← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2024:5112

RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/407399 / HA ZA 24-518 Vonnis van 30 oktober 2024 in de zaak van [eiser] , in hoedanigheid als executeur van de nalatenschap van [erflater] en als erfgenaam, te [plaats] ( [land] ), eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. M.J.M. Jansen-van Beek, tegen [gedaagde] , te [plaats] ( [land] ), gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. [eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. Rechtsmacht 2.
  4. Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat beide partijen in [land] wonen. Dit betekent dat eerst beoordeeld zal worden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. 2.
  5. Kort gezegd legt [eiser] aan zijn vorderingen ten grondslag dat de nalatenschap van [erflater] (erflater) een vordering heeft op [gedaagde] in verband met een door erflater verstrekte geldlening aan [gedaagde] . In deze procedure is daarom de Verordening Brussel I-bis van toepassing. Daarin is als hoofdregel bepaald dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat opgeroepen worden voor de gerechten van die lidstaat (artikel 4). Dat is in dit geval [land] . Verordening Brussel I-bis noemt nog een aantal alternatieve bevoegdheidsgronden, maar daaraan kan de Nederlandse rechter ten aanzien van de vorderingen van [eiser] geen bevoegdheid ontlenen. De rechtbank is daarom van oordeel dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen. 2.
  6. [eiser] heeft de bevoegdheid van de rechtbank onterecht gebaseerd op artikel 104 Rechtsvordering. Volgens dit artikel is in zaken betreffende nalatenschappen en in zaken betreffende schuldvorderingen ten laste van de overledene mede bevoegd de rechter van de laatste woonplaats van de overledene. Daar is in dit geval geen sprake van. Deze zaak heeft betrekking op een vordering die de nalatenschap heeft op [gedaagde] , namelijk uit hoofde van de lening die erflater aan [gedaagde] heeft verstrekt. De zaak gaat niet over de nalatenschap zelf en het betreft ook geen vordering ten laste van erflater. 2.
  7. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil. 3De beslissing De rechtbank 3.
  8. verklaart zich onbevoegd van de vorderingen kennis te nemen, 3.
  9. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Schollen-den Besten en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober
  10. Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.