beschikking RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rekestnummer: C/01/377214 / BP RK 21-646 Beschikking van de voorzieningenrechter van 13 december 2021 in de zaak van
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LABORATORIUM PRO HEALTH B.V., gevestigd te Nederweert,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRO-HEALTH B.V., gevestigd te Weert,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MAXUNAC B.V., gevestigd te Weert, verzoeksters, advocaten mr. J. Stokmans en mr. J.WP. Tulfer te Eindhoven, tegen
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JHR CLUB INTERNATIONAL B.V., gevestigd te Amsterdam,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SANSO INVESTMENTS B.V., gevestigd te Dordrecht ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEALTHCARE INTERNATIONAL GROUP B.V., gevestigd te Amsterdam,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ANTH&M B.V., gevestigd te Weert,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LABORATORIUM HEALTHCARE MEDICAL B.V., gevestigd te Eindhoven,
- [gedaagde 1], wonende te [woonplaats 1] ,
- [gedaagde 2], wonende te [woonplaats 2] ,
- [gedaagde 3], wonende te [woonplaats 3] , gerekestreerden, advocaten mr. N.H.A. Kampschreur (namens gerekestreerden sub 1, 2, 3, 5, 7 en 8) en mr. M. Goorts (namens gerekestreerden sub 4 en 6) te Eindhoven. 1Inleiding 1.
- Verzoeksters hebben, nadat de voorzieningenrechter daarvoor op 13 september verlof had verleend, op 29 september 2021 ten laste van gerekestreerden conservatoir bewijsbeslag gelegd op kort gezegd (digitale) bescheiden en gegevensdragers. 1.
- De voorzieningenrechter heeft in het verlof de termijn voor het instellen van de hoofdzaak bepaald op veertien dagen na beslaglegging. Verzoeksters hadden verzocht om een termijn van drie maanden. 1.
- De voorzieningenrechter heeft nadien op verzoek van verzoeksters de termijn voor het instellen van de hoofzaak verlengd tot 13 december
- 2De procedure 2.
- Verzoeksters hebben op 8 december 2021 een verzoekschrift ingediend ex artikel 700 lid 3 Rv waarin zij wederom vragen om verlenging van de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak, ditmaal van 13 december 2021 tot 13 februari
- 2.
- Gerekestreerden hebben bij afzonderlijke brieven van hun advocaten van 3 december 2021 al op voorhand aan de voorzieningenrechter bericht dat zij bezwaar hebben tegen de termijnverlening. De brieven door verzoeksters ook overgelegd als bijlagen bij het verzoekschrift. 2.
- De voorzieningenrechter heeft partijen vervolgens op 10 december 2021 gehoord via Skype. 2.
- Ten slotte is beschikking bepaald op 13 december 2021 om 10:00 uur. 3De beoordeling 3.
- Het gaat hier om een tweede verzoek tot verlenging van de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak na een gelegd bewijsbeslag. Uit het arrest van de Hoge Raad van 9 februari 2007, NJ 2007/103 (Wessex/Itera) volgt dat de termijn bedoeld in artikel 700 lid 3 Rv de strekking heeft te voorkomen dat de schuldeiser het beslag alleen als pressiemiddel gebruikt en na het leggen van het beslag blijft stilzitten. In de Beslagsyllabus staan daarom strikte regels voor de verlening van die termijn. 3.
- Eén van die regels is dat een tweede verlening in beginsel slechts wordt toegestaan als de beslagene daarmee instemt. Die regel geldt ook voor bewijsbeslagen. Duidelijk is dat gerekestreerden niet instemmen met een termijnverlenging. Zij hebben daar op voorhand al schriftelijk bezwaar tegen gemaakt en hebben daar ook tijdens het verhoor verweer tegen gevoerd. 3.
- De voorzieningenrechter ziet in hetgeen verzoeksters naar voren hebben gebracht onvoldoende aanleiding om van de hierboven genoemde beginsel af te wijken en de termijn voor de tweede maal te verlengen. Verzoeksters hebben inmiddels een termijn van veertien dagen plus twee maanden de tijd gehad om de hoofdzaak aanhangig te maken. Gerekestreerden hebben er belang bij dat zij inmiddels weten waar zij aan toe zijn en waar zij zich tegen moeten verweren. Dat enkel beslag is gelegd op kopieën en gerekestreerden over de originele bescheiden kunnen blijven beschikken neemt niet weg dat de beslaglegging door hen kan worden ervaren als een pressiemiddel. Zij stellen ook uitdrukkelijk dat dit het geval is. 3.
- Verzoeksters hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de termijn van veertien dagen plus twee maanden voor hen redelijkerwijs te kort is om de eis in de hoofdzaak te kunnen indienen. Verzoeksters stellen in dat kader dat het zou gaan om een zeer complexe zaak waarin zij stelselmatig door verweerders worden tegengewerkt in hun onderzoek om de waarheid boven tafel te krijgen. Verzoeksters hebben dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter, gelet op de gemotiveerde betwisting door gerekestreerden, onvoldoende aannemelijk gemaakt. De voorzieningenrechter ziet dan ook niet dat de verzochte termijnverlenging niet alleen in het belang zou zijn van verzoeksters, maar ook in het belang van een goede procesorde omdat daarmee reparaties achteraf in de hoofdzaak zouden kunnen worden voorkomen, zoals verzoeksters stellen. 3.
- Voor zover verzoeksters stellen dat zij onvoldoende tijd hebben gehad om de bescheiden die zij hebben ontvangen naar aanleiding van het vonnis in kort geding van 15 november 2021 te bestuderen, geldt dat namens gerekestreerden gemotiveerd is betoogd dat het gaat om een beperkte hoeveelheid bescheiden die eenvoudig binnen de geldende termijn moeten kunnen worden beoordeeld. Verzoeksters hebben dat niet, althans onvoldoende voldoende gemotiveerd, weersproken. 3.
- Dat de deurwaarder die belast is met de beslaglegging de dataselectie nog niet heeft afgerond staat in beginsel niet aan de weg aan het indienen van de eis in de hoofdzaak. Bovendien hebben verzoeksters in feite zelf in de hand gewerkt dat de deurwaarder nog bezig is met het selecteren van de data door in het beslagrekest om zeer ruime zoekmogelijkheden met een grote hopeveelheid zoektermen te verzoeken. 3.
- Slotsom is dat het verzoek om verlening van de termijn zal worden afgewezen. 4De beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg op 13 december 2021.