RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 22/77 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2022 in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser (gemachtigde: [naam]), en de heffingsambtenaar van de gemeente Bergeijk, verweerder, (gemachtigde: [naam]). Zitting De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 17 december 2021 op 21 oktober 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Inleiding Verweerder heeft op 17 december 2021 het bezwaarschrift van eiser tegen de WOZ-beschikking / aanslag onroerende zaakbelastingen 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Eiser heeft op 10 januari 2022 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Overwegingen De vraag is of het bezwaarschrift tijdig ter post is bezorgd. De rechtbank stelt vast dat eiser of zijn gemachtigde niet zelf het bezwaarschrift ter post heeft bezorgd. Hij stelt dit door derden, namelijk Postbode.nu te hebben laten doen. Postbode.nu heeft geen officiële status. Het is een bedrijf dat brieven uitprint en ter post bezorgd. Het is in wezen niet anders dan dat de gemachtigde de buurman had gevraagd om een brief namens hem op de brievenbus te doen. De print van Postbode.nu waarin staat dat zij de brief op een bepaalde datum en tijdstip ter post hebben bezorgd is dan in feite niet anders dan een verklaring van een buurman of eiser zelf dat zij de brief op de brievenbus hebben gedaan. Bovendien blijkt uit de toelichting ter zitting dat de verklaring van postbode.nu wordt opgemaakt op het moment dat zij de brief in de envelop stoppen. Dit alles is niet voldoende om de daadwerkelijke en tijdige ter postbezorging aannemelijk te maken, daarvoor is meer nodig. Eiser heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat hij het bezwaarschrift tijdig per post heeft bezorgd. Het bezwaarschrift is dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Conclusie en gevolgen Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2022 door mr. M.M.L. Wijnen, rechter, in aanwezigheid van C.J.J. van Zandvoort, griffier. griffier rechter Een afschrift is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.