← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2025:8879

RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummers: 10486568 CV EXPL 23-2614 (hoofdzaak) 10837527 CV EXPL 23-7712 (vrijwaring) 10837521 CV EXPL 23-7711 (vrijwaring) 10837488 CV EXPL 23-7710 (vrijwaring) 10843103 CV EXPL 23-7751 (vrijwaring) 11093547 CV EXPL 24-3213 (onder vrijwaring) 11094103 CV EXPL 24-3215 (onder vrijwaring) 11391055 CV EXPL 24-7944 (onder onder vrijwaring) Uitspraakdatum: 18 december 2025 Vonnis in de hoofdzaak van: [eiser CV 23-2614] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: “ [eiser CV 23-2614] ”,eiser, gemachtigde: mr. A.C. Soetens, tegen 1 [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] B.V., gevestigde te [plaats] , gedaagde sub 1, hierna te noemen: “ [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] ” en

  1. AIG EUROPE S.A., NETHERLANDS, gedaagde sub 2, hierna te noemen “AIG”, gemachtigden (van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG): mr. M. Den Hartog en mr. D.J. van der Kolk, 3 [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , h.o.d.n. [handelsnaam gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] wonende te [woonplaats] , gedaagde sub 3, hierna te noemen: “ [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ” gemachtigde: mr. J.P.C. Obbink, 4NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V., gevestigd te ’s-Gravenhage, gedaagde sub 4, hierna te noemen: “NN” gemachtigde: mr. T. Riyazi, 5 [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] B.V., gevestigd te [plaats] , gedaagde sub 5, hierna te noemen: “ [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ” en
  2. A.S.R. SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Utrecht, gedaagde sub 6, hierna te noemen: “ASR”, gemachtigde (van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR): mr. M.M. Klunder. Gedaagden sub 1 tot en met 6 worden onder de beslissing in de hoofdzaak, tezamen aangeduid als “gedaagden”. Vonnis in de vrijwaringszaken van: 10837527 CV EXPL 23-7712 [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , wonende te [woonplaats] , eiser, hierna te noemen: “ [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ”, gemachtigde: mr. J.P.C. Obbink, tegen [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] B.V., gevestigd te [plaats] , gedaagde, hierna te noemen: “ [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ” gemachtigde: mr. M.M. Klunder. 10837521 CV EXPL 23-7711 [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , wonende te [woonplaats] , eiser, hierna te noemen: “ [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ”, gemachtigde: mr. J.P.C. Obbink, tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] B.V., gevestigde te [plaats] , gedaagde, hierna te noemen: “ [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] ”, gemachtigden: mr. M. Den Hartog en mr. D.J. van der Kolk. 10837488 CV EXPL 23-7710 [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , wonende te [woonplaats] , eiser, hierna te noemen: “ [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ”, gemachtigde: mr. J.P.C. Obbink, tegen NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V., gevestigd te ’s-Gravenhage, gedaagde, hierna te noemen: “NN” gemachtigde: mr. T. Riyazi. 10843103 CV EXPL 23-7751 1A.S.R. SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Utrecht en
  3. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] B.V., gevestigd te [plaats] , eisers, hierna te noemen: “ASR” en “ [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ” gemachtigde: mr. M.M. Klunder, tegen 1 [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] B.V., gevestigd te [plaats] , gedaagde sub 1, hierna te noemen: “ [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] ”, gemachtigden: mr. M. Den Hartog en mr. D.J. van der Kolk. en
  4. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944], wonende te [woonplaats] , gedaagde sub 2, hierna te noemen: “ [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ”, gemachtigde: mr. J.P.C. Obbink. Vonnis in de onder vrijwaringszaak van: 11093547 CV EXPL 24-3213 [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] B.V., gevestigd te [plaats] , eiser, hierna te noemen: “ [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] ”, gemachtigden: mr. M. Den Hartog en mr. D.J. van der Kolk, tegen [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] B.V., gevestigd te [plaats] , gedaagde, hierna te noemen: “ [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] ”, gemachtigde: mr. T. Havekes. 11094103 CV EXPL 24-3215 [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] B.V., gevestigd te [plaats] , eiser, hierna te noemen: “ [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] ”, gemachtigden: mr. M. Den Hartog en mr. D.J. van der Kolk, tegen [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] B.V., gevestigd te [plaats] , gedaagde, hierna te noemen: “ [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] ”, gemachtigde: mr. T. Havekes. Vonnis in de onder onder vrijwaringszaak van: 11391055 CV EXPL 24-7944 [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] B.V., gevestigd te [plaats] , eiser, hierna te noemen: “ [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] ”, gemachtigde: mr. T. Havekes, tegen [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, hierna te noemen: “ [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ”, gemachtigde: mr. J.P.C. Obbink. 1Waar gaan deze zaken over? 1.
  5. [eiser CV 23-2614] zou op 7 mei 2020, ter uitvoering van een tussen hem en [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] bestaande overeenkomst van aanneming van werk, in het op dat moment in aanbouw verkerende pand van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] te [plaats] in hal B het plafond komen schilderen (texspuiten). [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] is door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] ingeschakeld via een overeenkomst van bouwbegeleiding. 1.
  6. Toen [eiser CV 23-2614] en zijn collega’s op 7 mei 2020 aankwamen bij hal B, bleek de vloer niet leeg te zijn. Er lagen nog allerlei materialen en gereedschappen van andere bouwvakkers verspreid over de vloer, waardoor [eiser CV 23-2614] en zijn collega’s de vloer zijn gaan vrijmaken. In een hoek van hal B lag een houten afdekplaat (waarmee het trapgat naar de kelder was afgedicht. Deze was niet afgezet (met een railing of lint) en er bevonden zich geen markeringen of waarschuwingen op of rondom de houten afdekplaat, waardoor het voor [eiser CV 23-2614] niet duidelijk was dat zich daaronder een trapgat bevond. Evenmin was de afdekplaat verankerd met de vloer of wand. [eiser CV 23-2614] heeft de afdekplaat opgetild/gekanteld en een stap naar voren gezet met de bedoeling om deze plaat tegen de wand te plaatsen om zo de vloer vrij te maken. Daarbij is [eiser CV 23-2614] door het trapgat gevallen en enkele meters lager op de vloer van de onderliggende kelder terechtgekomen. Door deze val heeft [eiser CV 23-2614] een incomplete dwarslaesie opgelopen. 1.
  7. [eiser CV 23-2614] heeft [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] , [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] aansprakelijk gesteld en heeft hun aansprakelijkheidsverzekeraars (respectievelijk ASR, NN en AIG) gewezen op de aansprakelijkheid van hun verzekerden, waarbij hij hen heeft verzocht dekking te bieden voor de schade van [eiser CV 23-2614] . Alle door [eiser CV 23-2614] in rechte betrokken partijen hebben aansprakelijkheid of dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering betwist en hebben elkaar onderling in vrijwaring opgeroepen. Door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] is in onder vrijwaring [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] opgeroepen, vanwege de tussen hen gesloten opdracht van projectmanagement. [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] heeft op haar beurt [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in onder onder vrijwaring opgeroepen. 1.
  8. Ter verduidelijking geeft de kantonrechter hierna een schematische weergave van alle procedures waarop in dit vonnis zal worden beslist: 2Leeswijzer van dit vonnis Dit vonnis is als volgt opgebouwd:
  9. De procedure in de hoofdzaak (10486568 CV EXPL 23-2614) Verloop van de procedure (3.1 - 3.3)
  10. Het geschil in de hoofdzaak Vordering [eiser CV 23-2614] (4.1 en 4.2) Verweer gedaagden ( 4.3)
  11. Beoordeling in de hoofdzaak Samenvatting (5.1) [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG (5.2 - 5.4) [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en NN (5.5 - 5.9) [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR (5.10 - 5.12) Conclusies in de hoofdzaak (5.13 - 5.15)
  12. De procedures in vrijwaring, in onder vrijwaring en in onder onder vrijwaring Inleiding (6.1 en 6.2) [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] tegen [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] (10837527 CV EXPL 23-7712) (6.3) [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] (10837521 CV EXPL 23-7711) (6.4) Taxc tegen [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] (11094103 CV EXPL 24-3215) (6.5) [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] tegen NN (10837488 CV EXPL 23-7710) (6.6) [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] (10843103 CV EXPL 23-7751) (6.7) [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] tegen [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] (11093547 CV EXPL 24-3213) (6.8) [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] tegen [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] (11391055 CV EXPL 24-7944) (6.9)
  13. De beslissing in de hoofdzaak
  14. De beslissing in de vrijwaringszaken met [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als eisende partij (en de daaraan gelieerde onder vrijwaring van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] tegen [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] )
  15. De beslissing in de vrijwaringszaken met [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR als eisende partij (en de daaraan gelieerde onder vrijwaring van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] tegen [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] en de onder onder vrijwaring van [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] jegens [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ) 3De procedure in de hoofdzaak (10486568 CV EXPL 23-2614) 3.
  16. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaardingen met 43 producties (uitgebracht op 21, 24 en 26 april 2023); - de conclusie van antwoord van NN met 4 producties (ingekomen op 13 juli 2023); - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR met 1 productie (ingekomen op 13 juli 2023); - de conclusie van antwoord van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG met 13 producties (ingekomen op 24 augustus 2023); - de antwoordconclusie in incident van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR (ingekomen op 24 augustus 2023); - de conclusie van antwoord (tevens) houdende incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] met 8 producties (ingekomen op 24 augustus 2023); - de antwoordconclusie in incident van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] (ingekomen op 19 oktober 2023); - de vonnissen in vrijwaringsincident

(2x)van 23 november 2023; - de conclusie van antwoord [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR met 4 producties (ingekomen op14 december 2023); - de nadere producties 44 t/m 48 aan de zijde van [eiser CV 23-2614] , ingebracht ten behoeve van de mondelinge behandeling; - de mondelinge behandeling, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 3.2. De mondelinge behandeling in de hoofdzaak heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025, gezamenlijk met alle vrijwaringszaken, onder vrijwaringzaken en de onder onder vrijwaringszaak, zoals hiervoor (1.4) in het schema weergegeven. In al deze zaken zal in één vonnis uitspraak worden gedaan. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft op 25 september 2025 een online regiezitting plaatsgevonden met alle gemachtigden. Aan de hand daarvan heeft de kantonrechter - in overleg met de gemachtigden van partijen - een agenda voor deze mondelinge behandeling gemaakt. Tijdens de regiezitting is ook afgesproken dat de gemachtigden onderling - voor zover daartoe behoefte bestaat - de processtukken (in de verschillende zaken) zullen uitwisselen. Na afloop van de regiezitting en voor de mondelinge behandeling zijn door de kantonrechter de volgende documenten naar alle betrokken partijen gestuurd: een schematisch overzicht van alle procedures (vergelijkbaar aan het schema zoals hiervoor is weergegeven), een overzicht van alle processtukken die in alle verschillende zaken bij de kantonrechter zijn ingediend, de agenda voor de mondelinge behandeling. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Alle gemachtigden, met uitzondering van de gemachtigde van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , hebben daarbij gebruik gemaakt van spreekaantekeningen. 3.3. Aan het einde van de mondeling behandeling is gezegd dat vandaag een vonnis zal komen. 4Het geschil in de hoofdzaak 4.1. [eiser CV 23-2614] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: voor recht verklaart dat: [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] , [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van het ongeval van 7 mei 2020 geleden en nog te lijden schade; AIG, NN en ASR op grond van de directe actie ex art. 7:954 BW (hoofdelijk) verplicht zijn de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van het ongeval van 7 mei 2020 geleden en nog te lijden schade volledig te vergoeden aan [eiser CV 23-2614] ; (alle) gedaagden hoofdelijk te veroordelen, des de ene partij betaalt aan [eiser CV 23-2614] de ander is gekweten voor dat bedrag, tot vergoeding van de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van voornoemd ongeval (d.d. 7 mei 2020) geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade; 3) met hoofdelijke veroordeling van (alle) gedaagden in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de deurwaarderskosten ad € 801,97, de griffiekosten en de advocaatkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten-veroordeling vanaf veertien dagen na betekening van het in deze kwestie te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; 4) de nakosten te begroten op een bedrag van € 132,00 zonder betekening, en verhoogd met € 90,00 ingeval van betekening, althans op een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag. 4.2. [eiser CV 23-2614] houdt [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW (al dan niet in combinatie met artikel 6:170 althans 6:171 BW) en [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] op grond van artikel 7:658 lid 4 BW. [eiser CV 23-2614] stelt op grond van artikel 7:954 BW een vordering te hebben op gedaagden AIG, NN en ASR, zijnde de aansprakelijkheidsverzekeraars van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] , [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . 4.3. Alle gedaagden voeren verweer en concluderen dat [eiser CV 23-2614] niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vorderingen, dan wel dat zijn vorderingen moeten worden afgewezen en dat [eiser CV 23-2614] veroordeeld dient te worden in de kosten van deze (hoofd-) procedure, daaronder begrepen de nakosten en de wettelijke rente over de (na)kosten voor het geval betaling hiervan niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt. NN stelt verder dat een eventuele aansprakelijkheid van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] niet is gedekt onder de AVB-verzekering die [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] bij NN heeft afgesloten. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna – voor zover van belang voor de beoordeling van het geschil - nader ingegaan. 5De beoordeling in de hoofdzaak 5.1. Ten aanzien van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] staat de vraag centraal of zij, althans een van hen, onrechtmatig jegens [eiser CV 23-2614] heeft gehandeld. Ten aanzien van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] staat de vraag centraal of bij de door [eiser CV 23-2614] verrichte werkzaamheden waaruit het ongeval is ontstaan, sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 7:658 lid 4 BW en zo ja, of [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] haar zorgplicht jegens [eiser CV 23-2614] heeft geschonden die tot het ongeval heeft geleid. De kantonrechter beantwoordt al deze vragen bevestigend en zal hierna per gedaagde, aan de hand van het door hen gevoerde verweer, toelichten waarom. [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG 5.2. De kantonrechter geeft allereerst het verweer van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG op hoofdlijnen weer. [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG stellen dat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] niet aansprakelijk is voor de val van [eiser CV 23-2614] door het trapgat op 7 mei 2020. Volgens hen betrof zijn val een ongelukkige samenloop van omstandigheden waarbij sprake is geweest van een inschattingsfout door [eiser CV 23-2614] en waarvan de gevolgen niet voor risico en rekening van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG komen. 5.2.1. [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] heeft daarbij toegelicht dat zij géén bouw- of aanneembedrijf is, maar zich bezig houdt met het vervaardigen van fietsen, invalidenwagens, sportartikelen, groothandel en productie van rijwielaccessoires en gereedschappen en de verhuur van onroerend goed (niet van woonruimte). [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] heeft de bouw van het pand in [plaats ongeval] ‘in eigen beheer’ uitgevoerd, omdat zij in haar oude pand in Wassenaar te weinig ruimte had. Dit betekent niet dat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] bouwwerkzaamheden heeft verricht. Bouw in eigen beheer houdt volgens [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] niet meer in dan dat er geen hoofdaannemer betrokken is bij het bouwproces. De bouw was volgens [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] als volgt georganiseerd:  [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] Omdat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] geen expertise in huis heeft in het bouwen van panden, heeft zij een overeenkomst met [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] gesloten voor het projectmanagement en diens kennis en kunde. Op advies en op voordracht van [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] heeft [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] met verschillende partijen overeenkomsten gesloten. Die partijen hebben op hun beurt, en naar eigen inzicht, weer overeenkomsten gesloten met onderaannemers. De rol van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] in het bouwproces was dan ook beperkt. [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] was enkel de opdrachtgever en de uiteindelijke gebruiker van het pand. Zij was niet op dagelijkse basis aanwezig in het pand. heeft bij monde van de heer [A] (hierna: “ [A] ”) samen met [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , het VGM-projectplan opgesteld, waarin de veiligheid op de bouwplaats aan bod komt. In het VGM-plan wordt [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als "uitvoerder" gekwalificeerd en [A] ( [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] ) als "KAM-coördinator".  [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] Op 6 december 2018 heeft [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] met [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] een overeenkomst van bouwbegeleiding voor de ruwbouw van het te realiseren project aan [adres] te [plaats] gesloten. Hierin staat een opsomming van de werkzaamheden van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , zoals het bijhouden en bewaken van het gestructureerde bouwproces en het aansturen en begeleiden van onderaannemers. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] had dus de verantwoordelijkheid en leiding over het reilen en zeilen van het gehele bouwproces en had ook de functie van VGM-functionaris; aldus [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] .  [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] De verschillende door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] gecontacteerde onderaannemers, waaronder ook [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] , hebben ieder een eigen VGM-deelplan opgesteld. Door het indienen van dit deelplan wordt de inhoud van het VGM-ontwerpplan geaccordeerd door de onderaannemer. Opvallend is dat in de bijlage "risico's op de werkplek - wandbekleding" wordt gesproken over het risico van wegnemen van eerder aangebrachte (veiligheids-) voorzieningen. Hierin staat onder meer vermeldt : “(veiligheids) voorzieningen door anderen (eerder) aangebracht, worden in stand gelaten, tenzij dit anders niet mogelijk is (melden)”. De houten afdekplaat was een eerder aangebrachte veiligheidsvoorzieningen en mocht door [eiser CV 23-2614] (als onderaannemer van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ) dus niet weggehaald worden, aldus [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] . 5.2.2. Met betrekking tot de (deugdelijkheid van
  1. de)afdekplaat, voert [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] allereerst aan dat de op maat gemaakte afdekplaat een mandragende, stevige houten constructie was die het trapgat in zijn geheel afhechtte. Ook was de houten constructie verzonken en zo gemaakt dat deze niet kon verschuiven. Het betrof een veiligheidsmaatregel die in opdracht van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , als veiligheids-verantwoordelijke, is gemaakt. Deze maatregel voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Onderstaande foto heeft [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] in het geding gebracht, waaruit voornoemde afdekplaat (met de dwarsbalken ter voorkoming van verschuiving) blijkt: 5.2.3. [eiser CV 23-2614] heeft volgens zijn eigen verklaring de afdekplaat aangezien voor een houten pallet. Hij was echter al 2 maanden werkzaam in het pand van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en de afdekplaat lag er al 3 maanden, dus ‘het moet’ volgens [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] dat [eiser CV 23-2614] bekend is geweest, althans hij had bekend moeten zijn, met de houten afdekplaat, want op de plek van het trapgat, vanuit de kelder gezien, is door [eiser CV 23-2614] en zijn collega's geschilderd. Los van het feit dat [eiser CV 23-2614] bekend moet zijn geweest met de afdekplaat, geldt dat ook ten tijde van het incident duidelijk moet zijn geweest dat het niet ging om ‘een houten pallet’, maar om een houten constructie die fungeerde als afsluiting van de daar gesitueerde uitsparing ten behoeve van de later te realiseren trap. Er is namelijk een duidelijk verschil tussen de houten afdekplaat en een houten pallet. 5.2.4. De houten afdekplaat is volgens [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] ook niet gevaarzettend. Deze dient juist ter bescherming van het beoogde valgevaar in de sparing voor de trap. Door de afsluiting van het trapgat is het valgevaar weggenomen. Het was niet waarschijnlijk dat [eiser CV 23-2614] , als ervaren en professionele partij, de afdekplaat zou optillen, want deze mag niet zomaar worden weggehaald. [eiser CV 23-2614] was bovendien bekend met de aanwezigheid van het trapgat en van de houten afdekplaat. Verder was het niet voorzienbaar dat de afdekplaat voor (
  2. i)een pallet wordt aangezien, (
  3. ii)onbedachtzaam wordt weggehaald en (iii) bij die handeling een stap naar voren wordt gezet en een persoon in het juist afgedekte trapgat valt. 5.2.5. Verder voert [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] aan dat voor zover al zou gelden dat bij het plaatsen van de veiligheidsmaatregel van de houten constructie niet is voldaan aan de daaraan te stellen eisen, dit handelen niet door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] is uitgevoerd en dat daarom dit gesteld onrechtmatig handelen ook niet tot aansprakelijkheid van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] kan leiden. Daarbij is volgens [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] van belang dat zij niet zelf bij de bouw betrokken was, maar via en op advies van de [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] contracten heeft gesloten met partijen ten behoeve van de bouw van het pand. Hierin is [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] zorgvuldig geweest en [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] kan hierover dan ook geen verwijt worden gemaakt. De op advies van [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] aangestelde partijen hebben allemaal een aansprakelijkheidsverzekering. Dat NN dekking weigert op basis van een dekkingsverweer doet daar niet aan af. Dat was voor [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] niet voorzienbaar en dit kan [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] evenmin worden toegerekend. 5.3. De kantonrechter oordeelt met betrekking tot het verweer van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] het volgende. Ondeugdelijke veiligheidsvoorziening 5.3.1. Tussen [eiser CV 23-2614] , [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG is de toedracht van het ongeval van [eiser CV 23-2614] niet in geschil. [eiser CV 23-2614] heeft op 7 mei 2020 een houten afdekplaat van 2,5 meter lang en 1,1 meter breed (bestaande uit raamwerk met daar bovenop een houten plaat) opgetild/gekanteld met de bedoeling deze rechtop tegen de muur te zetten. Daarbij heeft hij een stap vooruit gezet en is hij vervolgens door het trapgat naar beneden gevallen en ruim drie meter lager op de betonnen vloer van de kelder terecht gekomen. De reden waarom [eiser CV 23-2614] deze afdekplaat wilde verplaatsen is evenmin in geschil. Hij voerde schilderwerkzaamheden uit in het in aanbouw zijnde pand van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] . Op 7 mei 2020 moest in een ruimte (hal B) een plafond gespoten worden, maar deze ruimte stond nog vol met materialen en gereedschappen van andere bouwvakkers, verspreid over de vloer. De vloer moest eerst vrij gemaakt worden, voordat [eiser CV 23-2614] en zijn collega’s hun werkzaamheden konden uitvoeren. Daarom zijn zij gaan opruimen. [eiser CV 23-2614] heeft de houten afdekplaat, die het trapgat volledig afsloot, aangezien voor een pallet. Dit zag er als volgt uit: Vast staat dat de ruimte rondom de houten afdekplaat niet was afgezet en dat er zich geen markeringen of waarschuwingen op- of rondom de afdekplaat bevonden, waardoor het voor [eiser CV 23-2614] niet duidelijk was dat zich daaronder een trapgat bevond. Evenmin was de afdekplaat verankerd met de vloer. Hierdoor was het mogelijk voor [eiser CV 23-2614] om de afdekplaat op te tillen/kantelen. Het niet markeren en/of borgen van de afdekplaat maakt dat de houten afdekplaat geen deugdelijke veiligheidsvoorziening was. Daarbij is mede van belang dat één dag na het ongeval van [eiser CV 23-2614] , de houten afdekplaat op een eenvoudige en laagdrempelige manier is geborgd met (tenminste twee) hoekijzertjes, die optillen of kantelen van de afdekplaat onmogelijk maakten: De kantonrechter zal bij de beoordeling van het verweer van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] verder ingaan op de (ook door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] ) aangevoerde omstandigheden rondom de inschattingsfout van [eiser CV 23-2614] , maar die nemen niet weg dat de niet geborgde en/of gemarkeerde houten afdekplaat een ondeugdelijke veiligheidsvoorziening was. [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] (mede) verantwoordelijk voor een veilige werkplaats 5.3.2. Met betrekking tot het (meest vertrekkende) verweer van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] dat zij niet degene is geweest die de afdekplaat heeft aangebracht waardoor dit niet tot aansprakelijkheid van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] kan leiden, oordeelt de kantonrechter dat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] - als opdrachtgever voor de bouw van het pand - wel degelijk (mede) verantwoordelijk kan worden gehouden voor (het gebrek aan duidelijkheid over) de veiligheid op de bouwplaats. Door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] is een VGM-plan in het geding gebracht (productie 3 bij de conclusie van antwoord in de hoofdzaak). Tijdens de mondelinge behandeling hebben [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] er beiden op gewezen dat het VGM-plan, wat is geprint op het briefpapier van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] , niet door hen is ondertekend. In dit VGM-plan staat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als (hoofd)uitvoerder benoemd en [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] als KAM-coördinator. Zowel [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] ( [A] ) hebben tijdens de mondelinge behandeling betwist dat zij fungeerden als respectievelijk (hoofd)uitvoerder of KAM-coördinator en in die hoedanigheid verantwoordelijk waren voor de veiligheid op de bouwplaats. In dit kader heeft [A] toegelicht dat hij een leeg template van een VGM-plan uit een vorig project naar [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft gestuurd, die dit vervolgens heeft ingevuld en aan hem heeft teruggestuurd. Deze template was volgens de verklaring van [A] echter maar deels bruikbaar, omdat hierin allerlei rollen zijn toebedeeld aan een projectleider, terwijl er op deze bouw door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] geen projectleider was aangesteld. Er werd namelijk enkel gebruik gemaakt van neven- en onder aanneming. [A] was dus géén projectleider van de bouw. Daar heeft [A] opmerkingen over gemaakt in het VGM-plan en daarom heeft hij het VGM-plan nooit ondertekend, aldus [A] . Deze gang van zaken is door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] niet betwist. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij zich niet exact herinnert hoe het is gegaan, maar dat het zou kunnen dat het zo is gegaan als door [A] verteld. De conclusie is dat er geen aangepast of ondertekend VGM-plan is. Dit leidt tot de slotsom dat niemand de verantwoordelijkheid voor een veilige bouwomgeving (en het toezicht en de naleving van veiligheidsvoorschriften door alle bij de bouw van het pand betrokken partijen) op zich heeft genomen. Van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] , die de bouw in eigen beheer uitoefende maar niet dagelijks op de bouw aanwezig was, had mogen worden verwacht dat zij zorg zou dragen voor een veilige bouwomgeving, althans dat zij dit op een deugdelijke en zorgvuldige wijze zou uitbesteden aan daartoe gekwalificeerde partijen (die bovendien adequaat verzekerd zijn). Conclusie 5.4. Kortom, de omstandigheid dat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] gebruik heeft gemaakt van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] voor de dagelijkse bouwbegeleiding en van [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] voor advisering, maakt niet dat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] zich kan onttrekken aan haar verantwoordelijkheid voor een veilige werkplaats. [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] wordt daarom (mede) verantwoordelijk gehouden voor de ondeugdelijke veiligheidsvoorziening die heeft geleid tot het ongeval van [eiser CV 23-2614] . Omdat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] haar verzekering tegens bedrijfs- c.q. beroepsaansprakelijkheid ten tijde van het ongeval had ondergebracht bij AIG en het ongeval conform artikel 7:941 BW door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] aan AIG is gemeld, kan [eiser CV 23-2614] op grond van artikel 7:954 lid 1 BW verlangen dat AIG, indien zij tot uitkering verplicht is, die uitkering - voor zover strekkende tot vergoeding van de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van het ongeval geleden schade - aan [eiser CV 23-2614] verricht. Het risico waartegen [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] zich heeft verzekerd, heeft zich namelijk verwezenlijkt. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en NN 5.5. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en NN voeren aan dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] niet aansprakelijk is voor de val van [eiser CV 23-2614] door het trapgat op 7 mei 2020. 5.5.1. Volgens hen is [eiser CV 23-2614] daar primair zelf verantwoordelijk voor, omdat [eiser CV 23-2614] (
  4. a)geen opdracht heeft ontvangen van- of verzoek tot opruiming heeft gedaan aan [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] of [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , (
  5. b)het verwijderen van de houten afdekplaat was - gelet op de omvang en het gewicht daarvan - onverantwoord (zeker ook om alleen te doen), (
  6. c)het tillen van een voorziening met dit gewicht is in strijd met de Arbonormen, [eiser CV 23-2614] als professional bekend, (
  7. d)[eiser CV 23-2614] heeft eerder aangegeven alleen toezichthoudend werk te doen in verband met beperkingen aan een van zijn ogen en (
  8. e)het verwijderen van de afdekplaat was voor het verrichten van de schilderwerkzaamheden niet nodig, gelet op de technische voorziening (uitschuifbare werkvloer) die een schaarhoogwerker biedt. 5.5.2. Verder stellen [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en NN zich op het standpunt dat geen sprake is van onrechtmatig handelen van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in de zin van artikel 6:162 BW, omdat niet voldaan is aan alle vereisten voor de onrechtmatige daad (onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, schade, causaliteit en relativiteit). [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] voert daartoe het volgende aan. Er is geen wettelijk plicht die [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] geschonden heeft. De verwijzing naar het Arbobesluit mist toepassing. Daarin is geen norm te vinden die door [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] geschonden is. Andere (wettelijke) bepalingen dan deze heeft [eiser CV 23-2614] niet gesteld. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft de maatregelen getroffen die van hem verwacht konden worden, ook de Inspectie SZW heeft geen aanleiding gezien aanwijzingen te geven. [eiser CV 23-2614] heeft er zelf voor gekozen onverantwoorde, niet tot zijn taak behorende handelingen te verrichten. [eiser CV 23-2614] was bekend met de situatie – hij liep iedere dag door deze ruimte - en heeft startbouwbesprekingen uit desinteresse niet bijgewoond en heeft daarmee het risico aanvaard niet (voldoende) op de hoogte te zijn van de veiligheidssituatie en de dienaangaande gegeven of te geven instructies. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft geen opdracht gegeven tot ontruiming (het opruimen van de werkvloer) en voor het geval dat er al een partij is die dat tot zijn verantwoordelijkheid moet rekenen, betreft dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . Omgekeerd heeft [eiser CV 23-2614] niet aan [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] verzocht de ruimte te ontruimen, zodat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] dienaangaande geen nalatigheid kan worden verweten. [eiser CV 23-2614] heeft besloten om zelf de ruimte te ontruimen. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft dus geen daad verricht of nagelaten die tot de val heeft geleid. Dat heeft [eiser CV 23-2614] zelf gedaan. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft voor een adequate veiligheidsvoorziening zorggedragen bij het afdekken van het trapgat door een relatief groot, horizontaal niet verschuifbaar relatief zwaar object te laten vervaardigen dat ook naar het oordeel van de Inspectie SZW voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Door [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] is dus geen verplichting geschonden die gesteld was om de belangen van [eiser CV 23-2614] te beschermen. Dat [eiser CV 23-2614] er zelf voor gekozen heeft dat object (alleen) op te tillen was mede gelet op zijn professionaliteit, zijn zichtbeperking en de omvang en het gewicht van de voorziening niet te verwachten. Het verzoek tot ontruiming had hij moeten richten tot zijn opdrachtgever [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . Door het eigenmachtig optreden van [eiser CV 23-2614] zelf, danwel het tekortschietend toezicht van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft het ongeval plaatsgevonden. Het vereiste causale verband ontbreekt, althans staat met het beweerdelijk nalaten van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in een te ver verwijdert verband. Gelet op de rol - het eigenmachtig optreden van [eiser CV 23-2614] - kan het beweerdelijk handelen of nalaten van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] niet aan hem worden toegerekend. Beoordeling kantonrechter; kelderluik-criteria 5.6. De kantonrechter zal het verweer van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] beoordelen aan de hand van de zogenoemde Kelderluik-criteria. Ter beantwoording van de vraag of [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld moet namelijk worden onderzocht of hij [eiser CV 23-2614] aan een groter risico heeft blootgesteld dan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs verantwoord was (‘gevaarzetting’). Bij de beoordeling zijn de gezichtspunten relevant die onder andere genoemd zijn in het Kelderluik-arrest (HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079), zoals de kans op schade, de aard en ernst van de gevolgen van de gedraging, de bezwaarlijkheid van het treffen van voorzorgsmaatregelen, de context waarbinnen de gedraging valt (aard van de gedraging) en de mate van waarschijnlijkheid dat de ander niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid zal betrachten. De kans op schade 5.6.1. Bouwwerkzaamheden roepen een gevaarlijke situatie in het leven, ook indien daarbij wel de nodige voorzichtigheid en oplettendheid wordt betracht. Om te voorkomen dat incidenten zich voordoen, zullen er (voorzorgs)maatregelen getroffen moeten worden om de veiligheid op de bouwplaats te waarborgen. Voor die situaties bestaat een zorgplicht, die in beginsel rust op alle betrokken partijen. Concreet betekent dit dat (werk)instructies of afspraken met betrekking tot de veiligheid zullen moeten worden geformuleerd en dat alle daarbij betrokken partijen deze afspraken dienen na te leven. In dit geval rust, zoals eerder overwogen, een zorgplicht op [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] als opdrachtgever van de werkzaamheden, maar ook op [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als bouwbegeleider. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] had als taakomschrijving “het bijhouden en bewaken van het gestructureerde bouwproces en het aansturen en begeleiden van onderaannemers”. Hij had dus de dagelijkse leiding en daarmee de verantwoordelijkheid over het reilen en zeilen van het gehele bouwproces. Van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] mocht dus verwacht worden dat hij bij de werkzaamheden in voldoende mate aandacht zou besteden aan de veiligheid op de bouwplaats. Zijn zorglicht beperkt zich daarbij niet tot geschreven (wettelijke) normen, maar ook tot ongeschreven normen. In dit kader moet beoordeeld worden of de gebruikte veiligheidsvoorziening - die qua constructie wellicht voldeed aan de daaraan gestelde (wettelijke) normen, zoals [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft gesteld - ook de toets van de ongeschreven normen kan doorstaan. Dit is niet het geval. De kantonrechter heeft hiervoor reeds geoordeeld dat de houten afdekplaat een ondeugdelijke veiligheidsvoorziening was, omdat deze niet geborgd en/of gemarkeerd was. Vast staat dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] de houten afdekplaat heeft laten maken. De kans dat daaruit ongevallen ontstaan en de aard en de ernst van de gevolgen 5.6.2. De kans dat iemand door een onzichtbaar trapgat valt wanneer deze de houten afdekplaat optilt of kantelt, is groot. Ook de aard en ernst van de gevolgen van zo’n val zijn groot. De bezwaarlijkheid van het treffen van voorzorgsmaatregelen 5.6.3. Verder staat in rechte vast dat één dag na het ongeval van [eiser CV 23-2614] , de houten afdekplaat op een eenvoudige en laagdrempelige manier is geborgd met (tenminste twee) hoekijzertjes en schroeven, die optillen of kantelen van de afdekplaat onmogelijk maakten (vgl. de tweede afbeelding die is ingevoegd in rov. 5.3.1). Later is een houten hekwerk om het trapgat aangebracht, welk hekwerk vast verbonden was met de ondergrond. Het markeren van de afdekplaat (met lint of stickers) is (voor zover bekend) niet gebeurd, maar zou niet bezwarend zijn geweest en was eenvoudig te realiseren. De mate van waarschijnlijkheid dat de ander niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid zal betrachten 5.6.4. Het was niet onwaarschijnlijk dat [eiser CV 23-2614] de vloer zoveel mogelijk vrij wilde maken van materialen om optimaal te kunnen werken. Die bewuste ochtend van 7 mei 2020 was de vloer niet vrij. De kantonrechter vindt het evenmin ondenkbaar dat [eiser CV 23-2614] de houten afdekplaat heeft aangezien voor een pallet c.q. een plaat waarop bepaalde materialen hebben gelegen. De afdekplaat lag niet geheel verzonken in de vloer (vgl. de eerste afbeelding die is ingevoegd in rov. 5.3.1) en dit maakte mogelijk dat [eiser CV 23-2614] zijn handen eronder kon zetten en deze vanuit een gebogen of gehurkte positie aan één kant kon optillen en kantelen, waardoor de plaat rechtop tegen de wand kon staan. Dit was ook de reden waarom [eiser CV 23-2614] de afdekplaat heeft opgetild/gekanteld (want zo kon met een schaarhoogwerker ook de hoek van het plafond bereikt worden). Deze bedoeling/inschatting van [eiser CV 23-2614] vindt de kantonrechter niet ondenkbaar. Dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ‘nooit had verwacht dat deze beveiliging door één persoon opgetild kon worden’ was een misvatting van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] . Als [eiser CV 23-2614] had geweten dat de houten afdekplaat een veiligheidsvoorziening was die een trapgat afsloot, dan had hij deze nooit opgetild. 5.6.5. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] was degene die aanstuurde welke (onder)aannemer wanneer en in welke ruimte werkzaamheden moest verrichten. Hij kan [eiser CV 23-2614] dan ook niet tegenwerpen dat hij zelf een opruimtaak op zich heeft genomen, die nodig was voordat hij überhaupt met zijn schilderwerkzaamheden kon starten. In principe was het ieders taak om zijn eigen spullen op te ruimen en daarmee te zorgen voor een opgeruimde bouwplaats, maar als er dan toch nog spullen van diverse (onder)aannemers zijn blijven liggen, waardoor een ander zijn werkzaamheden niet kan starten, dan zullen die spullen door iemand opgeruimd moeten worden. Zoals [eiser CV 23-2614] heeft toegelicht tijdens de mondelinge behandeling, was het op de bouwplaats wel vaker een rommeltje en was het niet ongewoon dat hij opruimwerk verrichtte. Hij factureerde deze werkzaamheden dan als ‘meerwerk’ bij [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . Dat er een opruimploeg op de bouw aanwezig was, zoals [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, is door [eiser CV 23-2614] bij gebrek aan wetenschap betwist. Of deze opruimploeg er wel of niet was, maakt het oordeel ook niet anders. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] was de ochtend van het ongeval van [eiser CV 23-2614] niet aanwezig, [eiser CV 23-2614] kon hem dus niet vragen om de opruimploeg in te schakelen. [eiser CV 23-2614] wilde starten met zijn werkzaamheden en heeft ervoor gekozen de werkvloer samen met zijn collega’s vrij te maken om zo te kunnen starten met de werkzaamheden. 5.6.6. Verder heeft [eiser CV 23-2614] tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd betwist dat hij nimmer deelnam aan startbouwbesprekingen, althans hij kan zich geen uitnodiging herinneren waarop hij niet is ingegaan. Hierbij heeft [eiser CV 23-2614] gewezen op het tijdstip van het ongeval. Nederland zat op dat moment namelijk in een lockdown vanwege Corona en toen werd er geen dagelijkse dagstart gehouden. Dit is door [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] niet weersproken. 5.6.7. Ook de stelling dat [eiser CV 23-2614] bekend is geweest, althans bekend had moeten zijn, met de houten afdekplaat, omdat op de plek van het trapgat, vanuit de kelder gezien, door [eiser CV 23-2614] en zijn collega’s is geschilderd, wordt door de kantonrechter niet gevolgd. De onderkant van de houten afdekplaat (zoals te zien vanuit de kelder) is niet te zien in hal B en was als zodanig ook niet herkenbaar voor [eiser CV 23-2614] . Ook het standpunt dat [eiser CV 23-2614] ermee bekend had moeten zijn omdat hij op een eerder moment schilderwerkzaamheden in de kelder heeft verricht, passeert de kantonrechter. Van [eiser CV 23-2614] kan in redelijkheid niet verwacht worden dat als hij werkzaamheden in een kelder heeft verricht, hij op het moment dat hij op de verdieping erboven werkzaamheden verricht helder heeft dat en waar zich een trapgat bevindt. Conclusie 5.7. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft in zijn hoedanigheid van bouwbegeleider (die ook een zorgplicht heeft voor de veiligheid op de bouwplaats) onrechtmatig gehandeld jegens [eiser CV 23-2614] , omdat hij een houten afdekplaat als veiligheidsvoorziening heeft laten maken, die ondeugdelijk was, want deze was niet geborgd en/of gemarkeerd. Hierdoor heeft [eiser CV 23-2614] deze afdekplaat niet herkend als veiligheidsvoorziening en heeft hij deze bij het opruimen/vrijmaken van de vloer kunnen optillen/kantelen, waardoor het trapgat open kwam te liggen en [eiser CV 23-2614] daardoor naar beneden kon vallen. Deze gevaarzettende situatie heeft tot de (letsel)schade van [eiser CV 23-2614] geleid. Het vorenstaande kan aan [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] worden toegerekend, want hij heeft [eiser CV 23-2614] aan een groter risico blootgesteld dan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs verantwoord was (‘gevaarzetting’). 5.8. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] wordt daarom (mede) verantwoordelijk gehouden voor de ondeugdelijke veiligheidsvoorziening die heeft geleid tot het ongeval van [eiser CV 23-2614] . Omdat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] zijn AVB-verzekering tegen bedrijfs- c.q. beroepsaansprakelijkheid ten tijde van het ongeval had ondergebracht bij NN en het ongeval conform artikel 7:941 BW door [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] aan NN is gemeld, kan [eiser CV 23-2614] op grond van artikel 7:954 lid 1 BW verlangen dat NN, indien zij tot uitkering verplicht is, die uitkering - voor zover strekkende tot vergoeding van de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van het ongeval geleden schade - aan [eiser CV 23-2614] verricht. Het risico waartegen [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] zich als bouwbegeleider heeft verzekerd, heeft zich namelijk verwezenlijkt. Het afzonderlijk gevoerde dekkingsverweer van NN 5.9. De kantonrechter is van oordeel dat NN tot uitkering verplicht is. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft tijdens de mondelinge behandeling namelijk gemotiveerd weersproken dat hij als hoofduitvoerder op de bouw heeft gefungeerd in plaats van als bouwbegeleider. Het verweer van NN dat schade voortvloeiend uit andere activiteiten (zoals handelen als hoofduitvoerder) buiten de dekking valt, verliest daarmee zijn belang. De kantonrechter zal dit oordeel later - in de vrijwaringszaak van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] tegen NN (rov. 6.6) - nader motiveren. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR 5.10. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR stellen zich - kort gezegd - op het standpunt dat bij de door [eiser CV 23-2614] verrichte opruimwerkzaamheden (waaruit het ongeval is ontstaan) geen sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 7:658 lid 4 BW. Voor zover de kantonrechter oordeelt dat dit wel het geval is, menen [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] aan haar zorgplicht jegens [eiser CV 23-2614] heeft voldaan. Ter onderbouwing van dit standpunt voeren [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR het volgende als verweer aan. Geen artikel 7:658 lid 4 BW-situatie 5.10.1. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft per e-mail van 16 maart 2020 en opvolgende e-mailwisseling van 26 maart 2020, 9 april 2020 en 1 mei 2020, met tussenkomst van [A] , verbonden aan [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] , van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] de opdracht gekregen voor het uitvoeren van het schilderwerk van bedrijfsruimten voor het project " [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] te [plaats] ". [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft per e-mail van 15 april 2020 de opdracht van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] één op één naar [eiser CV 23-2614] doorgestuurd. Uit de opdracht volgt dat [eiser CV 23-2614] de spuitwerkzaamheden diende uit te voeren in de kelder en in de loods/hal van het pand van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] . Meer precies diende [eiser CV 23-2614] wanden, kolommen en plafonds te spuiten. [eiser CV 23-2614] is een schildersbedrijf dat al jaren is gespecialiseerd in verfspuiten en voor de uitvoering van de opdracht had [eiser CV 23-2614] eigen mensen meegenomen. Uit het uittreksel van de kamer van koophandel volgt dat [eiser CV 23-2614] zijn bedrijf, [handelsnaam eiser CV 23-2614] V.O.F, met ingang van 1 januari 2020 heeft opgericht. Ten tijde van het ongeval ging het dus niet om een kleine zelfstandige die schilderwerkzaamheden ging verrichten voor [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . Evenmin is relevant dat [handelsnaam eiser CV 23-2614] V.O.F. vaker door [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] werd ingeschakeld. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] wist niets van de opruimwerkzaamheden die door [eiser CV 23-2614] werden uitgevoerd. Deze vielen buiten de schilderwerkzaamheden die [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] aan [eiser CV 23-2614] had opgedragen. [eiser CV 23-2614] is dus - zonder enige mededeling aan [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] - in opdracht van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] of op eigen initiatief - op 7 mei 2020 opruimwerkzaamheden gaan verrichten, die buiten de opdracht/schilderwerkzaamheden vielen die [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] aan [eiser CV 23-2614] had opgedragen. Kortom, [eiser CV 23-2614] kan geen beroep doen op artikel 7:658 lid 4 BW, want hij heeft in de uitvoering van zijn schilderwerkzaamheden voor [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] niet gehandeld als "een persoon" of als een "zelfstandige zonder personeel" zoals is bedoeld in lid 4 van artikel 7:658 BW. [eiser CV 23-2614] heeft ten tijde van het ongeval gehandeld in de uitoefening van zijn eigen vennootschap onder firma als specialist in spuitwerkzaamheden en met zijn eigen personeel. Dat brengt met zich mee dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] op grond van artikel 7:658 lid 4 BW niet als werkgever van [eiser CV 23-2614] is te beschouwen. 5.10.2. Verder is van belang dat [eiser CV 23-2614] als eigenaar/directeur van zijn eigen vennootschap onder firma zelf juist invloed had op de wijze waarop en de omstandigheden waaronder hijzelf en zijn mensen/personeel werkzaamheden dienden te verrichten. Hij heeft zelf - zonder enig overleg met [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] - opruimwerkzaamheden uitgevoerd. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] had geen enkele zeggenschap over deze opruimwerkzaamheden. Naast bij [eiser CV 23-2614] zelf, lag de zeggenschap over de wijze waarop en de omstandigheden waaronder [eiser CV 23-2614] en zijn personeel de opruimwerkzaamheden dienden uit te voeren bij [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] die door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] als bouwbegeleider van het project is ingeschakeld. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] had de dagelijkse leiding en hield zich bezig met het aansturen van de (onder-) aannemers op de bouwlocatie. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , die door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] is ingeschakeld, was verantwoordelijk voor de veiligheid op de bouwlocatie en het treffen van veiligheidsvoorzieningen op de bouwlocatie. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] kon bepalen op welke plaats en onder welke omstandigheden [eiser CV 23-2614] zijn werkzaamheden diende uit te voeren. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] was degene die de coördinatie van de werkzaamheden op zich nam en er voor zorgde dat de werknemers op de bouwlocatie werden geïnstrueerd. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , [A] ( [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] ) en/of [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] waren dus verantwoordelijk voor het treffen van veiligheidsmaatregelen op de bouwlocatie in de zin van artikel 7:658 BW. Dat volgt ook uit het feit dat niet [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] de betreffende trapgatafdichting heeft geplaatst, maar dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] dit heeft laten maken en plaatsen. Als sprake was van onvoldoende waarschuwingen en/of markeringen van de afdekking van het trapgat, dan had het op de weg van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] of [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] gelegen om deze veiligheidsmaatregelen te treffen. Hierop had [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] (als kleine onderaannemer op de bouwlocatie) geen enkele invloed. De zeggenschap over de inrichting van de werkzaamheden en de omstandigheden waaronder [eiser CV 23-2614] zijn (opruim)werkzaamheden diende te verrichten, rustte dan ook op [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] . Uit het voorgaande blijkt dat [eiser CV 23-2614] voor de uitvoering van de (opruim)werkzaamheden voor de zorg van zijn veiligheid niet afhankelijk was van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] maar afhankelijk was van of zichzelf of van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , [A] en/of [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] . Dat brengt met zich mee dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] op grond van artikel 7:658 lid 4 niet als werkgever van [eiser CV 23-2614] is te beschouwen. Geen schending zorgplicht 5.10.3. Mocht toch sprake zijn van een artikel 7:658 lid 4 BW situatie, dan menen [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft voldaan aan haar zorgverplichting en om die reden niet aansprakelijk te achten is voor het [eiser CV 23-2614] overkomen ongelukkig voorval. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft de juiste adequate werkmaterialen/gereedschappen ter beschikking gesteld aan [eiser CV 23-2614] ten behoeve van de gegeven opdracht. Ook heeft [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] de vereiste maatregelen getroffen en aanwijzingen gegeven die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat [eiser CV 23-2614] in de uitoefening van zijn opgedragen werkzaamheden schade zou lijden. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft veiligheid hoog in het vaandel staan. Zij streeft ernaar te zorgen voor een optimaal werkklimaat voor haar medewerkers en derden en wil dit bereiken in samenspraak met haar medewerkers en klanten. Met het oog daarop wordt een VGM-beleid gevoerd. Deze informatie is ook aan [eiser CV 23-2614] overhandigd. Daarbij is het bedrijf van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] volledig VCA gecertificeerd en dienen dus alle medewerkers (waaronder ook de door [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ingeschakelde partijen) in het bezit te zijn van een VCA-diploma. Om de veiligheid van de werknemers en van de ingeschakelde zzp'ers te waarborgen werden op de verschillende projecten werkplekinspecties gehouden om toe te zien op de veiligheid. Ook worden dan de gebruikte materialen van de door verzekerde ingehuurde zzp-ers gekeurd. Dat gebeurde ook ten tijde van het project te [plaats] . [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] was wekelijks aanwezig op de bouw om toezicht te houden op de werkzaamheden en de veiligheid. Relevant in het kader van de zorgverplichting is ook dat [eiser CV 23-2614] een gespecialiseerde verfspuiter is met al vele jaren ervaring. Ook was/is [eiser CV 23-2614] VCA gecertificeerd. Ten tijde van het ongeval handelde [eiser CV 23-2614] in de uitvoering van zijn eigen vennootschap onder firma. Van [eiser CV 23-2614] , met veel ervaring, met zijn eigen vennootschap en zijn eigen mensen, mag dan ook een zekere zelfstandigheid worden verlangd. Van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] kan redelijkerwijs niet worden verlangd dat voortdurend toezicht wordt gehouden en/of instructies worden gegeven. Zeker niet op werkzaamheden die buiten de opdracht van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] vielen. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft al het redelijke gedaan wat van haar redelijkerwijs in verband met de aard van het werk en de ervaring en opleiding van [eiser CV 23-2614] kon worden gevergd. Van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] kan rederlijkwijs niet verlangd worden dat de zorgverplichting ook strekt tot andere opdrachten die [eiser CV 23-2614] - handelend in de uitvoering van zijn eigen vennootschap - zonder enige mededelingen aan [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] op eigen initiatief of in opdracht van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft uitgevoerd. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] hoefde er geen rekening mee te houden dat [eiser CV 23-2614] , buiten de gegeven opdracht, opruimwerkzaamheden zou gaan verrichten. Van dit eigen handelen van [eiser CV 23-2614] was [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] niet op de hoogte. Er was aldus ook geen enkele aanleiding voor [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] om maatregelen te treffen en/of nadere instructies te verstrekken. Oordeel kantonrechter 5.11. De kantonrechter oordeelt met betrekking tot het verweer van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR het volgende. Aansprakelijkheid artikel 7:658 lid 4 BW 5.11.1. Op grond van artikel 7:658 lid 4 BW is hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft (in dit geval: [eiser CV 23-2614] ), aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de opdrachtgever ( [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ) aantoont dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. 5.11.2. Als onweersproken staat vast dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] per e-mail van 15 april 2020 de overeenkomst van opdracht van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] aan haar één op één naar [eiser CV 23-2614] heeft doorgestuurd. Uit de opdracht volgt dat [eiser CV 23-2614] verf/spuitwerkzaamheden diende uit te voeren in de kelder en in de loods/hal van het pand van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] . Conform de overeenkomst van 15 april 2020 heeft [eiser CV 23-2614] spuitwerkzaamheden uitgevoerd. Ten tijde van het ongeval had [eiser CV 23-2614] als rechtsvorm een eenmanszaak en geen vennootschap onder firma. Na het ongeval heeft hij - met terugwerkende kracht - zijn eenmanszaak omgezet in een vof om zijn bedrijf te kunnen behouden, zoals [eiser CV 23-2614] heeft toegelicht tijdens de mondelinge behandeling. Echter, om als “een persoon” in de zin van artikel 7:658 lid 4 BW te kunnen worden aangemerkt, is bepalend of [eiser CV 23-2614] zich, wat betreft de door de [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] in acht te nemen zorgverplichtingen, in een met een werknemer van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] vergelijkbare positie bevindt. Dit betekent dat hij voor de zorg van zijn veiligheid (mede) afhankelijk moet zijn van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . Of dit het geval is, wordt onder meer bepaald door de feitelijke verhouding tussen [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en [eiser CV 23-2614] , de aard van verrichte werkzaamheden en de mate waarin [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] , al dan niet door middel van hulppersonen, invloed heeft op de werkomstandigheden van [eiser CV 23-2614] en de daarmee verband houdende veiligheidsrisico’s. Partijen hebben over deze punten het volgende aangevoerd. De feitelijke verhouding tussen [eiser CV 23-2614] en [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] 5.11.3. [eiser CV 23-2614] ontving al zo’n vier à vijf jaar opdrachten van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] , wat goed was voor een groot deel van zijn omzet. Daarbij wijst [eiser CV 23-2614] ook op de ‘enorme’ marge die [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] had op het werk dat door [eiser CV 23-2614] werd uitgevoerd. Verder leverde [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] de verf en de bedrijfskleding aan. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft tijdens de mondelinge verklaring verklaard dat door [eiser CV 23-2614] meestal haar bedrijfskleding werd gedragen, maar niet altijd. De mate waarin [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] invloed had op de werkomstandigheden van [eiser CV 23-2614] 5.11.4. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] contracteerde met [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] (middels [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] ), zij heeft een VGM-deelplan ingeleverd, was/mocht aanwezig zijn bij coördinatie- en werkbesprekingen die [A] dan wel [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] met de aannemers voerde en was regelmatig ter plaatse om de werkomstandigheden en de vorderingen van het werk te bekijken. Ook op 6 mei 2020, de dag voor het ongeval, was [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] op de werkplek aanwezig. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft, zoals verklaard aan de Inspectie SZW, foto’s gemaakt van de ruimte in hal B, waaruit bleek dat de vloer nog vol lag met bouwmaterialen. Dit staat volgens [eiser CV 23-2614] haaks op haar later ingenomen standpunt dat zij er niet van op de hoogte was dat er opruimwerkzaamheden (door [eiser CV 23-2614] ) verricht zouden (moeten) worden, voordat de afplak- en spuitwerkzaamheden konden plaatsvinden. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft er voor gekozen om haar V&G-coördinator, althans een van de projectleiders die [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] in dienst heeft, niet op dit project in te zetten en daarmee in feite gebruik heeft gemaakt van “hulppersonen” zoals [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , aldus [eiser CV 23-2614] . De aard van de verrichte werkzaamheden 5.11.5. Op 7 mei 2020 zou [eiser CV 23-2614] het plafond in hal B spuiten. Om deze opdracht uit te kunnen uitvoeren, moest de vloer van hal B vrij zijn, anders kon de aanwezige schaarwerker die nodig was voor het afplakken en (tex)spuiten van het plafond niet, althans niet goed, gebruikt worden. [eiser CV 23-2614] deed en factureerde regelmatig meerwerk (waaronder opruimwerk) aan [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft zelf ten overstaan van de Inspectie SZW verklaard dat zij de toestemming voor meerwerk door [eiser CV 23-2614] niet vooraf hoeft te geven, en dat alles op basis van redelijkheid en billijkheid gaat. Deze werkwijze heeft [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] tijdens de mondelinge behandeling nogmaals bevestigd. Eén keer in de twee maanden mocht [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] meerwerk factureren bij [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en dit betrof zoals gezegd “hele lijsten”. De daarmee verband houdende veiligheidsrisico’s 5.11.6. Aan de werkzaamheden van [eiser CV 23-2614] , het (tex)spuiten in een bedrijfspand dat in aanbouw is, zijn veiligheidsrisico’s verbonden. 5.11.7. Uit het voorgaande (5.11.3 tot en met 5.11.6) volgt dat [eiser CV 23-2614] in de feitelijke verhouding tot [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] in grote mate gelijkenis vertoont met een werknemer van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . [eiser CV 23-2614] ontving opdrachten, verf en bedrijfskleding. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] had invloed op de werkomstandigheden en veiligheidsrisico’s. Ook tijdens het opruimen was [eiser CV 23-2614] nog steeds met "de uitoefening van het werk voor [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ” bezig, deze werkzaamheden factureerde [eiser CV 23-2614] immers ook conform afspraak aan [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . De stelling van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] voor de veiligheid van de opruimwerkzaamheden niet verantwoordelijk was, moet dus worden verworpen. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] was er, als opdrachtgever in de zin van artikel 7:658 lid 4 BW, volgens [eiser CV 23-2614] wel degelijk verantwoordelijk voor dat de situatie ter plaatse, en dus ook de afdichtingsconstructie, zo veilig mogelijk zou zijn, althans zij was er ten opzichte van [eiser CV 23-2614] verantwoordelijk voor hier kennis van de hebben, en [eiser CV 23-2614] daarvan in kennis te stellen. De kantonrechter is - alles wat is aangevoerd in onderling verband bezien - van oordeel dat bij de door [eiser CV 23-2614] verrichte opruimwerkzaamheden (waaruit het ongeval is ontstaan) wel degelijk sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 7:658 lid 4 BW. Schending zorgplicht 5.11.8. Op grond van artikel 7:658 lid 4 BW is [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] aansprakelijk voor de schade die [eiser CV 23-2614] in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] aantoont dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] hierin niet geslaagd is. Dat wordt als volgt toegelicht. 5.11.9. Niet in geschil is dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] een VGM-beleid voert, dat zij volledig VCA gecertificeerd is en dat alle medewerkers (waaronder ook de door [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ingeschakelde partijen, zoals [eiser CV 23-2614] ) in het bezit dienen te zijn van een VCA-diploma. Evenmin is in geschil dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] werkplekinspecties hield (op de bouwplaats van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] wekelijks) waarbij ook werd toegezien op de veiligheid en dat zij (adequate) werkmaterialen/gereedschappen ter beschikking heeft gesteld aan [eiser CV 23-2614] ten behoeve van de gegeven opdracht. Het VGM-plan dat door [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] aan [eiser CV 23-2614] is uitgereikt is echter een algemeen document dat niet is toegespitst op een bepaald project en de daaraan specifiek verbonden veiligheidsrisico’s. [eiser CV 23-2614] werd daarin dus niet geïnformeerd over de specifieke locatie, bijvoorbeeld waar zich op de werklocatie trapsparingen bevonden en hoe die waren afgedicht. In het VGM-plan wordt enkel in algemene bewoordingen aangegeven dat aangebrachte (veiligheids-)voorzieningen zoveel mogelijk in stand worden gelaten. Probleem is echter dat [eiser CV 23-2614] , toen hij de afdekplaat optilde, zich er niet van bewust was dat dit een veiligheidsvoorziening betrof ter afdichting van een trapsparing. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] is op 6 mei 2020, dus daags voor het ongeval, nog in hal B geweest. Hierover heeft [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] het volgende verklaard tegen de Inspectie SZW: De foto’s die [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] aan de Inspectie SZW heeft getoond zijn door [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] niet in het geding gebracht, maar de kantonrechter gaat ervan uit dat de vloer in hal B ook ’s-ochtends op 7 mei 2020 nog vol lag met bouwmaterialen. Dat dit niet het geval zou zijn, is gesteld noch gebleken en wordt bevestigd door de foto’s die op 6 mei 2020 door [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] zijn gemaakt. Verder is gesteld noch gebleken dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] de houten afdekplaat heeft opgemerkt, of actie heeft ondernomen om de vloer op te (laten) ruimen, zodat [eiser CV 23-2614] de volgende dag zonder voorafgaand opruimwerkzaamheden te verrichten (veilig) zijn spuitwerkzaamheden kon doen, terwijl dit wel op haar weg had gelegen. Immers, [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] was er (als opdrachtgever in de zin van artikel 7:658 lid 4 BW) verantwoordelijk voor dat de situatie ter plaatse, en dus ook de houten afdekplaat, zo veilig mogelijk zou zijn. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] diende in ieder geval kennis te hebben van de (gevaarzettend gebleken) situatie rondom deze afdichtingsconstructie en [eiser CV 23-2614] daarvoor te waarschuwen. Dit is niet gebeurd. 5.11.10. Tot slot wijzen [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR nog op het Dakdekkersarrest, ter onderbouwing van hun stelling dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van haar kon worden verwacht indachtig de aard van het werk enerzijds, en de werkervaring c.q. opleiding van [eiser CV 23-2614] anderzijds. Hiermee miskennen zij, zoals [eiser CV 23-2614] ook heeft aangevoerd, dat een werkgever ook verantwoordelijk is voor de veiligheid van ervaren werknemers en steeds rekening dient te houden met het verschijnsel dat ook die werknemers wel eens nalaten de voorzichtigheid in acht te nemen die ter voorkoming van ongelukken geraden is en dat - in geval van [eiser CV 23-2614] - de bekendheid of de kennis die [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] zou moeten hebben met de aan het werk verbonden risico’s (zoals dat in een te bouwen pand trapsparingen aanwezig zullen zijn) en het treffen van veiligheidsmaatregelen, niet enkel aan het inzicht van [eiser CV 23-2614] had mogen overlaten. Conclusie 5.12. Gelet op het vorenstaande is [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] op grond van artikel 7:658 lid 4 BW (mede) aansprakelijk voor de schade die [eiser CV 23-2614] in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt of heeft geleden. Omdat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] zijn verzekering tegens bedrijfs- c.q. beroepsaansprakelijkheid ten tijde van het ongeval had ondergebracht bij ASR en het ongeval conform artikel 7:941 BW door [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] aan ASR is gemeld, kan [eiser CV 23-2614] op grond van artikel 7:954 lid 1 BW verlangen dat ASR, indien zij tot uitkering verplicht is, die uitkering - voor zover strekkende tot vergoeding van de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van het ongeval geleden schade - aan [eiser CV 23-2614] verricht. Het risico waartegen [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] zich heeft verzekerd, heeft zich namelijk verwezenlijkt. Vorderingen in de hoofdzaak De gevorderde verklaringen voor recht 5.13. Vorenstaande betekent dat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] , [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden voor de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van het ongeval van 7 mei 2020 geleden en nog te lijden schade en dat AIG, NN en ASR op grond van de directe actie ex artikel 7:954 BW (hoofdelijk) verplicht zijn de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van het ongeval van 7 mei 2020 geleden en nog te lijden schade volledig te vergoeden. De door [eiser CV 23-2614] onder 1. gevorderde verklaringen voor recht zullen dan ook worden afgegeven. Schadevergoeding, nader op te maken bij staat 5.14. De onder 2. gevorderde hoofdelijke veroordeling tot vergoeding van de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van het ongeval van 7 mei 2020 geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat, vermeerderd met de wettelijke rente (vanaf het ontstaan van de schade) zal worden toegewezen, zoals onder de beslissing vermeld. Proceskostenveroordeling 5.15. Alle gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. 5.15.1. De proceskosten van [eiser CV 23-2614] worden begroot op: - kosten van de dagvaardingen € 801,97 - griffierecht € 86,00 - salaris gemachtigde € 2174,00 (2 punten × € 1087,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 3.196,97 5.15.2. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5.15.3. De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. 6. De procedures in vrijwaring, in onder vrijwaring en in onder onder vrijwaring 6.1. Hierna zal de kantonrechter per vrijwaringsprocedure beoordelen in hoeverre partijen in hun onderlinge verhouding (al dan niet deels) draagplichtig zijn. 6.2. De kantonrechter zal allereerst (per zaaknummer) de vrijwaringsprocedures beoordelen, waarin [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als eisende partij optreedt en daarbij ook de daarvan afgeleide onder vrijwaring van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] op [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] meenemen. In de hoofdzaak is op 23 november 2023 een tussenvonnis gewezen waarin [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] toestemming heeft gekregen om [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] , [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] , [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] , NN en [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] in vrijwaring op te roepen. Tegen [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] is [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] uiteindelijk geen vrijwaringsprocedure gestart. Daarna zal de kantonrechter (per zaaknummer) de vrijwaringsprocedures van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR beoordelen jegens [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en tenslotte ook de daarvan afgeleide onder vrijwaring van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] op [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] en de onder onder vrijwaring van [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] op [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] . [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als eisende partij in vrijwaring tegen [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] , [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en NN 6.3. 10837527 10837527 CV EXPL 23-7712 ( [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] tegen [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ): 6.3.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met 8 producties van 5 december 2023, waarin [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] in vrijwaring heeft opgeroepen, de conclusie van antwoord met 7 bijlagen van 7 maart 2024 van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . 6.3.2. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] vordert dat de kantonrechter, zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak aanhangig onder zaaknummer: 10486568 CV EXPL 23-2614, [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] veroordeelt om: 1. aan [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] te betalen datgene, waartoe [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als gedaagde in de hoofdzaak jegens [eiser CV 23-2614] mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling, 2. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] te veroordelen in de kosten van het geding in deze vrijwaring, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na-)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, één en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. 6.3.3. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] voert ter onderbouwing van de vordering aan dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] gehouden is [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in deze zaak te vrijwaren, omdat - waar het de contractuele verantwoordelijkheid betreft - geldt dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] de partij is die als hoofdaannemer 'boven' [eiser CV 23-2614] verantwoordelijk is, nu tussen [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en [eiser CV 23-2614] een contractuele relatie bestaat en het niet aan [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] maar aan [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] was (op grond van de hem gegeven opdracht aan [eiser CV 23-2614] om te schilderen) de ruimte te ontruimen indien dat noodzakelijk was. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] gaf immers opdracht tot de schilderwerkzaamheden (en tot opruimen en schoonmaken) en niet [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in de hoedanigheid van bouwbegeleider. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] verwijst in dit verband ook naar het VGM-deelplan dat door [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] is opgesteld, waarin de verantwoordelijkheid voor tal van veiligheidsaspecten uitdrukkelijk bij [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] ligt. 6.3.4. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft verweer gevoerd en concludeert dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] niet ontvankelijk dient te worden verklaard, dan wel dat diens vordering dient te worden afgewezen en dat hij veroordeeld dient te worden in de kosten van de onderhavige procedure, dit alles te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en voor het geval de (na-)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, uitvoerbaar bij voorraad. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft - kort samengevat – als meest vertrekkende verweer aangevoerd dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] de trapafdichting heeft laten plaatsen. Het had volgens [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] dus op de weg van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] gelegen om veiligheidsmaatregelen te treffen en de bewuste trapafdichting te voorzien van randbeveiliging, waarschuwingen en/of markeringen. De beoordeling van de kantonrechter 6.3.5. De kantonrechter is van oordeel dat in de onderlinge verhouding tussen [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] , [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] verplicht is tot vergoeding van de schade van [eiser CV 23-2614] , en niet [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] , omdat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] degene is die de houten afdekplaat als veiligheidsvoorziening heeft laten maken. Deze was als veiligheidsvoorziening, zoals hiervoor overwogen (vgl. rov. 5.8), ondeugdelijk, want de houten afdekplaat was niet geborgd en/of gemarkeerd. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] moet in dat kader [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] vrijwaren en dus niet andersom, zoals [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in deze vrijwaringsprocedure, als eisende partij vordert. De kantonrechter overweegt daarover verder als volgt. 6.3.6. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] had als bouwbegeleider de verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over het reilen en zeilen van het gehele bouwproces. Hij was degene die aanstuurde welke (onder-)aannemer wanneer en in welke ruimte werkzaamheden moest verrichten. Van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] mocht dus worden verwacht dat hij bij de werkzaamheden van de (onder-) aannemers in voldoende mate aandacht zou besteden aan de veiligheid op de bouwplaats. Hij kan [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] dan ook niet tegenwerpen dat zij de partij is die als hoofdaannemer “boven” [eiser CV 23-2614] verantwoordelijk is geweest voor de omstandigheid dat [eiser CV 23-2614] hal B is gaan opruimen. Dit was namelijk nodig voordat überhaupt met de schilderwerkzaamheden kon worden begonnen, want het was op de bouwplaats wel vaker ‘een rommeltje’, zoals door [eiser CV 23-2614] tijdens de mondelinge behandeling onweersproken is gesteld. Het had op de weg van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] gelegen om ervoor te zorgen dat de (onder-)aannemer die voor [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] / [eiser CV 23-2614] werkzaamheden heeft verricht in hal B, de bouwplaats opgeruimd achter zou laten of om daarvoor een opruimploeg in te schakelen. Verder is het [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] geweest die [eiser CV 23-2614] aan een groter risico heeft blootgesteld dan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs verantwoord was (‘gevaarzetting’) en niet [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] . Immers, [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft de houten afdekplaat als veiligheidsvoorziening laten maken, die niet geborgd en/of gemarkeerd was. Hierdoor heeft [eiser CV 23-2614] deze afdekplaat niet herkend als veiligheidsvoorziening en heeft hij deze bij het opruimen/vrijmaken van de vloer kunnen optillen/kantelen, waardoor het trapgat open kwam te liggen en [eiser CV 23-2614] daardoor naar beneden kon vallen. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] heeft daarbij geen bemoeienis gehad. 6.3.7. Vorenstaande leidt tot de slotsom dat de vrijwaringsvordering van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] jegens [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] moet worden afgewezen. 6.3.8. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten × € 271,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 677,00 6.3.9. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 6.4. 10837521 CV EXPL 23-7711 ( [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] ): 6.4.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met 8 producties van 5 december 2023, waarin [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] in vrijwaring heeft opgeroepen, het incident tot oproeping in onder vrijwaring van 8 februari 2024, waarin [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG de kantonrechter hebben verzocht om [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] in onder vrijwaring te mogen oproepen, de conclusie van antwoord van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in onder vrijwaring van 7 maart 2024, met 1 productie, de akte uitlaten producties van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG van 21 maart 2024, het vonnis in het incident van 18 april 2024, de conclusie van antwoord van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] van 16 mei 2024. 6.4.2. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] vordert dat de kantonrechter, zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak aanhangig onder zaaknummer: 10486568 CV EXPL 23-2614, [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] veroordeelt om: 1. aan [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] te betalen datgene, waartoe [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als gedaagde in de hoofdzaak jegens [eiser CV 23-2614] mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling, 2. [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] te veroordelen in de kosten van het geding in deze vrijwaring, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na-)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, één en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. 6.4.3. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] voert als grondslag van zijn vordering aan dat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] gehouden is [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in deze zaak te vrijwaren, omdat zij opdrachtgever is van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , zodat zij aansprakelijk is voor diens doen en nalaten. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] verwijst voor de verdere onderbouwing van zijn standpunt naar hetgeen door hem gesteld is onder de punten 49 van de door [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] overgelegde conclusie van antwoord van 24 augustus 2023 in de hoofdzaak. Onder punt 49 heeft [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ten aanzien van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] (enkel) het volgende gesteld: 6.4.4. [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] voert verweer en concludeert om de vorderingen in vrijwaring van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] af te wijzen met veroordeling van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in de proceskosten alsmede in de nakosten, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande 14 dagen na het vonnis wanneer [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in gebreke blijft de proceskosten en de nakosten te voldoen. [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] heeft - kort samengevat - als verweer gevoerd dat niet zij, maar [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] de partij was die ter plaatse aanwezig was en de concrete werkzaamheden aan de bouwvakkers opdroeg, waarbij mede van belang is dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] zelf de trapgatafdichting heeft laten maken die door [eiser CV 23-2614] ten tijde van de opruimwerkzaamheden is opgetild. De beoordeling van de kantonrechter 6.4.5. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] dient gemotiveerd te stellen dat tussen hem en [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] een rechtsverhouding bestaat die voor [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] een verplichting meebrengt [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] te vrijwaren voor de gevolgen van een mogelijke veroordeling in de hoofdzaak. Aan dit vereiste heeft [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] niet voldaan. Dat wat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] daartoe heeft gesteld in zijn inleidende dagvaarding, namelijk dat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] opdrachtgever is van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ‘zodat zij aansprakelijk is voor diens doen/handelen en nalaten’ is daartoe onvoldoende. Zonder nadere toelichting van de (grondslag van
  9. de)vordering die ontbreekt, is deze vordering niet toewijsbaar. Het verweer van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] in deze vrijwaringsprocedure behoeft daarom geen verdere bespreking meer. 6.4.6. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten × € 271,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 677,00 6.4.7. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 6.5. 11094103 CV EXPL 24-3215 ( [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] tegen [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] ) 6.5.1. De afwijzing van de vordering in de vrijwaringsprocedure van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] heeft eveneens tot gevolg dat ook de vorderingen in de daaraan gelieerde procedure in onder vrijwaring van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] op [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] worden afgewezen. Immers, de beslissing in de vrijwaringszaak valt voor [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] voordelig uit: de vorderingen van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] worden afgewezen, met veroordeling van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in de proceskosten. [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] heeft in deze vrijwaringsprocedure dus geen verhaal (nodig) op [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] . Alles wat in het kader van deze onder vrijwaringsprocedure door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] is aangevoerd, behoeft daarom geen verdere bespreking meer. 6.5.2. Naar het oordeel van de kantonrechter kan in deze onder vrijwaringsprocedure geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 6.6. 10837488 CV EXPL 23-7710 ( [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] tegen NN) 6.6.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met 8 producties van 5 december 2023, waarin [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] NN in vrijwaring heeft opgeroepen, de conclusie van antwoord van NN met 8 bijlagen van 8 februari 2024. 6.6.2. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] vordert dat de kantonrechter, zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak aanhangig onder zaaknummer: 10486568 CV EXPL 23-2614, NN veroordeelt om: 1. om aan [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] te betalen datgene, waartoe [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als gedaagde in de hoofdzaak jegens [eiser CV 23-2614] mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling, 2. NN te veroordelen in de kosten van het geding in deze vrijwaring, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na-)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, één en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. 6.6.3. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] voert - kort samengevat - als grondslag van zijn vordering aan dat NN gehouden is [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in deze zaak te vrijwaren, omdat zij, als de AVB-verzekeraar van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , dekking moet verlenen indien [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] wordt veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding aan [eiser CV 23-2614] . 6.6.4. NN voert verweer en concludeert om de door [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ingestelde vorderingen af te wijzen en [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] te veroordelen in de kosten van deze procedure en in de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening. NN heeft - kort samengevat - als verweer aangevoerd dat er geen sprake van een verzekerde hoedanigheid op basis waarvan NN onder de betreffende AVB-polis dekking zou moeten verlenen. De werkzaamheden en verantwoordelijkheden die [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als (hoofd)uitvoerder op zich heeft genomen, namelijk de verantwoordelijkheid voor toezicht en veiligheid op de bouw, vallen buiten de verzekerde hoedanigheid. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] is alleen verzekerd voor de werkzaamheden ‘bouwbegeleiding’. NN is daarom niet gehouden tot het vrijwaren van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ten aanzien van de vordering die [eiser CV 23-2614] tegen [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] instelt in de aanhangige hoofdzaak. De beoordeling van de kantonrechter 6.6.5. Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] op 7 november 2019, via zijn tussenpersoon, een aanvraag Zekerheidspakket Bouw bij NN heeft aangevraagd. De aangevraagde verzekering is per 1 januari 2020 ingegaan. Als verzekerd beroep/bedrijf/activiteiten is daarbij - evenals in het aanvraagformulier - vermeld: [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft bij NN op 22 juli 2020 melding gemaakt van een ongeval op een bouwplaats nadat hij aansprakelijk was gesteld door [eiser CV 23-2614] . Na ontvangst van de schademelding van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] heeft NN bureau [B] ingeschakeld om onderzoek te doen naar het ongeval en de betrokkenheid van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] daarbij. Uit het toedrachtsrapport van [B] van 6 april 2021 volgde, zoals NN stelt, dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] werkzaamheden als hoofduitvoerder heeft verricht voor [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] . Zo blijkt uit het rapport dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] (hoofd)uitvoerder was en bovendien ook verantwoordelijk voor de veiligheid op de bouw. In het VGM-plan wordt [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ook aangemerkt als “hoofduitvoerder”. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] moest begrijpen dat de werkzaamheden van een hoofduitvoerder met de vergaande verantwoordelijkheden die hij op zich heeft genomen, buiten de verzekerde hoedanigheid van een “bouwbegeleider” vielen, aldus NN. NN heeft zich daarom op het standpunt gesteld dat de door [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] uitgevoerde werkzaamheden niet onder de verzekerde hoedanigheid vallen en heeft hem vervolgens dekking ontzegt. NN heeft uitvoerig uitgelegd dat bouwbegeleider en hoofduitvoerder twee verschillende functies zijn waarbij onder andere de mate van verantwoordelijkheid tussen deze twee functies enorm verschilt. 6.6.6. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] gemotiveerd betwist dat hij als (hoofd)uitvoerder op de bouwplaats fungeerde. Het VGM-plan waarnaar [B] heeft verwezen, is (in template) door [A] ( [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] ) naar [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] toegestuurd, maar is door [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] nooit ondertekend. Gesteld noch gebleken is dat er een aangepast of ondertekend VGM-plan is. [A] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat deze template maar deels bruikbaar was, omdat hierin allerlei rollen zijn toebedeeld aan een projectleider, terwijl er op deze bouw door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] geen projectleider of hoofdaannemer was aangesteld. [gedaagde CV 24-3213 & 24-3215 & eiser CV 24-7944] maakte namelijk enkel gebruik van neven- en onder aanneming. [A] was dus géén projectleider van de bouw en [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] was geen (hoofd)uitvoerder, zoals vermeldt staat in deze template. [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] fungeerde (slechts) als bouwbegeleider, zoals overeengekomen in de overeenkomst van bouwbegeleiding van 6 december 2018. Daarin staat ook opgenomen wat onder bouwbegeleiding verstaan moet worden. Veiligheid is geen taak die (specifiek) bij [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] is belegd. Dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] verantwoordelijk zou zijn voor de veiligheid op de bouwplaats wordt in de overeenkomst van bouwbegeleiding niet genoemd. Zoals hiervoor in de hoofdzaak is overwogen, is [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ook als bouwbegeleider (mede) verantwoordelijk voor de veiligheid op de bouwplaats. Voor zover NN heeft aangevoerd dat hieruit zou volgen dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] als (hoofd)uitvoerder moet worden gekwalificeerd, wordt deze stelling door de kantonrechter verworpen. De conclusie is dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] bouwbegeleider is op het project. Tijdens de mondelinge behandeling heeft NN (nogmaals) verklaard dat [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , in het geval dat komt vast te staan dat hij bouwbegeleider is, dan dekking heeft onder de door hem afgesloten verzekering. Vorenstaande leidt dus tot de slotsom dat NN dekking moet verlenen aan [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] . Dit betekent dat de vrijwaringsvordering van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] jegens NN toewijsbaar is. 6.6.7. NN is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten × € 271,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 677,00 6.6.8. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR als eisende partij in vrijwaring tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] 6.7. 10843103 CV EXPL 23-7751 ( [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] ) 6.7.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met 8 producties van 6 december 2023, het incident tot oproeping in onder vrijwaring van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en AIG van 8 februari 2024, de conclusie van antwoord van [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] met 8 producties van 8 februari 2024, het antwoord in het incident van [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR van 7 maart 2024, het vonnis in het incident 18 april 2024, de conclusie van antwoord van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] van 16 mei 2024. 6.7.2. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR vorderen dat de kantonrechter, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en gelijktijdig met het vonnis in de hoofdzaak, [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] veroordeelt aan ASR en [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] al datgene te voldoen waartoe ASR en [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] in de hoofdzaak jegens [eiser CV 23-2614] worden veroordeeld, met veroordeling van [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de (na)kosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening. 6.7.3. [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR voeren - kort samengevat - als grondslag van hun vordering aan dat - indien de kantonrechter in de hoofdzaak tot het oordeel komt dat [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] aansprakelijk is voor de door [eiser CV 23-2614] geleden schade ten gevolge van voornoemd ongeval - niet zij maar [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] op grond van artikel 6:162 BW de schade van [eiser CV 23-2614] dienen te dragen en dat [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR dienen te vrijwaren als [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] jegens [eiser CV 23-2614] aansprakelijk wordt gehouden. Dat blijkt volgens [gedaagde 5 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7712 & eiser CV 23-7751] en ASR onder andere uit het volgende: [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] en de door [gedaagde 1 CV 23-2614 & gedaagde CV 23-7711 & 23-7751 & eiser CV 24-3213 & 24-3215] ingeschakelde aannemers waaronder [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde CV 24-7944] , waren verantwoordelijk voor de veiligheid op de bouwplaats en het treffen van veiligheidsvoorzieningen op de bouwplaats; [gedaagde 3 CV 23-2614 & eiser CV 23-7712 & 23-7711 & gedaagde 2 CV 23-7751 & gedaagde

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.