RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: 11941402 \ CV EXPL 25-6143 Vonnis in kort geding van 24 december 2025 in de zaak van 1 [eiser 1] , 2. [eiser 2], beiden wonend in [woonplaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] , procederend in persoon, tegen 1 [gedaagde 1] , wonend in [woonplaats] ( [land] ),2. [gedaagde 2], wonend in [woonplaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , gemachtigde: mr. E.C.M. Braun. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 3 november 2025 met 8 producties; - het incidentele verzoek tot voorlopige schorsing van de executie van 12 november 2025 met 3 producties; - het bericht van [eisers] van 12 november 2025 met productie 9; - het bericht van [eisers] van 15 november 2025 met een aanvullende productie; - de akte van [gedaagden] van 8 december 2025 met productie 1; - het bericht van [eisers] van 8 december 2025; - de mondelinge behandeling van 10 december 2025, die de heer [eiser 1] mede namens mevrouw [eiser 2] heeft bijgewoond via een Teamsverbinding en waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;- de spreekaantekeningen (pleitnota) van [eisers] ;- de spreekaantekeningen van (de gemachtigde van) [gedaagden] . 1.2. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag schriftelijk uitspraak wordt gedaan. 2. De zaak in het kort 2.1. Partijen hebben een geschil over de notariële levering van een appartement in het [land] . In een eerdere procedure bij deze rechtbank heeft de kantonrechter in een bodemprocedure vastgesteld dat de afspraken tussen [eisers] en [gedaagden] over dit appartement moeten worden gekwalificeerd als huurkoop. [eisers] is bij vonnis veroordeeld tot het verlenen van medewerking aan de levering van het appartement aan [gedaagden] , ten overstaan van een notaris in [land] . Bij vonnis van 22 oktober 2025 is [eisers] in kort geding opnieuw veroordeeld om alle medewerking te verlenen aan de notariële levering. Hij moet daarbij alle bescheiden en informatie verstrekken en documenten ondertekenen die nodig zijn om de levering van het appartement te kunnen voltooien. 2.2. [eisers] wil dat [gedaagden] de tenuitvoerlegging van het vonnis van 22 oktober 2025 staakt, zolang de notariële huurkoopakte niet is verleden en de volledige marktwaarde niet is vastgesteld en voldaan. [gedaagden] is het hier niet mee eens. 2.3. [eisers] krijgt ongelijk in deze zaak. Zijn vorderingen worden afgewezen en hij wordt veroordeeld tot betaling van de volledige proceskosten aan de kant van [gedaagden] . 3Het geschil 3.1. [eisers] vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, het volgende: schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 22 oktober 2025, zolang niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 7:114 in combinatie met artikel 7:300 BW; te bepalen dat de levering pas mag plaatsvinden nadat de notariële huurkoopakte naar Nederlands recht is verleden en de volledige marktwaarde is vastgesteld en voldaan; [gedaagden] te verbieden verdere executiemaatregelen te nemen tot dat moment, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag; veroordeling van [gedaagden] in de kosten van de procedure. 3.2. [eisers] legt aan deze vorderingen, samengevat, het volgende ten grondslag. Als hij uitvoering zou geven aan het vonnis van 22 oktober 2025 door medewerking te verlenen aan de notariële levering van het appartement, dan vindt de eigendomsoverdracht van het appartement plaats zonder geldige huurkoopakte. Dat leidt, aldus [eisers] , tot een schending van dwingend Nederlands recht, zodat de tenuitvoerlegging van het vonnis van 22 oktober 2025 moet worden geschorst. [eisers] onderbouwt de noodzaak tot schorsing van het vonnis van 22 oktober 2025 verder met de stelling dat dit vonnis op onjuiste en onvolledige gronden tot stand is gekomen en inhoudelijk afwijkt van en onverenigbaar is met de beslissing van de kantonrechter van 1 mei 2025. 3.3. [gedaagden] voert gemotiveerd verweer. [gedaagden] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met veroordeling van [eisers] in de volledige kosten van de procedure. 3.4. Op dat wat partijen ter onderbouwing van hun standpunt (verder) naar voren hebben gebracht wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan. 4. De beoordeling Internationale aspecten: bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijk recht 4.1. Deze zaak heeft internationale aspecten, want de discussie tussen partijen gaat over de notariële levering van een appartement in [land] en de heer [gedaagden] woont in [land] . [land] is geen lid van de Europese Unie. Het gaat in deze zaak om een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van de Nederlandse rechter. Op grond van artikel 10 in samenhang met artikel 438 lid 1, tweede volzin en artikel 438 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering acht de kantonrechter zich bevoegd om daarover (naar Nederlands recht) te oordelen. Spoedeisendheid 4.2. Het spoedeisend belang van [eisers] vloeit voort uit de aard van de ingestelde vorderingen. Zijn vorderingen zijn namelijk gericht op het voorkomen van de tenuitvoerlegging van een vonnis waarin onder meer de veroordeling tot het verlenen van alle medewerking aan de notariële levering van het appartement op straffe van een dwangsom, uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Wat voorafging 4.3. [eisers] en [gedaagden] hebben op 6 maart 2019 twee overeenkomsten gesloten. Overeenkomst I houdt in dat [eisers] de woonruimte met berging en parkeerplaats aan de [adres 1] in [plaats] , [land] (hierna: het appartement) verhuurt aan [gedaagden] . Overeenkomst II houdt in dat [eisers] het appartementsrecht met betrekking tot het appartement verkoopt aan [gedaagden] tegen een koopsom van € 350.000,00. 4.4. In 2024 is [gedaagden] een gerechtelijke procedure bij de kantonrechter van deze rechtbank gestart tegen [eisers] (zaaknummer: 11287946 / CV EXPL 24-4791). [gedaagden] wilde, kort gezegd, bewerkstelligen dat [eisers] zijn contractuele verplichting tot levering van het appartement ten overstaan van een specifieke notaris in [land] zou nakomen. 4.5. Op 1 mei 2025 heeft de kantonrechter vonnis gewezen in die zaak. In dit vonnis (hierna: het vonnis van 1 mei 2025) is voor recht verklaard dat de overeenkomsten I en II van 6 maart 2019 rechtsgeldig zijn overeengekomen. Verder is [eisers] onder meer veroordeeld over te gaan tot nakoming van overeenkomst II, waarbij [eisers] op eerste verzoek van [gedaagden] moest verschijnen ten kantore van de transporterende notaris te [land], op een door [gedaagden] aangegeven datum en tijdstip, om zijn medewerking te verlenen aan de notariële levering van het appartement. 4.6. Ook heeft de kantonrechter bepaald dat dit vonnis in de plaats komt van de ontbrekende instemmende wilsverklaring van [eisers] in de notariële leveringsakte, als [eisers] niet op eerste verzoek zou voldoen aan de hiervoor beschreven veroordeling tot het verlenen van medewerking aan de notariële levering van het appartement. De veroordelingen in het vonnis van 1 mei 2025 zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen het vonnis zijn geen rechtsmiddelen ingesteld, zodat het inmiddels in kracht van gewijsde is gegaan. 4.7. Bij het inplannen van een afspraak voor de notariële levering van het appartement bleek dat de transporterende notaris in [land] daarvoor door [eisers] ingevulde formulieren en te overleggen documenten nodig had. Omdat [eisers] de formulieren niet invulde, is [gedaagden] een kort geding gestart bij de kantonrechter van deze rechtbank. [eisers] heeft in die procedure onder meer naar voren gebracht dat en waarom hij niet kan meewerken aan de notariële levering van het appartement. 4.8. Op 22 oktober 2025 heeft de kantonrechter vonnis gewezen in dit kort geding (zaaknummer: 11868965 CV EXPL 25-4890). Het dictum luidt als volgt: | Maatstaf voor schorsing van tenuitvoerlegging van onherroepelijk geworden vonnis 4.9. De vordering van [eisers] tot schorsing van de tenuitvoerlegging heeft betrekking op het vonnis van 22 oktober 2025. Tegen die uitspraak heeft [eisers] geen hoger beroep ingesteld en staat geen hoger beroep meer open. De veroordelingen waarvan de tenuitvoerlegging in deze zaak ter discussie staan, zijn daardoor definitief. 4.10. Het gevolg hiervan is dat de door [eisers] in dit kort geding gevorderde schorsing van de tenuitvoerlegging alleen kan worden uitgesproken als, kort gezegd, de (verdere) tenuitvoerlegging misbruik van bevoegdheid als bedoeld in artikel 3:13 BW zou opleveren. De tenuitvoerlegging van het vonnis van 22 oktober 2025 kan slechts worden geschorst als de kantonrechter van oordeel is dat [gedaagden] , de partij die het vonnis wil uitvoeren (de executant), geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Daarbij moet ook worden gelet op de belangen van [eisers] , de partij tegen wie het vonnis ten uitvoer wordt gelegd (de geëxecuteerde), die door de executie zullen worden geschaad. Van zo’n situatie kan sprake zijn als het ten uitvoer te leggen vonnis klaarblijkelijk berust op een juridische of feitelijke misslag of als de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de kant van [eisers] een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. 4.11. Naar het oordeel van de kantonrechter maakt [gedaagden] in deze zaak geen misbruik van zijn bevoegdheid over te gaan tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 22 oktober 2025. De slotsom is dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 22 oktober 2025 wordt afgewezen. Hierna legt de kantonrechter uit waarom het gelijk in deze zaak bij [gedaagden] ligt. Geen kennelijke juridische of feitelijke misslag 4.12. [eisers] stelt in de eerste plaats dat het vonnis van 22 oktober 2025 berust op een kennelijke juridische misslag. Volgens hem is het juridisch onjuist dat hij – op grond van dit veroordelende vonnis – medewerking moet verlenen aan de notariële levering van het appartement terwijl niet is voldaan aan een van de vereisten die de Nederlandse wet stelt aan overeenkomsten van huurkoop. [eisers] betoogt dat eerst een notariële akte van huurkoop moet worden verleden, voordat hij medewerking kan verlenen aan de notariële levering van het appartement en dus voordat hij uitvoering kan geven aan het vonnis. Daarnaast heeft [eisers] gesteld dat hij de overeenkomst van huurkoop buitengerechtelijk heeft vernietigd, bij e-mail van 17 mei 2024 en later ook in de conclusie van antwoord van 28 juni 2024. 4.13. [gedaagden] betwist dat sprake is van juridische of feitelijke misslag. Hij wijst erop dat de overeenkomst van huurkoop niet nietig is, dat [eisers] verzuimt om een Nederlandse notaris in te schakelen voor het omzetten van de onderhandse huurkoopakte naar een notariële akte en dat het omzetten naar een notariële akte voor partijen geen extra onderhandelingsmoment oplevert en niet betekent dat de koopsom wijzigt. [gedaagden] heeft verder naar voren gebracht dat er geen bevoegdheid is voor vernietiging van de overeenkomst van huurkoop, omdat die bevoegdheid pas ontstaat als geen medewerking wordt verleend aan het opstellen van de notariële huurkoopakte en hij steeds wel bereid is geweest om zijn medewerking daaraan te verlenen. [gedaagden] betoogt dat hij redelijkerwijs kan overgaan tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 22 oktober 2025. 4.14. Duidelijk is dat [eisers] het niet eens is met het vonnis van de kantonrechter van 22 oktober 2025. Onvrede met de uitkomst van de procedure betekent echter niet dat sprake is van een kennelijke misslag. 4.15. Naar het oordeel van de kantonrechter is niet gebleken van een kennelijke juridische of feitelijke misslag. De veroordeling van [eisers] tot het verlenen van alle medewerking aan de notariële levering van het appartement is namelijk niet in strijd met het Nederlandse recht. Het is juist dat een overeenkomst van huurkoop bij notariële akte moet worden aangegaan als het om woonruimte gaat (artikel 7:114 lid 1 BW). Toch heeft de kantonrechter al bij vonnis van 1 mei 2025 onherroepelijk geoordeeld dat het ontbreken van die notariële akte slechts tot gevolg heeft dat de overeenkomst van huurkoop vernietigbaar is (artikel 7:114 lid 3 BW). Dit betekent dat de tussen [eisers] en [gedaagden] gesloten overeenkomst van huurkoop in principe geldig is, ook als de notariële akte van huurkoop (nog) ontbreekt. 4.16. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan de kantonrechter [eisers] niet volgen in zijn stelling dat het vonnis van 22 oktober 2025 ten onrechte inhoudelijk afwijkt van het vonnis van 1 mei 2025. Anders dan [eisers] kennelijk meent, volgt niet uit het dictum en ook niet uit de beoordeling in het vonnis van 1 mei 2025 dat partijen – voordat zij kunnen overgaan tot levering van het appartement – een notariële akte van huurkoop moeten passeren. Van belang is dat de notariële akte die nodig is voor de levering van het appartement moet worden onderscheiden van de notariële akte waarin de overeenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.