RECHTBANK 's-Hertogenbosch Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch Zaaknummer: 10592926 \ CV EXPL 23-2972 Vonnis van 3 oktober 2024 in de zaak van ANDERZORG N.V., gevestigd te Wageningen, eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie, hierna te noemen: AnderZorg, gemachtigde: LAVG Groningen, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] . 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 19 juni 2023 met productie 1, - het wrakingsverzoek van [gedaagde] van 12 juli 2023, - de beslissing van de wrakingskamer van 29 juli 2023, - de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie van 24 augustus 2023, - de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald, - de conclusie van antwoord in reconventie met producties 2 tot en met 6, - de mondelinge behandeling van 21 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling is namens [gedaagde] een vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 april 2018 overgelegd. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Bij AnderZorg is een zorgverzekering afgesloten waarbij [gedaagde] de verzekeringnemer is. De zorgverzekering is ingegaan op 1 januari
- Op de zorgverzekering zijn de algemene voorwaarden van AnderZorg van toepassing. 2.
- [gedaagde] heeft aan AnderZorg kenbaar gemaakt dat hij de zorgverzekering per 28 oktober 2022 wenste te beëindigen. AnderZorg heeft [gedaagde] op 8 november 2022 per e-mail als volgt bericht: ‘Beëindiging verzekering De eerste mogelijkheid om de verzekering te beëindigen is 1 januari
- Ik heb de verzekering op uw verzoek beëindigd. Uw verzekering stopt per 1 januari 2023.’ 2.
- AnderZorg heeft vervolgens nog zorgpremie in rekening gebracht over de maanden november 2022 en december
- [gedaagde] heeft deze zorgpremies onbetaald gelaten. 3Het geschil In conventie 3.
- AnderZorg vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 194,50, vermeerderd met rente en kosten. AnderZorg legt aan haar vordering, zakelijk weergegeven, ten grondslag dat tussen haar en [gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen uit hoofde waarvan [gedaagde] de maandelijkse premie verschuldigd is aan AnderZorg. Tussentijdse beëindiging van de zorgverzekeringsovereenkomst was gelet op de algemene voorwaarden niet mogelijk zodat de zorgverzekeringsovereenkomst is beëindigd per 1 januari 2023 en [gedaagde] gehouden is de premie over de maanden november 2022 en december 2022 te betalen. 3.
- [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van AnderZorg, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van AnderZorg. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. In reconventie 3.
- [gedaagde] vordert – samengevat – veroordeling van AnderZorg tot betaling van € 22.500,- vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] legt aan zijn vordering, zakelijk weergegeven, ten grondslag dat AnderZorg gehouden is de door haar ontvangen zorgpremie terug te betalen. AnderZorg heeft bovendien onrechtmatig gehandeld jegens [gedaagde] en is daarom gehouden tot betaling van immateriële schadevergoeding. Daarnaast beroept [gedaagde] zich op ongerechtvaardigde verrijking en dwaling. 3.
- AnderZorg voert verweer. AnderZorg concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling In conventie Zorgverzekeringsovereenkomst tussen AnderZorg en [gedaagde] 4.
- Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] aangevoerd dat de zorgverzekering destijds zonder zijn toestemming is afgesloten door zijn vrouw zodat hij daar niet aan gebonden is. Dat het niet [gedaagde] zelf, maar diens vrouw was die een zorgverzekering ten gunste van [gedaagde] afsloot, kan evenwel niet aan AnderZorg worden tegengeworpen. Bij dit oordeel acht de kantonrechter van belang dat door [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling ook is verklaard dat hij ervan op de hoogte was dat zijn vrouw ten gunste van hem een zorgverzekering had afgesloten. Tussen partijen staat ook vast dat de zorgpremie maandelijks werd voldaan alsook het eigen risico indien en voor zover dat verschuldigd was en dat [gedaagde] heeft geprofiteerd van de zorgverzekering doordat hij zorgkosten heeft gemaakt. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat tussen [gedaagde] en AnderZorg in het verleden een zorgverzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan [gedaagde] gehouden is de maandelijkse premie aan AnderZorg te voldoen. 4.
- [gedaagde] heeft zich nog op het standpunt gesteld dat er geen verplichting (meer) bestaat tot het afsluiten van een zorgverzekering. Nu de kantonrechter van oordeel is dat tussen AnderZorg en [gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen kan in het midden blijven of het aangaan daarvan al dan niet verplicht is of was op grond van de wet. Vordering tot betaling zorgpremie november 2022 en december 2022 4.
- Ten aanzien van de vordering tot betaling van de zorgpremie over de maanden november 2022 en december 2022 oordeelt de kantonrechter als volgt. Door [gedaagde] is niet weersproken dat de algemene voorwaarden van AnderZorg van toepassing zijn op de zorgverzekeringsovereenkomst zodat dit tussen partijen vaststaat. Artikel A7 van de algemene voorwaarden bepaalt dat een opzegging van de zorgverzekeringsovereenkomst plaatsvindt per 1 januari. Gelet op het voorgaande kon de zorgverzekeringsovereenkomst na de opzegging door [gedaagde] in oktober 2022 op zijn vroegst per 1 januari 2023 eindigen. Omdat de zorgverzekeringsovereenkomst in november 2022 en december 2022 aldus nog niet was geëindigd, is [gedaagde] verplicht om de premie over deze maanden aan AnderZorg te betalen. Het verweer van [gedaagde] , inhoudende dat hij na zijn opzegging niet tegen zijn wil gebonden kon zijn aan de zorgverzekeringsovereenkomst, wordt gelet op het voorgaande dan ook verworpen. De vordering van AnderZorg is in beginsel dan ook toewijsbaar. Buitengerechtelijke incassokosten 4.
- AnderZorg vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom zal de kantonrechter het gevorderde bedrag van € 40,00 toewijzen. 4.
- AnderZorg heeft vergoeding van btw gevorderd over de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. Omdat AnderZorg geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met de btw ter hoogte van € 8,
- Wettelijke rente 4.
- Vanwege het niet-tijdig betalen is [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd. De door AnderZorg gevorderde wettelijke rente van € 3,89, berekend vanaf het verzuim tot 9 juni 2023, zal daarom worden toegewezen. De daarna verschenen wettelijke rente wordt toegewezen over de hoofdsom van € 194,50 vanaf 9 juni
- 4.
- Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom en wettelijke rente € 198,39 - buitengerechtelijke incassokosten en btw € 48,40 + Totaal € 246,79 In reconventie 4.
- [gedaagde] vordert in reconventie betaling door AnderZorg van € 22.500,-. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zijn vordering enerzijds betrekking heeft op de terugbetaling door AnderZorg van betaalde zorgpremies die AnderZorg ten onrechte heeft ontvangen en anderzijds op immateriële schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad omdat dwang is uitgeoefend op [gedaagde] . [gedaagde] heeft ook een beroep gedaan op ongerechtvaardigde verrijking en dwaling. Terugbetaling zorgpremie 4.
- Zoals uit overweging 4.1 volgt, is de kantonrechter van oordeel dat tussen AnderZorg en [gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan [gedaagde] gehouden is tot betaling van de maandelijkse premies. Van ten onrechte door AnderZorg ontvangen premies is dan ook in beginsel geen sprake. Onrechtmatig handelen/immateriële schadevergoeding 4.
- De vordering tot betaling van immateriële schadevergoeding wordt afgewezen. AnderZorg heeft naar het oordeel van de kantonrechter namelijk niet onrechtmatig gehandeld. Dit oordeel wordt hierna toegelicht. 4.
- Door [gedaagde] is in de conclusie van antwoord (tevens houdende eis in reconventie) aangevoerd dat hij onder druk zou zijn gezet om een zorgverzekering af te sluiten en dat sprake was van dwang. [gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd: ‘Het afsluiten van een zorgverzekering op ondergetekende persoonsnaam zonder ondergetekende instemming is bij wet verboden. Ondergetekende onder druk zetten om een verzekering af te sluiten, of dat anderen dit doen tegen ondergetekende wil geldt als misdrijf tegen de persoonlijke vrijheid conform artikel 248 Sr.’ 4.
- Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde [gedaagde] dat zijn vrouw namens hem een verzekering zou hebben afgesloten terwijl hij dat niet wilde. Door [gedaagde] is niet gesteld en uit de processtukken is ook niet gebleken dat AnderZorg [gedaagde] op enigerlei wijze zou hebben gedwongen een zorgverzekering af te sluiten. Dat de vrouw van [gedaagde] een verzekering namens [gedaagde] heeft afgesloten tegen zijn wil of dat [gedaagde] door zijn vrouw zou zijn gedwongen een zorgverzekeringsovereenkomst aan te gaan met AnderZorg betreft een kwestie tussen [gedaagde] en zijn vrouw. Dit kan niet aan AnderZorg worden toegerekend. De feiten en omstandigheden zoals door [gedaagde] in dit verband aangevoerd kunnen niet tot het oordeel leiden dat AnderZorg onrechtmatig zou hebben gehandeld jegens [gedaagde] . 4.
- [gedaagde] heeft zich ook op het standpunt gesteld dat hij na zijn opzegging in oktober 2022 door AnderZorg is gedwongen om nog tot het einde van het jaar 2022 verzekerd te blijven bij AnderZorg en dat AnderZorg daarmee onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde] . De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn standpunt nu artikel A7 van de destijds toepasselijke algemene voorwaarden bepaalt dat een opzegging van de zorgverzekeringsovereenkomst kon plaatsvinden per 1 januari. Artikel A7 van de algemene voorwaarden bood daarom een rechtsgeldige juridische grondslag om de verzekeringsovereenkomst te laten voortbestaan tot het einde van het jaar 2022, ook als [gedaagde] dat niet wilde. AnderZorg handelt niet onrechtmatig jegens van [gedaagde] door [gedaagde] aan deze bepaling te houden. 4.
- Nu AnderZorg niet onrechtmatig heeft gehandeld, bestaat geen grondslag voor de toekenning van immateriële schadevergoeding zodat de vordering al om die reden wordt afgewezen. Geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking 4.
- [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling nog aangevoerd dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. De kantonrechter volgt [gedaagde] daar niet in omdat enige verrijking van AnderZorg – voor zover daarvan al sprake is; [gedaagde] heeft daarvoor onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd – berust op een rechtshandeling, namelijk de zorgverzekeringsovereenkomst, en daarom niet ongerechtvaardigd kan zijn. Dwaling kan niet worden ingeroepen jegens AnderZorg 4.
- [gedaagde] heeft zich ten slotte op het standpunt gesteld dat sprake is van dwaling omdat zijn vrouw zonder zijn toestemming een zorgverzekering op naam van [gedaagde] heeft afgesloten. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt evenwel niet in te zien hoe het handelen van de vrouw van [gedaagde] en de dwaling daaromtrent door [gedaagde] kan worden ingeroepen jegens AnderZorg dan wel aan haar kan worden tegengeworpen. 4.
- Gelet op hetgeen hiervoor overwogen wordt de reconventionele vordering van [gedaagde] afgewezen. De proceskosten In conventie 4.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van AnderZorg worden in conventie begroot op: - kosten van de dagvaarding € 130,48 - griffierecht € 128,00 - salaris gemachtigde € 80,00 (2,00 punten × € 40) Totaal € 338,48 In reconventie 4.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van AnderZorg worden in reconventie begroot op € 264,50 (1 punt x factor 0,5 x € 529,00) aan salaris gemachtigde. Nakosten 4.
- Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert, met dien verstande dat de wettelijke rente over de nakosten die zijn verbonden aan de in voorkomend geval noodzakelijke betekening van de uitspraak, is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116 en HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853). 5De beslissing De kantonrechter: in conventie 5.
- veroordeelt [gedaagde] om aan AnderZorg te betalen een bedrag van 246,79, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom van € 194,50, met ingang van 9 juni 2023, tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van AnderZorg tot op heden begroot op € 338,48, 5.
- verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad, in reconventie 5.
- wijst de vordering af, 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van AnderZorg tot op heden begroot op € 264,50,-. Dit vonnis is gewezen door mr. D.G.A. Cox en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober
- Aangezien de vordering in reconventie voortvloeit uit, althans nauw samenhangt met het verweer in conventie, is bij het vaststellen van de kosten voor het salaris van de gemachtigde in reconventie een halvering van de kosten toegepast.