RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/394865 / HA ZA 23-444 Vonnis in incident van 26 juni 2024 in de zaak van [eiseres] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. E.E. Frenken, tegen 1 [gedaagde 1] , te [plaats] , advocaat: mr. C.J. Driessen,
- [gedaagde 2], te [plaats] ( [land] ), advocaat: mr. C.J. Driessen,
- [gedaagde 3], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [minderjarige] , te [plaats] , niet verschenen,
- [gedaagde 4], in haar hoedanigheid van erfgenaam van de heer [erflater] , te [plaats] , niet verschenen, gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] en afzonderlijk te noemen [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [minderjarige] en gedaagde
- 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaardingen van 12 en 16 mei 2023 van [eiseres] (met producties 1 t/m 7) - de conclusie van antwoord en eis in reconventie van 11 oktober 2023 van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (met producties 1 t/m 11) - de conclusie van antwoord in reconventie van 22 november 2023 van [eiseres] (met producties 8 t/m 13a) - de akte wijziging/vermeerdering eis in conventie van 28 februari 2024 van [eiseres] - de antwoordakte op akte wijziging/vermeerdering eis in conventie tevens akte vermeerdering eis in reconventie van 27 maart 2024 van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (met producties 12 en 13) - de voorwaardelijke incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdheid tevens antwoordakte van 24 april 2024 van [eiseres] (met productie 14) - de antwoordakte in het incident van 8 mei 2024 van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (met productie 12) - de antwoordakte tevens akte intrekking incident houdende onbevoegdheid van 22 mei 2024 van [eiseres] . 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil in het incident en de beoordeling ervan 2.
- [eiseres] heeft in haar voorwaardelijke incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdheid tevens antwoordakte (in reconventie) de volgende incidentele vordering ingesteld: voor zover de rechtbank oordeelt dat de primaire vordering van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (in reconventie) een vordering tot ontslag executeur en testamentair bewindvoerder is, dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van die vordering, met veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de proceskosten. 2.
- In de antwoordakte van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 8 mei 2024 heeft [eiseres] aanleiding gezien om haar incidentele vordering in te trekken. De rechtbank hoeft op die vordering dus niet meer te beslissen. 2.
- De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor beraad mondelinge behandeling. Een eventuele reactie van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op het intrekken van de incidentele vordering, kan door hen in het verdere verloop van de hoofdzaak aan de orde worden gesteld. 3De beslissing in het incident in reconventie: 3.
- verstaat dat [eiseres] haar incidentele vordering heeft ingetrokken, in de hoofdzaak: 3.
- verwijst de zaak naar de rol van 10 juli 2024 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Schollen-den Besten en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024.