplegen en dat [slachtoffer 1] ook betrokken was, is er niet. Ten aanzien van feit 3 acht de verdediging de diefstal van cola en chips uit [bedrijf 1] bewezen. Voor een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen zijn onvoldoende bewijsmiddelen voorhanden, zodat niet gesproken kan worden van medeplegen. Nu uit het dossier evenmin blijkt op welke wijze verdachte de [bedrijf 1] binnen is gegaan, kan ook braak, verbreking of inklimming niet worden bewezen. De raadsvrouw wijst voorts op de samenloop tussen de feiten l, 2 en 3. Het oordeel van de rechtbank. Bewijs ten aanzien vanfeit 1 en feit 3. De rechtbank gebruikt voor de hierna bewezen verklaarde feiten de volgende bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. > De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 iuli 2021. voor zover inhoudende: Ik ben op 24 januari 2021 naar het centrum van Eindhoven gegaan. Daar vond een demonstratie tegen de avondklok-maatregel plaats. De demonstratie ontaardde in rellen. Ik ben samen met de groep relschoppers naar het Centraal Station gelopen. Ik heb met stenen gegooid. Ik heb een steen tegen een verkeerslicht gegooid. Ik heb ook stenen of een stoeptegel uit de grond getrokken. lk heb gezien dat andere personen uit de groep relschoppers stenen gooiden naar de politie en naar de voertuigen van de politie. Ik heb een steen in de richting van een informatiebord van de [bedrijf 3] gegooid. Ik heb Oi ook een steen in de richting van het Centraal Station gegooid. In het Centraal Station heb ik een steen gegooid richting de [bedrijf 1] . Die steen heeft de muur geraakt. In de [bedrijf 1] heb ik cola en chips gestolen. Toen ik aankwam was de deur vernield. Ik ben door die vernielde deur naar binnen gegaan. Ik heb een man van achteren tegen zijn benen getrapt. Ik heb in het dossier gelezen dat deze man [slachtoffer 2] heet. > Het proces-verbaal van aangifte van [verbalisant 1] , namens de Politie. op 4 februari 2021 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 2] , pagina's 113 en 114. zakeliik weergegeven: Ik doe aangifte van vernieling/openlijke geweldpleging van diverse voertuigen van de politie Oost Brabant. Op zondag 24 januari 2021 vonden er in Eindhoven op diverse locaties rellen plaats. Deze rellen vonden plaats op onder andere het 18 Septemberplein en Stationsplein/weg te Eindhoven. Tijdens het optreden van de reguliere politiediensten en de Mobiele Eenheid heeft een groot aantal relschoppers de confrontatie middels gebruikmaking van geweld met de politie opgezocht. Politieambtenaren en politie voertuigen zijn door een grote groep relschoppers bekogeld met allerhande voorwerpen, waaronder straatstenen en straatmeubilair. Door de hierboven beschreven geweldsuitingen is tijdens dit optreden aan een diverse politievoertuigen en politiematerieel grote schade ontstaan. > Het proces-verbaal van aangifte van [naam] , namens de [bedrijf 18] , op 1 februari 2021 op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 3] , pagina's 115 en 116, voor zover inhoudende: Ik doe aangifte van vernieling namens de [bedrijf 18] . Op maandag 25 januari 2021 ben ik met een aantal collega's, in 4 groepen, het centrum van Eindhoven ingelopen. In eerste instantie liep ik naar het 18 Septemberplein. Vanuit het 18 Septemberplein liepen wij vervolgens richting de omheen liggende straten gelopen. Ik zag dat de tegels en de klinkers vernield waren bij het 18 Septemberplein en het Stationsplein. Ik zag dat er 20 glazen platen opzettelijk kapot geslagen waren. Ik zag dat er bij het Stationsplein op de plek waar de auto van ProRail in brand gestoken was, schade aan het asfalt. Ik zag dat er bij [bedrijf 2] op het Stationsplein waar ze terrasmeubilair en een fiets in brand hadden gestoken, het asfalt ook vernield was. Ik zag dat alle ruiten van de abri op het Stationsplein ingeslagen waren. Ik zag dat de 4 cameramasten opzettelijk kapot getrokken waren. Ik zag dat de verkeerspalen en borden in de omgeving van het 18 Septemberplein/ de Mathildelaan krom gebogen waren. Ik zag dat de beplanting ter hoogte van het 18 Septemberplein uit het plantsoen getrokken was. > Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , namens [bedrijf 1] op_28 ianuari 2021 op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 4] . pagina 119. voor zover inhoudende: Op 24 januari 2021 zijn er openlijke geweldplegingen gepleegd bij de [bedrijf 1] , gevestigd aan het Stationsplein 24-01 te Eindhoven, in het station van Eindhoven. Door de openlijke geweldpleging is schade ontstaan aan goederen en inventaris en er zijn goederen weggenomen. > Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , namens de [bedrijf 3] , op 26 ianuari 2021 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 5] , pagina's 145 tot en met 148, voor zover inhoudende: Ik doe aangifte van openlijke geweldpleging in vereniging tegen goederen. Op zondag 24 januari 2021 kon ik de schade bekijken vanuit de binnenzijde van het station. Ik zag dat bijna alle ruiten en deuren van de gevel kapot waren van het station, de [bedrijf 1] en [bedrijf 6] . Ik zag dat er veel stenen en glas op de grond lagen, het was één grote ravage. Ook zag ik dat hierdoor het station niet meer afte sluiten was omdat de glas pui eruit lag. De schade aan de buitenzijde van de panden hoort bij het station en is dus eigendom van de NS. De schade van de vernielingen bestond uit: Winkelpand [bedrijf 1] , Stationsplein 24-01 -2 glazen ruiten kapot, sterren in de ruit ter grootte van de gehele ruit, ze zijn lm x 3m. -2 delen van de automatische schuifdeuren ontzet Winkelpand [bedrijf 6] , Stationsplein 22 -l glazen pui kapot. Een ster in de ruit ter grootte van de gehele ruit. Natuurstenen muur achter de piano -3 grote natuurstenen kapot, zitten barsten in het natuursteen. Zij ingang richting [bedrijf 4] -7 ruiten kapot, meerdere sterren in de ruiten ter grootte van de volledige ruit, aantal ruiten volledig er uit. -glas van de automatische deur. Voorgevel begane grond -6 dubbele automatische deuren (dus 12 deur ruiten) + 10 ruiten in de ramen er tussen kapot, grote sterren in de ruit en de deur ruiten lagen er uit. Winkelpand [bedrijf 5] , Stationsplein 17 -glas in de buitendeur en het raam kapot, in beide ramen grote sterren van lm x lm. De ruit van de raam was helemaal door en er zat een gat in. Stationskapsalon, Stationsplein 23 -Glas in de deur en het raam kapot. Meerdere sterren in de ruiten ter grootte van de gehele ruit. Ingang fietsenstalling -ramen volledig kapot. Sterren in de ruit ter grootte van de gehele ruit. -rolluik is ontzet door de handen die er onderdoor kwamen en ze probeerden deze open te rekken. Het onderste stuk van 20 cm is uit de geleider getrokken en daardoor ontzet en kapot. Voorgevel eerste verdieping. -speciale zonwerende en warmtewerende ramen. Hiervan zijn er 31 kapot. De voorste laag van deze ramen zijn er volledig uit. Van deze 31 kapotte voorruiten zijn 10 achterruiten ook kapot gegaan. Dit betrof veiligheidsglas dus is niet door maar er zitten wel sterren in de ruit. Doordat er in het gehele station veiligheidsglas zit zijn de ruiten niet door maar zitten er sterren in het glas omdat deze er niet uit kunnen vallen doordat het veiligheidsglas is. Ze zijn dusver beschadigd dat er volledig nieuwe ruiten geplaatst moeten worden. > Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] , op 16 februari 2021 op ambtsbelofte opgemaakt, pagina's 178 en 179, voor zover inhoudende: Op dinsdag 16 februari 2021, was ik, [verbalisant 6] , belast met het onderzoek naar een openlijke geweldpleging welke op zondag 24 februari 2021 heeft plaatsgevonden op het Stationsplein te Eindhoven. Ten behoeve van dit onderzoek bekeek ik de camerabeelden welke door de RTR waren aangeleverd. 24-1-2021 uur: Ik zag de aangevers opstonden. Ik zag dat de aangevers wegliepen in de richting van het 18 Septemberplein te Eindhoven. Ik zag dat zij gevolgd werden door een zeer grote groep personen. Ik zag dat een persoon, verder in dit proces-verbaal genoemd als verdachte 9, [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) een trap in zij rug gaf. Ik zag dat een persoon, verder in dit proces-verbaal genoemd als verdachte 10, [slachtoffer 2] ook een trap in zijn rug gaf. Ik zag dat er vanuit de groep personen welke achter de aangevers aanliepen stenen werden gegooid in de richting van de aangevers. > Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] . op 25 maart 2021 op ambtsbelofte opgemaakt. pagina 194. voor zover inhoudende: Op maandag 22 maart 2021 bekeek ik, [verbalisant 6] , aanvullende camerabeelden. Ik zag op deze camerabeelden een persoon die ik herkende als 10120. Videobestand "NN20 gooit steen naar station Eindhoven-Centraal.avi" Ik zag dat het camerabeelden betroffen van de rellen gepleegd op 24 januari 2021 te Eindhoven. Ik zag dat het camerabeelden betroffen van een locatie welke ik herkende als zijnde de voorzijde (taxi-zijde) van het NS station te Eindhoven. Ik zag dat NN20 een stoeptegel uit het trottoir loshaalde en dat hij deze stoeptegel vervolgens op het trottoir in meerdere stukken stuk gooide. Ik zag dat hij een van deze stukken oppakte en dat hij dit stuk stoeptegel met kracht gooide in de richting van de gevel van NS station te Eindhoven gooide. Videobestand "NN20 Man pakt een steen op en gooit deze richting de politie.avi" Ik zag dat het camerabeelden betroffen van de rellen gepleegd op 24 januari 2021 te Eindhoven. Ik zag dat het camerabeelden betroffen van een locatie welke ik herkende als de oversteekplaats van het Stationsplein in de richting van het 18 Septemberplein te Eindhoven. Ik zag dat Ì%N20 een stuk steen/stoeptegel van de grond pakte en dat hij deze in de richting gooide van waar zich op dat moment meerdere leden en voertuigen bevonden van de Mobiele Eenheid van de politie. Videobestand "BredeSpijkerjasGooit2xSteen 18-Sept.plein Eindhoven.mp4" Ik zag dat het camerabeelden betroffen van de rellen gepleegd op 24 januari 2021 te Eindhoven. Ik zag dat het camerabeelden betroffen van een locatie welke ik herkende als het 18 Septemberplein te Eindhoven. Ik zag dat er een grote groep "relschoppers" tegenover meerdere leden en voertuigen van de Mobiele eenheid van de politie stonden. Ik zag dat NN20 zich in deze groep relschoppers bevond. Ik zag dat NN20 zijn spijkerjas nu om zijn middel had gebonden. Ik zag dat hij onder zijn spijkerjas een (turquoise-)blauw shirt met lange mouwen droeg. Ik zag dat NN20 een steen gooide tegen het bovenste licht van een tweekleurig verkeerlicht bij de oversteekplaats tussen het 18 Septemberplein en de Albert Heijn, gelegen aan het 18 Septemberplein 23 te Eindhoven. Bewijsoverwegingen. Overwegingen over het bewijs ten aanzien van feit 1. Op basis van de beschrijving van de camerabeelden van het schoppen en slaan van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] stelt de rechtbank vast dat dit voorval bestaat uit drie momenten. De verbalisant omschrijft geweldshandelingen gepleegd door verdachten l , 2 en 3 en merkt op dat deze situatie kennelijk voorbij is doordat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] opstaan (moment l). Vervolgens ontstaat een situatie, waarin [slachtoffer 2] en verdachten 4, 5, 6, 7, en 8 geweld gebruiken (moment 2). Nadat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] opnieuw zijn opgestaan en weglopen, gebruiken verdachten 9 en 10 geweld tegen hen (moment 3). De verbalisant omschrijft dus drie verschillende moment, waarbij door drie verschillende groepen personen geweld is gebruikt. Dat deze momenten elkaar hebben opgevolgd en hebben plaatsgevonden binnen een kort tijdsbestek, leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank onderscheidt namelijk ook in de die korte tijdspannen de drie momenten zoals hiervoor omschreven. Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte bij het derde moment in beeld komt. Dan is te zien dat verdachte [slachtoffer 2] van achteren tegen zijn rug schopt/trapt. Ook een ander trapt [slachtoffer 2] op dat moment tegen zijn rug. De rechtbank is van oordeel dat verdachte samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] . Verdachte heeft hieraan een significante bijdrage geleverd, door te schoppen. Naar het oordeel an de rechtbank bes at het clossier oldoende bexvijs (lat verdachte betrokken is en ofeen significante bijdrage heeft geleverd bij andere gexseldplegingen tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] . Uit het dossier kan nanlelijk niet orden afgeleid dat verdachte bij het eerste en t\seede Inoment betrokken is geweest. De rechtbank zal de erdaehte daarom paftieel vrijspreken. nanlelijk van het slaan tegen gezicht van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en an het sehoppen en trappen tegen [slachtoffer 1] (feit l ). De rechtbank acht het onder feit I ten laste gelegde ',sel bevs ezen. zoals hierna onder 'de bess ezenverklaring• bev% ezen is erklaard. De rechtbank is, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat op grond van de processen-verbaal van bevindingen van het bekijken van de camerabeelden voldoende bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte als deelnemer van de groep relschoppers, vanuit die groep een steen gooit in de richting van de politie en in de richting van een voertuig van de politie. Verdachte heeft ook als deelnemer van de groep stenen gegooid richting het centraal station. Dat de stenen die verdachte gooide de ruiten en deuren van het station mogelijk niet hebben geraakt, staat daarom aan de bewezenverklaring van dit deel van het openlijk geweld niet in de weg. Vrijspraakfeit 2. Onder feit 2 is ten laste gelegd dat verdachte samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Hiervoor heeft de rechtbank overwogen dat verdachte uitsluitend in verband kan worden gebracht met het derde moment, waarbij twee keer is geschopt tegen de rug van [slachtoffer 2] . De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier en uit dat wat op de terechtzitting is besproken niet kan worden afgeleid dat sprake was van zogenoemd 'vol opzet', met andere woorden dat verdachte de bedoeling had om [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Ook van voorwaardelijk opzet is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Het twee keer schoppen tegen de rug levert naar algemene ervaringsregels namelijk niet de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel op. Dat betekent dat verdachte van feit 2 zal worden vrijgesproken. Partiële vrijspraak ten aanzien vanfeit 3. Vaststaat dat verdachte cola en chips heeft gestolen bij [bedrijf 1] en dat hij zich de toegang tot [bedrijf 1] heeft verschaft via een vernielde deur. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van diefstal met inklimming. Van een nauwe en bewuste samenwerking of gezamenlijke uitvoering tussen de verdachte en andere personen bij het wegnemen van (deze en andere) goederen uit de winkel kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gesproken. Dit betekent dat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen. De bewezenverklaring. Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte Ten aanzien van feit l : op 24januari 2021 te Eindhoven openlijk, te weten aan de openbare wegen het Stationsplein en het 18 septemberplein, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(
  36. en)en tegen goederen, welk geweld bestond uit het (opzettelijk) -los trekken van bestrating en ter hand nemen van (een) straatklinker(
  37. s)en stenen en -gooien van stenen en/ofstraatklinker(
  38. s)naar de mobiele eenheid en -gooien van (een) ste(e)n(
  39. en)en/ofstraatklinker(
  40. s)tegen en/ofin de richting van voertuigen van de mobiele eenheid en -gooien van (een) ste(e)n(
  41. en)en/ofstraatklinker(
  42. s)tegen de ruiten en/ofdeur(
  43. en)van het centraal station en/ofhet schoppen en/oftrappen tegen (
  44. de)deur(
  45. en)van het centraal station en -gooien van een steen tegen een verkeerslichtinstallatie en -schreeuwen en/ofschelden tegen (een) politieambtena(a)r(
  46. en)en -gooien van (een) ste(e)n(
  47. en)tegen (een) winkelruit(
  48. en)en/ofwinkelpand (te weten een winkel van [bedrijf 1] ) en -plunderen van [bedrijf 1] en -schoppen en oftrappen tegen lichaamsdelen van [slachtoffer 2] ; Ten aanzien van feit 3: op 24januari 2021 te Eindhoven drank (cola) en een snack (chips), die toebehoorden aan [bedrijf 1] ", heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijfheeft verschaft door middel van inklimming. Door kennelijke schrijffouten in de tenlastelegging, staat onder meer in feit I de naam [slachtoffer 2] ' in plaats van ' [slachtoffer 2] ' vermeld.. De rechtbank heeft deze schrijffouten in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. De strafbaarheid van het feit. Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De strafbaarheid van verdachte. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard. I I Oplegging van straf. De eis van de officieren van justitie. De officieren van justitie eisen dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Een kopie van de vordering van de officieren van justitie is aan dit vonnis gehecht. Het standpunt van de verdediging. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat sterk rekening moet worden gehouden met het vonnis in een strafzaak tegen een van de medeverdachten van de avondklokrellen op 24 januari 2021 in Eindhoven, waarbij een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest is opgelegd. De raadsvrouw bepleit aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke strafdeel de duur het voorarrest tot en met de uitspraak niet zal overstijgen. Het oordeel van de rechtbank. Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De regering heeft om de coronapandemie te bestrijden ingrijpende maatregelen moeten treffen. Een van die maatregelen was het instellen van de avondklok. Naar aanleiding van deze maatregel zijn in Nederland grootschalige rellen uitgebroken. Ook in Eindhoven zijn op 24 januari 2021 rellen uitgebroken. Daarbij zijn door een grote groep personen op grote schaal onder meer vernielingen gepleegd en is een Jumbowinkel geplunderd. Mensen moesten machteloos toekijken hoe hun eigendommen en hun stad werden vernield door een grote boze menigte. Verdachte heeft actief deelgenomen aan onder meer het openlijke geweld en de plundering van [bedrijf 1] . De openlijke geweldpleging in het centrum van Eindhoven heeft enorme materiële schade veroorzaakt. De omvang daarvan en het geweld hebben een grote impact gehad op de samenleving en angst veroorzaakt bij bewoners en eigenaren van panden en goederen. Van ondernemers zijn eigendommen vernield of goederen gestolen en daardoor zijn zij zwaar gedupeerd, terwijl het door de pandemie voor hen al moeilijke tijden waren. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij daaraan heeft bijgedragen. Tijdens de openlijke geweldpleging is ook geweld gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Beide slachtoffers waren ter plaatse en probeerden de relschoppers tot inkeer te brengen. Verdachte heeft samen met een ander [slachtoffer 2] tegen zijn rug geschopt. Anders dan de raadsvrouw, maar met de officieren van justitie acht de rechtbank gelet op de aard en ernst van het bewezen verklaarde, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur passend en geboden. Het strafvoorstel van de raadsvrouw doet dan ook geen recht aan de ernst van het bewezenverklaarde. De rechtbank zal wel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van kortere duur opleggen dan door de officieren van justitie is gevorderd, omdat de rechtbank van oordeel is dat die straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en de rechtbank de verdachte voor een deel van de onder feit I ten laste gelegde onderdelen en van feit 2 vrijspreekt. Evenals de officieren van justitie, is de rechtbank verder van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. De rechtbank wil hiermee enerzijds de ernst van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds invloed uitoefenen op het gedrag van de verdachte en het door hem opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan. Het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf zal niet ten uitvoer worden gelegd als de verdachte zich gedurende de proeftijd aan de algemene voorwaarde — het niet plegen van nieuwe strafbare feiten — houdt. De rechtbank zal bevelen dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de aan de verdachte op te leggen gevangenisstraf. Alles afwegend, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van '1 5 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, aan de orde is. Beslag De raadsvrouw heeft verzocht om het conservatoir beslag op de auto van verdachte op te heffen en deze auto aan verdachte terug te geven. De rechtbank stelt vast dat op de auto van verdachte conservatoir beslag als bedoeld in artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering is gelegd. De rechtbank is in het kader van deze strafzaak niet bevoegd om een beslissing te nemen ten aanzien van het conservatoir beslag. Het Wetboek van Strafvordering schrijft hiervoor een aparte (raadkamer)procedure voor. De vorderingen van de benadeelde partijen. Benadeelde partij [bedrijf 3] heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 168.542,63 (exclusief btw) / € 186.299,59 (inclusief btw), vermeerderd met de wettelijke rente, voor materiële schade. De vordering is als volgt opgebouwd: • schade NS Reizigers als gevolg van opgeheven treinen: € 59.362,50 (exclusief btw); schade VVV-kantoor: € 401 (exclusief btw); • schade [bedrijf 6] : € 243,95 (exclusief btw); schade entree [bedrijf 7] begane grond: € I .978,25 (exclusief btw); schade [bedrijf 7] eerste etage: € 63.875,56 (exclusief btw); schade kapper: € 330,05 (exclusief btw); schade deuren stationshal: € 13.125,66 (exclusief btw); schade rijwielstalling: € 818,98 (exclusief btw); kosten assistentie, veiligstellen testen en herstellen: € 4.174,08 (exclusief btw); overige kosten NS station: € 13.750 (inclusief btw); schade NS Reizigers als gevolg van gestrande reizigers: € 5.000 (inclusief btw). Benadeelde partij Politie-eenheid Oost-Brabant heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 162.546,63, vermeerderd met de wettelijke rente, voor materiële schade (schade aan 12 politievoertuigen). Benadeelde partij [bedrijf 1] heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 74.497,63, vermeerderd met de wettelijke rente, voor materiële schade. De vordering is als volgt opgebouwd personeelskosten: € 3.869,-; kosten diefstal artikelen: € 9.950,-; kosten schade aan artikelen/producten: € 7.583,-; herstelkosten inventaris: € 51.995,63. Benadeelde partij [bedrijf 18] heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 109.515,37, vermeerderd met de wettelijke rente, voor materiële schade. De vordering is als volgt opgebouwd opruimen, afvoeren en stortkosten: € 7.183,35; herstel bestrating Stationsplein: € 2.240,-; herstel bestrating en herstel glasplaten 18 septemberplein en rode steentjes gebied Centrum: € 17.425,-; herstel asfalt (3x brandschade): € 1.693,88; herstel palen en bebording

(6x): € 1.888,14; herstel camerasysteem: € 36.986,-; schade aan gehuurde tekstwagen (kenteken [kenteken ] ): € 30.654,-; herstel beplanting: € 2.500,-; ambtelijke inzet (40 uur): € 4.000,-; schade Stationsplein 17 (7 ruiten): € 4.945,-. Benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € I .026,63, bestaande uit € 376,63 voor materiële schade en € 650,- voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De materiële schade is als volgt opgebouwd: kosten beschadigde jas: € 286,40; kosten beschadigde telefoon: € 90,
  1. Benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € I .OOO,-, vermeerderd met de wettelijke rente, voor immateriële schade. Het standpunt van de officieren van justitie. De officieren van justitie hebben geconcludeerd tot: • hoofdelijke toewijzing van de vordering van benadeelde partij [bedrijf 3] tot een bedrag van € 79.553,47 en niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering; hoofdelijke toewijzing van de vordering van benadeelde partij [bedrijf 1] tot een bedrag van € 9.950,- en niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering; hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij Politie Eenheid OostBrabant tot een bedrag van primair € 5.597,33 dan wel subsidiair € 1.625,- en nietontvankelijkverklaring van benadeelde partij Politie Eenheid Oost-Brabant in de vordering; hoofdelijke toewijzing van de vordering van benadeelde partij [bedrijf 18] tot een bedrag van € 9.556,69 en niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering; hoofdelijke toewijzing van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] ; hoofdelijke toewijzing van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] . De toegewezen bedragen dienen telkens verrneerderd te worden met de wettelijke rente en telkens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel op grond van artikel 36f van de Wetboek van Strafrecht. Het standpunt van de verdediging. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat: • primair de vordering van benadeelde partij [bedrijf 3] dient te worden afgewezen dan wel dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard en subsidiair de vordering hooguit toewijsbaar is tot een bedrag van € 13.125,66 en dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden; de vordering van benadeelde partij [bedrijf 18] toewijsbaar is tot een bedrag van € 3 14,69 en dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering nietontvankelijk verklaard dient te worden; de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] dient te worden afgewezen dan wel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in de vordering; de benadeelde partij [slachtoffer 2] dient te worden afgewezen dan wel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in de vordering; • de vordering van benadeelde partij [bedrijf 1] toewijsbaar is tot een bedrag ten aanzien van de weggenomen cola en chips waarbij zij zich wat betreft het toe te wijzen bedrag refereert aan het oordeel van de rechtbank en dat de vordering voor het overige dient te worden afgewezen dan wel dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden; primair de vordering van de benadeelde partij Politie Eenheid Oost-Brabant dient te worden afgewezen dan wel dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering en subsidiair de vordering toewijsbaar is tot een bedrag van € I .625,- en de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [bedrijf 3] Met de officieren van justitie is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier genoegzaam is komen vast te staan dat de verdachte samen met anderen heeft bijgedragen aan de schade aan de deuren en ruiten van het centraal station in Eindhoven tot een bedrag van € 79.553,
  2. De rechtbank is van oordeel dat verdachte deel uitmaakte van de groep relschoppers die de ruiten en deuren van het centraal station van Eindhoven heeft vernield. Ook verdachte heeft daarin een wezenlijke bijdrage geleverd, door met stenen te gooien. De vordering is daarom hoofdelijk toewijsbaar tot een bedrag van € 79.553,
  3. Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van het overige deel van de gevorderde materiële schadevergoeding van de benadeelde partij een onevenredige belasting op van het strafgeding. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in dit onderdeel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat zij dit onderdeel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij Politie Eenheid Oost-Brabant. De rechtbank is met de raadsvrouw van oordeel dat de schade ten aanzien van één politievoertuig voor vergoeding in aanmerking komt, omdat de betrokkenheid van verdachte binnen de groep relschoppers slechts ten aanzien van één voertuig is aangetoond. Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het laagste schadebedrag van alle auto's kan worden toegewezen. Het is immers niet duidelijk op welk voertuig met schade de betrokkenheid van verdachte ziet. De vordering is daarom toewijsbaar tot een bedrag van € 1.625,-. Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van het overige deel van de gevorderde materiële schadevergoeding van de benadeelde partij een onevenredige belasting op van het strafgeding. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in dit onderdeel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat zij dit onderdeel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De rechtbank zal de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit (feit 2) waarop de vorderingen van de benadeelde partijen betrekking hebben. Ten aanzien van [slachtoffer 2] geldt verder dat niet kan worden vastgesteld dat de onder I bewezenverklaarde handelingen het letsel bij [slachtoffer 2] hebben veroorzaakt. De benadeelde partijen kunnen hun afzonderlijke vorderingen telkens slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte ter verdediging gemaakt. Deze kosten worden begroot op nihil. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1] . De rechtbank zal benadeelde partij [bedrijf 1] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van verdachte. Deze kosten worden begroot op nihil. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 18] . De rechtbank zal de benadeelde partij [bedrijf 18] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien verdachte wordt vrijgesproken van de onderdelen van het onder I ten laste gelegde, waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De benadeelde partij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van verdachte. Deze kosten worden begroot op nihil. Wettelijke rente, overige kosten en schadevergoedingsmaatregel. De toegewezen schadevergoedingen worden telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2021 tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal de verdachte telkens veroordelen in de kosten van de benadeelde partijen tot op heden telkens begroot op nihil. Verder wordt de verdachte telkens veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerleggingen nog te maken kosten. De rechtbank zal voor de toegewezen bedragen telkens tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2021 tot de dag der algehele voldoening, omdat de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoedingen aan de slachtoffers bevordert. Aangezien aan de verdachte meer verplichtingen tot vergoedingen van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichtingen tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partijen komen te vervallen en andersom, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partijen, daarmee zijn verplichtingen tot betaling aan de Staat komen te vervallen. Hoofdelijke toewijzing. De rechtbank stelt vast dat de verdachte de strafbare feiten, waarop de civiele vorderingen van de benadeelde partijen [bedrijf 3] en Politie Eenheid Oost-Brabant betrekking hebben, telkens samen met anderen heeft gepleegd. Omdat de verdachte en zijn mededaders samen deze onrechtmatige daden hebben gepleegd, zijn zij ingevolge artikel 6: 102, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek jegens de benadeelden telkens hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade. Toepasselijke wetsartikelen. De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 56, 141, 31 1 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van de bewezenverklaring. DE UITSPRAAK De rechtbank: Verklaart het onder feit 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder I en 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder I en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven: voortgezette handeling van: T.a.v. feit l : openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen en T.a.v. feit 3: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Legt op de volgende straf en maatregelen. T.a.v. feit l , feit 3: Een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit. t.a.v. feit l : Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 3] : Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [bedrijf 3] , van een bedrag van € 79.553,47, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald. Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [bedrijf 3] , van een bedrag van € 79.553,47, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 358 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. t.a.v. feit l : Beslissing op de vordering van de benadeelde partij Politie eenheid Oost-Brabant: Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, Politie eenheid Oost-Brabant, van een bedrag van € I .625,00, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald. Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van Politie eenheid Oost-Brabant, van een bedrag van € 1.625,00, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 7 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. t.a.v. feit l : Beslissing op de vordering van de benadeelde partii [bedrijf 18] : Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding. Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil. t.a.v. feit l, feit 3: Beslissing op de vordering van de benadeelde partii [bedrijf 1] : Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding. Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil. t.a.v. feit 2: Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] : Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding. Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil. t.a.v. feit 2: Beslissing op de vordering van de benadeelde partii [slachtoffer 1] : Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding. Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Voor af zchrift ue griffier van de rechtbank Oost-Brabant. Dit vonnis is gewezen door: mr. N. Flikkenschild, voorzitter, mr. J.H.L.M. Snijders en mr. G. de Jong, leden, in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier, en is uitgesproken op 23 juli
  4. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt — tenzij anders vermeld — bedoeld een procesverbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het voorgeleidings- tevens einddossier van de politie-eenheid OostBrabant, districtsrecherche Eindhoven, met proces-verbaalnummer OB2R021009-34, onderzoek Luzerne", afgesloten op 19 april 2021, in totaal 209 doorgenummerde bladzijden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.