beslissing RECHTBANK Oost-Brabant Wrakingskamer zaaknummer: WR 25/003 Beslissing van 28 maart 2025 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van: [verzoeker] , wonende te [adres] , hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van: mr. L.J. Geerits, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.1 Verzoeker is als belanghebbende betrokken geweest bij een procedure voor de (kinder)rechter bij deze rechtbank over een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Die procedure is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer C/01/41 1967 JE RK 25-
- De mondelinge behandeling van die procedure heeft plaatsgevonden op 17 februari
- De rechter heeft aan het eind van die zitting mondeling uitspraak gedaan. Daarnaast is verzoeker betrokken bij een echtscheidingsprocedure, die bij deze rechtbank bekend is onder C/01/395780 FA RK 23-
- De mondelinge behandeling van die procedure heeft plaatsgevonden op 22 augustus
- De rechtbank heeft in de tussenbeschikking van 17 januari 2025 een eindbeslissing gegeven over de echtscheiding. Overige beslissingen zijn aangehouden. Beide zaken zijn behandeld door mr. L.J. Geerits. Op 20 februari 2025 heeft verzoeker per mail het wrakingsverzoek ingediend, gevolgd door een aanvullende toelichting op 23 februari
- 1.2 De wrakingskamer heeft vervolgens de datum van deze beslissing bepaald op vandaag. 2Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter 2.1 Bovenaan zijn wrakingsverzoek noemt verzoeker het zaaknummer C/01/395780/FA RK 23-
- Dit betreft de echtscheidingszaak tussen verzoeker en zijn voormalige echtgenote. Hierna beschrijft verzoeker waarom hij ernstige twijfels heeft over de onpartijdigheid van de rechter. Verzoeker is van mening dat de uitspraak inzake de verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) en andere beslissingen niet op een objectieve en evenwichtige manier tot stand zijn gekomen. 2.2 De rechter heeft op 24 februari 2025 gereageerd op het wrakingsverzoek. Hij berust niet in de wraking. 3De beoordeling 3.1 De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek en zal hierna uitleggen waarom. 3.2 De rechtbank constateert dat hoewel verzoeker het zaaknummer van de echtscheidingszaak noemt (C/01/395780/FA RK 23-3293), zijn wrakingsverzoek inhoudelijk alleen betrekking heeft op de OTS-zaak (C/01/411967 JE RK 25-82). In de laatst genoemde zaak is het wrakingsverzoek gedaan nadat de rechter einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. 3.3 Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat op grond van artikel 5, tweede lid, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. 4De beslissing De rechtbank: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter, mr. M.F.M.T. Franke en mr. M. de Vries, leden, in tegenwoordigheid van, mr. M.A.I.A. Aarts, griffier, en in openbaar uitgesproken op 28 maart
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.