RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/409690 / HA ZA 24-672 Vonnis in incident van 19 februari 2025 in de zaak van PLANVAST VASTGOED B.V., te Kampen , eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen: Planvast, advocaat: mr. E.C. Gerds, tegen HEYDAY FACILITY MANAGEMENT B.V., te Almelo , gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, hierna te noemen: Heyday, advocaat: mr. T.F.J. van Oorschot. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 29 oktober 2024- de conclusie van antwoord tevens incidentele vordering ex artikel 843a Rv van Heyday van 8 januari 2025- de conclusie van antwoord inzake incidentele vordering ex artikel 843a Rv van Planvast van 22 januari
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil en de beoordeling in het incident Een korte schets van de hoofdzaak: 2.
- In de hoofdzaak speelt – samengevat en alleen voor zover in het kader van dit incident van belang – het volgende. 2.1.
- De onderneming Mainstaete Vastgoedbeheer Rotterdam B.V. (hierna: Mainstaete) heeft met Heyday een “Opdrachtovereenkomst” gesloten. Op grond van die overeenkomst heeft Mainstaete in opdracht en voor rekening van Heyday in de periode van juni 2023 tot eind oktober 2023 onderhoudswerkzaamheden verricht. Daarbij heeft zij gebruik gemaakt van de diensten van onderaannemers. De werkzaamheden vonden plaats bij vestigingen van apotheekketen BENU , die door Brocacef Centrale Diensten B.V. (hierna: Brocacef) aan Heyday in beheer zijn gegeven. 2.1.
- Op 26 oktober 2023 is Mainstaete failliet verklaard. Op dat moment had Mainstaete nog voor een totaalbedrag van € 26.927,27 aan verrichte werkzaamheden gefactureerd aan Heyday, dat Heyday nog niet had voldaan. 2.1.
- Planvast heeft uit de faillissementsboedel (onder meer) de vordering van Mainstaete op Heyday in verband met de verrichte onderhoudswerkzaamheden gekocht en gecedeerd gekregen. In de hoofdzaak vordert Planvast van Heyday betaling van die vordering. 2.1.
- Heyday verweert zich in de hoofdzaak onder meer met de stelling dat Mainstaete teveel aan Heyday heeft gefactureerd. Mainstaete is de in de Opdrachtovereenkomst opgenomen prijsafspraak niet nagekomen, aldus Heyday. Die prijsafspraak houdt in dat Mainstaete op de kosten die onderaannemers aan haar in rekening brengen en op de in te kopen en te leveren goederen naar Heyday toe een opslag van maximaal 10% mag hanteren. Volgens Heyday heeft Mainstaete aanzienlijk hogere percentages gehanteerd. Planvast heeft daarom vooralsnog de rechtmatigheid van de onbetaalde facturen van Mainstaete onvoldoende onderbouwd. Ook stelt Heyday dat zij mogelijk een verrekenbare tegenvordering op Planvast heeft, in verband met de al door haar betaalde facturen van Mainstaete. Heyday neemt daarbij aan dat Mainstaete ook in die oudere facturen in strijd met de in de Opdrachtovereenkomst vastgelegde prijsafspraken structureel teveel aan Heyday in rekening heeft gebracht. De vordering en het standpunt van partijen in deze incidentele procedure: 2.
- Heyday vordert in dit incident veroordeling van Planvast om alle op de facturen van Mainstaete betrekking hebbende administratie en bescheiden (inclusief facturen van materialen en onderaannemers) in het geding te brengen en/of aan Heyday te overleggen. Heyday baseert deze vordering op artikel 843a Rv en stelt daarbij dat zij een rechtmatig belang heeft bij haar vordering en dat ook overigens aan de voorwaarden voor toepassing van het bepaalde in artikel 843a Rv is voldaan. 2.
- Planvast voert het volgende verweer. Planvast beschikt niet over de door Heyday gevraagde bescheiden en/of informatie. De werkzaamheden zijn door Mainstaete uitgevoerd. Planvast is geen partij geweest bij de rechtsbetrekking tussen Heyday en Mainstaete en ook niet bij de rechtsbetrekking tussen Mainstaete en haar onderaannemers. Bij de cessie is niet de hele historische administratie van Mainstaete aan Planvast overgedragen, laat staan alle inkoopfacturen van alle onderaannemers en alle leveranciers waarmee Mainstaete heeft gewerkt. Het is Planvast ook niet bekend of de stukken die Heyday vordert nog wel bestaan. Planvast heeft haar best gedaan om alle nog beschikbare informatie boven water te krijgen en heeft al die informatie ook met Heyday gedeeld. Het toetsingskader: 2.
- Voor toewijzing van een vordering op grond van artikel 843a Rv moet zijn voldaan aan een aantal cumulatieve voorwaarden. Degene die de vordering instelt
(1)moet een rechtmatig belang hebben,
(2)het moet gaan om bepaalde bescheiden
(3)aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of zijn rechtsvoorganger partij is en
(4)de wederpartij moet de bescheiden tot zijn beschikking of onder zijn berusting hebben. Lid 4 van artikel 834a Rv voegt daaraan toe dat de wederpartij niet gehouden is aan de vordering te voldoen, als daar gewichtige redenen voor zijn of als redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd. De beoordeling van het geschil in het incident: 2.
- Naar het oordeel van de rechtbank moet de vordering van Heyday worden afgewezen. Planvast kan slechts worden veroordeeld om afschriften te verstrekken van bescheiden die zij tot haar beschikking of onder haar berusting heeft. Planvast stelt dat zij niet over de gevorderde bescheiden beschikt en de rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze (gemotiveerde) stelling van Planvast te twijfelen. Heyday heeft onvoldoende gesteld om hierover anders te kunnen oordelen. Slechts in algemene zin heeft Heyday opgemerkt dat aan alle voorwaarden voor toepassing van 843a Rv is voldaan. Een toelichting daarbij, waarbij Heyday concreet invulling geeft aan de verschillende vereisten voor toewijzing van haar vordering, ontbreekt. In het kader van de vraag op wie de bewijslast rust met betrekking tot de gestelde tegenvordering van Heyday op Planvast, heeft Heyday in haar conclusie nog wel opgemerkt dat “aangenomen moet worden dat Planvast als doorstartende partij van de onderneming van Mainstaete ook de relevante delen van Mainstaete’s administratie in haar bezit heeft”. Dat is onvoldoende om te kunnen aannemen dat Planvast over de gevorderde gegevens beschikt. Hierbij acht de rechtbank nog van belang dat Planvast de vordering op Heyday gecedeerd heeft gekregen, waarmee niet zonder meer is gegeven dat Planvast ook over alle onderliggende documenten beschikt. Heyday heeft ook niet gesteld en toegelicht dat zij niet via de curator van Mainstaete de door haar gewenste onderbouwing van de facturen heeft kunnen krijgen. Ten slotte heeft Heyday ook niet gesteld dat Planvast nu nog de gevorderde bescheiden met een in redelijkheid van haar te verwachten inspanning tot haar beschikking kan krijgen. 2.
- De incidentele vordering wordt daarom afgewezen. Heyday zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) van het incident worden veroordeeld. De proceskosten van Planvast worden begroot op: - salaris advocaat € 614,00 (1,00 punten × € 614,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 792,00 3De beslissing De rechtbank, in het incident: 3.
- wijst de incidentele vordering af; 3.
- veroordeelt Heyday in de kosten van het incident, aan de zijde van Planvast tot op heden begroot op € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Heyday niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, in de hoofdzaak: 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 5 maart 2025 voor beraad rolrechter over het houden van een mondelinge behandeling, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025.