vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Locatie 's-Hertogenbosch Strafrecht Parketnummers: 03.042579.19 en 03.232412.19 (ter terechtzitting gevoegd) Datum uitspraak: 12 januari 2021 Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [plaats] ( [land] ) op [geboortedatum] 1986, wonende te [woonplaats] , [adres 1] , Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in de rechtbank Limburg van 4 juni 2019 en 27 augustus 2019 ten aanzien van parketnummer 03.042579.19 en, na verwijzing van deze zaak naar de rechtbank Oost-Brabant, het onderzoek ter terechtzitting van 22 november 2019, 19 februari 2020, 14 mei 2020, 15 oktober 2020, 24 november 2020 en 29 december 2020 ten aanzien van de parketnummers 03.042579.19 en 03.232412.19. Op 22 november 2019 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 8 mei 2019 (03.042579.19) en 30 oktober 2019 (03.232412.19). Nadat de tenlastelegging met parketnummer 03.042579.19 op de terechtzitting van 22 november 2019 is gewijzigd en de officier van justitie op de zitting van 24 november 2020 omstandigheden die uit het onderzoek ter terechtzitting bekend zijn geworden die niet in de dagvaarding ten aanzien van feit 1 zijn vermeld, maar die volgens de wet tot verzwaring van straf grond opleveren alsnog mondeling heeft ten laste gelegd, is aan verdachte ten laste gelegd dat: Ten aanzien van parketnummer 03.042579.19: 1 hij op of omstreeks 24 februari 2018 te Obbicht, in elk geval in de gemeente Sittard- Geleen, omstreeks 01:20 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, een handtas, inhoudende o.a. € 750,-, in elk geval een hoeveelheid geld, een bankpas, een identiteitskaart, foto's, sleutels, een donorkaart en een OV-kaart, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door dreigend een schroevendraaier te bewegen in de richting van die [slachtoffer 1] en/of door die [slachtoffer 1] gewelddadig vast te pakken, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas, omstreeks 03:30 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, o.a. een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door met een muts op zijn hoofd en een masker voor zijn gezicht de woning van die [slachtoffer 2] binnen te gaan en (vervolgens) die [slachtoffer 2] gewelddadig te duwen en/of te slaan en (vervolgens) op te sluiten in diens slaapkamer; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht ) 3 hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas, omstreeks 04:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, o.a. een beurs, inhoudende € 80,-, in elk geval een hoeveelheid geld, een alarmknop (merk Ascom) en een telefoon (merk Gigaset), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 3] gewelddadig vast te pakken en uit haar bed te trekken tengevolge waarvan zij op de grond terecht is gekomen; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht ) 4 hij in of omstreeks de periode van 12 februari 2019 tot en met 13 februari 2019 in de gemeente Heerlen o.a. een tas, een tablet (merk Apple, type iPad 2) een notebook (merk Terra), een aantal documenten, een harddrive, een notebook (kleur zwart, merk HP) en een notebook (zilverkleurig, merk HP, type probook 4340s), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; ( art 310 Wetboek van Strafrecht ) Ten aanzien van 03.232412.19: 1 Hij op of omstreeks 24 september 2018 te Linne, in elk geval in de gemeente Maasgouw, omstreeks 04:07 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 2] ) o.a. een portemonnee, inhoudende ongeveer € 75,-, in elk geval een hoeveelheid geld, een paspoort en (een) bankpasje(s), en € 300,-, in elk geval een hoeveelheid geld, een aantal sieraden, een aantal horloges, een geldkistje, inhoudende een trouwboekje, een persoonlijk alarm en een telefoon (merk Gigaset 120A), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 7] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 7] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 7] gewelddadig vast te pakken en/of te duwen; (zaaksdossier 2, aangifte p. 476) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht) 2 hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 3] ) (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 8] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 5, aangifte p. 591) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 8] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 3 hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 4] ) (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 9] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 6, aangifte p. 593) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 9] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 4 hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 5] ) (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 10] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 7, aangifte p. 596) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 10] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 5 hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 6] ) (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 11] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 8, aangifte p. 598) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 11] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 6 hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 7] ) (een) goed (eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 12] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 9, aangifte p. 600) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 12] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 7 hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 8] ) (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 13] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 10, aangifte p. 602) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 13] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 8 hij op of omstreeks 11 februari 2019 te Belfeld, in elk geval in de gemeente Venlo, omstreeks 03:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 9] ) o.a. een gouden ring, twee gouden armbanden en een stoffen tas (kleur zwart), en elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 14] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 14] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 14] gewelddadig vast te pakken en uit diens bed te trekken waardoor deze op de grond is gevallen; (zaaksdossier 12, aangifte p. 629) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht) 9 hij op of omstreeks 11 februari 2019 te Belfeld, in elk geval in de gemeente Venlo, tussen 02:30 uur en 06:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 10] ) o.a. een portemonnee, inhoudende € 20,-, in elk geval een hoeveelheid geld, en een pasjeshouder, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 15] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel; (zaaksdossier 13, aangifte p. 645) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 10 hij op of omstreeks 11 februari 2019 te Belfeld, in elk geval in de gemeente Venlo, omstreeks 04:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 11] ) o.a. een aantal sieraden/juwelen, een gouden tientje en € 200,-, in elk geval een hoeveelheid geld, en elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 16] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 16] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door met een bivakmuts over zijn hoofd de woning van die [slachtoffer 16] binnen te gaan en (vervolgens) door met geweld te trekken aan een ring welke die [slachtoffer 16] om haar middelvinger had; (zaaksdossier 14, aangifte p. 652) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht) 11 hij op of omstreeks 11 februari 2019 te Belfeld, in elk geval in de gemeente Venlo (op het adres [adres 12] ) een sleutelkastje, inhoudende een transponder, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 17] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking; (zaaksdossier 15, aangifte p. 672) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 12 hij op of omstreeks 11 februari 2019 te Belfeld, in elk geval in de gemeente Venlo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 13] ) (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 18] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 16, aangifte p. 674) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 11 februari 2019 te Belfeld, in elk geval in de gemeente Venlo opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 18] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; 13 hij op of omstreeks 8 februari 2019 te Geleen, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen in/uit een personenauto (staande op een parkeerplaats aan de [straatnaam 1] ) o.a. een rolkoffer, een laptop (merk Acer Aspire 3) en een zonnebril (merk Ray-Ban), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 19] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking; (zaaksdossier 17, aangifte p. 677) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Geleen, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, een goed, te weten een laptop (merk Acer) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; ( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht) 14 hij op of omstreeks 10 februari 2019 in de gemeente Heerlen in/uit een personenauto (staande op een parkeerplaats aan [straatnaam 1] ) een laptop (merk HP Probook) en een oplader, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 20] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; (zaaksdossier 18) ( art 310 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Geleen, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, een goed, te weten een laptop (merk HP) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; ( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht) 15 hij op of omstreeks 19 februari 2019 te Geleen, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, al dan niet opzettelijk, een of meer radioapparaten, te weten een jammer (verstoorder), heeft aangelegd, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van die radioapparaten geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet; (zaaksdossier 19) ( art 10.15 lid 1 Telecommunicatiewet) 16 hij op of omstreeks 11 oktober 2018 te Geleen, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, omstreeks 04:30 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 14] ) o.a. een geldcassette, € 2100,-, in elk geval een hoeveelheid geld, een handdoek, een portemonnee, een horloge en een aantal sieraden, en elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 21] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 21] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 21] meermalen te slaan en/of door gewelddadig oorbellen uit de oren van die [slachtoffer 21] te trekken en/of door gewelddadig ringen van de vingers van die [slachtoffer 21] te trekken; (zaaksdossier 20, aangifte p. 697) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht) 17 hij op of omstreeks 13 september 2018 in de gemeente Maastricht, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 15] ) o.a. een kluis, inhoudende € 50,-, in elk geval een hoeveelheid geld, een aantal pasjes en een identiteitskaart, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 22] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel; (zaaksdossier 21, aangifte p. 771) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 18 hij op of omstreeks 13 september 2018 in de gemeente Maastricht, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 16] ), o.a. een aantal juwelen en een handtas, inhoudende o.a. een portemonnee, een identiteitskaart en een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 23] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel; (zaaksdossier 22, aangifte p. 785) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 19 hij op of omstreeks 13 september 2018 in de gemeente Maastricht, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 17] ) (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 24] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 23, aangifte p. 796) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 20 hij op of omstreeks 1 mei 2018 in de gemeente Nuth, omstreeks 01:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 18] ) o.a. een aantal sieraden, een aantal horloges, twee tassen, een hoeveelheid geld, een aantal pasjes en een telefoon (merk Panasonic), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 25] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel; (zaaksdossier 24, aangifte p. 799) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 21 hij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2018 tot en met 8 oktober 2018 te Urmond, in elk geval in de gemeente Stein, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 19] ) (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 26] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 25, aangifte p. 831) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2018 tot en met 8 oktober 2018 te Urmond, in elk geval in de gemeente Stein opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 26] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 22 hij op of omstreeks 19 november 2018 te Posterholt, in elk geval in de gemeente Roerdalen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 20] ) o.a. een gouden ring, een beurs, inhoudende o.a. een hoeveelheid geld, een bankpas (Rabobank), een identiteitskaart en diverse pasjes, gouden manchetknopen en een horloge, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 27] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel; (zaaksdossier 26, aangifte p. 841) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 23 hij op of omstreeks 19 november 2018 te Posterholt, in elk geval in de gemeente Roerdalen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 21] ) (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 28] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 27, aangifte p. 852) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 november 2018 te Posterholt, in elk geval in de gemeente Roerdalen opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 28] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 24 hij op of omstreeks 19 november 2018 te Posterholt, in elk geval in de gemeente Roerdalen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 22] ) o.a. een aantal ringen, een ketting, een beurs met inhoud en een bankpas, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 29] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel; (zaaksdossier 28, aangifte p. 859) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 25 hij op of omstreeks 22 november 2018 in de gemeente Maastricht, omstreeks 04:15 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 23] ) o.a. twee juwelenkistjes, inhoudende een hoeveelheid sieraden en horloges, en elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 30] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 30] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 30] met kracht te duwen en/of te slaan; (zaaksdossier 29, aangifte p. 875) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht) 26 hij op of omstreeks 22 november 2018 in de gemeente Maastricht, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 24] ) (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 31] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 30, aangifte p. 881) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 22 november 2018 in de gemeente Maastricht opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 31] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 27 hij op of omstreeks 22 november 2018 te Maastricht, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 25] ) (een) goed (eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 32] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met dat oogmerk een sleutelkastje heeft opengebroken, in elk geval heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaaksdossier 31, aangifte p. 883) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 28 hij op of omstreeks 18 september 2018 te Melick, in elk geval in de gemeente Roerdalen, omstreeks 02:56 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres 26] ) o.a. een kluis, inhoudende o.a. een testament, documenten en een aantal sieraden, en € 150,-, in elk geval een hoeveelheid geld en twee sleutels, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 33] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of d.m.v. een onrechtmatig verkregen sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 33] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 33] gewelddadig tegen de grond te duwen. (zaaksdossier 32, aangifte p. 885) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht) Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte ten aanzien van de feiten 1, 9, 10, 11, 12, 13 primair, 14 primair, 15, 21, 22, 23 en 24 van 03.232412.19 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. De vrijspraken zullen hierna nader worden besproken onder het kopje “Het oordeel van de rechtbank.” Bewijs Inleiding. In deze zaak staat het politieonderzoek “Zorro” centraal. Dit betreft een onderzoek naar een serie woninginbraken en pogingen daartoe, die zijn gepleegd op verschillende plaatsen in Limburg in de periode van 24 februari 2018 tot en met 19 februari 2019. De verdenking bestaat eruit dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een groot aantal (pogingen tot) inbraken in woningen dan wel vernieling van sleutelkastjes en/of heling van gestolen goederen. Bij een aantal woningbraken is geweld gebruikt tegen de bewoner. Ook wordt verdachte er van verdacht dat hij in twee auto’s heeft ingebroken. Verder wordt verdachte verdacht van het overtreden van de Telecommunicatiewet. De rechtbank zal hierna eerst de samengevatte standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging met betrekking tot de ten laste gelegde feiten weergeven. Daarna volgt een algemene bewijsoverweging, waarna de feiten worden besproken. Zo nodig zullen feiten gezamenlijk worden besproken, bijvoorbeeld wanneer meerdere (pogingen tot) inbraken kort na elkaar zijn gepleegd. Het standpunt van de officier van justitie. Op de in het op schrift gestelde requisitoir vermelde gronden is de officier van justitie van oordeel dat, met uitzondering van feit 14 primair op de dagvaarding met parketnummer 03.232412.19), alle (primair) ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Van feit 14 primair van 03.232412.19 dient verdachte worden vrijgesproken. Feit 14 subsidiair acht de officier van justitie wel wettig en overtuigend te bewijzen. Het standpunt van de verdediging. In zijn pleidooi en schriftelijke pleitnotities heeft de raadsman in zijn algemeenheid bepleit dat uiterst zorgvuldig te werk dient te worden gegaan met het eventueel schakelen van bewijs. Het enkele feit dat een aantal inbraken of pogingen daartoe hebben plaatsgevonden op locaties dicht bij elkaar, wil nog niet zeggen dat er een verband bestaat tussen die feiten. Het openbreken van sleutelkastjes is niet zodanig uniek dat alleen al op grond van deze methode kan worden gezegd dat het steeds dezelfde dader moet zijn geweest. Cruciaal is, aldus de raadsman, om bij elk van de feiten, of clusters van feiten, te bezien of ten aanzien van de zaken die binnen die clusters vallen wettig en overtuigend bewijs is (zonder schakelbewijs) van één of meer van die feiten waarop dan de andere feiten kunnen meeliften. Als geen van de feiten op zichzelf bewijsbaar zijn, maar ten aanzien van elk van die feiten elementen uit andere zaken moeten worden gedestilleerd, dan is dat geen schakelbewijs, maar een tautologische bewijsvoering. Geen van de zaken kan zichzelf overeind houden in dat geval. Er zal, in alle zaaksdossiers, eerst moeten worden gezocht naar ander redengevend bewijs dat niet eerst geïnterpreteerd moet worden. Ten aanzien van alle bij verdachte aangetroffen goederen die zijn te linken aan een woninginbraak stelt de raadsman zich op het standpunt dat wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij de inbraken ontbreekt. De raadsman heeft vervolgens de ten laste gelegde feiten naar soort van misdrijf/geclusterd besproken. Cluster I; dit zijn de woninginbraken, dan wel pogingen daartoe, of althans (in voorkomend geval subsidiair ten laste gelegd) vernieling van een sleutelkastje. Daarnaast zijn er de diefstallen uit auto’s en het voorhanden hebben van de jammer. Binnen cluster I zijn enkele subgroepen waarvan de pleegperiode is gesteld op of omstreeks eenzelfde datum. Deze feiten zijn door de raadsman tezamen besproken. Cluster I A: feiten 17, 18 en 19. Van één feit is komen vast te staan dat sporen aan het sleutelkastje zijn veroorzaakt met een schroevendraaier die mogelijk met verdachte in verband kan worden gebracht nu de schroevendraaier is aangetroffen in de auto waarvan verdachte mede gebruik heeft gemaakt. Een schroevendraaier is evenwel een verplaatsbaar object, waarop in dit geval geen DNA is aangetroffen. Wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dient verdachte van deze feiten te worden vrijgesproken. Cluster I B: feiten 22, 23 en 24. De verdediging stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van geen van deze feiten voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om verdachte te veroordelen. Er is bovendien sprake van een contra-indicatie: verdachte spreekt geen Limburgs dialect, zoals door een van de aangevers is waargenomen. Cluster I C: feiten 25, 26 en 27. Voor alle drie de zaken geldt dat er werktuigsporen zijn aangetroffen die alle zouden zijn veroorzaakt met een van de schroevendraaiers in de Audi waarvan verdachte gebruik maakte. De betrokkenheid van verdachte bij de inbraken is volledig gestoeld op die sporen. Er is geen DNA aangetroffen en de sporen zijn veroorzaakt door een verplaatsbaar object. Ten aanzien van feit 25 staat bovendien niet vast dat er sieraden zijn weggenomen. Verzocht wordt om verdachte van al deze feiten vrij te spreken. Cluster I D: feiten 8, 9, 10, 11, 12. Het belangrijkste bewijs ten aanzien van een deel van de feiten bestaat uit sporenonderzoek. Daaruit kan geen betrokkenheid van verdachte bij de diefstallen volgen. Eventuele reisbewegingen zeggen niets en de bevindingen in het notitieboekje evenmin. Verzocht wordt om verdachte van deze feiten vrij te spreken. Cluster I E: feiten 2 tot en met 7 van 03.232412.19 en feiten 2 en 3 van 03.042579.19. Uit geen van de verklaringen van de getuigen kan de betrokkenheid van verdachte worden afgeleid. De enige overeenkomst bij al deze feiten is dat zou zijn getracht de sleutel uit het sleutelkastje te ontvreemden. De reisbewegingen van de Audi worden in het nadeel van verdachte uitgelegd. Verdachte wordt echter niet herkend in de nacht van 19 februari 2019. Het is niet verdachte die in deze nacht is geobserveerd. Er is geen enkele ondersteuning, in de vorm van objectieve gegevens, die maken dat cliënt aan de feiten kan worden gekoppeld. Reisbewegingen kunnen uitsluitend als eventueel steunbewijs dienen. Van alle tot dit cluster behorende feiten zijn weggenomen goederen van één feit in een auto aangetroffen die mede aan mijn cliënt wordt toegeschreven. De aangetroffen goederen in de auto maken nog niet dat geconcludeerd kan worden dat verdachte als dief betrokken is geweest bij feit 1 van 03.232412.19. Voor de overige feiten ontbreekt voldoende wettig en overtuigend bewijs waardoor vrijspraak moet volgen. Feit 16 staat op zichzelf. Ook in deze zaak geldt dat de resultaten van de Forensische Opsporing cruciaal zijn. De aangetroffen sporen op het sleutelkastje zouden zeer waarschijnlijk zijn veroorzaakt met één van de schroevendraaiers uit de Audi. Deze constatering is onvoldoende om betrokkenheid van verdachte bij de diefstal uit af te leiden waardoor vrijspraak moet volgen. Voor de feiten 2, 3, 4, 5, 6, 7, 12, 21, 23 en 26 geldt nog dat subsidiair vernieling ten laste is gelegd. Voor geen van deze feiten is rechtstreeks bewijs voorhanden dat duidt op betrokkenheid van verdacht zodat hij ook van deze varianten dient te worden vrijgesproken. Feiten 13 en 14 zien op diefstallen uit auto’s (primair) dan wel heling. De goederen van deze zaken zijn aangetroffen op de [adres 27] . Primair geldt dat daarvoor geen betrokkenheid van diefstal uit volgt. Ten aanzien van de heling stelt de verdediging zich primair op het standpunt dat niet is gebleken van enige beschikkingsmacht, waardoor vrijspraak moet volgen. Subsidiair refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot feit 15 (jammer) geldt dat deze is aangetroffen in de woning waarvan de verdediging stelt dat hij daar soms en dus niet permanent verbleef, waardoor het voorhanden hebben niet zonder mee bewezen kan worden. De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat het enkele feit dat de jammer in de woning lag nog niet maakt dat verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van de jammer. Subsidiair refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft tot slot ter zitting een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van twee getuigen, te weten: - de getuige [getuige 1] , ingeval de rechtbank diens verklaring voor het bewijs zou willen bezigen; - getuige [getuige 2] , ingeval de rechtbank diens verklaring voor het bewijs zou willen bezigen. Het oordeel van de rechtbank. Algemene overwegingen ten aanzien van het bewijs: Modus operandi Uit het dossier blijkt dat ten aanzien van de woninginbraken sprake is geweest van specifieke modus operandi. Alle inbraken vonden plaats in de nachtelijke uren, in kleinere, ’s-nachts vaak uitgestorven, dorpen dan wel aan de rand van een stad, dicht bij de uitvalswegen. In de meeste gevallen werden sleutelkastjes geforceerd die bij seniorenwoningen bij de voordeur hingen. Met de uit het kastje genomen sleutel kon eenvoudig de woning worden betreden. De gehele woning, ook de slaapkamer van de bewoner, werd doorzocht op waardevolle, kleinere voorwerpen zoals geld, sieraden, pinpassen en laptops. Bij een aantal inbraken werd (fors) geweld gebruikt, onder meer door te slaan, duwen, alarmknoppen maar ook sieraden van het lichaam af te trekken. Slechts door één aangeefster wordt gesproken van twee daders; alle andere aangiften spreken over één dader. Deze dader is steeds donker gekleed, heeft een bivakmuts op en draagt handschoenen; in een enkel geval draagt de dader een lampje op zijn hoofd. Begin van uitvoering (t.a.v. de tenlastegelegde pogingen tot woninginbraak subs. vernielingen van de sleutelkastjes) De rechtbank overweegt dat uit hetgeen hiervoor omtrent de modus operandi is opgemerkt, blijkt dat de sleutelkastjes werden opengebroken uitsluitend met de bedoeling de zich daarin bevindende sleutel te gebruiken om de betreffende woning binnen te gaan en de bewoner te bestelen. Het (enkel) beschadigen van een sleutelkastje kan daarom niet anders worden gezien dan als een begin van uitvoering van een diefstal, dus een voltooide poging. Daarbij is het niet relevant of zich in het kastje wel of geen sleutel bevond. De Audi A3 met kenteken [kenteken 1] Door de verdediging is aangevoerd dat, naast verdachte, ook twee andere personen de beschikking hadden over een autosleutel behorende bij de Audi A3 (hierna ook wel “de Audi” of “de auto” genoemd) en dat deze personen ook in die auto reden. Verdachte heeft hierbij alleen de naam van de niet gevonden getuige [getuige 2] genoemd als zijnde één van de personen die in de ten laste gelegde periode ook gebruik maakte van de Audi. Van de andere persoon wilde hij de naam niet noemen. De rechtbank overweegt als volgt. Uit onderzoek is gebleken dat de Audi bij een garagebedrijf te Houten vandaan komt. De eigenaar van de garage heeft verklaard dat de Audi op 18 december 2018 is aangekocht door een Marokkaanse man en een oudere, moeilijk verstaanbare man. De Marokkaanse man ondertekende de factuur van € 2.000,= en betaalde contant. De auto is op naam van [persoon 1] gezet. Deze [persoon 1] , woonachtig te Roermond, is door de politie als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat hij de Audi op verzoek van een Marokkaanse man, die hij kende als de Marokkaanse “ [persoon 2] ”, op zijn naam heeft gezet. [persoon 2] betaalde de verzekering van de auto. Aan [persoon 1] is door de politie een foto van verdachte getoond, waarna [persoon 1] verklaarde dat dit de persoon was die hij kende als “ [persoon 2] ”. De garagehouder heeft verklaard dat er - overeenkomstig de verkoopadvertentie - één autosleutel bij de Audi werd geleverd. Ook de vriendin van verdachte, genaamd [persoon 3] , heeft op 25 januari 2019 verklaard dat verdachte in een Audi A3 reed en dat deze auto op naam stond van ene [persoon 1] uit Roermond. Verdachte is vanaf 28 september 2018 stelselmatig geobserveerd. Dit naar aanleiding van informatie betreffende een woninginbraak in Obbicht op 24 februari 2018 waarbij DNA van verdachte is aangetroffen alsmede informatie omtrent een woninginbraak te Linnen op 12 juli 2018. De rechtbank stelt vast dat bij de observaties , sinds de Audi door verdachte is aangekocht, alleen hij en niemand anders als de bestuurder van de auto is gezien. In de nacht van 11 februari 2019 zijn strafbare feiten gepleegd in Belfeld. Vanaf dat moment is de Audi voorzien van plaatsbepalingsapparatuur, ofwel een baken. Verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard, dat hij op 12 en 17 februari 2019 in de Audi gereden zal hebben, nu hij door de observanten als bestuurder is herkend. In de auto zaten op die momenten geen passagiers. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de Audi gebruikte voor zijn handel in goederen. Uit de bakengegevens is vast komen staan dat de Audi op 19 februari 2019 in Horst is. Daarna is de auto in de straat [straatnaam 2] , gelegen in de buurt van de [adres 27] te Geleen. Op 19 februari 2019 wordt verdachte aangehouden in de woning van zijn vriendin aan de [adres 28] te Geleen. Verdachte heeft zich op dat moment in de bergkast onder de trap verstopt. In die kast wordt, naast verdachte, ook de sleutel van de Audi aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank staat het, gelet op het voorgaande, genoegzaam vast dat verdachte - en alleen verdachte - sinds de aankoop op 18 december 2018 de bestuurder van de Audi is geweest. Bijzondere overwegingen van de rechtbank: Ten aanzien van feit 1 (03.042579.19): De rechtbank overweegt met betrekking tot deze inbraak in de woning aan de [adres 29] te Obbicht het volgende. De dader heeft in de nachtelijke uren, omstreeks 01:20 uur, het sleutelkastje bij de voordeur van de woning vernield en is met de sleutel uit dat kastje de woning binnen gegaan. Hierna heeft de dader de bewoonster op gewelddadige wijze vastgepakt en met een schroevendraaier bedreigd, vervolgens haar handtas met inhoud weggenomen en toen de woning verlaten. Bij de voordeur van de woning is een schroevendraaier aangetroffen en in beslag genomen. De schroevendraaier is door de aangeefster herkend als de schroevendraaier waarmee zij bedreigd werd. De schroevendraaier en het sleutelkastje zijn op sporen onderzocht. Uit het werktuigspoor op het sleutelkastje volgt dat de achtergebleven schroevendraaier zeer waarschijnlijk is gebruikt om het sleutelkastje open te breken. Op het handvat van de schroevendraaier is DNA aangetroffen. Het afgeleide hoofdprofiel, opgesteld van de bemonstering van de schroevendraaier, is vergeleken met de DNA-profielen van personen die zijn opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. Hierbij is een match gevonden met het DNA-profiel van verdachte. In zijn op schrift gestelde pleidooi heeft de raadsman ten aanzien van dit feit géén inhoudelijk verweer gevoerd. Bij een ander aan verdachte ten laste gelegd feit heeft de raadsman evenwel gesteld dat een schroevendraaier een mobiel, verplaatsbaar object betreft en dat het onvoldoende is, ook al zou er DNA op dat object zijn aangetroffen, om daaruit de conclusie te trekken dat het ook deze verdachte is geweest die het strafbare feit heeft begaan. Voor zover de raadsman bedoeld heeft dit verweer ook ten aanzien van het onderhavige feit te voeren, doch in ieder geval ambtshalve, overweegt de rechtbank wat dat betreft als volgt. Op zich zelf is het juist dat indien op een bepaalde locatie een verplaatsbaar voorwerp wordt aangetroffen met daarop DNA van een bepaald persoon, niet zonder meer daaruit kan worden afgeleid dat deze persoon daar ook zelf aanwezig is geweest. Op de plaats delict is een schroevendraaier aangetroffen. Deze is door een verbalisant veiliggesteld en bemonsterd. Uit het NFI-rapport blijkt dat uit één van deze bemonsteringen een DNA-hoofdprofiel is afgeleid dat matcht met het DNA-profiel van verdachte, met een matchkans van kleiner dan één op één miljard. Ondanks dat de schroevendraaier een verplaatsbaar object betreft en niet blijkt hoe en op welk moment het DNA van verdachte op de schroevendraaier is terechtgekomen, acht de rechtbank het resultaat van dit DNA-onderzoek in samenhang met de aangifte, de niet weersproken herkenning van aangeefster van de schroevendraaier en de werktuigsporen op het sleutelkastje voldoende voor een bewezenverklaring. De rechtbank weegt daar bij mee dat het dossier geen enkele aanwijzing bevat om aan te nemen dat dit object op de plaats delict terecht is gekomen op een andere manier dan in beginsel aannemelijk is, namelijk betrokkenheid van verdachte bij het delict. u Verdachte heeft geen enkele redelijke, de redengevendheid ontzenuwende verklaring gegeven voor het aantreffen van zijn DNA op de betreffende schroevendraaier. Daarom gaat de rechtbank er vanuit dat er geen alternatieve verklaring voor de bewijsmiddelen bestaat De rechtbank concludeert dat verdachte tijdens het plegen van het delict een schroevendraaier met daarop zijn celmateriaal heeft achtergelaten op de plaats delict. De rechtbank acht de tenlastegelegde woninginbraak met geweld wettig en overtuigend bewezen en de bewijsmiddelen zijn uitgewerkt in het aan dit vonnis gehechte bewijsmiddelenoverzicht. Wat betreft de strafverzwarende omstandigheid zoals door de officier van justitie ter zitting ten laste gelegd, overweegt de rechtbank als volgt. Uit het uittreksel justitiële documentatie van 18 mei 2020 blijkt dat verdachte op 12 augustus 2015 door de meervoudige kamer in de rechtbank Limburg is veroordeeld ter zake van “de voortgezette handeling van diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang heeft verschaft en het weg te noemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken” (op 1 april 2015 te Maastricht) tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden. Tevens blijkt uit dit uittreksel dat dit vonnis onherroepelijk is sedert 2 december 2015. Gelet hierop acht de rechtbank ook dit deel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van feit 2, feit 3 (03.042579.19), feit 2 primair, feit 3 primair, feit 4 primair, feit 5 primair, feit 6 primair en feit 7 primair (03.232412.19): De rechtbank overweegt ten aanzien van de woninginbraak aan de [adres 30] (feit 2 van 03.042579.19) te Horst als volgt. Uit de aangifte is gebleken dat de dader zich de toegang tot de woning heeft verschaft door het sleutelkastje bij de voordeur open te breken. Aangever heeft de dader, die alleen was, beschreven als een man met donkere kleding, handschoenen aan en een lampje op zijn hoofd. In de woning is aangever geslagen en geduwd en er zijn sieraden weggenomen. Bij het uitlezen van het baken is gebleken dat de Audi van 18 op 19 februari 2019 van Geleen naar Horst is gereden en dat deze vanaf 00:25 uur tot en met 04:30 uur geparkeerd heeft gestaan in de omgeving van de [adres 30] in Horst. Omstreeks 04:30 uur is de auto teruggereden naar de [adres 37] te Geleen. Deze straat is gelegen in de buurt van de [adres 28] , waar de vriendin van verdachte woont. Verdachte verbleef, zo heeft hij verklaard ter zitting, bij zijn vriendin. In een slaapkamer van de woning aan de [adres 28] te Geleen zijn op 19 februari 2019 omstreeks het middaguur sieraden van de aangever aangetroffen. De sieraden waren verstopt in een kussensloop. De aangever heeft de sieraden herkend als de zijne. De vriendin van verdachte, [persoon 3] , heeft ten overstaan van de politie verklaard dat verdachte in de nacht van 19 februari 2019 uit de woning is weggeweest. In de Audi A3 zijn op 19 februari 2019 twee schroevendraaiers (A en B) aangetroffen en in beslag genomen. Er heeft forensisch onderzoek plaatsgevonden naar de werktuigsporen op het sleutelkastje in combinatie met de schroevendraaiers. Uit dat onderzoek kan geconcludeerd worden dat werktuigsporen in de afvormingen zijn veroorzaakt met schroevendraaier A. Van wie zijn de schroevendraaiers uit de Audi? Verdachte heeft ontkend dat deze schroevendraaiers van hem zijn. De rechtbank heeft hiervoor al overwogen dat de Audi enkel door verdachte werd gebruikt. Nu verdachte geen redelijke, de redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van de in de auto aangetroffen schroevendraaiers gaat de rechtbank er vanuit dat er geen alternatieve verklaring voor de aanwezigheid van de schroevendraaiers bestaat anders dan dat deze van verdachte zijn en door hem in de Audi zijn geplaatst. Dit oordeel wordt versterkt door de uitkomst van forensisch onderzoek naar aanleiding van een woninginbraak waarvoor de rechtbank verdachte eveneens verantwoordelijk houdt (zie feit 20 van 03.232412.19). Bij deze inbraak, in tijd gelegen vóórdat verdachte in het bezit was van de Audi, is gebleken dat schroevendraaier A ook daar (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.