RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummer: 11272450 \ CV EXPL 24-5940 Vonnis van 2 oktober 2025 in de zaak van WONINGBOUWVERENIGING BERGOPWAARTS, gevestigd en kantoorhoudend te Deurne, eisende partij, gemachtigde: mr. C.J.P. Schellekens, tegen [gedaagde] , wonend in [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde: mr. W. Suttorp. Partijen worden hierna Bergopwaarts en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 15 augustus 2024 met producties genummerd 1 tot en met 12;- de conclusie van antwoord met producties genummerd 1 tot en met 6; - het bericht van [gedaagde] van 14 augustus 2025 met een productie genummerd 7. 1.2. Op 19 augustus 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Namens Bergopwaarts is de heer [A] verschenen, bijgestaan door mr. Schellekens voornoemd. [gedaagde] is ook verschenen, bijgestaan door mr. Suttorp voornoemd en vergezeld door haar partner. 1.3. De kantonrechter heeft aan het einde van de mondelinge behandeling medegedeeld dat vandaag een vonnis zal worden uitgesproken. 2De zaak in het kort [gedaagde] huurt een woning van Bergopwaarts. Op 2 april 2024 heeft de politie in de woning (handelshoeveelheden) softdrugs en contant geld aangetroffen. Volgens Bergopwaarts komt [gedaagde] verschillende verplichtingen op grond van de huurovereenkomst niet, althans niet voldoende, na. Bergopwaarts wil dat de huurovereenkomst met [gedaagde] eindigt. Bergopwaarts krijgt in deze procedure gelijk. 3. De beoordeling Bergopwaarts is ontvankelijk in haar vorderingen: geen nietigheid van de dagvaarding 3.1. [gedaagde] wil dat Bergopwaarts niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen. Volgens haar is de dagvaarding namelijk nietig, omdat daarop de datum van betekening ontbreekt. Bergopwaarts brengt daar tegenin dat er geen reden is om de dagvaarding nietig te verklaren, omdat [gedaagde] niet is benadeeld en omdat sprake is van een vergissing van de deurwaarder waarbij de datumstempel op één van de drie originele, papieren exemplaren van de dagvaarding ontbreekt. 3.2. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter met partijen de drie exemplaren van de dagvaarding vergeleken, te weten: het exemplaar dat aan [gedaagde] is betekend, het exemplaar dat de rechtbank heeft ontvangen van Bergopwaarts en het exemplaar dat de gemachtigde van Bergopwaarts heeft (terug)ontvangen van de deurwaarder. Daarbij is het volgende gebleken. 3.3. Op de eerste pagina van alle drie de exemplaren heeft de deurwaarder (achter de tekst “[…] heb ik”) een stempel gezet met daarin de deurwaardersgegevens. Ook heeft de deurwaarder op alle drie de exemplaren (in de ruimte die is opengelaten voor de naam van degene aan wie het afschrift is gelaten) met pen ingevuld “dhr. [B] , haar zoon en huisgenoot”. Verder heeft de deurwaarder op de laatste pagina van alle drie de exemplaren met pen een opmerking genoteerd over de kosten van het exploot. Onderaan de laatste pagina staat steeds een handtekening (met pen) met daarbij een stempel met de naam van deurwaarder. 3.4. Op de eerste pagina van de dagvaarding die [gedaagde] heeft ontvangen is geen datum van betekening ingevuld. Op de beide andere exemplaren van de dagvaarding is een stempel met de tekst “vijftiende augustus” te zien. Een dergelijke stempel ontbreekt in de dagvaarding die [gedaagde] heeft ontvangen. 3.5. Dat de datum van betekening ontbreekt in de aan [gedaagde] betekende dagvaarding is een omissie van de deurwaarder. Toch leidt dit gebrek in de gegeven omstandigheden niet tot nietigheid van de dagvaarding. Bij dit oordeel heeft de kantonrechter de volgende aspecten meegewogen. De eerste roldatum was 29 augustus 2024. Niet betwist is dat de dagvaarding op donderdag 15 augustus 2024 aan [gedaagde] is betekend. Dat is meer dan een week – de op grond van de wet voorgeschreven dagvaardingstermijn – voor de eerste roldatum. De kantonrechter kan niet volgen dat [gedaagde] , zoals zij stelt, zonder de stempel met datum van betekening niet heeft kunnen controleren of de dagvaarding op juiste wijze is betekend. 3.6. Verder heeft [gedaagde] ruim voldoende tijd heeft gekregen voor het nemen van haar conclusie van antwoord. Ook heeft zij - gelet op de periode van ruim negen maanden die is verstreken tussen het nemen van de conclusie van het antwoord en de mondelinge behandeling - voldoende gelegenheid gehad voor bijvoorbeeld het overleggen van aanvullende producties en de inhoudelijke voorbereiding van de zaak. Niet gebleken is dat [gedaagde] in redelijkheid in haar belangen is geschaad. Wat voorafging 3.7. [gedaagde] huurt met ingang van 20 februari 2004 de woning met aanhorigheden staande en gelegen aan het adres [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). Op deze huurovereenkomst zijn de Algemene Voorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte van Bergopwaarts (hierna: de huurvoorwaarden) van toepassing. 3.8. [gedaagde] woont met haar partner en vier kinderen in het gehuurde. Twee van deze vier inwonende kinderen zijn minderjarig. Verder verblijft de minderjarige zoon van haar partner bij [gedaagde] in het gehuurde op één vaste doordeweekse dag, tijdens (school)vakanties en om de week in het weekend. 3.9. Op 2 april 2024 heeft de politie het gehuurde doorzocht. Daarbij zijn een behoorlijke (handels)hoeveelheid hennep en contant geld aangetroffen. Dit incident is de directe aanleiding voor deze procedure. De standpunten van partijen 3.10. Volgens Bergopwaarts heeft [gedaagde] zich met de aanwezigheid van de drugs in het gehuurde niet gedragen als een goed huurder en zich niet gehouden aan de verplichtingen die zij op grond van de huurovereenkomst heeft. Bergopwaarts stelt dat deze tekortkoming aan de kant van [gedaagde] een tekortkoming is die van voldoende gewicht is voor ontbinding van de huurovereenkomst. 3.11. [gedaagde] betwist gemotiveerd dat zij zich niet als een goed huurder heeft gedragen. Zij voert onder meer aan dat zij niet wist dat de aangetroffen drugs waren opgeslagen in de garage en dit ook niet kon of had moeten weten. Verder stelt zij dat van haar in de gegeven (familie)omstandigheden niet mag worden verwacht dat zij meer toezicht hield op het gehuurde. [gedaagde] vindt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde in dit geval een te zware sanctie, zodat de vorderingen van Bergopwaarts om die reden moeten worden afgewezen. [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen als huurder 3.12. Bij de beoordeling van de vorderingen van Bergopwaarts geldt het volgende als uitgangspunt. Een huurder is op grond van de wet verplicht zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als een goed huurder te gedragen. Dit betekent onder meer dat de huurder goed voor de woning moet zorgen en zich weet te gedragen in de omgeving. Bergopwaarts heeft deze verplichting ook opgenomen en uitgewerkt in de artikelen 5.3 tot en met 5.8 van de huurvoorwaarden. Het niet voldoen aan de verplichting zich als een goed huurder te gedragen vormt een tekortkoming van de huurder in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst. Deze tekortkoming kan, afhankelijk van alle omstandigheden van het geval en op vordering van de verhuurder, grond opleveren voor ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. 3.13. In de garage bij de woning van [gedaagde] is onder meer een handelshoeveelheid hennep aangetroffen. Vast staat dat deze hoeveelheid drugs de maximumhoeveelheid voor eigen gebruik ruimschoots overschrijdt. Het maakt geen verschil of de drugs in de woning zelf of in de garage bij de woning zijn aangetroffen. De garage maakt namelijk ook onderdeel uit van het gehuurde en de plaats waar de drugs zijn aangetroffen doet niet af aan de ernst van de tekortkoming. De aanwezigheid van de aangetroffen drugs in het gehuurde levert een tekortkoming op in de nakoming van de huurovereenkomst. 3.14. [gedaagde] heeft aangevoerd dat het merendeel van de aangetroffen drugs niet van haar is en dat zij niet wist en kon weten en ook niet moest vermoeden dat een dergelijke hoeveelheid drugs was opgeslagen in het gehuurde. Verder wijst [gedaagde] erop dat het gaat om een eenmalige situatie en dat zij met succes maatregelen heeft genomen ter voorkoming van herhaling. Dit verweer slaagt niet. De door [gedaagde] aangevoerde omstandigheden veranderen niets aan de tekortkoming: [gedaagde] heeft in strijd met de huurvoorwaarden een behoorlijke hoeveelheid drugs aanwezig gehad in het gehuurde. Daar komt bij dat deze omstandigheden de tekortkoming niet minder ernstig maken. Tekortkoming rechtvaardigt ontbinding 3.15. Beoordeeld moet worden of de tekortkoming, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, voldoende ernstig is om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Gelet op alle relevante omstandigheden en na weging van de wederzijdse belangen is de kantonrechter van oordeel dat deze tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Het belang van Bergopwaarts bij ontbinding van de huurovereenkomst weegt in dit geval zwaarder dan de belangen van [gedaagde] bij voortzetting van de huurovereenkomst en behoud van de woning. Daarom zal de kantonrechter de vorderingen van Bergopwaarts tot ontbinding en ontruiming toewijzen. De kantonrechter legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen. 3.16. De kantonrechter stelt voorop dat Bergopwaarts niet hoeft toe te staan dat in een van haar woningen (een handelshoeveelheid) drugs aanwezig is. Zij moet namelijk als woningcorporatie voor sociale huur waken voor onder meer de leefbaarheid en rustig en veilig woongenot in de wijken waarin haar woningen zijn gelegen en probeert de negatieve beïnvloeding van de leefbaarheid van de buurt zoveel te voorkomen. Het is verboden en strafbaar gesteld om hennep (een middel dat staat vermeld op lijst II bij de Opiumwet) aanwezig te hebben. De aanwezigheid van (een handelshoeveelheid) hennep kan (andere vormen van) criminaliteit aantrekken en de omgeving daarom in negatieve zin beïnvloeden. Van handel in verdovende middelen is bovendien algemeen bekend dat dit steeds meer gepaard gaat met andere, ook zwaardere, vormen van criminaliteit. Ook een ogenschijnlijk geringe bijdrage aan dit soort delicten werkt direct mee aan de ondermijning van de samenleving met alle gevaren van dien. Verder heeft Bergopwaarts een zwaarwegend belang bij haar taak om erop toe te zien dat haar woningen op deugdelijke wijze worden gebruikt en bij haar wens om op basis van een strikt beleid (zero tolerance) op te treden tegen de aanwezigheid van drugs in het gehuurde. Als de woning in dit geval zonder gevolgen bewoond blijft door [gedaagde] kan daarmee naar andere huurders het verkeerde signaal worden afgegeven, namelijk dat een dergelijke tekortkoming wordt getolereerd. 3.17. Tegenover deze belangen van Bergopwaarts staat het zwaarwegende belang van [gedaagde] bij voortzetting van de huurovereenkomst en behoud van de woning waar zij met haar partner en vijf, deels minderjarige, (stief)kinderen woont. In het kader van de belangenafweging heeft [gedaagde] de volgende omstandigheden naar voren gebracht. - Gehuurde bestemd voor woonwagendoelgroep en ontbreken wetenschap 3.18. [gedaagde] wijst erop dat het gehuurde, net als drie andere nabij gelegen woningen, bestemd is voor de woonwagendoelgroep. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij toegelicht dat de andere woningen worden bewoond door respectievelijk haar oma, haar zus en haar broer (met hun gezinnen). [gedaagde] stelt dat vanwege de cultuur en de familiebanden op nauwe en intensieve wijze wordt samengeleefd. Zij heeft toegelicht dat het gebruikelijk is bij elkaar over de vloer te komen en toegang te geven tot elkaars ruimten. 3.19. [gedaagde] voert verder aan dat zij niet wist van de (handels)hoeveelheid drugs en dat zij daarvan in de gegeven omstandigheden ook geen wetenschap kon of had moeten hebben. De drugs zijn namelijk zonder toestemming en medeweten van [gedaagde] door een derde verstopt in haar garage, zo stelt [gedaagde] . [gedaagde] heeft daarover verklaard dat deze derde een bekende van de familie was en dat hij misbruik heeft gemaakt van de gewoonten en leefomstandigheden van de familie. Volgens [gedaagde] was er vanwege het gebrek aan drugsgerelateerde eerdere gebeurtenissen en attributen geen enkele indicatie dat een dergelijke hoeveelheid drugs in de (garage van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.