vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummer: 9604167 CV EXPL 21-7961 Vonnis in kort geding van 7 februari 2022 in de zaak van: [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, verder te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. L.G. Krijnen, t e g e n STICHTING INTERNATIONAAL EN LOKAAL FUNDEREND ONDERWIJS (SILFO), gevestigd te Eindhoven, gedaagde partij, verder te noemen: Silfo, gemachtigde: mr. C.A.M. van Vught. Waar gaat dit kort geding over? Samengevat gaat dit kort geding over een 62-jarige docent Techniek ( [eiser] ) die zijn onvrijwillige overplaatsing naar een andere school aanvecht. Eerder was hij ook geschorst en ook daar is hij het niet mee eens. De school (Silfo) vindt dat zowel de schorsing als de overplaatsing terecht hebben plaatsgevonden. 1Het procesverloop 1.1 Op 29 december 2021 heeft [eiser] Silfo in kort geding gedagvaard. Daartoe heeft hij een dagvaarding met producties 1 tot en met 33 uitgebracht. Vervolgens heeft Silfo daartegen verweer gevoerd. Zij heeft op 5 januari 2022 een verweerschrift met producties 1 tot en met 64 ingediend. Op 10 januari 2022 heeft [eiser] aanvullende producties 34 en 35 toegestuurd. 1.2 Aanvankelijk stond de mondelinge behandeling (hierna: zitting) gepland op 4 januari 2022 om 15.00 uur bij de kantonrechter te Eindhoven. Dit zou een online zitting zijn. Mede op verzoek van partijen is de te houden zitting verplaatst en omgezet naar een zogenaamde fysieke zitting op 10 januari 2022 om 13.30 uur. De zitting heeft uiteindelijk op laatstgenoemde datum en tijdstip ten overstaan van de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch plaatsgevonden in het Paleis van Justitie in ’s-Hertogenbosch. Daarbij was [eiser] aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. L.G. Krijnen. Silfo werd tijdens de zitting vertegenwoordigd door de heer [A] (voorzitter van het College van Bestuur van Silfo) en de heer [B] (directeur van het Strabrecht College in Geldrop), bijgestaan door mr. C.A.M. van Vught als gemachtigde. Tijdens de zitting hebben beide gemachtigden pleitaantekeningen voorgedragen. Daarnaast hebben partijen vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de zitting is besproken. 1.3 De zaak is vervolgens aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen te onderzoeken of zij een regeling in der minne kunnen bereiken. 1.4 Bij berichten van 20 januari 2022 hebben de gemachtigden van beide partijen de kantonrechter laten weten dat partijen er niet in zijn geslaagd om een minnelijke oplossing voor het geschil te bereiken. Daarom verzoeken zij om vonnis te wijzen. 1.5 Tot slot is vonnis bepaald op vandaag. 2De relevante feiten 2.1 Silfo vormt het bevoegd gezag over de volgende scholen: - The International School Primary (locatie Eindhoven, Oirschotsedijk 14b); - Het Stedelijk College (locatie Eindhoven, Oude Bossche Baan 20); - Het Strabrecht College (locatie Geldrop, Grote Bos 2). 2.2 [eiser] (geboren op [geboortedatum] 1959) is sinds 1 augustus 2003 als docent Techniek werkzaam bij het onder het bestuur van Silfo vallende Strabrecht College te Geldrop. Hij heeft een vast dienstverband met een betrekkingsomvang van 0,94 fte. Vanaf 1 september 2021 is [eiser] tevens lid van de Medezeggenschapsraad (MR) van de school. Op de arbeidsverhouding tussen partijen is de is de “Collectieve arbeidsovereenkomst voortgezet onderwijs” van toepassing verklaard (hierna: CAO VO 2020). 2.3 Op 23 juni 2020 heeft Silfo gesproken met [eiser] over een traject ter verbetering van zijn pedagogische en didactische competenties, en interpersoonlijk contact met collega’s en ouders. Daartoe heeft Silfo een externe coach ingeschakeld. Op 13 november 2020 heeft [eiser] in een gesprek met zijn leidinggevende (mevrouw [C] ) meegedeeld dat hij zich niet kan vinden in het door het Strabrecht College gekozen onderwijsconcept, het zogenoemde Kuns Kaps Skolan. In januari 2021 gaf de externe coach aan dat [eiser] een blokkade heeft door een gevoel van onvrede over het Strabrecht College: onvrede over de gang van zaken op school, over het beleid en over de regels. Mede naar aanleiding van de door [eiser] op 13 november 2020 gedane uitspraak over de onderwijsvisie van het Strabrecht College, hebben er meerdere gesprekken plaatsgevonden tussen [eiser] en de schoolleiding (bijvoorbeeld op 29 januari 2021), omdat er bij Silfo zorgen waren dat [eiser] zich niet kon verenigen met het door school gekozen onderwijsconcept en de daaruit voortvloeiende beleidskeuzes. Vervolgens heeft Silfo op 9 maart 2021 besloten een versnelde cyclus van beoordelen ten aanzien van [eiser] in te zetten. Op 14 april 2021 heeft een functioneringsgesprek plaatsgevonden, waarin Silfo aan [eiser] heeft verzocht om een uitgewerkt verbeterplan aan te leveren. Op 20 april 2021 heeft [eiser] te kennen gegeven niet mee te willen werken aan het versnelde verbetertraject, omdat dit, volgens hem, een afwijking vormt ten opzichte van het geldende protocol rond beoordelings- en functioneringsgesprekken. Op 30 april 2021 heeft Silfo aan [eiser] een officiële waarschuwing gegeven in verband met schending van privacy van leerlingen. Daarna hebben tussen partijen (en hun gemachtigden) gesprekken plaatsgevonden (onder andere op 30 juni 2021 en 22 juli 2021). Deze gesprekken hebben niet tot een oplossing geleid. 2.4 Op 28 juli 2021 heeft Silfo aan [eiser] meegedeeld dat zij voornemens is om hem te schorsen (ordemaatregel). Bij brief van 2 augustus 2021 heeft [eiser] zijn zienswijze op de voorgenomen schorsing gegeven. 2.5 Bij brief van 2 september 2021 heeft Silfo het besluit genomen [eiser] met ingang van 6 september 2021 op grond van artikel 10.a.7 lid 2 aanhef en sub f CAO VO 2020 te schorsen als ordemaatregel voor de duur van ten hoogste drie maanden. Ter motivering van haar besluit tot schorsing heeft Silfo in de hiervoor genoemde brief onder andere het volgende vermeld: “(…) Het gesprek van 22 juli jl. was op uitnodiging van werkgever n.a.v. twee fundamentele constateringen die de basis vormen voor de rond uw persoon ontstane situatie. Ik [ [A] , voorzitter van het College van Bestuur van Silfo, kantonrechter] citeer uit de brief van onze raadsman aan uw raadsman d.d. 15 juli jl.: “De basis van de problematiek met uw cliënt is gelegen in het feit dat hij zich niet kan verenigen in de visie van het Strabrecht College en het daaruit voortvloeiende beleid. Dat betekent dat deze basaal ‘verkeerde stand’ van uw cliënt voortdurend leidt tot fricties van verschillende aard, o.a. in constateringen aangaande zijn functioneren. In uw brief d.d. 3 juli jl. stelt u dat uw cliënt bereid is “zich geheel te conformeren aan de regels en het beleid van de school.” Dat is echter in tegenspraak met de expliciete uitspraken en gedragingen van uw cliënt. Daarenboven heeft uw cliënt bij herhaling uitgesproken geen vertrouwen te hebben in zijn teamleider en in de directeur van de school [de heer [B] , kantonrechter]. Daarmee ontbreekt van zijn kant een vertrouwensbasis in de relatie met zijn werkgever.” (…) M.a.w.: het gesprek [ 22 juli 2021, kantonrechter] was voor ons noodzakelijk om de voorgaande constateringen en het daardoor ontbreken van een vruchtbare samenwerking bespreekbaar te maken. Helaas is het gesprek d.d. 22 juli jl. voor ons zeer onbevredigend verlopen. (…) In plaats van voornoemde constateringen en daarmee het werkelijke probleem bespreekbaar te maken, vluchtten u en uw raadsman in procedurele argumenten. Pogingen van de kant van de schoolleiding om dat te doorbreken tijdens het gesprek, hadden helaas geen resultaat. Op de constatering dat u zich niet kunt vinden in de visie van het Strabrecht College en het daaruit voortvloeiende beleid werd door u inhoudelijk niet ingegaan onder verwijzing naar uw toekomstige rol als lid van de MR van het Strabrecht. M.a.w.: dit belangrijke onderwerp werd door u niet bespreekbaar gemaakt. Ik wijs u er op dat u als medewerker van deze organisatie in de eerste plaats een arbeidsovereenkomst hebt die u niet alleen rechten geeft maar ook plichten. Niet alleen dient een werkgever zich als ‘goed werkgever’ te gedragen (door in gesprek te gaan over een belangrijk verschil in opvatting), ook een werknemer dient zich als ‘goed werknemer’ te gedragen (door in gesprek te gaan met zijn werkgever over een belangrijk verschil in opvatting). Alleen door aanleiding en inhoud met elkaar te bespreken op basis van wederzijds begrip en respect, kunnen verhoudingen worden hersteld. U weigert dat gesprek. Op zichzelf is dat overigens een bevestiging van het ontbreken van vertrouwen in uw leidinggevenden (en daarmee in werkgever). (…) De schoolleiding heeft u niet bedreigd met een beëindiging van uw arbeidsovereenkomst. Sterker nog: u hoeft van werkgever helemaal niet te vertrekken. Feit is wel dat de schoolleiding niet tevreden was en is over uw functioneren en op basis daarvan met u bespreekbaar is gemaakt over ‘hoe nu verder’ (zie ook de brief van uw raadsman van 3 juli jl.). In dat licht zijn (mede op uw verzoek) de mogelijkheden van beëindiging met wederzijds goedvinden met u en uw (toenmalige) raadsman verkend. Omdat daarover geen overeenstemming is bereikt en we dus met elkaar verder gaan, is terug gevallen op het opstarten van een verbetertraject en een verkorte cyclus van functioneren en beoordelen. Die is gebaseerd op artikel 14.7 van het “Protocol Functioneren en Beoordelen 2015 Strabrecht College.” (…) De heer [B] heeft in het gesprek d.d. 22 juli jl. de vraag gesteld: “Wat maakt dat we nog verder kunnen met elkaar?” Op die vraag is op 22 juli jl. helaas geen antwoord gekomen. Gezien die constatering is er voor de organisatie op dit moment sprake van een onopgelost arbeidsconflict en een onwerkbare situatie. (…)” 2.6 In de tussentijd hebben partijen gesproken over het opstarten van mediation. Het schorsingsbesluit van 2 september 2021 vormde geen opschorting voor het mediationtraject. 2.7 Tegen het schorsingsbesluit van 2 september 2021 heeft [eiser] op 9 september 2021 beroep aangetekend bij de Commissie van Beroep Funderend Onderwijs (hierna: de Commissie). Vervolgens heeft Silfo op 15 oktober 2021 een verweerschrift bij de Commissie ingediend. Op 3 november 2021 heeft de hoorzitting bij de Commissie plaatsgevonden. 2.8 Op 12 oktober 2021 heeft Silfo aan [eiser] kenbaar gemaakt dat zij voornemens is [eiser] vrijwillig over te plaatsen naar een andere school (eveneens vallend onder Silfo). Vervolgens hebben hierover verschillende gesprekken tussen partijen plaatsgevonden. 2.9 Op 4 november 2021 heeft Silfo het voornemen tot verlenging van de schorsing met maximaal drie maanden (dus tot 6 maart 2022) kenbaar gemaakt aan [eiser] . Dit voornemen is in de eerste plaats gebaseerd op dezelfde gronden als de eerdere schorsing. In de tweede plaats zijn aan het voornemen tot verlenging van de schorsing twee nieuwe gronden toegevoegd, te weten: “het niet meewerken van [eiser] aan mediation en het feit dat [eiser] een geluidsopname had gemaakt van het gesprek met Silfo op 28 april 2021.” 2.10 Op 25 november 2021 herhaalde [eiser] in zijn zienswijze zijn bewaren tegen de eerdere gronden tot schorsing en heeft hij ook tegen de nieuwe gronden bezwaar gemaakt. Op basis hiervan drong hij er op aan dat Silfo van het voornemen tot verlenging van de schorsing zou afzien. 2.11 De Commissie heeft op 3 december 2021 het door [eiser] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Ter toelichting van haar beslissing heeft De Commissie onder meer overwogen: “(…) Alles overziende acht de Commissie de opstelling en de ontbrekende bereidheid van [eiser] om een inhoudelijk gesprek met de schoolleiding aan te gaan en de daarop volgende vertrouwensbreuk van dien aard dat de werkgever in redelijkheid tot de schorsing heeft kunnen besluiten. De werkgever heeft het belang van de instelling gelegen in een poging de ontstane impasse te doorbreken van groter belang mogen achten dan het belang van [eiser] gelegen in de voortzetting van zijn werkzaamheden. (…)” 2.12 Op 3 december 2021 heeft Silfo besloten om de schorsing van [eiser] met maximaal drie maanden te verlengen, dus tot uiterlijk 6 maart 2022. 2.13 Op 3 december 2021 heeft Silfo geconcludeerd dat [eiser] niet mee wilde werken aan een vrijwillige overplaatsing. Daarom heeft zij op 3 december 2021 haar voornemen bekend gemaakt tot onvrijwillige overplaatsing van [eiser] van het Strabrecht College in Geldrop naar het Stedelijk College in Eindhoven, locatie Oude Bossche Baan. 2.14 Op 10 december 2021 heeft [eiser] over het voorgenomen besluit tot overplaatsing zijn zienswijze aan Silfo gestuurd. Hij heeft verzocht van overplaatsing af te zien. 2.15 Bij brief van 20 december 2021 heeft Silfo besloten [eiser] per 1 januari 2022 onvrijwillig over te plaatsen naar het Stedelijk College in Eindhoven. Dit besluit is gebaseerd op artikel 17.4 lid 2 sub b van de CAO VO 2020, te weten: “een conflictsituatie, waarbij om weer tot een werkbare situatie te komen een of meer bij het conflict betrokken werknemers op een andere instelling worden geplaatst.” Gelet op de kerstvakantie en omdat [eiser] op maandag 10 en dinsdag 11 januari 2022 vrijgesteld wordt van het uitvoeren van werkzaamheden, zal de eerste dag van de daadwerkelijke overplaatsing woensdag 12 januari 2022 zijn. Hij dient zich dan om 09.00 uur te melden bij de opleidingsdirecteur (de heer [D] ), waarna [D] met [eiser] een eerste gesprek zal voeren in het kader van nadere kennismaking, het inwerkprogramma en de uit te voeren werkzaamheden. Ter toelichting van het besluit tot overplaatsing staat in de hiervoor genoemde brief onder meer het volgende weergegeven: “(…) De combinatie van uw opstelling met betrekking tot het niet starten van de mediation, de genoemde gespreksopname en de wijze waarop daarmee vervolgens is omgegaan, hebben het vertrouwen in uw persoon, bij de schoolleiding volledig gebroken. Mediation heeft dan ook geen enkele zin meer en dus is de situatie aan het Strabrecht College niet opgelost. (…) In de procedure bij de Commissie van Beroep Funderend Onderwijs hebt u de school bovendien afgeschilderd als een ‘Sodom en Gomorra’ (compleet met inquisitie) en hebt u nog maar eens geprobeerd de schoolleiding in een kwaad daglicht te stellen, ook tijdens de hoorzitting in Utrecht. De gang van zaken heeft mij [ [A] , kantonrechter] ertoe gebracht om een procedure tot overplaatsing naar de andere VO-school onder ons bevoegd gezag in gang te zetten. Binnen onze organisatie zie ik dat nog als enige oplossing. Ik kan alleen maar constateren dat u door uw opstelling, houding en uitlatingen, de verhoudingen alleen maar en steeds meer hebt gepolariseerd daar waar het oplossingsgericht zoeken naar de verbinding aan de orde zou moeten zijn. U hebt het zich als medewerker van het Strabrecht College volstrekt onmogelijk gemaakt en u kunt daar dan ook niet blijven werken. Ondanks de ernst van mijn constateringen met betrekking tot uw persoon, geven wij u nog een kans op onze andere instelling. Ik hoop oprecht dat u die kans gaat pakken. (…)” 3Het geschil 3.1 [eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. dat de kantonrechter een oordeel geeft over de hierna weergegeven vorderingen I.-1 tot en met I.-5, in die zin dat de betreffende vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het gerechtvaardigd is om op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorlopige voorziening: I-1. vernietiging van de uitspraak van de Commissie van 3 december 2021 waarin het beroep van [eiser] tegen het schorsingsbesluit van 2 september 2021 ongegrond is verklaard; I-2. verklaring voor recht dat de door [eiser] aan diens schorsingsbesluit op 2 september 2021 en de verlenging daarvan op 3 december 2021 gelegde gronden de schorsing van [eiser] niet konden dragen zodat die besluiten niet in stand kunnen blijven en gelasting van Silfo tot intrekking daarvan, voor zover nog lopend, binnen twee na betekening van het vonnis, met een dwangsom van € 10.000,00; I-3. verklaring voor recht dat de door Silfo aan diens besluit van 20 december 2021 gelegde gronden de onvrijwillige overplaatsing niet konden dragen zodat dit besluit niet in stand kan blijven en gelasting van Silfo tot intrekking daarvan, binnen twee dagen na betekening van het vonnis, met een dwangsom van € 10.000,00; I-4. voor zover de kantonrechter oordeelt dat het besluit van Silfo tot onvrijwillige overplaatsing in stand mag blijven, de door Silfo in dat besluit genomen bepaling dat een proefperiode geldt tot einde schooljaar 2021-2022 te vernietigen; 1-5. veroordeling van Silfo tot behoorlijke rehabilitatie van [eiser] , conform artikel 10.7 lid 5 CAO VO 2020, met schadeloosstelling van [eiser] voor de door hem als gevolg van en als verweer tegen de behandeling door Silfo gemaakte buitengerechtelijke juridische kosten, nader op te maken op basis van de gespecificeerde facturen; II. opschorting van het besluit van Silfo van 3 december 2021 tot schorsing van [eiser] totdat de kantonrechter in de bodemprocedure geoordeeld heeft over de rechtmatigheid van dit besluit; III. opschorting van het besluit van Silfo tot onvrijwillige overplaatsing totdat de kantonrechter in de bodemprocedure heeft geoordeeld over de rechtmatigheid van dit besluit; IV. veroordeling van Silfo om [eiser] vanaf 12 januari 2022, althans binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, weer te werk te stellen in zijn functie van docent Techniek aan het Strabrecht College te Geldrop onder de huidige arbeidsvoorwaarden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat Silfo in gebreke blijft hieraan te voldoen, met een maximum van € 100.000,00; V. veroordeling van Silfo tot betaling van de proceskosten en de nakosten, inclusief betekeningskosten; een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis. 3.2 Aan de vordering legt [eiser] - kort weergegeven - het volgende ten grondslag. 3.2.1 Het schorsingsbesluit van 2 september 2021 en de verlenging daarvan (3 december 2021) zijn gebaseerd op de grond dat [eiser] weigert zijn persoonlijke gedachten omtrent de onderwijsvisie met betrekking tot het Strabrecht College te Geldrop en het daaruit voortvloeiend beleid met de schoolleiding te delen. Volgens [eiser] miskent Silfo daarmee het grondrecht van vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat de door Silfo genoemde grond het schorsingsbesluit en de verlenging daarvan niet kan dragen. Ook voor zover het schorsingsbesluit en de verlenging daarvan zijn gebaseerd op andere gronden, zijn deze onjuist, missen ze feitelijke grondslag, althans zijn die gronden niet of onvoldoende aangetoond, althans zijn ze niet verwijtbaar aan [eiser] . In de uitspraak van de Commissie van 3 december 2021 is het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting van [eiser] eveneens miskend, waardoor deze uitspraak naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en niet in stand kan blijven. De Commissie heeft het beoordelingscriterium “of de Werkgever in redelijkheid heeft mogen overgaan tot het opleggen van deze schorsing” onjuist toegepast door bij die beoordeling ook ontwikkelingen mee te nemen van na het schorsingsbesluit. Ook hierdoor is de uitspraak van de Commissie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en kan dus niet in stand blijven. 3.2.2 Het besluit tot onvrijwillige overplaatsing van 20 december 2021 is deels gebaseerd op dezelfde gronden als de eerdere schorsingsbesluiten en miskent daarmee ook het grondrecht van vrijheid van meningsuiting. Het besluit tot onvrijwillige overplaatsing mist bovendien feitelijke grondslag, althans de genoemde gronden zijn niet of onvoldoende aangetoond. Daar komt bij dat het besluit tot onvrijwillige overplaatsing moet worden beschouwd als een ontoelaatbare eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Verder heeft [eiser] aangevoerd dat de bepaling in het besluit tot onvrijwillige overplaatsing van een proefperiode tot einde schooljaar 2021-2022 in strijd is met artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), de CAO VO 2020 en de arbeidsovereenkomst, een ontoelaatbare eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden is en onvoldoende is bepaald. 3.2.3 In het algemeen heeft [eiser] gesteld dat Silfo richting hem onzorgvuldig heeft gehandeld, dat zij in strijd met de regels van goed werkgeverschap heeft gehandeld en dat Silfo in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld. 3.2.4 [eiser] heeft een spoedeisend belang, omdat Silfo de bestreden onvrijwillige overplaatsing in doet gaan per 12 januari 2022. [eiser] heeft daarmee belang bij een uitspraak van de kantonrechter voor die datum. 3.2.5 De details, de nadere grondslagen en de overige stellingen van [eiser] komen hierna onder de beoordeling, voor zover relevant, aan bod. 3.3 Silfo heeft daartegen - samengevat - het volgende verweer gevoerd. 3.3.1 De arbeidsrelatie van [eiser] aan het Strabrecht College in Geldrop is onherstelbaar verstoord. Er is sprake van een onherstelbare vertrouwensbreuk en die is toe te schrijven aan de oncoöperatieve houding van [eiser] , zijn opstelling en zijn uitlatingen (waaronder zijn ongefundeerde uitlating aan het adres van zijn leidinggevende, de schoolleiding van het Strabrecht College en in het verlengde daarvan de werkgever in het geheel). Daardoor is een onwerkbare situatie ontstaan. Zijn terugkeer aldaar zou tot een onacceptabele situatie leiden. Er is bovendien geen enkel perspectief op een oplossing c.q. verbetering van de situatie op het Strabrecht College. 3.3.2 Meer specifiek heeft Silfo hierover het volgende aangevoerd. Duidelijk is dat [eiser] zich niet kan vinden in de visie van het Strabrecht College en het daaruit voortvloeiende beleid. Hij heeft zich hierover negatief uitgelaten tegen zijn leidinggevende en het team. [eiser] heeft nooit gesteld dat deze constatering onjuist zou zijn. Hij heeft slechts aangegeven dat dit geen probleem is. Zijn coach en leidinggevende zijn echter een andere mening hierover toegedaan en [eiser] weigert hierover het gesprek aan te gaan. Daar komt bij dat [eiser] bij herhaling heeft aangegeven geen vertrouwen te hebben in zijn teamleider en in de directeur van de school. Hij laat zich op ontoelaatbare wijze uit over de school en met name de schoolleiding, zonder enig fundament. Zelfs tijdens de procedure bij de Commissie heeft [eiser] de school geprobeerd in een kwaad daglicht te stellen. [eiser] heeft de situatie/verhoudingen alleen maar verder geëscaleerd terwijl Silfo heeft ingezet op de-escalatie. Daarnaast is duidelijk dat het onmogelijk is gebleken om met [eiser] het gesprek te voeren over dit alles. Het ontbreekt hem volledig aan zelfanalyse en zelfreflectie. Hij blokkeert elke poging van Silfo om een inhoudelijk gesprek te voeren. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de brief van zijn gemachtigde van 10 december 2021 (productie 55), waarin [eiser] volhardt in zijn opstelling dat hij de gesprekken met de leiding van het Strabrecht College weigert c.q. niet wenst aan te gaan. Daarmee is de noodzaak van een overplaatsing onderstreept. Ook weigert [eiser] mee te werken aan een verbetertraject. 3.3.3 Voor Silfo staat vast dat [eiser] niet meer welkom is op het Strabrecht College. De grond voor het overplaatsingsbesluit is gelegen in artikel 17.4 lid 2 sub b van de CAO VO 2020, te weten: “een conflictsituatie, waarbij om weer tot een werkbare situatie te komen een of meer bij het conflict betrokken werknemers op een andere instelling worden geplaatst.” Deze grond is aanwezig en onderbouwd. Bovendien heeft zij een zorgvuldige procedure gevoerd. Van de aantasting van de vrijheid van meningsuiting zoals [eiser] stelt, is volgens Silfo in het geheel geen sprake. Silfo wil [eiser] een nieuwe en oprechte kans geven op een andere school, die eveneens onderdeel uitmaakt van Silfo. Op die locatie (het Stedelijk College in Eindhoven) is hij welkom. [eiser] verliest dus niet zijn baan bij Silfo. 3.3.4 Het voorgaande moet volgens Silfo leiden tot de conclusie dat de vordering van [eiser] zoals hiervoor bij 3.1 is weergeven, moet worden afgewezen ten aanzien van de onderdelen I.2, I.3, I.4, I.5, III, IV en IV. Met betrekking tot de onderdelen I.1 en II dient [eiser] primair niet-ontvankelijk te worden verklaard en subsidiair moeten deze onderdelen worden afgewezen. 3.3.5 De nadere verweren van Silfo komen hierna onder de beoordeling, voor zover van belang, aan de orde. 4De beoordeling Juridisch kader 4.1 Met betrekking tot de gevraagde voorziening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.