← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2025:4076

RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/414469 / HA ZA 25-245 Vonnis in incident van 2 juli 2025 in de zaak van LUXE COSMETICS B.V., te Eindhoven, eisende partij in conventie in de hoofdzaak, verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, hierna te noemen: Luxe, advocaat: mr. T.J. Wittendorp, tegen 1LXE HOLDING B.V., te Eindhoven,

  1. [gedaagde 2], te [plaats] , gedaagde partijen in conventie in de hoofdzaak, eisende partijen in reconventie in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna samen te noemen: [gedaagden] , advocaat: mr. P.J. Bos. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening de incidentele conclusie van antwoord de conclusie van antwoord in conventie in de hoofdzaak en van eis in reconventie in de hoofdzaak de akte uitlaten in het incident van Luxe van 4 juni
  3. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De beoordeling in het incident 2.
  5. Het geschil in de hoofdzaak gaat volgens de dagvaarding kort gezegd om het volgende. Luxe is opgericht door LXE en OVA Holding B.V. (hierna: OVA). [gedaagde 2] is bestuurder en aandeelhouder van LXE en [A] (hierna: [A] ) is bestuurder en aandeelhouder van OVA. Op een gegeven moment krijgen [gedaagde 2] /LXE en [A] /OVA een conflict met elkaar, waarna LXE haar aandelen in Luxe verkoopt aan OVA. Volgens Luxe heeft [gedaagde 2] , middels LXE, gelden onrechtmatig onttrokken uit Luxe onder de noemer ‘dividend’ van in totaal € 2.615.321,
  6. Dit totaalbedrag is volgens Luxe onverschuldigd door haar betaald en zij vordert daarom onder andere dat [gedaagden] hoofdelijk worden veroordeeld tot terugbetaling van dit bedrag. 2.
  7. Luxe vordert daarnaast in het incident dat de rechtbank bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagden] veroordeelt tot betaling van € 549.609,00, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten van € 4.523,05 en rente. [gedaagden] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 2.
  8. Toewijzing van een vordering tot een voorlopige voorziening voor de duur van het geding is alleen mogelijk wanneer Luxe daarbij voldoende belang heeft. Dit kan bijvoorbeeld daarin bestaan dat Luxe de afloop van de hoofdzaak niet kan afwachten of dat een deel van de hoofdvordering krachtens een eindbeslissing reeds toewijsbaar is. De rechtbank zal de provisionele vordering afwijzen, omdat geen van deze omstandigheden zich voordoet en er ook geen sprake is van een andere grond die voldoende belang bij de toewijzing oplevert. 2.
  9. Luxe vordert een voorschot op haar vordering in de hoofdzaak. [gedaagden] hebben in de incidentele conclusie van antwoord gemotiveerd betwist dat Luxe een vordering op hen heeft. Tussen partijen is dus nog in geschil of [gedaagden] gehouden zijn een bedrag aan Luxe te betalen. Het is aan de rechter in de hoofdzaak om daarover te oordelen. Daarnaast heeft Luxe niets gesteld waaruit blijkt dat zij de afloop van de hoofdzaak niet kan afwachten, zoals [gedaagden] ook als verweer aanvoeren. 2.
  10. Luxe is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van het incident (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op: - salaris advocaat € 614,00 (1 punt × € 614,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 792,00 3De beslissing De rechtbank in het incident 3.
  11. wijst het gevorderde af, 3.
  12. veroordeelt Luxe in de proceskosten van het incident van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Luxe niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
  13. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, in de hoofdzaak 3.
  14. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 juli 2025 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Schollen-den Besten en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.