← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2023:1001

vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rolnummer: C/01/311473 / HA ZA 16-536 Vonnis van 15 maart 2023 in de zaak van de rechtspersoon naar Braziliaans recht CEMAZ INDÚSTRIA ELETRÔNICA DA AMAZONIA S.A., gevestigd te Manaus, Amazonas, Brazilië, eiseres, hierna aangeduid als “Cemaz”, advocaat mr. M. Deckers te Amsterdam, tegen

  1. [curator], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van LP DISPLAYS INTERNATIONAL B.V., wonende te [woonplaats] , gedaagde, hierna aangeduid als “LPD International”, niet verschenen,
  2. de rechtspersoon naar Braziliaans recht SSC DISPLAYS LTDA., gevestigd te Manaus, Amazonas, Brazilië, gedaagde, hierna aangeduid als “SSC”, niet verschenen,
  3. de rechtspersoon naar Braziliaans recht LP DISPLAYS AMAZÔNIA LTDA., gevestigd te Manaus, Amazonas, Brazilië, gedaagde, hierna aangeduid als “LPD Amazônia”, niet verschenen. Eiseres zal hierna worden aangeduid als ‘Cemaz’. Alle gedaagden gezamenlijk zullen hierna worden aangeduid als ‘Gedaagden’. 1De procedure 1.
  4. De rechtbank heeft op 12 oktober 2022 een tussenvonnis gewezen in de onderhavige zaak en de daarmee ambtshalve op de rol gevoegde zaken C/01/311480 / HA ZA 16-539 en C/01/311484 / HA ZA 16-
  5. 1.
  6. De rechtbank heeft in het tussenvonnis vermeld welke van de oorspronkelijk gedagvaarde partijen geen deel meer uitmaken van de procedure omdat zij een regeling hebben getroffen met Cemaz. Op de rolzitting van 23 november 2022 heeft Cemaz een akte vermindering van eis, tevens houdende verzoek tot doorhaling genomen, vanwege het feit dat Cemaz een regeling heeft getroffen met gedaagden Samsung SDI Co. Ltd. en Samsung SDI Brasil LTDA (hierna: Samsung c.s.). Samsung c.s. heeft bij rolbericht van 7 december 2022 het verzoek tot doorhaling bevestigd. Samsung c.s. maakt daarom geen deel meer uit van deze procedure. 1.
  7. Cemaz heeft conform de opdracht van de rechtbank eveneens op de rolzitting van 23 november 2022 een akte uitlating na tussenvonnis, tevens houdende akte verduidelijking van eis, genomen. Daarbij heeft Cemaz aangegeven dat deze akte met de daarin geformuleerde gespecificeerde eis als laatst ingediend moet worden beschouwd. 1.
  8. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
  9. Ingevolge artikel 140 lid 3 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) geldt dat indien in een zaak sprake is van meerdere gedaagden, van wie tenminste één in het geding is verschenen, tussen alle partijen één vonnis wordt gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. De Hoge Raad heeft naar aanleiding van prejudiciële vragen op 7 juli 2017 beslist dat artikel 140 lid 3 Rv niet van toepassing is in een geval waarin de verschenen gedaagden, voordat het eindvonnis wordt gewezen, niet langer aan de procedure deelnemen, bijvoorbeeld doordat ten aanzien van hen een schikking is bereikt. In dat geval zal tegen de niet verschenen gedaagde(n) een verstekvonnis worden gewezen. Uit wat hiervoor onder ‘De procedure’ is vermeld, blijkt dat geen van de oorspronkelijk gedagvaarde partijen die in het geding waren verschenen nog deelnemen aan de procedure. Alleen de niet verschenen gedaagden zijn nog over. Dat betekent dat tussen Cemaz en de niet verschenen gedaagden geen vonnis op tegenspraak wordt gewezen, maar een verstekvonnis. 2.
  10. SSC en LPD Amazônia zijn beide gevestigd in Brazilië. De omstandigheid dat geen van de oorspronkelijk in het geding verschenen gedaagden meer deelneemt aan de procedure, brengt op grond van het beginsel van perpetuatio fori geen verandering in de bevoegdheid van de rechtbank om kennis te nemen van de vordering van Cemaz tegen Gedaagden. Op grond van dat beginsel moet de bevoegdheid namelijk worden vastgesteld aan de hand van de omstandigheden bij aanvang van het geding. De rechtbank verwijst naar wat zij over haar bevoegdheid heeft beslist in het tussenvonnis van 29 november
  11. 2.
  12. Na de laatste eisvermindering vordert Cemaz dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: A. voor recht verklaart dat Gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het geheel van de door Cemaz geleden schade als gevolg van het CPT-Kartel, verminderd met de plicht tot bijdragen van LG Electronics Inc, LG Electronics do Brasil Ltda, Koninklijke Philips N.V., Philips do Brasil Ltda, Samsung SDI Co. Ltd, Samsung SDI Brasil Ltda, Technicolor S.A. en Technicolor USA Inc. – uit welken hoofde en op basis van welk toepasselijk rechtsstelsel dan ook – in de onderlinge verhouding tot Gedaagden; en Gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van BRL 152,8 miljoen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1 november 2022 tot aan de dag van algehele voldoening; en Gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van enige andere schade als gevolg van het Kartel, verminderd met de plicht tot bijdragen van LG Electronics Inc, LG Electronics do Brasil Ltda, Koninklijke Philips N. V., Philips do Brasil Ltda, Samsung SDI Co. Ltd, Samsung SDI Brasil Ltda, Technicolor S.A. en Technicolor USA Inc. – uit welken hoofde en op basis van welk toepasselijk rechtsstelsel dan ook in – de onderlinge verhouding tot Gedaagden, nader op te maken bij staat inclusief inflatiecorrectie en wettelijke rente; en Gedaagden hoofdelijk veroordeelt in de kosten van dit geding, inclusief nakosten. 2.
  13. Ten opzichte van de eis zoals ingesteld bij de dagvaarding – onder meer veroordeling tot betaling van een bedrag van BRL 669 miljoen, te vermeerderen met inflatiecorrectie en wettelijke rente over dit bedrag tot en met de datum van betaling – is er sprake van een eisvermindering. Dat betekent dat artikel 130 lid 3 Rv niet van toepassing is. 2.
  14. Bij een verstekvonnis wordt het gevorderde toegewezen indien wat gevorderd is de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De rechtbank is van oordeel dat daarvan in dit geval sprake is. Het gevorderde zal daarom met inachtneming van het hierna volgende worden toegewezen. Met betrekking tot de gevorderde wettelijke rente overweegt de rechtbank dat Cemaz haar vordering heeft geactualiseerd naar aanleiding van het tussenvonnis van 12 oktober 2022, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat moet worden uitgegaan van de Braziliaanse SELIC-rente. Dat zal in de beslissing worden opgenomen. 2.
  15. Gedaagden zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van Cemaz op: - dagvaarding € 77,84 - griffierecht 3.903,00 - salaris advocaat 4.247,00 (1,0 punt × tarief € 4.247,00) Totaal € 8.227,84 3De beslissing De rechtbank 3.
  16. verklaart voor recht dat Gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het geheel van de door Cemaz geleden schade als gevolg van het CPT-Kartel, verminderd met de plicht tot bijdragen van LG Electronics Inc, LG Electronics do Brasil Ltda, Koninklijke Philips N.V., Philips do Brasil Ltda, Samsung SDI Co. Ltd, Samsung SDI Brasil Ltda, Technicolor S.A. en Technicolor USA Inc. – uit welken hoofde en op basis van welk toepasselijk rechtsstelsel dan ook – in de onderlinge verhouding tot Gedaagden, 3.
  17. veroordeelt Gedaagden hoofdelijk tot betaling aan Cemaz van een schadevergoeding van BRL 152,8 miljoen, te vermeerderen met de Braziliaanse SELIC-rente vanaf 1 november 2022 tot aan de dag van algehele voldoening, 3.
  18. veroordeelt Gedaagden hoofdelijk tot vergoeding van enige andere schade van Cemaz als gevolg van het Kartel, verminderd met de plicht tot bijdragen van LG Electronics Inc, LG Electronics do Brasil Ltda, Koninklijke Philips N.V., Philips do Brasil Ltda, Samsung SDI Co. Ltd, Samsung SDI Brasil Ltda, Technicolor S.A. en Technicolor USA Inc. – uit welken hoofde en op basis van welk toepasselijk rechtsstelsel dan ook – in de onderlinge verhouding tot Gedaagden, nader op te maken bij staat inclusief inflatiecorrectie en wettelijke rente, 3.
  19. veroordeelt Gedaagden hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Cemaz tot op heden begroot op € 8.227,84, 3.
  20. veroordeelt Gedaagden in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, 3.
  21. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft de veroordelingen onder 3.2, 3.3, 3.4 en 3.
  22. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, mr. E. Boerwinkel en mr. K.A. Maarschalkerweerd en in het openbaar uitgesproken op 15 maart
  23. ECLI:NL:RBOBR:2022:4424 ECLI:NL:HR:2017:1274 ECLI:NL:RBOBR:2017:6331

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.