RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummer: 11442443 \ CV EXPL 24-8783 Vonnis van 7 augustus 2025 in de zaak van ENEXIS NETBEHEER B.V., te 's-Hertogenbosch, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: Enexis, gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. E.H.P. Dingenouts. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 5 december 2024 met producties 1 tot en met 3;- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 21;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de brief van [gedaagde] van 4 juni 2025 met producties 22 en 23; - de akte strekkende tot intrekking van de vorderingen in conventie, tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie van Enexis; - de brief van [gedaagde] van 6 juni 2025 met productie 24; - de mondelinge behandeling van 17 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [gedaagde] spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. 1.
- Ten slotte is bepaald dat vonnis zal worden gewezen. 2De feiten 2.
- [gedaagde] heeft op 31 december 2023 de gasleveringsovereenkomst met Greenchoice opgezegd. Ook heeft [gedaagde] Greenchoice gemachtigd om de Aansluit- en Transport Overeenkomst (hierna: ATO) met Enexis op te zeggen. Dit heeft Greenchoice op 11 januari 2024 gedaan en als einddatum van gaslevering en ATO staat 15 januari 2024 geregistreerd. [gedaagde] heeft de leveringsovereenkomst voor elektriciteit met Greenchoice niet opgezegd. 2.
- [gedaagde] ontving een brief van Enexis van 11 maart 2024, waarin - kort gezegd -staat dat er geen (gas)leveringsovereenkomst bekend is op het adres van [gedaagde] en dat Enexis genoodzaakt is de energietoevoer af te sluiten als [gedaagde] geen overeenkomst heeft, waarbij Enexis eveneens de (bijbehorende) kosten voor afsluiting vermeldt. 2.
- Bij e-mail van 24 maart 2024 reageerde [gedaagde] en berichtte zij Enexis onder meer dat Enexis van harte welkom is om op afspraak langs te komen om eventuele werkzaamheden te verrichten die Enexis nodig acht en dat het initiatief daartoe bij Enexis ligt, omdat het de gasaansluiting van Enexis is en dus haar verantwoordelijkheid. Ook gaf [gedaagde] aan dat zij hier geen opdracht toe geeft en dat zij daarom ook het eventueel in rekening brengen van kosten niet zal accepteren. 2.
- Bij e-mail van 26 maart 2024 heeft Enexis onder meer het volgende geschreven aan [gedaagde] : “(…) U geeft aan geen gas meer te gebruiken voor het adres [adres] te [plaats] . Het is begrijpelijk dat u niet wilt dat er kosten in rekening worden gebracht voor verwijdering. (…) In deze e-mail licht ik de stappen daarvoor toe. Als u geen gas meer gaat gebruiken kunt u hiervan een melding maken op mijnaansluiting.nl. Volg hiervoor de onderstaande stappen op de website: (…) Als u kiest voor ‘melding einde gebruik’ dan ligt het initiatief voor verwijdering bij ons en worden er geen kosten in rekening gebracht. (…)” 2.
- [gedaagde] heeft hierop op 29 maart 2024 geantwoord dat zij om haar moverende redenen geen keuze gaat maken via mijnaansluiting.nl. [gedaagde] heeft verder (wederom) meegedeeld dat zij wel alle medewerking aan Enexis zal verlenen aan de werkzaamheden die Enexis wenst uit te voeren aan de gasaansluiting, inclusief eventuele verwijdering, maar dat zij daartoe geen opdracht zal verstrekken en dat zij bij voorbaat enige vorm van kosten of schade voor deze werkzaamheden op initiatief van Enexis verwerpt. Ook berichtte zij dat Enexis gehouden is daar vijf werkdagen van tevoren een afspraak voor te maken. 2.
- Op 3 april 2024 ontving [gedaagde] opnieuw een e-mail van Enexis, waarin Enexis berichtte dat er geen energiecontract (gas) meer aanwezig is en dat [gedaagde] , om afsluiting te voorkomen, binnen 15 werkdagen een leveringscontact diende aan te gaan. [gedaagde] reageerde hier per e-mail van 23 april 2024 op en berichtte Enexis opnieuw dat zij geen gas meer gebruikt en dat Enexis van harte welkom is om op afspraak langs te komen voor de werkzaamheden die Enexis nodig vindt. 2.
- Op 8 mei 2024 stuurde Enexis [gedaagde] een e-mail met gelijke strekking als de e-mail van 26 maart
- Hierop heeft [gedaagde] bij e-mailbericht van 13 mei 2024 gereageerd. Deze reactie is wat betreft de inhoud van gelijke strekking als de e-mail van 29 maart 2024 van [gedaagde] , waarbij [gedaagde] nader motiveerde waarom zij geen gebruik wenst te maken van mijnaansluiting.nl. 2.
- Bij brief van 21 mei 2024 heeft Enexis onder meer bericht dat haar monteurs hebben geprobeerd de gasaansluiting op af te sluiten, dat dat niet is gelukt en dat Enexis het dossier overdraagt aan een deurwaarder om alsnog de installatie af te sluiten. Hier heeft [gedaagde] bij e-mail van 22 mei 2024 op gereageerd, waarna de gemachtigde van Enexis en [gedaagde] nog verder met elkaar per e-mail over de kwestie hebben gecorrespondeerd. 2.
- Op 5 december 2024 heeft Enexis [gedaagde] gedagvaard. 3De vorderingen van partijen en de beoordeling daarvan Oorspronkelijke vorderingen van Enexis en verweer met tegenvordering van [gedaagde] 3.
- Enexis heeft in deze procedure aanvankelijk - samengevat - gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad bepaalt: dat Enexis gerechtigd is tot het afsluiten van de energietoevoer aan het adres van [gedaagde] , al dan niet door middel van terugname door Enexis van de door haar ter beschikking gestelde energiemeters/meetinrichting, zijnde - kort gezegd - de gasaansluiting, en die werkzaamheden te verrichten aan het adres van [gedaagde] door middel van gedeeltelijke en tijdelijke ontruiming van het adres van [gedaagde] , dat [gedaagde] de werkzaamheden en de ontruiming dient te gedogen, dat Enexis niet tot heraansluiting zal behoeven over te gaan als [gedaagde] aan Enexis niet de geleden schade inzake de afsluiting en heraansluiting heeft vergoed. Daarnaast heeft Enexis aanvankelijk gevorderd dat [gedaagde] zal worden veroordeeld om aan Enexis de kosten die gepaard gaan met de afsluiting te betalen, te weten een bedrag van € 168,67, vermeerderd met een bedrag van € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. 3.
- In de dagvaarding heeft Enexis aan deze vorderingen ten grondslag gelegd dat [gedaagde] via het netwerk van Enexis energie heeft afgenomen en nog steeds afneemt ten behoeve van de [adres] in [plaats] , zonder dat sprake is van een overeenkomst met een gasleverancier. Terwijl Enexis [gedaagde] er meermalen op heeft gewezen dat zij een overeenkomst met een gasleverancier moet sluiten. [gedaagde] neemt kosteloos energie af, waardoor Enexis schade lijdt. Enexis wil daarom de meetinrichting afsluiten of wegnemen. 3.
- [gedaagde] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Enexis in de werkelijke proceskosten ter hoogte van € 2.662,00, vermeerderd met een forfaitair bedrag aan nasalaris en vermeerderd met de wettelijke rente. De vermindering van eis tot nihil van Enexis 3.
- Enexis heeft bij akte toegelicht dat zij heeft voorgesteld dat een medewerker van haar contact opneemt met [gedaagde] om een afspraak te maken voor het verwijderen van de gasaansluiting, zodat [gedaagde] geen aanvraag via mijnaansluiting.nl hoeft te doen, dat deze verwijdering voor [gedaagde] kosteloos is en dat [gedaagde] heeft aangegeven mee te werken. Gelet hierop heeft Enexis bij akte het standpunt ingenomen geen belang meer bij haar vorderingen te hebben en heeft zij haar vorderingen in conventie ingetrokken dan wel haar eis verminderd tot nihil conform artikel 129 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). 3.
- Een gedaagde kan zich tegen een eisvermindering niet verzetten, zelfs niet indien de vordering tot nihil wordt verminderd. De vorderingen van Enexis worden dan ook als ingetrokken beschouwd en zullen niet meer inhoudelijk worden beoordeeld door de kantonrechter. Enexis wordt in de werkelijke proceskosten veroordeeld 3.
- [gedaagde] heeft verzocht om haar een werkelijke proceskostenvergoeding toe te kennen ten laste van Enexis. Enexis heeft dat opgepakt als een tegenvordering en dat komt de kantonrechter juist voor. 3.
- Voor toewijzing van de werkelijke proceskosten is slechts plaats in geval van buitengewone omstandigheden. Daarbij moet worden gedacht aan gevallen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is sprake als het instellen van de eis, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als een eisende partij zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Gelet op het recht op toegang tot de rechter (artikel 6 EVRM) is een zekere terughoudendheid bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen gepast (Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828). 3.
- De kantonrechter acht in deze zaak verder van belang dat partijen op grond van artikel 21 Rv verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. Op grond van artikel 111 lid 3 Rv moet de dagvaarding de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor vermelden. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan ook hier de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. 3.
- [gedaagde] stelt dat sprake is van misbruik van procesrecht en onrechtmatig handelen aan de zijde van Enexis, door haar met de vorderingen zoals genoemd in r.o. 3.
- in rechte te betrekken. Het misbruik van procesrecht en onrechtmatig handelen blijkt volgens [gedaagde] (onder meer) uit: de opzettelijke keuze voor de verkeerde ‘contractloos-procedure’ als repercussie; de bij Enexis bekende voorgeschiedenis van huishoudens die van het gas af gaan; de bij Enexis bekende regelgeving, en eisen van de ACM en advies van de SodM; de bekendheid bij Enexis met het feit dat [gedaagde] definitief van het gas af gaat; de bekendheid bij Enexis van de bezwaren van [gedaagde] (en vele anderen) tegen het opdrachtgeverschap en binding aan de AV die uit gebruik van mijnaansluiting.nl volgen; het afwijkend handelen in gelijke gevallen; de schending van de waarheidsplicht; de ondeugdelijke dagvaarding. 3.
- Enexis betwist dat zij misbruik van procesrecht heeft gemaakt of onrechtmatig heeft gehandeld en voert aan dat zij op juiste gronden deze procedure is gestart. Enexis vindt het onbegrijpelijk dat aan de kant van [gedaagde] inmiddels 36 declarabele uren voor rechtsbijstand aan deze zaak zijn besteed, maar zij heeft de hoogte van de werkelijke proceskosten ad € 2.662,00 (een vaste prijs, niet gebaseerd op het aantal uren x uurtarief van de advocaat) niet betwist. 3.
- De kantonrechter constateert dat in de dagvaarding onder het kopje ‘Verweer’ het volgende staat: “Gedaagde heeft tot aan het moment van betekening van deze dagvaarding geen, althans geen inhoudelijk, verweer aan eiseres, haar incassopartner en/of haar gemachtigde bekend gemaakt.” 3.
- Uit de op de dagvaarding volgende conclusie van antwoord met producties blijkt echter dat [gedaagde] de vorderingen van Enexis en de daarvoor aangevoerde grondslag van meet af aan uitdrukkelijk heeft betwist. Daarover kon geen enkel misverstand bestaan. De gemachtigde van Enexis had dit verweer in de dagvaarding moeten vermelden. Door te vermelden dat er geen inhoudelijk verweer is bekend gemaakt, heeft Enexis evident in strijd met de waarheid verklaard. Een dagvaarding moet het werkelijke geschil in volle omvang zichtbaar maken. Dat Enexis, bij monde van haar gemachtigde, dat niet heeft gedaan, is haar verwijtbaar. Het niet vermelden van dat verweer is in strijd met artikel 111 lid 3 Rv. De mededeling dat er geen, althans geen inhoudelijk, verweer bestond is bovendien in strijd met artikel 21 Rv. 3.
- Daar komt bij dat de feiten heel anders zijn dan hoe ze door (de gemachtigde van) Enexis zijn geschetst in de dagvaarding. Enexis heeft in de dagvaarding het beeld geschetst dat [gedaagde] , zonder dat zij daarvoor een leveringsovereenkomst heeft afgesloten, toch energie afneemt van Enexis. Enexis verwijt [gedaagde] onrechtmatig handelen, daartoe stellende dat [gedaagde] door Enexis ingekochte energie kosteloos afneemt waardoor Enexis schade lijdt. Die situatie is echter evident niet aan de orde. [gedaagde] heeft de gasleveringsovereenkomst opgezegd, omdat zij geen gebruik meer maakt van gas in haar woning en zij heeft onweersproken gesteld dat zij ook daadwerkelijk geen gas meer heeft gebruikt. Zij heeft zich op het standpunt stelt dat zij geen melding einde gebruik (via mijnaansluiting.nl) wil maken, omdat zij in dat geval als melder en dus opdrachtgever wordt gezien terwijl zij dat niet wil zijn. Dit heeft zij ook meermaals aan (de gemachtigde van) Enexis bevestigd, waarbij zij heeft toegelicht dat Enexis welkom is om op afspraak langs te komen om eventuele werkzaamheden te verrichten die Enexis nodig acht ten behoeve van de gasafsluiting. 3.
- Er is dus een heel andere feitelijke en juridische situatie aan de orde dan Enexis heeft geschetst in de dagvaarding. Wat zij in de dagvaarding aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd, is gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan Enexis de onjuistheid kende, althans zeker had moeten kennen, waardoor er sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door Enexis. 3.
- Enexis heeft in deze zaak belangrijke kernwaarden van procesrecht geschonden. Een volledige proceskostenveroordeling is daarom op zijn plaats. Dat Enexis later haar eis heeft verminderd tot nihil maakt dat niet anders. De substantiërings- en waarheidsplicht hebben immers juist als doel de procedure sneller en doelmatiger te maken. Die belangen waren toen al geschonden. 3.
- De door [gedaagde] gevorderde werkelijke proceskosten ter hoogte van € 2.662,00 worden toegewezen. 3.
- Enexis is in het ongelijk gesteld en moet daarom - naast de hiervoor toegewezen werkelijke proceskosten - de overige proceskosten, te weten de nakosten, betalen. De nakosten worden begroot op € 119,00, plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 3.
- De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4De beslissing De kantonrechter in conventie 4.
- verstaat dat Enexis haar vorderingen op [gedaagde] niet langer handhaaft, althans hierop geen beslissing meer wenst, in reconventie 4.
- veroordeelt Enexis om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 2.662,00 aan werkelijke proceskosten, te vermeerderen met de nakosten ter hoogte van € 119,00, plus de kosten van betekening als Enexis niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- veroordeelt Enexis tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de werkelijke proceskosten en de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. I. Boekhorst en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2025.