← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2025:7308

beslissing RECHTBANK Oost-Brabant Verschoningskamer zaaknummer: VR 25/001 Beslissing van 21 februari 2025 van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): mr. J. Lie in haar hoedanigheid van bestuursrechter in de zaken met zaaknummers AWB 23/692, 23/694, 23/1591, 23/2507 en 23/1694, hierna te noemen: de rechter. De procedure

  1. De rechter heeft op 11 februari 2025 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan partijen worden toegestuurd. Het verschoningsverzoek 2.1 De rechter heeft aan haar verschoningsverzoek – kort samengevat – ten grondslag gelegd dat de Nationale Ombudsman, [verweerder] , verwerende partij is in bovengenoemde zaken, terwijl zij hem ook persoonlijk kent. De rechter heeft toegelicht dat zij met [verweerder] , buiten het werk om, verschillende nevenactiviteiten heeft ondernomen. Zo heeft [verweerder] in 2021 en 2022 deelgenomen aan de jury van de Klare Taalbokaal, een wedstijd die door de rechter wordt georganiseerd. Hierna heeft de rechter op verzoek van [verweerder] op persoonlijke titel zitting genomen in de Festivalraad van het [festival] , waarvan [verweerder] voorzitter was. 2.2 Uit de diverse stukken in bovengenoemde zaken blijkt volgens de rechter dat het besluit waartegen eiser in beroep is gegaan, is ondertekend door [verweerder] zelf en dat eiser erg fel gekant is tegen de persoon [verweerder] . Het lijkt eiser dus te gaan om de persoon zelf, en niet om de organisatie. 2.3 Naast dat de rechter zich daarom kan voorstellen dat eiser zich er niet prettig bij voelt als zij de bovengenoemde zaken behandelt, voelt de rechter zichzelf er ook niet prettig bij over deze zaken te moeten oordelen. De rechter voelt zich in die zin niet ‘vrij’ staan. De beoordeling 3.1 Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen. 3.2 Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, als geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de zaak de bij een partij bestaande vrees van onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend. 3.3 Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaken door een andere rechter moet worden overgenomen. De beslissing De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. J. Lie toe en verstaat dat in de bovengenoemde zaken een andere rechter zal worden aangewezen. Deze beslissing is gegeven door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter, mr. E.C.P.M. Valckx en mr. N. Flikkenschild, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders en in het openbaar uitgesproken op 21 februari
  2. de griffier oudste rechter De voorzitter is niet in staat om deze beslissing te ondertekenen. Daarom is de beslissing ondertekend door de oudste rechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 8:20, derde lid, Awb).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.