RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 22/1112 EINDUITSPRAAK rectificatie uitspraak van 28 februari 2024 tot rectificatie van de einduitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 22 januari 2024, SHE 22/1112, in de zaak tussen [eiseres] uit Gouda (hierna: eiseres) (gemachtigde: mr. M.R. Hoendermis), en het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (hierna: GS) (gemachtigden: mr. R.E. Gouw en drs. S.M. Koppert). Procesverloop
- De gemachtigde van eiseres heeft de rechtbank op 4 februari 2024 verzocht om de einduitspraak van 22 januari 2024, bekend onder zaaknummer SHE 22/1112, te rectificeren. Overwegingen
- De rechtbank stelt vast dat zij in haar einduitspraak van 22 januari 2024 in rechtsoverweging 10 en onder het kopje “Beslissing” bij het vijfde en zesde opsommingsstreepje een verschrijving heeft gemaakt. Waar “minister” is vermeld had dat GS moeten zijn.
- Daarom wijzigt de rechtbank haar einduitspraak van 22 januari 2024 als volgt: Rechtsoverweging 10 luidde: “De rechtbank heeft GS in de gelegenheid gesteld om het in de tussenuitspraak vastgestelde motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen. Ook heeft de rechtbank GS in overweging gegeven om eiseres krachtens artikel 7:2 van de Awb in beginsel te horen, wanneer de minister gebruik maakt van de gelegenheid om het aangegeven motiveringsgebrek te herstellen.” en wordt vervangen door: “De rechtbank heeft GS in de gelegenheid gesteld om het in de tussenuitspraak vastgestelde motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen. Ook heeft de rechtbank GS in overweging gegeven om eiseres krachtens artikel 7:2 van de Awb in beginsel te horen, wanneer GS gebruik maakt van de gelegenheid om het aangegeven motiveringsgebrek te herstellen.” Onder het kopje “Beslissing” bij het vijfde en zesde opsommingsstreepje stond: “ draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden; veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2406,25.” en wordt vervangen door: draagt GS op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden; veroordeelt GS in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2406,25.” Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke einduitspraak gehecht. Beslissing De rechtbank rectificeert haar einduitspraak van 22 januari 2024, SHE 22/1112, als in de overwegingen is weergegeven. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D.M. Michael, voorzitter, en mr. H.M.H. de Koning en mr. J.J.J. Sillen, leden, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier. De uitspraak is geschied in het openbaar op 28 februari
- griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: