← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2025:5230

vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Locatie ’s-Hertogenbosch Strafrecht Parketnummer 01.054165.23 Datum uitspraak: 5 augustus 2025 Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1954] , Voor het laatst wonende te [adres] . Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 februari 2025 en 5 augustus

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 januari
  2. Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 22 februari 2023 te Vught, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer] (zijn partner/levensgezel)(met kracht) een kussen in en/of op en/of tegen het gezicht heeft geduwd en/of heeft gedrukt en/of heeft gehouden, althans een of meer verstikkende handelingen heeft verricht ten einde die [slachtoffer] te verstikken en/of te smoren en/of haar vervolgens, terwijl die [slachtoffer] aan die situatie trachtte te ontkomen, (met kracht) van de trap heeft geduwd en/of haar daaropvolgend opnieuw (met kracht) een sjaal en/of een ander zacht voorwerp in/op/tegen haar gezicht heeft geduwd en/of heeft gedrukt en/of heeft gehouden ten einde haar te verstikken en/of te smoren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 22 februari 2023 te Vught ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer] (zijn partner/levensgezel)(met kracht) een kussen in en/of op en/of tegen het gezicht heeft geduwd en/of heeft gedrukt en/of heeft gehouden, althans een of meer verstikkende handelingen heeft verricht ten einde die [slachtoffer] te verstikken en/of te smoren en/of haar vervolgens, terwijl die [slachtoffer] aan die situatie trachtte te ontkomen, (met kracht) van de trap heeft geduwd en/of haar daaropvolgend opnieuw (met kracht) een sjaal en/of een ander zacht voorwerp in/op/tegen haar gezicht heeft geduwd en/of heeft gedrukt en/of heeft gehouden teneinde haar te verstikken en/of te smoren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 22 februari 2023 te Vught zijn echtgenote, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] (met kracht) een kussen in en/of op en/of tegen het gezicht heeft geduwd en/of heeft gedrukt en/of heeft gehouden, althans een of meer verstikkende handelingen heeft verricht ten einde die [slachtoffer] te verstikken en/of te smoren en/of haar vervolgens, terwijl die [slachtoffer] aan die situatie trachtte te ontkomen, (met kracht) van de trap heeft geduwd en/of haar daaropvolgend opnieuw (met kracht) een sjaal en/of een ander zacht voorwerp in/op/tegen haar gezicht heeft geduwd en/of heeft gedrukt en/of heeft gehouden ten einde haar te verstikken en/of te smoren; De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen. Uit de informatiestaat SKDB-persoon betreffende verdachte van 18 juni 2025 blijkt dat verdachte op 10 juni 2025 is overleden. De rechtbank is van oordeel dat, ingevolge het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht, het recht tot strafvervolging vervalt door de dood van de verdachte. Het Openbaar Ministerie wordt dan ook - overeenkomstig de vordering van de officier van justitie - niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte. DE UITSPRAAK De rechtbank: Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Dit vonnis is gewezen door: mr. J.H.P.G. Wielders, voorzitter, mr. M.J.C. van der Vegte en mr. G.F.A.M. de Graauw, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J.H.L. Coppens, griffier, en is uitgesproken op 5 augustus 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.