RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummer: 10440836 \ CV EXPL 23-1968 Vonnis van 1 augustus 2024 in de zaak van [eiser] , h.o.d.n. EENMANSZAAK [handelsnaam eiser], gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, gemachtigde: mr. M.J.M.H. Simons, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, procederend in persoon. Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 13; - de zittingsaantekeningen van 13 april 2023, tevens houdende eis in reconventie namens [gedaagde] ; - de mondelinge behandeling van 25 juni 2024. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil In conventie 2.1. [eiser] en [gedaagde] hebben een overeenkomst gesloten, inhoudende dat [eiser] schilderwerkzaamheden en voorbereidende werkzaamheden aan het huis van [gedaagde] uitvoert en [gedaagde] daarvoor een vergoeding betaalt. Partijen zijn op de volgende wijze tot deze overeenkomst gekomen. Op 20 februari 2022 heeft [eiser] een offerte aan [gedaagde] gestuurd, onder meer inhoudende: ‘ [adres] [postcode] [plaats] Offerte datum: 20-02-2022 Offertenummer: [nummer] Project gevel powercleaning (schuim stoomreiniging) en gevelcoating Einza garant spuitwerk + sikkens lakwerk buitenzijden ramen kozijnen antraciet ral kleur n o.t k., Dakreiniging en impregnering oligomeren solixanen ovh keramiek ws 10% Aanneemsom NETTO BETALING 14.420,- + 9% BTW 1.297,80 TOTAAL 15.717,80 ✓ Inclusief steigerwerk - hoogwerker Gratis service: reinigen overstek boeidelen woonhuis + tuin gebouw Extra service: zie nazorg’. [gedaagde] en [eiser] hebben hierna via Whatsapp contact met elkaar gehad, waarin [gedaagde] een voorstel heeft gedaan tot betaling van de aanneemsom in termijnen, met een eerste deel van € 7.000,-, een tweede deel van € 5.000,- en laatste deel van € 2.000,-. In totaal een bedrag van € 14.000,- (exclusief btw). [eiser] is daarmee akkoord gegaan, zoals blijkt uit hun correspondentie: ‘Ja wat we dan kunnen doen de eerste betaling na reinigen impregneren en levering coating en verf. Want die coating is erg duur, het schilderwerk word na het sluitwerk gedaan dus in laatste termijn 20:03 ✓✓ u Ja wat we dan kunnen doen de eerste betaling na reinigen impregneren en levering coating en verf. Want die co... 1 st 7k, 2de 5k, 3de 2k zoals hier beschreven kan ook 20:07 ✓✓ Oké doen we zo 1, • 20:09’. 2.2. Rond 1 maart 2022 is door [eiser] gestart met de werkzaamheden bij [gedaagde] . [gedaagde] heeft vervolgens in mei 2022 een bedrag van € 7.630,- aan [eiser] betaald. [eiser] is eind mei 2022 gestopt met zijn werkzaamheden aan de woning van [gedaagde] . Op dat moment stond nog een bedrag open van € 7.630,-. Dit bedrag is tot op heden niet betaald door [gedaagde] . 2.3. [eiser] vordert een verklaring voor recht inhoudende dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van tussen partijen gesloten overeenkomst. [eiser] voert daartoe aan dat hij niet in staat is gesteld om de werkzaamheden bij [gedaagde] af te maken en aan zijn deel van de overeenkomst te kunnen voldoen. Daarnaast vordert [eiser] een verklaring voor recht dat de overeenkomst partieel is ontbonden en dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van het resterende gedeelte van de overeengekomen aanneemsom, te weten een bedrag van € 5.450,- vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag is lager dan het feitelijk resterende bedrag van € 7.630,-, aangezien volgens [eiser] nog niet alle werkzaamheden waren afgerond. Volgens [eiser] zouden er nog werkzaamheden moet worden uitgevoerd gelijk aan 50 manuren, à € 40,- per uur, zijnde een bedrag van € 2.000,- exclusief btw. Dit bedrag brengt [eiser] in mindering op zijn vordering, waardoor een vordering van € 5.450,- resteert. Volgens [eiser] heeft hij de afgesproken werkzaamheden aan de woning van [gedaagde] verricht, en is [gedaagde] gehouden tot betaling van dit resterende bedrag. 2.4. Verder vordert [eiser] dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot – primair – teruggave van goederen op straffe van een dwangsom van € 500,- tot een maximum van € 25.000,-, indien [gedaagde] na ommekomst van genoemde termijn niet aan deze veroordeling heeft voldaan. [eiser] heeft voor het verrichten van zijn werkzaamheden materialen op het terrein van [gedaagde] gezet. Het gaat volgens [eiser] om de volgende goederen: LSC rolsteiger lengte 8 meter maat: 135 x 305: € 2.350,-; DKAH0028 3,00 st. Dirks® aluminium afhouder nieuwwaarde: € 478,98 incl. btw; DKO00310 1,00 st. Dirks® aluminium opsteekladder, € 496,28 incl. btw. Aangezien [eiser] zijn werkzaamheden bij [gedaagde] niet heeft kunnen afronden en vervolgens geen toegang meer heeft gekregen tot het terrein van [gedaagde] , heeft hij deze goederen niet kunnen ophalen. [eiser] vordert teruggave van deze goederen. Hij legt aan deze vordering ten grondslag dat hij eigenaar is van deze goederen en recht heeft op teruggave. Subsidiair vordert [eiser] dat, indien [gedaagde] niet in staat zou zijn om aan de primaire vordering te voldoen, [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een vervangende schadevergoeding van € 3.325,26, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 24 mei 2022 tot de dag der algehele voldoening. 2.5. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . Volgens [gedaagde] zijn de werkzaamheden door [eiser] niet afgemaakt en zijn de werkzaamheden die door [eiser] wel zijn uitgevoerd, niet goed. De buitensteen van de woning zou gespoten worden, maar dit is met een roller gedaan zodat niet alles van de grove steen bereikt is. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] op een gegeven moment zelf aangegeven dat [gedaagde] een andere schilder moest zoeken voor het schilderen van de kozijnen en de deuren. [eiser] heeft volgens [gedaagde] verklaard dat hij daar geen mensen voor had. De schilder die bij [gedaagde] de werkzaamheden heeft verricht, [naam] , was geregeld afwezig. Hij zou verder gaan, maar is op een gegeven moment niet meer verschenen. Volgens [gedaagde] is hij daarom niet gehouden tot verdere nakoming van de overeenkomst en dient de vordering van [eiser] te worden afgewezen. Ten aanzien van de vordering tot teruggave van de goederen van [eiser] , stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat deze vordering moet worden afgewezen omdat deze goederen niet meer op zijn terrein staan aangezien de goederen al zijn opgehaald door een schilder van [eiser] . In reconventie 2.6. [gedaagde] vordert dat [eiser] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 3.000,-. Gelet op hetgeen [gedaagde] onder 2.4 heeft aangevoerd, stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat hij teveel heeft betaald aan [eiser] . [eiser] heeft een groot deel van de werkzaamheden volgens [gedaagde] niet uitgevoerd en de werkzaamheden die wel zijn verricht, heeft [gedaagde] opnieuw moeten laten uitvoeren. Het bedrag van € 7.630,-, dat [gedaagde] reeds aan [eiser] heeft betaald, is daarom volgens [gedaagde] voor een deel van € 3.000,- ongerechtvaardigd betaald. 2.7. [eiser] betwist deze vordering. Volgens [eiser] is [gedaagde] zelf tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en kan [gedaagde] daarom geen aanspraak maken op deze tegenvordering. Daar komt bij dat [gedaagde] [eiser] hiervoor nooit in gebreke heeft gesteld. Daarnaast stelt [eiser] dat [gedaagde] niet heeft onderbouwd dat [eiser] maar voor een bedrag van € 4.000,- exclusief btw aan werkzaamheden zou hebben uitgevoerd. De vordering van [gedaagde] moet daarom worden afgewezen. 3De beoordeling In conventie 3.1. Aan zijn vordering legt [eiser] ten grondslag dat hij op grond van een aannemingsovereenkomst werkzaamheden voor [gedaagde] heeft uitgevoerd, maar dat hij niet in de gelegenheid is gesteld om het werk af te ronden doordat [gedaagde] hem de toegang tot het werk heeft ontzegd. [eiser] maakt daarom aanspraak op betaling van de aanneemsom, verminderd met het bedrag van € 7.630,- dat [gedaagde] al heeft betaald en minus het bedrag ad € 2.000,- dat is gemoeid met de nog uit te voeren werkzaamheden. 3.2. [gedaagde] vindt dat hij niets meer aan [eiser] verschuldigd is. Hij voert daartoe aan dat hij op goede gronden (het restant van) de openstaande facturen niet heeft betaald. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] de werkzaamheden vanaf de start gebrekkig uitgevoerd, ook na daar herhaaldelijk op te zijn aangesproken door [gedaagde] . [gedaagde] voert verder aan dat de werknemers van [eiser] niet wisten wat zij moesten doen, en welke materialen gebruikt moesten worden voor het uitvoeren van het werk. Ten slotte stelt [gedaagde] dat door de gebrekkige uitvoering van de werkzaamheden door [eiser] schade is ontstaan, en dat deze schade door het alsnog correct uitvoeren van de opgedragen werkzaamheden niet kan worden weggenomen door [eiser] . [gedaagde] vindt dat nakoming van de aannemingsovereenkomst door [eiser] in de gegeven omstandigheden blijvend onmogelijk was en een gebrekestelling niet nodig was. Het gevolg daarvan is volgens [gedaagde] dat hij bevrijd is van zijn betalingsverplichtingen ten opzichte van [eiser] . 3.3. [eiser] betwist dat hij de opgedragen werkzaamheden gebrekkig heeft uitgevoerd. Verder voert [eiser] aan dat hij altijd op het werk aanwezig is geweest, behalve op dagen waarop de weersomstandigheden dat niet toelieten. Ook betwist [eiser] dat hij bij het uitvoeren van de werkzaamheden schade heeft veroorzaakt. 3.4. De kantonrechter overweegt dat tussen partijen niet ter discussie staat dat het werk nooit is opgeleverd. 3.5. Artikel 6:265 lid 1 BW biedt de mogelijkheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden wanneer iemand zijn verplichtingen uit een overeenkomst niet (volledig) of ondeugdelijk nakomt, tenzij de tekortkoming - gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis - deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Op grond van lid 2 van artikel 6:265 BW komt, voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, een schuldeiser die bevoegdheid pas toe, wanneer de schuldenaar in verzuim is. 3.6. [gedaagde] stelt dat nakoming van de aannemingsovereenkomst in dit geval blijvend onmogelijk was, omdat [eiser] op een gegeven moment zelf verklaard dat [gedaagde] een andere schilder moest zoeken voor het schilderen van de kozijnen en de deuren. [eiser] heeft volgens [gedaagde] als toelichting gegeven dat hij daar geen mensen voor had. De schilder die bij [gedaagde] de werkzaamheden heeft verricht, [naam] , was geregeld afwezig. Hij zou verder gaan, maar is op een gegeven moment niet meer verschenen. Verder heeft [eiser] bij het uitvoeren van de werkzaamheden schade aan onder meer het houtwerk veroorzaakt, en dat de schadelijke gevolgen daarvan niet weggenomen kunnen worden door de overeenkomst alsnog deugdelijk na te komen. Volgens [gedaagde] verkeerde [eiser] daardoor in verzuim, en is hij daarom niets meer aan [eiser] verschuldigd. 3.7. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. Het staat in dit geval niet vast dat [eiser] niet bereid was om de werkzaamheden af te ronden. Evenmin staat vast dat de gestelde schade aan het houtwerk het gevolg is van de wijze waarop [eiser] de werkzaamheden heeft uitgevoerd. [gedaagde] heeft dat tegenover de gemotiveerde betwisting van [eiser] onvoldoende onderbouwd. Het alsnog uitvoeren/afronden van de werkzaamheden, respectievelijk nader vaststellen van de (oorzaak van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.