RECHTBANK OOST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch parketnummer : 71-183349-21 bevel gevangenhouding van de raadkamer d.d. 28 juli 2021 (artikel 65 Wetboek van Strafvordering) in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren [geboortejaar] 1981 te 's-Gravenhage, inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres] , nu gedetineerd in P.I. Almelo, Niendure. Raadsvrouw mr. [raadsvrouw] (neemt waar voor mr. [raadsman] ). Procedure De rechter-commissaris heeft op 15 juli 2021 de bewaring bevolen. De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd. De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord. De verdediging heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht. Beoordeling Na onderzoek is gebleken dat de verdenking, de ernstige bezwaren en de grond(en) als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering, die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben geleid, ook op dit moment nog bestaan. Wat betreft de ernstige bezwaren sluit de rechtbank zich aan bij de overwegingen van de rechtercommissaris en neemt tevens daarbij in aanmerking de omschrijving van de ernstige bezwaren als verwoord in het schriftelijk standpunt van de officier van justitie. Voorts overweegt de rechtbank ten aanzien van de grond “ernstige vrees voor herhaling” het volgende. Uit het oprollen van diverse drugs-labs komt naar voren dat sinds enige tijd Nederland door Mexicaanse en Zuid-Amerikaanse criminelen een gunstige locatie blijkt te worden gevonden voor de productie van Methamfetamine. Dat kan onder meer samenhangen met een relatief gunstig strafrecht-klimaat en gevangeniswezen, verminderde kans op betrapping bij transport over de grens, goede infrastructuur en talenkennis. Daarmee is Nederland dus aantrekkelijk om alhier deze zeer verslavende en gevaarlijke drug te gaan produceren, veelal voor de export, en zeer lucratief. Van verdachten die zich hier mee inlaten is aan te nemen dat zij, zolang die gunstige omstandigheden niet veranderen, bij invrijheidstelling hier opnieuw bij betrokken zullen zijn, ofwel vanwege de goede verdiensten ofwel vanwege druk vanuit de criminele organisaties die achter deze drugslabs zitten. De voorlopige hechtenis is in redelijkheid noodzakelijk voor het, anders dan door verklaringen van de verdachte, aan de dag brengen van de waarheid. Het onderzoek is immers nog niet afgerond en de verdachte kan de voortgang hiervan belemmeren. De ernst van het feit waarvan verdachte wordt verdacht alsmede de onderzoeksgrond en de recidivegrond verenigen zich niet met de schorsing van de voorlopige hechtenis. De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking. Beslissing De rechtbank: beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van 90 (negentig) dagen. wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 28 juli 2021 door: Mr. I.L.A. Boer, voorzitter, Mr. C. Zandbergen en M. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van C. Lochten, griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.