Rechtbank Oost-Brabant – ECLI:NL:RBOBR:2024:2030
RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummers: SHE 22/3287 en SHE 23/2174 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 mei 2024 in de zaak tussen [eisers] , uit [woonplaats] , (eisers) (gemachtigde: [naam] ), en de heffingsambtenaar van de gemeente Nuenen c.a., de heffingsambtenaar (gemachtigde: mr. [naam] ).
Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen de hoogte van de WOZ-waarden van de woningen gelegen aan de [adres] (zaaknummer SHE 22/3287) en de [adres] (zaaknummer 23/2174), beide in [woonplaats] .
1.1.
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van de woningen met de beschikking van 12 februari 2022 vastgesteld. De WOZ-waarde van [adres] is vastgesteld op € 331.000 en van [adres] op € 302.000 per de waardepeildatum 1 januari 2021 en voor het kalenderjaar 2022. De WOZ-beschikking van de woningen is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar ook de aanslagen onroerendezaakbelasting 2022 opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 30 november 2022 (de bestreden uitspraak) de WOZ-waarden gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 21 februari 2024 en 2 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers vergezeld door [naam] (op 21 februari 2024) en [naam] (op 2 april 2024) en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.
Feiten 2. [naam] was op 1 januari 2021 eigenaresse van de woningen. De woningen zijn in 1966 gebouwd. Bij de woning aan de [adres] horen een aanbouw woonruimte, een schuur, een dakkapel en een perceel grond. Bij de woning aan de [adres] horen twee aanbouwen woonruimte, een vrijstaande schuur, een dakkapel, een perceel grond en een perceel restgrond.
Beoordeling door de rechtbank Ontvankelijkheid 3. Op 10 mei 2022 heeft [naam] de volmacht ondertekend waarin zij de gemachtigde toestemming geeft om namens haar bezwaar en beroep in te stellen en haar te vertegenwoordigen. De uitspraak op bezwaar is verzonden op 30 november 2022. [naam] is op 15 december 2022 overleden. De gemachtigde heeft namens haar op 30 december 2022 een beroepschrift ingediend bij de rechtbank.
Inhoudelijke behandeling van het beroep 8. Partijen zijn het niet eens over de (WOZ-)waarde van de woningen voor het kalenderjaar 2022. De waardepeildatum is 1 januari 2021. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde van de woningen niet te hoog is. Het beroep van eisers is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De WOZ-waarde van de woning 12. Eisers voeren in de eerste plaats aan, kort gezegd, dat de waarde te hoog is bepaald en dat zij de waardeonderbouwing op grond van de taxatie niet kunnen volgen.
12.1.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van beide woningen in de beroepsfase onderbouwd met dezelfde vier vergelijkingsobjecten, te weten [adres] , [adres] , [adres] en [adres] , alle gelegen in [woonplaats] . De waardeonderbouwing is opgenomen in de taxatierapporten en de daarbij horende waardematrix. De vergelijkingsobjecten zijn twee-onder-een-kapwoningen, die zijn verkocht binnen een jaar van de waardepeildatum. De transactieprijzen zijn door de heffingsambtenaar geïndexeerd naar de waardepeildatum. De vergelijkingsobjecten hoeven niet identiek aan de woning te zijn.
12.2.
De heffingsambtenaar heeft op de zitting toegelicht dat binnen dit gebied niet veel transacties zijn die goed vergelijkbaar zijn. De heffingsambtenaar heeft de keuze voor de vergelijkingsobjecten gebaseerd op het bouwjaar, de ligging en het type woning. De woningen hebben een aanzienlijk groter grondoppervlak dan de vergelijkingsobjecten. De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat met het afnemend grensnut, en dus met het verschil in grondoppervlak, rekening is gehouden door toepassing van een grondstaffel. Dit betekent dat hoe groter het perceel is, hoe lager de prijs per m2 wordt. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar voor de vergelijkingsobjecten verschillende grondstaffels gebruikt. Op die manier heeft de heffingsambtenaar rekening gehouden met de ligging van de vergelijkingsobjecten in verschillende dorpskernen en waardegebieden. Ook heeft de heffingsambtenaar op de zitting toegelicht dat rekening is gehouden met de verschillen in bouwjaar tussen de vergelijkingsobjecten.
12.3.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn de door de heffingsambtenaar gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar met de woning. De heffingsambtenaar heeft voldoende de verschillen tussen de woningen tot uitdrukking gebracht en inzichtelijk gemaakt hoe voor deze verschillen is gecorrigeerd. De heffingsambtenaar heeft hiermee aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De waardebepaling van de heffingsambtenaar berust in zoverre niet op onjuiste uitgangspunten.
12.4.
Wat eisers in beroep aanvoeren, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De rechtbank bespreekt die gronden hierna.
17.1.
Vooropstaat dat de rechtbank de vaststelling van de omvang van een correctie(factor) door een taxateur niet op ‘juistheid’ kan beoordelen. Dit is een taxatie-technische waardering en de vaststelling daarvan ligt op het terrein van een taxateur als de deskundige. De rechtbank waardeert een taxatierapport (als bewijsstuk) wel en kan de vaststelling – voor zover deze wordt betwist en wat in het kader van die betwisting wordt aangevoerd – bijvoorbeeld beoordelen op begrijpelijkheid.
17.2.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar op de zitting gevraagd om te verklaren hoe het kan dat de ligging van [adres] met een 2 is beoordeeld en de ligging van [adres] op een 3, terwijl de woningen (nagenoeg) tegen elkaar aan liggen. De heffingsambtenaar heeft gezegd dat hij het verschil in waardering niet kan verklaren, want hij ziet geen verschil in ligging tussen de woningen. Volgens de heffingsambtenaar had [adres] ook op een 3 moeten staan, omdat hij geen waardedrukkende factor voor de ligging ziet.
17.3.
De rechtbank kan het standpunt van de heffingsambtenaar volgen voor zover hij stelt dat de ligging van beide woningen als gelijkwaardig beoordeeld had moeten worden. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien waarom de woningen voor ligging een andere correctiefactor hebben. Indien de rechtbank eisers zou volgen in hun stelling dat de ligging van [adres] en [adres] minder zou zijn dan de vergelijkingsobjecten dan kan dat eisers echter niet baten. De ligging van [adres] staat al op een 2. Voor een verdere correctie op de ligging ziet de rechtbank geen aanleiding. De rechtbank vindt dat de heffingsambtenaar met deze correctie voldoende rekening heeft gehouden tussen deze woning en de vergelijkingsobjecten. Indien de ligging van [adres] op een 2 wordt gezet, zou dat leiden tot een correctie van 20% op de grondwaarde. Concreet zou dat betekenen dat, in het geval dit wordt toegepast op het perceel grond en het perceel restgrond, de waarde met € 27.835 omlaag gaat. De getaxeerde waarde komt dan uit op € 316.665. De beschikte WOZ-waarde (€ 302.000) blijft daarmee onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie over de waarde 20. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar de waarde van de woningen aannemelijk heeft gemaakt en dat de WOZ-waarden van [adres] en [adres] die respectievelijk zijn vastgesteld op € 331.000 en € 302.000, niet te hoog zijn.
Conclusie en gevolgen 21. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug en zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Cune, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Langenhoff, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2024. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ).
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 9 november 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3914.