← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2025:8961

beschikking RECHTBANK OOST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer : C/01/413993 / FA RK 25-1229 Uitspraak : 1 september 2025 Beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van: [verzoeker] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,hierna mede te noemen: verzoeker,wonende te [woonplaats] ,advocaat mr. P.A. Schippers. 1De procedure 1.

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van: het verzoekschrift, ingekomen op 25 maart 2025; de brief met bijlage van mr. Schippers van 19 augustus
  2. 1.
  3. Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden. 2Het verzoek 2.
  4. Het verzoek strekt tot wijziging van de voornaam van verzoeker van [naam 1] in [naam 2] . 3De beoordeling 3.
  5. Verzoeker stelt dat hij zijn voornaam wil wijzigen omdat hij hinder van zijn naam ondervindt als gevolg van een belast verleden in de privésfeer. Verzoeker is in het verleden veroordeeld voor een misdrijf. De kwestie is destijds breed uitgemeten in de media, waarbij de voor- en achternaam van verzoeker genoemd zijn. Een eenvoudige zoekopdracht op elke willekeurige zoekmachine waarbij de naam van verzoeker wordt gebruikt, levert direct een aantal zoekresultaten op verwijzend naar deze kwestie. Verzoeker stelt dat hij de hem opgelegde straf heeft ondergaan en dat hij zijn leven inmiddels goed op de rit heeft. Hij bemerkt echter dat de combinatie van zijn voor- en achternaam hem belemmert in zijn dagelijks functioneren, bijvoorbeeld bij sollicitaties waarbij doorgaans ook antecedenten van sollicitanten gegoogeld worden. Verzoeker stelt dat hij hiervan tevens psychische hinder ondervindt omdat hij hierdoor telkens wordt geconfronteerd met zijn belast verleden. Verzoeker miskent dit verleden niet, daarom kiest hij voor wijziging van zijn voornaam in plaats van zijn achternaam. Verzoeker stelt dat sprake is van een zwaarwichtig belang bij zijn verzoek. Volgens verzoeker is niet te verwachten dat anderen grote hinder zullen ondervinden van de door hem gewenste wijziging van zijn voornaam omdat de eerste letter van de naam hetzelfde blijft. 3.
  6. De rechtbank overweegt dat verzoeker voldoende heeft onderbouwd waarom hij belang heeft bij een wijziging van zijn voornaam. Verzoeker is transparant over de reden van zijn verzoek en lijkt daarbij openheid te geven over zijn strafrechtelijke verleden. De rechtbank overweegt evenwel dat, nu geen uittreksel uit de justitiële documentatie met betrekking tot verzoeker is overgelegd, de rechtbank niet kan vaststellen dat verzoeker niet meer recent is veroordeeld. Daarnaast wenst de rechtbank de visie van het openbaar ministerie op het verzoek te vernemen. Nu de rechtbank bij haar beslissing niet enkel het persoonlijk belang van verzoeker maar ook het maatschappelijke belang moet betrekken, acht de rechtbank de visie van het openbaar ministerie van belang. De rechtbank acht zich nu onvoldoende voorgelicht om te kunnen beslissen. De rechtbank zal het verzoek daarom aanhouden en met verwijzing naar artikel 44 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het openbaar ministerie verzoeken een conclusie te nemen. De rechtbank verzoekt het openbaar ministerie daarbij de justitiële documentatie te raadplegen en de daarin ten aanzien van verzoeker opgenomen gegevens te betrekken in de conclusie. De rechtbank verzoekt het openbaar ministerie binnen zes weken te concluderen, waarna verzoeker de gelegenheid krijgt binnen twee weken te reageren op de conclusie. 4De beslissing De rechtbank: 4.
  7. verzoekt de griffier een kopie van het dossier te zenden aan het openbaar ministerie; 4.
  8. verzoekt het openbaar ministerie binnen zes weken een conclusie te nemen met het doel en de strekking als hiervoor omschreven en daarvan een afschrift te sturen aan verzoeker; 4.
  9. bepaalt dat verzoeker, desgewenst, binnen twee weken na ontvangst van de conclusie van het openbaar ministerie schriftelijk kan reageren; 4.
  10. houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Geerits, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 1 september
  11. Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof [geboorteplaats] a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraakb. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.