← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2025:7203

beslissing RECHTBANK Oost-Brabant Wrakingskamer zaaknummer: WR 25/011 Beslissing van 19 mei 2025 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 36 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) van [verzoeker] , hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. V.M. Smits, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. De procedure 1.1 Verzoeker is belanghebbende in de zaak met zaaknummer C/01/408613 JE RK 24-

  1. In deze zaak gaat het om een verzoek geschillenregeling volgens artikel 1:262b BW. 1.2 De mondelinge behandeling van deze zaak (zitting) was gepland op 24 april 2025 om 10:00 uur. Op 24 april 2025, voorafgaand aan de zitting, heeft verzoeker zijn wrakingsverzoek ingediend. Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter daarop 2.1 Verzoeker schrijft in zijn wrakingsverzoek dat hij niet bekend was met de zitting. Pas één dag eerder heeft hij een email ontvangen dat er op 24 april 2025 een zitting gepland stond. Hiermee is aan verzoeker het recht op een eerlijk proces ontnomen. Daarnaast is er wederom geen oproep gekomen voor het verhoor van de twee kinderen van verzoeker. Hieruit blijkt volgens verzoeker dat de rechter vooringenomen is. 2.2 In haar reactie van 24 april 2025 op het wrakingsverzoek geeft de rechter aan dat zij niet berust in het wrakingsverzoek. Zij heeft zich niet vooringenomen of partijdig opgesteld of de schijn daartoe gewekt. Daarnaast ziet het wrakingsverzoek op processuele handelingen en niet op een inhoudelijk genomen beslissing. De rechter verzoekt daarom het verzoek af te wijzen. Ter verduidelijking heeft zij aangegeven dat verzoeker met een brief van 27 januari 2025 is opgeroepen voor de zitting van 24 april
  2. Verzoekers kinderen zijn niet opgeroepen, omdat dit voor de behandeling van de zaak niet nodig was. Het verzoek dat op zitting behandeld zou worden, zag namelijk op slechts één van verzoekers kinderen en dat kind was in een eerder stadium al gehoord. 2.3 In haar aanvullende reactie van 25 april 2025 vraagt de rechter om op grond van artikel 39, vierde lid, Rv te bepalen dat een volgend verzoek om wraking van de heer Huiberts niet in behandeling wordt genomen. De beoordeling Het wrakingsverzoek 3.1 Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Bij de beoordeling van een dergelijk verzoek moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn. Dit is alleen anders als zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter tegenover een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees daartoe objectief gerechtvaardigd is. Ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid is bij de beoordeling van het wrakingsverzoek van belang. 3.2 De wrakingskamer kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond verklaren indien het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant). De wrakingskamer oordeelt dat die situatie zich hier voordoet en overweegt daarbij het volgende. 3.3 Verzoeker vindt de rechter vooringenomen, omdat hij pas één dag van tevoren wist van de zitting. De enkele stelling van verzoeker dat hij daags voor de behandeling kennis heeft genomen van (de oproep) voor de behandeling, kan, nu die oproeping op 27 januari 2025 aan verzoeker is verzonden, geen omstandigheid zijn waaruit een objectieve gerechtvaardigde schijn van partijdigheid of vooringenomen van de rechter kan worden afgeleid. Dat de kinderen van verzoeker niet zijn opgeroepen om te worden gehoord, leidt niet tot een ander oordeel. Een dergelijke beslissing betreft een processuele beslissing. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een dergelijke rechterlijke (tussen)beslissing nooit grond kan vormen voor wraking. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing of over het verzuim. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). 3.4 Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. Misbruik procedure wrakingsverzoek
  3. Voor wat betreft het verzoek van de rechter om te bepalen dat een volgend verzoek om wraking van verzoeker niet in behandeling wordt genomen, oordeelt de wrakingskamer als volgt. Wanneer iemand meerdere wrakingsverzoeken indient en het middel van wraking voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren, kan de wrakingskamer oordelen dat sprake is van misbruik. De wrakingskamer kan dan oordelen dat een volgend verzoek tot wraking niet meer in behandeling wordt genomen. De wrakingskamer ziet nu echter onvoldoende aanknopingspunten om tot het oordeel te komen dat verzoeker misbruik maakt van het middel van wraking. De enkele omstandigheid dat verzoeker eerder, in juni 2024, de rechter ook heeft gewraakt, is daarvoor onvoldoende. De beslissing De rechtbank: - wijst het verzoek tot wraking van de rechter af; Deze beslissing is gegeven door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter, mr. A.H.J.J. van de Wetering en mr. M. de Vries, leden, in tegenwoordigheid van, mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders, griffier, en in openbaar uitgesproken op 19 mei
  4. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39, vijfde lid, Rv).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.