beslissing RECHTBANK Oost-Brabant Wrakingskamer zaaknummer: WR 24/014 Beslissing van 16 mei 2024 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 36 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) [verzoeker] , hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. V.M. Smits, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. De procedure 1.1 Verzoeker is belanghebbende in de zaak met zaaknummer C/01/402770 JE RK 24-
- In deze zaak gaat het om de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen. 1.2 De mondelinge behandeling van deze zaak (zitting) was gepland op 8 mei 2024 om 14:45 uur. Op 8 mei 2024, voorafgaand aan de zitting, heeft verzoeker zijn wrakingsverzoek ingediend. Op 14 mei 2024 heeft verzoeker, naar aanleiding van de reactie van de rechter, zijn wrakingsverzoek nader onderbouwd. Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter daarop 2.1 Verzoeker schrijft in zijn wrakingsverzoek dat hij de rechter heeft gevraagd of zij verzoekers zoon wil bellen, maar dat de rechter heeft aangegeven dat niet te zullen gaan doen. Verzoeker vindt de rechter daarom vooringenomen en partijdig. Volgens verzoeker krijgt zijn zoon zo geen eerlijke kans en heeft het daarom geen zin op de zitting te verschijnen. 2.2 In haar reactie van 13 mei 2024 op het wrakingsverzoek geeft de rechter aan dat zij niet berust in het wrakingsverzoek. De rechter geeft verder aan dat zij zich ten opzichte van verzoeker of zijn zoon niet vooringenomen of partijdig heeft opgesteld of de schijn daartoe heeft opgewekt. De rechter voegt hieraan toe dat de beslissing om de zoon niet telefonisch te horen een processuele beslissing is, zodat om deze reden het wrakingsverzoek moet worden afgewezen. De beoordeling 3.1 Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is. Ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid is bij de beoordeling van het wrakingsverzoek van belang. 3.2 De wrakingskamer kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond verklaren indien het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant). De wrakingskamer oordeelt dat die situatie zich hier voordoet en overweegt daarbij het volgende. 3.3 Verzoeker vindt de rechter vooringenomen, omdat zij zijn verzoek om zijn zoon telefonisch te horen niet heeft ingewilligd. Een wrakingsgrond dient echter te zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de (persoon van de) rechter of rechters van wie wraking is verzocht. Het instituut van de wraking is niet bedoeld als rechtsmiddel tegen (procedurele of inhoudelijke) beslissingen van de rechters die de zaak behandelen. Een zodanige beslissing kan alleen leiden tot toewijzing van een wrakingsverzoek indien die beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven (vgl. HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413, rov. 3.3 en 3.4). 3.4 Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. De beslissing De rechtbank: - Wijst het verzoek tot wraking van de rechter af. Deze beslissing is gegeven door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter, mr. G.J. Roeterdink en mr. E.M. Vermeulen, leden, in tegenwoordigheid van, mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders, griffier, en in openbaar uitgesproken op 16 mei
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39, vijfde lid, Rv).