RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 24/1183 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2025 in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar (gemachtigde: mr. R.A.M.T. Klaassen). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting die aan hem is opgelegd. 1.
- De heffingsambtenaar heeft op 2 november 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting (met aanslagnummer [nummer]) opgelegd ter hoogte van € 75,
- Dit bedrag omvat € 2,72 aan kosten parkeerbelasting en € 72,90 aan kosten naheffing. 1.
- Met de uitspraak op bezwaar van 22 januari 2024 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar de aanslag gehandhaafd. Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. 1.
- De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser heeft op het verweerschrift gereageerd. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Feiten
- Aan eiser is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat is geconstateerd dat hij op 28 oktober 2023 om 10:20 een auto met kenteken [kenteken] heeft geparkeerd aan de [adres] in [plaats] zonder parkeerbelasting te betalen. De [adres] is op grond van gemeentelijke regelgeving aangewezen als locatie waar parkeerbelasting wordt geheven. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het beroep van eiser is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels die op de zaak van toepassing zijn
- Op grond van de Gemeentewet en de Verordening wordt onder parkeren verstaan: “het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.”
- In de Verordening staat dat parkeerbelasting is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. Wat voert eiser aan?
- Eiser voert aan dat hij aan de [adres], op het adres van zijn ex-partner, spullen aan het laden en lossen was vanwege de verhuizing van zijn zoon vanuit zijn kamer in het centrum van [plaats] naar [woonplaats]. Op het moment dat eiser goed en wel in de woning was, zag hij de parkeercontroleur voorbij fietsen. Eiser is hierop meteen naar buiten gelopen om de parkeercontroleur er op te wijzen dat hij bezig was met het laden en lossen van spullen, maar daar werd niet op gereageerd. Omdat eiser vervolgens een kop koffie is blijven drinken, heeft zijn ex-partner om 10:36 de auto van eiser aangemeld via de bezoekersregeling. Het is volgens eiser logisch dat de parkeercontroleur om 10:34 geen activiteit van laden of lossen heeft waargenomen, omdat eiser daar toen net mee klaar was. Eiser vindt daarom dat de naheffingsaanslag ten onrechte aan hem is opgelegd. Is de naheffingsaanslag terecht opgelegd?
- Onder “onmiddellijk laden en lossen” moet worden verstaan: het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is.
- Het moet daarbij gaan om zaken die zo groot of zo zwaar zijn dat zij niet of alleen moeilijk op een andere manier dan per voertuig ter plaatse kunnen worden gehaald of gebracht. Het voertuig mag alleen hebben stilgestaan zo lang als nodig was om de ononderbroken handelingen die redelijkerwijs nodig zijn om de zaken ter plaatse in ontvangst te nemen en in het voertuig te brengen, dan wel om ze uit het voertuig te halen en aan de geadresseerde af te geven.
- Het is aan de heffingsambtenaar om te stellen en bij betwisting aannemelijk te maken dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar hierin is geslaagd. Hierbij is in aanmerking genomen dat de auto van eiser op 28 oktober 2023 van 10:20 uur tot 10:34 uur stil stond in een parkeervak aan de [adres] in [plaats] en dat daarvoor geen parkeerbelasting is voldaan. Daarbij komt dat op de door de scanauto gemaakte foto’s geen bijzondere activiteiten waarneembaar zijn. Uit de foto’s blijkt dat de deuren en de achterbak dicht waren. De heffingsambtenaar heeft hiermee aannemelijk gemaakt dat eiser zijn auto had geparkeerd zonder de daarvoor verschuldigde parkeerbelasting te betalen.
- Omdat eiser stelt dat sprake was van het lossen en laden van goederen, is het aan hem om aannemelijk te maken dat sprake was van deze uitzondering op parkeren. Eiser heeft daartoe gesteld dat hij op 28 oktober 2023 rond 10:15 uur bij de woning van zijn ex-partner aankwam en al die tijd bezig is geweest met lossen en het wegzetten van spullen in de garage. Het betrof een fiets, een grote stoel en enkele kratten met spullen. Ook moest uit de woning van zijn ex-partner een stalen bed naar eisers woning worden meegenomen. Verder heeft eiser kratten naar boven gebracht en een stoel weggezet waar ruimte voor moest worden gemaakt. De fiets is via de brandgang naar de achterkant van de woning gereden. De deur van eisers auto was dicht vanwege de spullen die eiser in de auto had terwijl hij en zijn ex-partner bezig waren met het wegzetten van de spullen. Ook kostte het enige tijd om de grote stoel naar de woning te verplaatsen. Toen eiser op het punt stond om naar huis te gaan, vroeg zijn ex-partner hem in de gang van de woning om nog even een kop koffie te blijven drinken om over de op dat moment zorgwekkende situatie van hun zoon te praten. Daarop heeft zij eisers auto om 10:36 uur aangemeld via de bezoekersregeling.
- Uitgaande van de verklaring van eiser komt de rechtbank tot de conclusie dat sprake was van parkeren. De auto heeft volgens deze verklaring namelijk niet enkel stil gestaan gedurende de tijd die nodig was om spullen uit en in te laden. Immers heeft eiser de spullen die hij heeft uitgeladen niet enkel aan zijn ex-partner afgegeven maar ook weggezet en naar boven gebracht. Ook heeft eiser tijd besteed aan het vrijmaken van ruimte. Daarmee was sprake van parkeren waarvoor parkeerbelasting verschuldigd was. De naheffingsaanslag parkeerbelasting is dan ook terecht opgelegd.
- De rechtbank heeft er oog voor dat deze uitkomst voor eiser, gelet op de moeilijke situatie van zijn zoon destijds, onbevredigend is. Parkeerbelasting is echter een zogenoemde objectieve belasting, waarbij opzet en schuld geen rol spelen. Bij objectieve belastingen is er geen ruimte voor de rechtbank om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van eiser of om uit coulance de naheffingsaanslag te vernietigen. Het enkele feit dat geen parkeerbelasting is betaald terwijl dit wel had gemoeten, is voldoende om tot oplegging van een naheffingsaanslag parkeerbelasting over te gaan. Dit is alleen anders als sprake is van zeer bijzondere omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat het niet-betalen van de parkeerbelasting eiser niet kan worden verweten en sprake is van overmacht. Daarvan is hier geen sprake. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd en gehandhaafd blijft. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van den Brink, rechter, in aanwezigheid van N. Verhoeven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 april
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘sHertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘sHertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ‘sHertogenbosch. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof ‘sHertogenbosch vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Verordening parkeerbelasting van de gemeente 's-Hertogenbosch 2023(Verordening parkeerbelasting)/ het Aanwijzingsbesluit parkeerplaatsen, tijdstip en wijze van betaling parkeerbelastingen 2023 van de gemeente 's-Hertogenbosch. Zie het arrest van de Hoge Raad van 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:AA:2760 en het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:
- Hoge Raad, 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:445.