RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: 11808581 \ CV EXPL 25-4056 Vonnis in kort geding van 30 oktober 2025 in de zaak van 1 [eiser 1] , te [plaats] ,2. [eiser 2], te [plaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] en hierna aangeduid in meervoudsvorm, gemachtigde: mr. P.A.J. Huijbregts, tegen GO SHARING B.V., te Amsterdam-Duivendrecht, gedaagde partij, hierna te noemen: GO, gemachtigde: [A] . 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 8 augustus 2025 met producties 1 tot en met 12 - de brief waarin is medegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald- de mondelinge behandeling van 11 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van [eisers] - de door GO nagezonden machtiging met KvK-uittreksels. 2De feiten 2.1. [eisers] hebben met ingang van 20 november 2023 een huurovereenkomst gesloten met GO voor de verhuur door [eisers] aan GO van het pand aan [adres] te ( [postcode] ) [plaats] (hierna te noemen: het gehuurde). De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van drie jaar en twee weken. 2.2. De huurprijs bedraagt € 5.007,89 per maand. 2.3. Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW volgens het model door de Raad voor Onroerende Zaken vastgesteld op 30 januari 2015 (hierna te noemen: AB) van toepassing. 2.4. In artikel 23.2 en artikel 28 van de AB is (onder andere) het navolgende opgenomen: “23.2 Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door Huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag is voldaan, verbeurt Huurder aan Verhuurder van rechtswege per kalendermaand vanaf de vervaldag van dat bedrag een direct opeisbare boete van 1% van het verschuldigde per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300 per maand. […] en 28.1 In alle gevallen waarin (Ver)Huurder een sommatie, een ingebrekestelling of een exploot aan (Ver)Huurder doet uitbrengen, of in geval van procedures tegen (Ver)Huurder om deze tot nakoming van de huurovereenkomst of Huurder tot ontruiming te dwingen, is (Ver)Huurder verplicht alle daarvoor gemaakte kosten, zowel in als buiten rechte - met uitzondering van de ingevolge een definitieve rechterlijke beslissing door (Ver)Huurder te betalen proceskosten - aan (Ver)Huurder te voldoen. De gemaakte redelijke kosten worden tussen partijen bij voorbaat vastgesteld op een bedrag dat als volgt wordt berekend; 15% over de hoofdsom met een maximum van € 25.000 per geval exclusief de griffierechten. Bij een procedure worden de kosten van experts (advocaten, deurwaarders ed.) door de in het ongelijk gestelde partij vergoed. Artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek leden 4 en 6, waaronder uitdrukkelijk begrepen de verwijzing naar het maximaal te vergoeden bedrag aan buitengerechtelijke kosten, is daarmee tussen partijen niet van toepassing. 28.2 Ver)Huurder is in verzuim door het enkele verloop van een bepaalde termijn. 2.5. Op 23 juli 2025 deelt [B] van GO, na diverse herinneringen en aanmaningen van [eisers] , (onder meer) het navolgende mede aan [eisers] : “Geachte heer [C] , Naar aanleiding van uw schrijven en ons telefonisch contact delen wij u het volgende mee. Wij erkennen de huurachterstand en zijn voornemens deze volledig te voldoen. Wij stellen voor het openstaande bedrag als volgt te voldoen: 50% van het totaalbedrag uiterlijk op 15 augustus 2025, De resterende 50% uiterlijk op 31 augustus 2025. Wij verzoen u dit voorstel in overleg met uw cliënten te bespreken. Wij zijn bereid om dit schriftelijk te bevestigen, indien gewenst.” […] 2.6. GO heeft tot op heden de huur niet betaald. 3Het geschil 3.1. [eisers] vorderen – samengevat – vooruitlopend op de ontbinding van de huurovereenkomst ontruiming van het pand aan [adres] te [postcode] [plaats] . Daarnaast vorderen [eisers] betaling van de huurachterstand, vermeerderd met de contractuele boete en een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en advocaatkosten. Ook vorderen [eisers] betaling van een bedrag van € 5.007,89 voor iedere ingegane maand vanaf 1 oktober 2025 tot de ontruiming van het gehuurde heeft plaatsgevonden vermeerderd met een contractuele boete van € 300,00 per maand. De huurachterstand bedroeg ten tijde van de dagvaarding € 25.039,45. Tijdens de mondelinge behandeling hebben [eisers] hun eis gewijzigd en tevens de huur voor de maanden augustus 2025 en september 2025, inclusief contractuele boete, aan haar eis toegevoegd. De totale vordering van [eisers] bedraagt € 52.962,46 en is als volgt samengesteld: € 35.055,23 aan achterstallige huurpenningen; € 2.100,00 aan verbeurde contractuele boetes; € 3.755,92 aan buitengerechtelijke incassokosten; € 12.051,31 aan advocaatkosten. 3.2. [eisers] leggen aan de vorderingen het volgende ten grondslag. GO schiet ernstig tekort in de nakoming van de voor haar uit de huurovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen. Het gaat om zeven maanden huur over de periode van maart tot en met september 2025, zijnde een totaalbedrag van € 35.055,23. GO is in verzuim, omdat de huurtermijnen niet voor de vervaldata zijn voldaan. De huurachterstand is dermate hoog dat, gelet op het algemene uitgangspunt dat een huurachterstand van drie maanden of meer een tekortkoming is die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt, aannemelijk is dat deze vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. GO hult zich in stilzwijgen. [eisers] hebben daarom geen aanleiding om te vermoeden dat GO op korte termijn weer aan haar (toekomstige) betalingsverplichtingen zal gaan voldoen. Daarnaast is van belang dat de Omgevingsdienst Brabant Noord (hierna te noemen: de Omgevingsdienst) bij een controle ernstige overtredingen in het gehuurde heeft vastgesteld. Met name de opslag(wijze) van batterijen is volgens de Omgevingsdienst in strijd met wet- en regelgeving. Vooruitlopend op de ontbinding vorderen [eisers] ontruiming van het gehuurde. Daarnaast vorderen zij betaling van de achterstallige huurpenningen en de op grond van artikel 23.2 AB in verband hiermee verschuldigde boete van € 2.100,00 (7 maanden x € 300,00). Voor de buitengerechtelijke kosten en de advocaatkosten beroepen [eisers] zich op artikel 28 AB. Daaruit volgt dat GO een bedrag moet betalen van € 3.755,92 (15% over de hoofdsom) aan buitengerechtelijke incassokosten. De tot nu gemaakte advocaatkosten bedragen € 12.051,31. 3.3. GO erkent de huurachterstand. De door de Omgevingsdienst vastgestelde overtredingen worden door GO betwist. Volgens GO ging het om een aantal scooters en fietsen, waar een accu aan vast zat. Zij heeft op de dag van de controle door de Omgevingsdienst in overeenstemming met het verzoek van de Omgevingsdienst alle aanwezige accu’s verwijderd. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Toetsingskader 4.1. Voor toewijzing van een vordering in kort geding is vereist dat er feiten of omstandigheden zijn die meebrengen dat vanwege spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Vervolgens moet de vraag beantwoord worden of het waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure de vordering zal worden toegewezen. Daarbij past, vanwege het voorlopige karakter van de oordelen in een kortgedingprocedure, geen uitgebreid onderzoek naar de feiten en is er geen plaats voor nadere bewijsvoering. Spoedeisend belang ontruiming 4.2. De kantonrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang van [eisers] bij hun vordering tot ontruiming aanwezig is, omdat GO niet aan haar betalingsverplichtingen voldoet en de betalingsachterstand alleen maar oploopt. Beoordeling of toewijzing in een bodemprocedure voldoende waarschijnlijk is 4.3. Op grond van artikel 6:265 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De bevoegdheid tot ontbinding ontstaat pas wanneer de schuldenaar in verzuim is (tenzij nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is). 4.4. De voormalig gemachtigde van GO, [B] , heeft in haar e-mail van 23 juli 2025 (zie randnummer 2.5) erkend dat GO de huur tot en met juli 2025 niet heeft betaald. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [A] , gemachtigde van GO, namens GO verklaard dat GO (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.