← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2022:1644

vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Parketnummer vordering: 01.880453.18 Parketnummer: 01.321150. [verdachte] Locatie 's-Hertogenbosch Strafrecht Parketnummer dagvaarding: 01.321150.20Parketnummer vordering: 01.880453.18 Datum uitspraak: 17 februari 2022. Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1973] , wonende te [woonplaats] . Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 februari 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 december 2021. Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 15 augustus 2020 tot en met 18 december 2020 te Eindhoven en/of Spoordonk en/of Oirschot en/of Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België, een ander, genaamd [slachtoffer] (werknaam: [slachtoffer] ), (telkens) met één of meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, - heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting (sub 1), en/of - heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (sub 4), en/of - heeft gedwongen of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling (sub 9), en/of (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer] (sub 6), waarbij dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die dreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit: - het dreigen dat hij, verdachte, de liefdesrelatie met die [slachtoffer] zou verbreken als zij de werkzaamheden in de prostitutie niet zou (gaan) verrichten en/of - het voorhouden aan die [slachtoffer] dat, om een mooie toekomst samen te kunnen beginnen, zij als tegenprestatie werkzaamheden in de prostitutie moest (gaan) verrichten en/of - het brengen van die [slachtoffer] in een (sociaal) isolement en/of - het dwingen van die [slachtoffer] om de opbrengsten uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, af te dragen en/of waarbij voornoemde (onder sub 4) "enige handeling" heeft bestaan uit: - het aangaan en/of onderhouden van een liefdesrelatie en/of seksuele relatie met voornoemde [slachtoffer] en/of - het kijken van (geromantiseerde) televisieprogramma’s over prostitutie samen met die [slachtoffer] en/of - het voorstellen aan die [slachtoffer] om te gaan werken in de prostitutie en/of - het voorstellen aan die [slachtoffer] dat hij, verdachte, in dienst zou treden als haar vaste chauffeur bij de werkzaamheden in de prostitutie en/of - het maken van foto’s en/of teksten voor (een) advertentie(

  1. s)op Seksjobs.nl en/of Kinky.nl en/of Redlight en/of (een) andere website(
  2. s)waarin die [slachtoffer] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of - het begeleiden/vervoeren van die [slachtoffer] bij/naar seksafspraken en/of - het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(
  3. en)voor die [slachtoffer] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(
  4. en)over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of de daarvoor te betalen bedragen en/of -het bepalen of die [slachtoffer] prostitutiewerkzaamheden met of zonder condoom moest verrichten en/of - het bijhouden en/of in ontvangst nemen van de opbrengsten uit de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer] en/of - het door die [slachtoffer] laten aanschaffen van een voertuig (Mercedes met kenteken [kenteken] ) teneinde die [slachtoffer] naar de seksafspraken te kunnen vervoeren en/of - het door die [slachtoffer] laten aanschaffen van een (sta)caravan, bedoeld om te gebruiken als locatie vanuit waar die [slachtoffer] prostitutiewerkzaamheden zou kunnen gaan verrichten. De vordering na voorwaardelijke veroordeling. De zaak met parketnummer 01.880453.18 is aangebracht bij vordering van de officier van justitie van 27 januari 2021. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige strafkamer te Oost-Brabant d.d. 23 januari 2020. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht. De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. Motivering van de beslissing van de rechtbank. Inleiding. Verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij door het gebruik van een aantal in de tenlastelegging omschreven middelen en omstandigheden [slachtoffer] met het oogmerk van uitbuiting in de prostitutie heeft gebracht en gehouden. Het standpunt van de officier van justitie. De officier van justitie heeft, zoals vermeld in haar op schrift gesteld requisitoir, gerekwireerd tot bewezenverklaring van hetgeen de verdachte is ten laste gelegd. Volgens de officier van justitie kan de seksuele uitbuiting van [slachtoffer] in de periode van 15 augustus 2020 tot en met 18 december 2020 in Eindhoven, Spoordonk, Oirschot, Tilburg en elders in Nederland en in België door een andere feitelijkheid, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie door verdachte wettig en overtuigend worden bewezen. Bewezen kan worden: - dat verdachte haar heeft geworven en gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting (sub 1), - dat verachte haar heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard (sub 4), - dat verdachte haar heeft gedwongen of bewogen om hem te bevoordelen uit de opbrengsten van seksuele handelingen van die [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling (sub 9), en dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer] (sub 6). De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte hiervoor te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring gevorderd van de twee onder verdachte inbeslaggenomen telefoons, te weten een Samsung A20 (goednummer 1752284) en een Samsung J5 (goednummer 1752255). De officier van justitie heeft verder gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, onder aanpassing van het bedrag van de (gederfde) inkomsten (€ 23.690,- in plaats van € 26.690,-, waarvan € 10.000,- moet worden afgetrokken). Het wederrechtelijk verkregen voordeel moet volgens de officier van justitie (eveneens) worden vastgesteld op € 23.690,- en zij vordert aan verdachte (ook) in verband hiermee een betalingsverplichting op te leggen ter hoogte van € 13.690,-. De officier van justitie vordert tot slot toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging (van een gevangenisstraf van zes maanden) en gevangenneming van verdachte bij de uitspraak. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft, zoals vermeld in zijn pleitnota, vrijspraak bepleit voor het aan verdachte ten laste gelegde feit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat geen sprake is geweest van toepassing van dwangmiddelen. Het motief van aangeefster om in de prostitutie te gaan werken was deels praktisch van aard en deels ingegeven door het feit dat zij de relatie met verdachte wilde behouden. Niet is gebleken dat zij zich in een kwetsbare positie bevond. Er was geen sprake van een situatie waarbij er geen andere keus was dan in de prostitutie te gaan werken. Zij had immers kort daarvoor nog ander werk. Ook bevat het dossier geen enkele verklaring over enige concrete mededeling of belofte waaruit blijkt dat zij door verdachte zou zijn misleid. Tot slot kan evenmin worden bewezen dat verdachte voordeel heeft getrokken uit uitbuiting van [slachtoffer] . Er was immers geen sprake van uitbuiting en verder konden zowel [slachtoffer] als ook verdachte vrij beschikken over de opbrengst van de werkzaamheden, hetgeen normaal is tussen partners in een relatie. Het oordeel van de rechtbank. Juridisch kader. Onder bepaalde voorwaarden is prostitutie in Nederland legaal. Dit is anders als (daarnaast) sprake is van mensenhandel. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 273f (oud) van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en de jurisprudentie volgt dat mensenhandel is gericht op uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu steeds voorop. Het te beschermen belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. De in dit artikel opgenomen verboden gedragingen beïnvloeden de wil, waaronder is begrepen de keuzemogelijkheid van het slachtoffer, in die zin dat die leiden tot het ontbreken van vrijwilligheid, waartoe ook behoort het ontbreken of de vermindering van de mogelijkheid een bewuste keuze te maken. Dit gebrek aan een vrije keuze en deze afhankelijkheid komen nader tot uitdrukking in de verschillende bestanddelen van artikel 273f Sr, waarbij deze gedragingen alleen bestraft kunnen worden als ze zijn begaan onder omstandigheden waarbij (het oogmerk van) uitbuiting kan worden verondersteld. Het oogmerk van uitbuiting is in de wet niet gedefinieerd, anders dan in het tweede lid van voornoemd artikel door de opsomming van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder uitbuiting van een ander in de prostitutie. Uitbuiting veronderstelt altijd een zekere mate van onvrijwilligheid of onderwerping van degene die wordt uitgebuit. Het enkele aanwenden van dwangmiddelen levert niet reeds uitbuiting op, maar het oogmerk van uitbuiting brengt met zich dat sprake moet zijn van een (voorgenomen) ernstige inbreuk op de lichamelijke en/of geestelijke integriteit en/of de persoonlijke vrijheid. In relatie tot de seksindustrie spreken de wetgever en de Hoge Raad van een uitbuitingssituatie indien de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostitué(
  5. e)in Nederland pleegt te verkeren. In het geval van prostitutiewerkzaamheden zal er – gelet op de aard van het werk en de forse inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer – in het geval van gebruik van enig dwangmiddel en enig financieel gewin bij de verdachte al snel sprake zijn van uitbuiting. Wanneer gebruik is gemaakt van enig dwangmiddel, is instemming van het slachtoffer met de beoogde of bestaande uitbuiting niet relevant. Evenmin is de omstandigheid dat het slachtoffer voorafgaand aan de uitbuitingssituatie reeds werkzaam was als prostituee een beletsel voor een bewezenverklaring. Een beperking van de keuzevrijheid van het slachtoffer is voldoende om het gedwongen karakter van de prostitutie aan te nemen. Er hoeft geen sprake te zijn van zodanige dwang of druk dat voor de betrokkene geen andere keuze meer mogelijk was. Toepassing op deze zaak. De rechtbank dient te beoordelen of de verdachte zich ten opzichte van [slachtoffer] schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel in de zin van artikel 273f, sub-onderdelen 1, 4, 6 en 9 van lid 1. Blijkens de wettekst is ten aanzien van sub 1 en 6 (het oogmerk van) uitbuiting een bestanddeel en ten aanzien van sub 4 en 9 is dit volgens vaste rechtspraak een impliciet bestanddeel. Toegepast op deze zaak overweegt de rechtbank als volgt. Het ten laste gelegde feit dateert uit de periode van 15 augustus 2020 tot en met 18 december 2020. Op 16 december 2020 heeft de politie onderzoek verricht naar aanleiding van een advertentie op website www.sexjobs.nl. In die advertentie bood een prostituee zich aan voor seksuele diensten tegen betaling. In het kader van een bestuursrechtelijke controle in het kader van handhaving in de prostitutiebranche hebben verbalisanten op 18 december 2020 een fictieve seksafspraak voor een “cardate” gemaakt met de betreffende prostituee. Op de afgesproken locatie verscheen vervolgens op het afgesproken tijdstip een Mercedes-Benz bestuurd door verdachte [verdachte] . Naast hem zat op de passagiersplaats een vrouw genaamd [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ). [verdachte] (hierna te noemen verdachte) is aangehouden. Met [slachtoffer] is een intakegesprek gehouden. Tijdens dat gesprek vertelde [slachtoffer] dat zij verdachte via de datingsite Badoo heeft leren kennen en dat ze sinds 15 augustus 2020 een relatie hebben. Ze vertelde nog nooit zo’n goede relatie te hebben gehad. Ze vertelde dat ze, nadat ze verdachte heeft leren kennen, in de prostitutie is gaan werken omdat ze moest leven van 10 euro per week en omdat ze een grote schuld had bij haar ex, waarop ze maandelijks 200 euro afloste. [slachtoffer] vertelde dat ze in september 2020 is begonnen via de site seksjobs en dat ze ook heeft gewerkt bij het escort bureau [bedrijfsnaam] Ze zei dat ze zelf de advertenties had gemaakt en dat verdachte voor haar en voor het escortbureau als chauffeur werkte. Ze had van haar salaris bij het escortbureau een Mercedes gekocht waarin verdachte haar vervoerde. Ze vond de bestuursrechtelijke controle vervelend want ze wilde verdachte niet kwijt. Ze hield keiveel van hem. Op 19 december 2020 is van [slachtoffer] een tweede verklaring opgenomen. Ze vertelde onder andere dat ze verder wil met het escortwerk. Ze had met verdachte afgesproken dat hij haar vaste chauffeur zou zijn. Wat ze verdienden ging in een pot. Van dat geld werden de vaste lasten en de boodschappen betaald. Ze verbleef meer in de woning van verdachte dan in haar eigen woning. De door hen beiden gekochte Mercedes, die op haar naam stond, was betaald uit de gezamenlijke pot. Ze had samen met verdachte ook een caravan gekocht. Met verdachte regelde ze de advertenties. Ze deed dit op de computer. Ze had inspraak als er iets moest worden veranderd in een advertentie. Ze vertelde dat ze zelf op internet heeft gezocht naar een escortbedrijf. Ze heeft dit bedrijf gebeld en bezocht, daar met iemand gesproken en zich vervolgens bij het bedrijf ingeschreven. Op 5 januari 2021 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan. In haar aangifte heeft [slachtoffer] (opnieuw) verklaard dat ze samen met verdachte foto’s heeft gemaakt die zijn gebruikt bij de advertenties en dat ze de advertenties samen hebben opgemaakt. Ze heeft verklaard dat ze zich halverwege oktober 2020 heeft aangemeld bij een escortbedrijf wat ze zelf had uitgezocht. Ze is daar naar toe gegaan en heeft daar met iemand een gesprek gehad. Ze heeft aangegeven dat ze zelf een chauffeur had en dat ze niet gedwongen werd om het escortwerk te doen. Vervolgens is ze vanaf 15 september 2020 tot 15 december 2020 voor het escortbureau gaan werken. De tarieven van het escortbureau waren dat van de 150 euro die een klant per uur moest betalen, 40 euro voor haar waren. De chauffeur kreeg ook 40 euro en het bureau kreeg 70 euro. De betalingen van het escortbureau liepen via Ideal. Ze heeft verklaard dat ze van de opbrengst nog ongeveer 10.000 euro over heeft. Het geld deden ze in een kluis en als verdachte of zij iets nodig hadden dan pakten ze geld uit de kluis. Volgens [slachtoffer] is verdachte nooit fysiek gewelddadig geweest in haar richting. Als ze ooit niet naar een seksafspraak wilde gaan en daarover klaagde zei verdachte iets in de trant van “als je het niet wilt dan moet je het niet doen”. Nadat [slachtoffer] van meerdere personen informatie over verdachte heeft gekregen, heeft ze op 19 en 22 januari 2021 onder andere verklaard dat verdachte haar heeft misleid en dat ze nu beseft dat ze slachtoffer van hem is geworden. Ze heeft ook verklaard dat ze in het begin een eigen kluisje had met één sleutel waarin ze de opbrengst van haar werkzaamheden bewaarde. Later hebben verdachte en zij bij de Action een geldkluis gekocht die vast geboord kon worden in de woning van verdachte. Vanaf dat moment is de opbrengst daarin opgeborgen. Ze vertelde dat ze allebei een sleutel van die kluis hadden. Uit voornoemde feiten en omstandigheden kan worden afgeleid dat verdachte bepaalde, in de tenlastelegging genoemde, feitelijke handelingen heeft verricht. Het dossier biedt echter onvoldoende aanknopingspunten voor de vaststelling dat er sprake is geweest van dwang of van uitbuiting. Verbalisanten hebben in het dossier vermeld dat de antwoorden die [slachtoffer] op een aantal vragen van verbalisanten heeft gegeven en de wijze waarop zij reageerde volgens die verbalisanten niet passen bij een volwassen vrouw. Een opsporingsambtenaar heeft vermeld dat de wijze van antwoorden van [slachtoffer] hem deed denken dat [slachtoffer] mogelijk tot de groep mensen met een verstandelijke beperking zou behoren. Hier is echter geen deskundig onderzoek naar verricht en de rechtbank is ook niet gebleken dat [slachtoffer] een verstandelijke beperking heeft (of had). De rechtbank stelt daarentegen vast dat [slachtoffer] het basisonderwijs in Baarle Nassau en een MBO-opleiding in Breda heeft gevolgd. Ten tijde van het tenlastegelegde was zij 40 jaar oud. De rechtbank ziet in haar verklaringen en in de overige bewijsmiddelen onvoldoende aanknopingspunten voor het tenlastegelegde misbruik van een kwetsbare positie. Uit het dossier komt naar voren dat [slachtoffer] erg verliefd was op verdachte. Verdachte had hierdoor onmiskenbaar invloed op haar. De rechtbank ziet echter onvoldoende aanknopingspunten voor het bestaan van een “instrumenteel gebruik van de liefde” door verdachte, zoals de officier van justitie in haar requisitoir heeft betoogd, of voor het bestaan van misleiding of misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht. Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op alle omstandigheden van het geval, zoals daarvan onder meer blijkt uit de verschillende verklaringen van [slachtoffer] , niet worden gezegd dat er in casu geen sprake was van een situatie waarin “een mondige Nederlandse prostituee pleegt te verkeren”, die zelf inspraak heeft in het aantal klanten, welke seksuele handelingen zij verricht en die zelf over een behoorlijk deel van de opbrengst kan beschikken. Het dossier bevat ook geen ander bewijsmateriaal voor de bestanddelen van artikel 273f Sr. Al het voorgaande overwegende zijn naar het oordeel van de rechtbank daarom de tenlastegelegde handelingen zoals bedoeld in artikel 273f Sr, te weten de dwangmiddelen en de uitbuitingssituatie, niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Beslissing over het beslag Uit het dossier is de rechtbank gebleken dat onder verdachte twee telefoons in beslag zijn genomen. Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet zal de rechtbank de teruggave gelasten van de in beslag genomen telefoons aan verdachte. Het betreft de telefoons met goednummer 1752284 (Samsung A20) en goednummer 1752255 (Samsung J5). Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, kan worden ontvangen. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij zal worden verwezen in de kosten door de verdachte in deze strafzaak gemaakt wegens verdediging tegen de civiele vordering als na te melden. Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling in de zaak met parketnummer 01.880453.18. De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De rechtbank zal de gevorderde tenuitvoerlegging afwijzen omdat niet kan worden bewezen dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een of meer strafbare feiten. DE UITSPRAAK De rechtbank: Verklaart het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen telefoons, te weten de telefoon met goednummer 1752284 (Samsung A20) en de telefoon met goednummer 1752255 (Samsung J5). Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] : Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering. Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte in deze strafzaak gemaakt wegens verdediging tegen de civiele vordering, tot op heden begroot op nihil. Wijst af de vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 01.880453.18. Dit vonnis is gewezen door: mr. T. Kraniotis, voorzitter, mr. B.A.J. Zijlstra en T.J. Roest Crollius, leden, in tegenwoordigheid van G.G. Dirks, griffier, en is uitgesproken op 17 februari 2022, zijnde mr. T.J. Roest Crollius buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.