RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 24/855 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2025 in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven (gemachtigden: [naam] en [naam] ). Inleiding
- De heffingsambtenaar heeft op 21 november 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] ter hoogte van in totaal € 74,
- 1.
- Met het bestreden besluit van 19 december 2023 op het bezwaar van eiser heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag gehandhaafd. 1.
- Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.
- De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 3 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, vergezeld door zijn echtgenote, en de gemachtigden van de heffingsambtenaar. Feiten
- Op 4 november 2023 om 20:04 uur stond de auto van eiser met kenteken [kenteken] geparkeerd aan de [adres] in [plaats]. Tijdens een controle is door parkeercontroleurs geconstateerd dat geen parkeerheffing was betaald. Naar aanleiding daarvan heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van in totaal € 74,80, bestaande uit € 1,90 aan belasting en € 72,90 aan kosten van de naheffing.
- [adres] is op grond van gemeentelijke regelgeving aangewezen als locatie waar parkeerbelasting wordt geheven. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag terecht aan eiser is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd.
- Eiser heeft aangevoerd dat hij op 4 november 2023 rond 19:33 uur de verschuldigde parkeerbelasting heeft betaald. Hij heeft verwezen naar zijn bankafschrift waarop staat dat op genoemde datum en tijdstip een bedrag van € 2,95 is afgeschreven. Weliswaar staat op het bankafschrift ook dat op datzelfde tijdstip hetzelfde bedrag van € 2,95 weer is bijgeschreven, maar dat betekent volgens eiser niet dat hij niet betaald heeft. Voor zover al gezegd kan worden dat eiser niet heeft betaald, geldt dat dit niet aan eiser toe te rekenen is, omdat de display van de betaalautomaat niet goed zichtbaar was. Het was regenachtig weer en de echtgenote van eiser, die de betaling verrichtte, heeft een klein postuur. Als er al op de display een melding stond dat de betaling niet was gelukt, dan was die niet voldoende zichtbaar, aldus eiser.
- De rechtbank stelt voorop dat zij niet twijfelt aan de goede bedoelingen van eiser om de parkeerbelasting volledig en tijdig te betalen. Tussen de heffingsambtenaar en eiser staat ook niet ter discussie dat eiser in de veronderstelling verkeerde dat hij de parkeerbelasting had betaald. Uit het door eiser overgelegde bankafschrift blijkt ook dat het beoogde te betalen bedrag aan parkeerbelasting van € 2,95 op 4 november 2023 om 19:33 uur geprobeerd is af te schrijven. Echter, vervolgens is op diezelfde dag en tijd (dus binnen enkele seconden) hetzelfde bedrag ook weer teruggestort. De heffingsambtenaar heeft op de zitting toegelicht dat de parkeerautomaat het in geval waarin de betaling om welke reden dan ook niet slaagt een melding geeft dat de betaling niet is gelukt en de transactie is afgebroken. De rechtbank acht het aannemelijk dat de parkeerautomaat ook in de situatie van eiser deze melding heeft gegeven. Onder deze omstandigheden kan eiser dus niet worden gevolgd in zijn stelling dat hij de verschuldigde parkeerbelasting had betaald en moest het voor hem ook redelijkerwijs kenbaar zijn dat hij niet had betaald.
- Over de stelling van eiser dat sprake was van verschillende omstandigheden die maken dat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij wel betaald had, oordeelt de rechtbank als volgt. De parkeerbelasting is een objectieve belasting. Dit betekent dat bij de beoordeling of een naheffingsaanslag terecht is opgelegd geen rekening kan worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van een belastingplichtige. Opzet of schuld zijn daarom bij de niet-voldoening van parkeerbelasting geen vereiste voor de bevoegdheid om een naheffingsaanslag op te leggen. Het enkele feit dat geen of te weinig parkeerbelasting is betaald is voldoende om tot oplegging van een naheffingsaanslag parkeerbelasting over te gaan. Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad is geen sprake van een boete (en dus niet van een straf) en kan de rechtbank de kosten van de naheffing ook (los daarvan) niet matigen als geen sprake is van het absoluut, feitelijk en fysiek niet in staat zijn om parkeergeld te betalen. De door eiser geschetste omstandigheden dat de display onvoldoende zichtbaar was en sprake was van slechte weersomstandigheden maken niet dat sprake was van een absoluut, feitelijk en fysieke onmogelijkheid om het parkeergeld te betalen. Dit betekent dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.C. Veelenturf, rechter, in aanwezigheid van N. Verhoeven, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 8 mei
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘sHertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘sHertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ‘sHertogenbosch. De Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen gemeente Eindhoven
- Hoge Raad, 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1535.