vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Locatie 's-Hertogenbosch Strafrecht Parketnummer: 82-282232-20 (ontneming) Datum uitspraak: 03 oktober 2022 Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, wonende te [adres] Onderzoek van de zaak Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 19 september 2022. De behandeling van de vordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 82-282232-20. De vordering van de officier van justitie strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 63.240,58 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De beoordeling De vordering van de officier van justitie is tijdig ingediend. Bij vonnis van de meervoudige economische kamer in deze rechtbank van 3 oktober 2022 is verdachte veroordeeld voor het meermalen overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer (artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit). Op basis het vonnis van de meervoudige economische kamer in deze rechtbank van 3 oktober 2022 en de feiten en omstandigheden die zijn genoemd in het door [verbalisant] opgemaakte rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (hierna: rapport wvv), acht de rechtbank aannemelijk geworden dat de veroordeelde uit strafbare feiten wederrechtelijk voordeel heeft gerealiseerd. De hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het rapport wvv houdt onder meer – zakelijk weergegeven – in dat uit onderzoek is gebleken dat verdachte op grote schaal heeft gehandeld in professioneel vuurwerk. Met deze handel heeft verdachte contante gelden verworven. Door middel van financieel onderzoek (eenvoudige kasopstelling) is in beeld gebracht in hoeverre betrokkene meer contante uitgaven heeft gedaan dan via legale bron konden worden verantwoord. Op basis van genoemde financiële gegevens van de uitgaven en ontvangsten is de volgende opstelling worden vervaardigd: Beginsaldo contant geld € 0,- +/+ Legale contante ontvangsten inclusief bankopnamen € 660,- -/- Eindsaldo contant geld € 0,- Beschikbaar voor het doen van uitgaven € 660,- -/- Werkelijk contante uitgaven inclusief bankstortingen € 63.900,58 Verschil (wederrechtelijk verkregen voordeel) € 63.240,58 Uiteindelijk is in het rapport (en bij de inleidende vordering) het totale wederrechtelijk voordeel vastgesteld op € 63.240,58. Ter terechtzitting van 19 september 2022 heeft de officier van justitie gepersisteerd bij zijn vordering. De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, omdat – kort weergegeven –: - [verdachte] de beschikking heeft gehad over legale contante ontvangsten, zoals verjaardagsgeld en een lening van € 8.500,-; - [verdachte] daadwerkelijk minder heeft verdiend met de handel in vuurwerk, omdat de te verwachten winst lager is. Primair verzoekt de verdediging om het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel – gelet op de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] – te matigen tot € 10.000,-. Subsidiair dient het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel te worden gematigd tot € 30.000,-, zijnde het bedrag dat [verdachte] aan eerdere verkopen heeft verdiend en heeft geherinvesteerd in de partij vuurwerk die is aangetroffen in de vrachtwagen in Lunteren. De rechtbank neemt – zoals de officier en de verdediging dat ook hebben gedaan – in de kern als uitgangspunt de berekeningswijze zoals deze is neergelegd in het rapport wvv, met bijlagen. Omtrent de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel overweegt de rechtbank als volgt. Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel. Beschikbaar voor het doen van uitgaven. Tijdens het onderzoek zijn de mutaties van de bankrekeningen op naam van de veroordeelde en zijn toenmalige partner [persoon] opgevraagd over de periode vanaf 1 januari 2019 tot en met 22 juli 2021. De veroordeelde en [persoon] kunnen als economische eenheid worden aangemerkt. In de mutaties op de bankrekeningen zijn geen mutaties aangetroffen die te relateren zijn aan de in- of verkoop van vuurwerk. Ook zijn er geen mutaties aangetroffen waaruit opgemaakt kan worden dat [verdachte] en/of [persoon] betaald heeft voor het huren van een opslaglocatie voor vuurwerk of het huren van een (vracht)auto voor het vervoeren van vuurwerk. Uit onderzoek is niet gebleken dat de veroordeelde en/of [persoon] de beschikking hebben gehad over legale contante ontvangsten. Door beiden is wel verklaard dat zij gelden hebben ontvangen van de opa en oma van de veroordeelde of de vader van [persoon] . Ook zou de veroordeelde in het kader van een lening een bedrag ter hoogte van € 8.500,- contant hebben ontvangen. De rechtbank acht deze veronderstelde contante ontvangen bedragen niet aannemelijk. De veroordeelde en [persoon] hebben geen verifieerbare gegevens overgelegd op basis waarvan blijkt dat zij deze contante bedragen hebben ontvangen. De veroordeelde heeft een schrijven overgelegd, waaruit zou blijken dat in het kader van een lening een bedrag ter hoogte van € 8.500,- contant aan hem ter beschikking is gesteld. De rechtbank acht deze veronderstelde lening niet geloofwaardig. Het is niet aannemelijk dat verdachte, die in het kader van de vuurwerkhandel grote contante bedragen in zijn bezit heeft gehad voor onder andere de aanschaf van handelswaar een bedrag van € 8.500,- leent, om, zoals hij zelf zegt, de huur van zijn woning te kunnen betalen. Temeer nu zowel verdachte als [persoon] , zoals hieronder nader toegelicht, inkomen uit werk hadden dat op hun betaalrekening werd gestort. De veroordeelde en [persoon] hebben in de onderzochte periode beiden een betaalde baan gehad. De uitbetaling van het salaris is via de bankrekeningen verricht. Uit de mutaties van de bankrekeningen over de periode tussen 1 januari 2020 en 22 juni 2021 blijkt van meerdere kasopnamen. In totaal is een bedrag van € 660,00 (€ 170,00 op naam van de veroordeelde en € 490,00 op naam van [persoon] ) aan legale contante gelden ontvangen. Tijdens de doorzoeking op 22 juni 2021 zijn geen contante gelden aangetroffen. Omdat de laatste contante opname d.d. 7 mei 2021 ruim een maand voor de datum van de doorzoeking ligt wordt het eindssaldo contant geld gesteld op € 0,00 (nihil). Werkelijk contante uitgaven inclusief bankstortingen. Uit onderzoek zijn in de periode van 1 januari 2020 tot en met 22 juni 2021 diverse contante uitgaven en bankstortingen aannemelijk geworden. De contante uitgaven zijn verdeeld in 3 groepen: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.