RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummer: 11649761 \ CV EXPL 25-2724 Vonnis van 4 september 2025 in de zaak van AGRION B.V., te Mariahout, eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident en in reconventie, hierna te noemen: Agrion, gemachtigde: mr. M.C. Franken-Schoemaker, tegen 1de vennootschap naar buitenlands recht [gedaagde 1] , 2. [gedaagde 2] , beiden te [plaats] ( [land] ), gedaagde partijen in de hoofdzaak, eisende partijen in het incident en in reconventie, hierna (samen) te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , gemachtigde: mr. Th.J.H.M. Linssen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 4 maart 2025 met producties 1 tot en met 6;- de incidentele conclusie met exceptie van onbevoegdheid, tevens conclusie van antwoord en eis in reconventie, met producties 1 tot en met 3; - de conclusie van antwoord in het incident. 1.2. Ten slotte is vonnis in het incident bepaald. 2Het geschil 2.1. In de hoofdzaak heeft Agrion – samengevat – gevorderd dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van € 5.000,00 en € 625,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente en kosten zoals in de dagvaarding is vermeld. 2.2. Hieraan heeft Agrion – samengevat – ten grondslag gelegd dat zij in opdracht van [gedaagde 1] vier stallen met betonvloer heeft gebouwd. Agrion stelt dat zij het werk deugdelijk heeft verricht en dat het restant van de openstaande factuur nog moet worden betaald. [gedaagde 2] is beherend vennoot van [A] en is in die hoedanigheid persoonlijk aansprakelijk voor alle verplichtingen en schulden van de vennootschap. 2.3. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben de vordering betwist en een tegenvordering ingesteld. Daarnaast hebben zij een exceptie van onbevoegdheid opgeworpen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] stellen dat niet de Nederlandse rechter, maar de [rechter buitenland] rechter bevoegd is kennis te nemen van de zaak omdat geen rechtsgeldige forumkeuze is overeengekomen. Daarnaast is [gedaagde 2] geen partij bij de gesloten overeenkomst geweest. 2.4. In het bevoegdheidsincident heeft Agrion – samengevat – gesteld dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is omdat sprake is van een rechtsgeldige forumkeuze. 2.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 3De beoordeling in het incident 3.1. In dit incident moet worden beoordeeld of de Nederlandse rechter, meer specifiek de kantonrechter te Eindhoven, bevoegd is kennis te nemen van de zaak. 3.2. Het geschil in de hoofdzaak heeft een internationaal karakter omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] woonplaats hebben in [land] en Agrion in Nederland. In dit verband is de herschikte EU-Verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (nr. 1215/2012, hierna: Brussel I bis-Vo) van toepassing. 3.3. De hoofdbevoegdheidsregeling van artikel 4 lid 1 Brussel I bis-Vo bepaalt dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat opgeroepen worden voor de gerechten van die lidstaat. Op deze hoofdregel bestaan diverse uitzonderingen. Eén van die uitzonderingen is opgenomen in artikel 25 lid 1 Brussel I bis-Vo. Daarin is kort gezegd bepaald dat indien partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht van die lidstaat bevoegd is, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht kan worden gesloten: hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst; hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden; hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen. In artikel 25 lid 2 Brussel I bis-Vo is bepaald dat als ‘schriftelijk’ wordt aangemerkt elke elektronische mededeling aangemerkt, waardoor de overeenkomst duurzaam wordt geregistreerd. Verder is van belang dat een forumkeuzebeding dat is opgenomen in een meeromvattende hoofdovereenkomst autonoom en los van enigerlei bewering omtrent de geldigheid van de rest van de hoofdovereenkomst moet worden beoordeeld (zie artikel 25 lid 5 Brussel I bis-Vo). Dit betekent dat de vraag of er sprake is van een rechtsgeldig forumkeuzebeding uitsluitend moet worden beantwoord aan de hand van artikel 25 Brussel I bis-Vo. 3.4. In dit geval heeft Agrion een beroep gedaan op het bestaan van een forumkeuze vastgelegd in artikel 22.2 van haar algemene voorwaarden. De bepaling luidt: “Eventuele geschillen zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter in de plaats waar de gebruiker is gevestigd, zij het dat de gebruiker altijd het recht behoudt een geschil voor te leggen aan de bevoegde rechter in de plaats waar de wederpartij is gevestigd.” 3.5. Het verweer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat het beding onvoldoende duidelijk is geformuleerd, wordt verworpen. Naar vaste rechtspraak van Het Hof van Justitie EU (hierna: HvJ EU) is voor de geldigheid van een forumkeuzebeding niet vereist dat de forumkeuze zodanig is geformuleerd dat louter op grond van de bewoordingen ervan reeds kan worden bepaald welk gerecht van een lidstaat bevoegd is. Voldoende is dat de forumkeuze de objectieve elementen bevat op grond waarvan partijen overeenstemming hebben bereikt over de keuze van het gerecht van een lidstaat. Die elementen, die voldoende nauwkeurig moeten zijn om de aangezochte rechter in staat te stellen om te bepalen of hij bevoegd is, kunnen eventueel worden geconcretiseerd door de omstandigheden van het geval (zie onder meer HvJ EU, 27 februari 2025, C-537/23, ECLI:EU:C:2025:120). In dit geval is duidelijk dat de forumkeuze betrekking heeft op de bevoegde rechter van de woonplaats van Agrion (‘de gebruiker’) en/of [gedaagde 1] (‘de wederpartij’). Verder verzet artikel 25 Brussel I bis-Vo zich niet tegen een asymmetrische forumkeuze en is ook niet vereist dat bij een forumkeuze is gekozen voor één exclusief bevoegde rechter. Hoewel het verweer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet slaagt, betekent dat nog niet dat sprake is van een rechtsgeldige forumkeuze. Hiertoe wordt het volgende overwogen. 3.6. HvJ EU heeft in het arrest Höszig (HvJ EU, 7 juli 2016, C-222/15, ECLI:EU:C:2016:525) zijn vaste rechtspraak over deze bepaling (opvolger van artikel 23 Verordening nr. 44/2001) bevestigd en verduidelijkt. Het komt er op neer dat artikel 25 lid 1 Brussel I bis-Vo voornamelijk vormvereisten bevat (onder a, b en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.