RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingslocatie Eindhoven Zaak-/rolnummer: 9299376 / EJ VERZ 21-380 Uitspraakdatum: 15 september 2021 beschikking in de zaak van: FORTRON B.V., gevestigd te Heerlen, verzoekende partij, gemachtigde: mr. R.M. Dessaur, tegen: [verweerder] , wonende te [woonplaats] , verwerende partij, procederend in persoon. Partijen worden hierna “Fortron” en “ [verweerder] ” genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties; - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 25 augustus 2021. 1.2. Tot slot is een datum voor beschikking bepaald. 2De feiten 2.1. Fortron is een onderneming die zich bezig houdt met het verrichten van (specialistische) schoonmaakwerkzaamheden op locaties van haar opdrachtgevers. 2.2. [verweerder] , geboren op [geboortedatum] 1990, is sinds [datum] 2016 voor onbepaalde tijd in dienst van Fortron, laatstelijk in de functie van Medewerker SRD I (Specialistische Reiniging Dienst). [verweerder] is in deze functie werkzaam bij ASML, een opdrachtgever van Fortron. Het salaris van [verweerder] bedraagt € 2.185,76 bruto per vier weken exclusief 8% vakantietoeslag en emolumenten. 2.3. [verweerder] is met Fortron een vast (werk)rooster overeengekomen in het kader van de bij ASML te verrichten werkzaamheden, te weten één week vroeg (06.30 - 15.30 uur) en één week laat (15.00 - 00.00 uur). 2.4. Gedurende zijn dienstverband is [verweerder] herhaaldelijk te laat gekomen op zijn werk. Fortron heeft [verweerder] hierop aangesproken. Een eerste schriftelijke waarschuwing van Fortron aan [verweerder] van 4 augustus 2020 luidt onder meer als volgt: “(…) Hierbij bevestigen wij dat wij jou een officiële waarschuwing geven. De reden van de officiële waarschuwing is omdat je op 3 augustus 2020 te laat verschenen bent op je werk zonder geldige reden, wat maakt dat je gedeeltelijk ongeoorloofd afwezig was. (…) Het te laat verschijnen op je werk, zorgt ervoor dat je niet alleen je collega’s maar ook de klant in de steek laat. Dit kan gevolgen hebben voor de samenwerking tussen Fortron en de klant. Bovenstaande is reeds meerdere malen voorgevallen in de afgelopen weken en ook meermaals met jou besproken, zonder verbetering. Via deze weg willen we je er nogmaals op attenderen dat dit gedrag onacceptabel is en wij verwachten dat dit in de toekomst niet meer zal gebeuren. Indien er geen verbetering plaatsvindt, kan dit gevolgen hebben voor jouw arbeidsovereenkomst. (…)” 2.5. Ook hierna is [verweerder] te laat op het werk verschenen, te weten op 8 en 13 oktober 2020. De tweede schriftelijke waarschuwing van Fortron aan [verweerder] van 13 oktober 2020 luidt, voor zover relevant, als volgt: “(…) Hierbij bevestigen wij dat wij u een 2e officiële waarschuwing geven. (…) De reden van deze officiële waarschuwing is omdat u op 8 en 13 oktober 2020 wederom te laat verschenen bent op uw werk zonder geldige reden, wat maakt dat u gedeeltelijk ongeoorloofd afwezig was. Het te laat verschijnen op uw werk, zorgt ervoor dat u niet alleen de collega’s maar ook de klant in de steek laat. Dit kan gevolgen hebben voor de samenwerking tussen Fortron en de klant. (…) Via deze weg willen we u er nogmaals op attenderen dat dit gedrag onacceptabel is en wij verwachten dat dit in de toekomst niet meer zal gebeuren. Indien er geen verbetering plaatsvindt, kan dit gevolgen hebben voor uw arbeidsovereenkomst. (…)” 2.6. Nadat [verweerder] op 21 december 2020 en 4 januari 2021 opnieuw te laat op het werk verscheen, heeft er in januari 2021 een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en de locatiemanager van Fortron, de heer [A] (hierna: [A] ). Bij die gelegenheid heeft [A] [verweerder] namens Fortron onder meer kenbaar gemaakt dat zijn handelen/nalaten niet wordt geaccepteerd en dat hij zijn dienstverband met Fortron op het spel zet. Daarnaast heeft Fortron [verweerder] bij brief van 7 januari 2021 nogmaals gewaarschuwd. Deze brief luidt, voor zover relevant, als volgt: “Fortron heeft geconstateerd dat u wederom ongeoorloofd afwezig bent geweest 21-dec en 4-januari van dit jaar. U heeft zich hiermee niet gehouden aan de door Fortron voorgeschreven werktijden en hieraan gerelateerde afspraken. (…) Wij kunnen dit gedrag niet accepteren. Door uw handelen brengt u tevens de professionaliteit en het aanzien van Fortron in gevaar. Een opdrachtgever die wordt geconfronteerd met een medewerker die zich niet aan de afgesproken werktijden houd, zal er snel toe geneigd zijn om dit aan Fortron te verwijten, en wellicht uiteindelijk zelfs het contract met Fortron op te willen zeggen. Duidelijk mag dus zijn, dat uw gedrag bijzonder schadelijk kan zijn en ook is, en nooit door een werkgever van een werknemer kan en hoeft te worden getolereerd. (…) Wij gaan er vanuit dat u vanaf nu altijd de bij Fortron geldende regels opvolgt. Is dit niet het geval dan zullen er direct consequenties voor uw dienstverband aan verbonden zijn. (…)” 2.7. In een daaropvolgende (waarschuwings)brief van Fortron aan [verweerder] van 19 april 2021 is onder meer het volgende vermeld: “(…) Op maandag 19 april 2021 heeft u een gesprek met [A] locatiemanager van Fortron gehad, waarin u werd aangesproken op uw ongeoorloofde afwezigheid en uw onprofessionele gedrag in de afgelopen periode. (…) Helaas hebben we afgelopen week weer moeten constateren dat u te laat bent verschenen op het werk. Hiervoor ontvangt u bij deze uw (…) laatste officiële waarschuwing wegens ongeoorloofde afwezigheid. Dit omdat u op 14 april 2021 weer zonder geldige reden fors te laat bent gekomen op uw werk. (…) Daarnaast bent u op 6 en 7 april 2021 slapend op uw werkplek aangetroffen en hierop aangesproken door [B] voorwerkster van Fortron. Een opdrachtgever die wordt geconfronteerd met medewerkers van Fortron die zitten te slapen op het werk zullen dit Fortron aanrekenen. Fortron mag er vanuit gaan dat u zich als goed werknemer gedraagt en hoeft dit dan ook niet te accepteren. Via deze weg wil ik u er op attenderen dat dit gedrag onacceptabel is en dat ik er vanuit ga dat dit in de toekomst niet meer zal gebeuren. Indien er geen verbetering plaatsvindt, is Fortron genoodzaakt om verdere stappen te ondernemen inzake uw arbeidsovereenkomst. (…)” 2.8. Op 22 juni 2021 heeft zijn leidinggevende telefonisch contact opgenomen met [verweerder] , omdat hij die dag niet (op tijd) op het werk verscheen en zich niet had afgemeld. Daarop gaf [verweerder] te kennen dat hij zich had verslapen. 2.9. Bij brief van 23 juni 2021 heeft Fortron [verweerder] vervolgens op non-actief gesteld (met behoud van loon). 3Het verzoek en het verweer 3.1. Fortron verzoekt de kantonrechter bij beschikking de tussen Fortron en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b, lid 1, onderdeel a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e (verwijtbaar handelen of nalaten), g (verstoorde arbeidsverhouding), d (ongeschiktheid tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan door ziekte of gebreken), h (andere omstandigheden) of i (de combinatiegrond) en met toepassing van de artikelen 7:671b, lid 8, onderdeel b en 7:673, lid 7, onderdeel c van het BW. 3.2. Wat Fortron aan haar verzoeken ten grondslag heeft gelegd en wat [verweerder] daartegen als verweer heeft aangevoerd, zal de kantonrechter – voor zover nodig bij de beoordeling – hierna vermelden. 4De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. In het geval van ontbinding moet ook worden beoordeeld of aan [verweerder] een transitievergoeding dient te worden toegekend. Opzegverbod 4.2. De kantonrechter dient ingevolgde artikel 7:671b lid 2 BW allereerst te onderzoeken of sprake is van een opzegverbod als genoemd in artikel 7:670 BW of enig ander opzegverbod. Op grond van hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, bestaan daarvoor geen aanwijzingen. Ontbinding 4.3. De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling). Verwijtbaar handelen/nalaten 4.4. Fortron voert primair aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] . Zij voert daartoe aan dat [verweerder] structureel heeft geweigerd om gehoor te geven aan de (redelijke) opdrachten en instructies van Fortron, te weten het respecteren van de overeengekomen werktijden. De (structurele) houding en opstelling van [verweerder] valt hem ernstig aan te rekenen en behoort geheel tot zijn risicosfeer en eigen verantwoordelijkheid. [verweerder] is door Fortron diverse malen aangesproken op zijn gedrag en hij heeft meerdere malen de kans gekregen om zijn gedrag aan te passen. [verweerder] neemt zijn arbeidsovereenkomst met Fortron echter niet voldoende serieus en trekt zich niets aan van de gevoerde gesprekken en de officiële waarschuwingen, terwijl hij ook is gewezen op de consequenties van zijn handelen. Daar komt bij dat [verweerder] geen deugdelijke verklaring of reden heeft gegeven voor het bij herhaling te laat op het werk verschijnen, anders dan dat hij aangeeft zich te hebben verslapen. Dit valt [verweerder] extra aan te rekenen, omdat hij door zijn afwezigheid zijn collega’s of zelfs werknemers van de klant van Fortron steeds opzadelt met zijn werk, hetgeen leidt tot interne discussie en onrust. Het creëert bovendien (mogelijke) problemen in de commerciële verhouding tussen Fortron en haar opdrachtgever (ASML). Zo raakt de planning voor de werkzaamheden bij deze opdrachtgever verstoord, met discussie met diezelfde opdrachtgever tot gevolg, aldus Fortron. Op de mondelinge behandeling is nader gebleken dat [verweerder] specialistische werkzaamheden verricht, onder schoonmaken valt in zijn functie onder meer het controleren van door ASML te versturen onderdelen, waarvoor hem (een) specifiek(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.