Rechtbank oost-brabant Toezicht zaaknummers : 11495049 TE VERZ 25-52 en 11495064 TE VERZ 25-53 BM-nummer : 47619 MB-nummer : 15076 [initialen van de griffier] beschikking van de kantonrechter van 18 april 2025 op verzoek van: [naam] wonende te [adres] hierna te noemen: verzoekster, met betrekking tot [naam] geboren te [geboorteplaats en -datum] wonende te [adres] hierna te noemen: betrokkene. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoek met bijlage, ontvangen op 13 januari 2025. Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting van 17 maart 2025. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Ter zitting zijn verzoeker, de zoon van betrokkene, de huidige bewindvoerder en mentor van betrokkene Stg. CAV ( [naam] ) en de beoogd opvolgend bewindvoerder en mentor Beschermingsbewind Best EZ ( [naam] ), verschenen. beoordeling Het verzoek strekt tot ontslag van de huidige bewindvoerder en mentor en tot benoeming van een opvolgend bewindvoerder en mentor. De kantonrechter dient allereerst te beoordelen of verzoekster bevoegd is tot het indienen van onderhavig verzoek. Verzoekster is de ex-partner van betrokkene en heeft aangevoerd dat zij inmiddels een levensgezel is als bedoeld in 1:432 lid 1 en artikel 1:451 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Daartoe heeft verzoekster het volgende aangevoerd. Verzoekster en betrokkene zijn gehuwd geweest en sinds enige tijd (volgens verzoekster in 2013) gescheiden. Daaropvolgend is een lange periode geen contact geweest. Dat is veranderd toen betrokkene in 2022 het ziekenhuis terecht kwam en telefonisch contact zocht met verzoekster. Verzoekster stelt dat er vanaf dat moment een hernieuwde relatie is ontstaan. Betrokkene had volgens verzoekster aangegeven met haar te willen trouwen toen hij volgens haar nog wilsbekwaam was. In 2023 is betrokkene nog een keer opgenomen in het ziekenhuis. Verzoekster heeft betrokkene toen tijdelijk in huis genomen omdat hij onvoldoende voor zichzelf kon zorgen. Vanwege zijn medische beperkingen kan dat echter niet meer, waardoor hij eind 2024 is opgenomen en niet meer bij verzoekster verblijft. De kantonrechter oordeelt als volgt. Om te beoordelen of er sprake is van een levensgezel als bedoeld in artikel 1:432 lid 1 en artikel 1:451 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, dient de kantonrechter een aantal aspecten te beoordelen. Deze aspecten zijn: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.