RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummer / rekestnummer: 11555421 \ CV EXPL 25-1331 Beschikking van 30 oktober 2025 in de zaak van 1 [verzoeker 1] , wonend in [woonplaats] ,2. [verzoeker 2], wonend in [woonplaats] , verzoekers, gemachtigde: ProBe-ASP B.V. (Aviclaim), tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht TUI AIRLINES BELGIUM N.V., gevestigd te Zaventum (België), verweerster, gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer. Verzoekers worden hierna gezamenlijk aangeduid als Passagiers en ieder voor zich als [verzoeker 1] en [verzoeker 2] . Verweerster wordt hierna aangeduid als TUI Belgium. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vorderingsformulier A van de verordening (EG) nr. 861/2007 met 4 producties; het verweerschrift met 3 producties. 1.2. Passagiers zijn in de gelegenheid gesteld om een conclusie van repliek in te dienen. De rechtbank heeft hierop van Passagiers niets ontvangen. 1.3. De beschikking is bepaald op vandaag. 2Het geschil 2.1. Passagiers vorderen – samengevat – dat TUI Belgium veroordeeld zal worden tot betaling van een bedrag van in totaal € 1.414,58. Dat bedrag bestaat uit € 400,00 aan compensatie zoals is bedoeld in de artikelen 4 en 7 van de Verordening EG 261/2004 (hierna: de Verordening) voor passagier [verzoeker 2] en, zo begrijpt de kantonrechter, uit € 1.014,58 aan de ticketkosten van de door Passagiers geboekte alternatieve vlucht vanaf Nador Airport (Marokko), te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten. Passagiers vorderen daarnaast betaling van een bedrag van € 212,19 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van TUI Belgium in de proceskosten. 2.2. Passagiers leggen het volgende ten grondslag aan hun vorderingen. Volgens Passagiers is op 4 oktober 2023 aan hen geweigerd in te stappen op vlucht [nummer] van Nador Airport naar Eindhoven, zodat zij op grond van de Verordening ieder recht hebben op een compensatie van € 400,00. Passagiers hebben toegelicht dat TUI Belgium voor passagier [verzoeker 1] compensatie heeft uitgekeerd. Passagiers stellen dat TUI Belgium datzelfde bedrag niet heeft uitbetaald aan passagier [verzoeker 2] , zodat het gevorderde bedrag van € 400,00 aan compensatie betrekking heeft op [verzoeker 2] . Ook stellen Passagiers dat TUI Belgium hen niet heeft omgeboekt naar een vervangende vlucht, dat zij geen terugbetaling hebben ontvangen van de door hen betaalde ticketkosten en dat TUI Belgium aan hen het verschil in prijs tussen de ticketkosten van de geweigerde vlucht en de door hen zelf geboekte alternatieve vlucht (van Nador naar Amsterdam) niet heeft vergoed. Passagiers hebben er verder op gewezen dat TUI Belgium hen niet conform artikel 14 van de Verordening heeft geïnformeerd over hun rechten. 2.3. TUI Belgium voert verweer. Op het verweer wordt, voor zover relevant, bij de beoordeling ingegaan. 3De beoordeling 3.1. De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Europese procedure voor geringe vorderingen valt. 3.2. De Nederlandse rechter is bevoegd kennis te nemen van het geschil. Meer specifiek is, gelet op het Rehder-arrest (ECLI:EU:C:2009:439, Hof van Justitie EG/EU, 09-07-2009, C-204/08), de kantonrechter te Eindhoven bevoegd, omdat de overeengekomen plaats van aankomst van vlucht [nummer] Eindhoven is. Toepasselijkheid van de Verordening 3.3. TUI Belgium heeft bij wijze van verweer aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de Verordening van toepassing is op Passagiers. Zij voert daartoe aan dat Passagiers geen kopie van hun boekingsbevestiging(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.