← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2024:3759

RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/402804 / HA ZA 24-216 Vonnis in incident van 21 augustus 2024 in de zaak van [eiseres] B.V., te [plaats] , eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, tegen 1 [gedaagde 1] , te [plaats] ,

  1. [gedaagde 2], te [plaats] , gedaagde partijen in de hoofdzaak, eisende partijen in het incident, hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , advocaat: mr. Ph.W. Schreurs. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de akte overlegging producties van [eiseres] de incidentele conclusie van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de incidentele conclusie van antwoord van [eiseres] de akte uitlaten producties in het incident van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 26 juni 2024 de akte overlegging productie van [eiseres] van 26 juni 2024 de akte uitlaten van [eiseres] van 17 juli 2024 het rolbericht van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 17 juli 2024 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De beoordeling in het incident 2.
  4. [eiseres] is aandeelhouder van [A] B.V. (hierna: [A] ). [gedaagde 1] en [gedaagde 2] waren bestuurders van [A] en zijn indirect (ook) aandeelhouders van [A] . [eiseres] heeft zich tot de Ondernemingskamer gewend met het verzoek een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken binnen [A] . De Ondernemingskamer heeft vervolgens onder andere een onderzoek gelast naar het beleid en de gang van zaken binnen [A] . Dit onderzoek is uitgevoerd en de onderzoeker heeft een definitief onderzoeksverslag (hierna: Onderzoeksverslag) uitgebracht. [eiseres] verwijst in de dagvaarding ter onderbouwing van haar vordering naar het Onderzoeksverslag en heeft dit verslag als productie overgelegd. 2.
  5. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vorderen dat de rechtbank [eiseres] gebiedt om de dagvaarding zodanig aan te passen dat daarin geen verwijzingen worden gedaan naar de inhoud van het Onderzoeksverslag en waarbij het Onderzoeksverslag ook niet als productie wordt aangehecht en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de gelegenheid stelt om op deze aangepaste dagvaarding te reageren. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beroepen zich op artikel 2:353 lid 3 BW waarin is bepaald dat het aan anderen dan de rechtspersoon verboden is mededelingen aan derden te doen van het verslag, voor zover dat niet voor een ieder ter inzage ligt, tenzij zij daartoe op hun verzoek door de voorzitter van de Ondernemingskamer zijn gemachtigd. Volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is een dergelijk verzoek niet gedaan en is ook niet bepaald dat het verslag voor een ieder ter inzage ligt. 2.
  6. [eiseres] voert in haar incidentele conclusie van antwoord diverse verweren, onder andere het verweer aan dat zij op 7 juni 2024 alsnog aan de voorzitter van de Ondernemingskamer heeft gevraagd [eiseres] te machtigen om uit het Onderzoeksverslag te mogen citeren en als productie over te leggen in de hoofdzaak. 2.
  7. Vervolgens hebben partijen aktes genomen waaruit blijkt dat de voorzitter van de Ondernemingskamer bij beschikking van 24 juni 2024 [eiseres] (en ook [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ) heeft gemachtigd om mededelingen te doen uit het Onderzoeksverslag zover redelijkerwijs nodig is ter toelichting op en/of ondersteuning van bewijs van haar stellingen in het kader van deze procedure en om het Onderzoeksverslag met bijlagen in deze procedure in te brengen. Omdat de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bedoelde machtiging inmiddels is verleend, is de rechtbank van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen. 2.
  8. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in het incident (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: - salaris advocaat € 614,00 (1,00 punten × € 614,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 792,00 3De beslissing De rechtbank in het incident 3.
  9. wijst het gevorderde af, 3.
  10. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
  11. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, in de hoofdzaak 3.
  12. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 oktober 2024 voor conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.