vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Team strafrecht Parketnummer: 01.242654.21 Datum uitspraak: 23 december 2022 Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [adres] . Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 december 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 02 november 2022. Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 1 juni 2020 te Eindhoven, heeft deelgenomen aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard, namelijk [motorclub 1] , door - gekleed in een vest waarop op de voorzijde de tekst “ [motorclub 1] ”, “1%” en/of “bad company” stond vermeld en/of op de achterzijde het logo van [motorclub 1] - of in elk geval een logo dat (nagenoeg) gelijk was aan of sterk geleek op dat van [motorclub 1] , - gekleed in een t-shirt met het logo van [motorclub 1] - of in elk geval een logo dat (nagenoeg) gelijk was aan of sterk geleek op dat van [motorclub 1] en/of de tekst “BF 1% FB” en/of - met een motorvoertuig met daarop een sticker met het logo van [motorclub 1] [motorclub 1] - of in elk geval een logo dat (nagenoeg) gelijk was aan of sterk geleek op dat van [motorclub 1] en/of de tekst “1% [motorclub 2] ”, over de openbare weg, te weten de Vigliuslaan en/of Catharinaplein, te rijden. De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. Het standpunt van de officier van justitie. Op de in het schriftelijk requisitoir genoemde gronden en de daarop ter zitting van 9 december 2022 gegeven aanvulling, heeft de officier van justitie tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit gerekwireerd. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Het standpunt van de verdediging. Op de in de pleitnota genoemde gronden heeft de verdediging integrale vrijspraak van de verdachte bepleit. Vrijspraak. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat zij de verdachte daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. De verdachte is tenlastegelegd het deelnemen aan de voortzetting van de werkzaamheden van de verboden verklaarde organisatie [motorclub 1] door kleding te dragen en zichtbaar goederen bij zich te hebben die verband houden met [motorclub 1] / [motorclub 2] . [motorclub 1] is bij onherroepelijke beslissing van de Hoge Raad van 24 april 2020 (ECLI:NL:HR:2020:797) verboden verklaard, omdat de werkzaamheid ervan in strijd is met de openbare orde. Het deelnemen aan de voortzetting van de werkzaamheid van [motorclub 1] is daarmee strafbaar en levert een schending van artikel 140 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op. De lokale Nederlandse [motorclub 1] chapters en de wereldwijde tak van [motorclub 1] zijn (tot op heden) niet verboden. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft recent op 12 oktober 2022 een arrest gewezen (ECLI:NL:GHSHE:2022:3486) over het dragen van kleding en het hebben van goederen die verband houden met [motorclub 1] dan wel de lokale Nederlandse [motorclub 1] chapters, en deelname aan de voortzetting van de werkzaamheid van [motorclub 1] . Het gerechtshof geeft in zijn arrest overzichtelijk het strafrechtelijk kader, inclusief wetsgeschiedenis, weer van artikel 140 lid 2 Sr. De rechtbank verwijst naar dit arrest voor dit kader. Het gerechtshof overweegt aan de hand van de wetsgeschiedenis dat het voor de vaststelling of sprake is van de voortzetting van de werkzaamheden van een verboden organisatie, vereist is om te bezien of de gedraging van de verdachte ten dienste staat aan het voortbestaan van de verboden organisatie. Daarbij dien(t)(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.