← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2021:5808

beslissing RECHTBANK OOST-BRABANT Wrakingskamer Zaaknummer: WR 20/047 Beslissing van 4 februari 2021 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van: [verzoeker] wonende te [adres] , strekkende tot de wraking van: mr. J.A.M. van den Berk in haar hoedanigheid van rechter in deze rechtbank bij de behandeling van de hoofdzaak met zaaknummer: 8649859 CV EXPL 20-

  1. Partijen zullen hierna respectievelijk verzoeker en de rechter worden genoemd. 1Het procesverloop. De wrakingskamer heeft kennisgenomen van: het wrakingsdossier met zaaknummer WR 20/047 dat is aangelegd naar aanleiding van het wrakingsverzoek in de hoofdzaak; het wrakingsverzoek van verzoeker van 15 december 2020, gericht tegen mr. J.A.M. van den Berk; de schriftelijke reactie van de rechter op het wrakingsverzoek. De mondelinge behandeling van het tegen de rechter gerichte wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op 21 januari 2021 om 14.00 uur. Verzoeker en de rechter zijn toen niet verschenen. 2Het verzoek tot wraking van de rechter en de reactie van de rechter. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 8649859 CV EXPL 20-
  2. Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de rechtspraak corrupt is, verzoekers broertje beslist waar de rechter de handtekening onder zet en de rechtbanken bezig zijn om hem daarop te dienen. De wrakingskamer begrijpt uit de gronden dat verzoeker vindt dat de rechter om die reden niet onbevooroordeeld het geschil in de hoofdzaak kan beoordelen. De rechter heeft de wrakingskamer per e-mailbericht van 29 december 2020 laten weten af te zien van een reactie op het verzoek tot wraking. 3De beoordeling. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. De wrakingskamer stelt vast dat de gronden van wraking zich richten tegen de rechtspraak als instituut en niet persoonlijk tegen de behandelend rechter in de hoofdzaak. Verzoeker heeft derhalve geen stellingen aangevoerd waaruit afgeleid kan worden dat zich bijzondere omstandigheden voordoen om te veronderstellen dat de rechter partijdig is in de hoofdzaak of de schijn in dat verband tegen heeft. De wrakingskamer zal om die reden verzoeker niet in het wrakingsverzoek kunnen ontvangen. 4De beslissing De wrakingskamer: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking; - bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak met zaaknummer 8649859 CV EXPL 20-3364 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door: mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden, voorzitter, mr. T. van de Woestijne en mr. S.M.J. Korthuis-Becks, leden, in tegenwoordigheid van Ş. Altun, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari
  3. de griffier: de voorzitter: de griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.