RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/415205 / HA ZA 25-306 Vonnis in incident van 21 januari 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] ( [land] ), eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. D. Çölkusu, tegen
- de commanditaire vennootschap DE BEUKENVALLEI, te Leende, gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, hierna te noemen: De Beukenvallei, advocaat: mr. S.A. Wensing, en tegen
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE BEUKENVALLEI HORSE SALES B.V., te Leende, gedaagde partij in de hoofdzaak, hierna te noemen: De Beukenvallei B.V., advocaat: mr. M.J.A. Weda. 1De procedure 1.
- Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis in incident van 20 augustus 2025 - de akte houdende uitlating zekerheidstelling van [eiser] van 15 oktober 2025 - de akte uitlaten zekerheidstelling van De Beukenvallei van 15 oktober 2025 - de antwoordakte van [eiser] van 12 november 2025 - de antwoordakte van De Beukenvallei van 12 november
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De verdere beoordeling in het incident 2.
- In het vonnis in incident van 20 augustus 2025 heeft de rechtbank beslist dat [eiser] zekerheid moet stellen tot een bedrag van € 12.648,- voor de proceskosten waarin zij jegens De Beukenvallei in de hoofdzaak zou kunnen worden veroordeeld. De rechtbank heeft daarbij bepaald dat [eiser] die zekerheid binnen vier weken na de datum van dat vonnis moet stellen en dat De Beukenvallei binnen vier weken na het stellen van zekerheid, die zekerheid moet weigeren of aanvaarden. 2.
- [eiser] stelt zich op het standpunt dat zij tijdig zekerheid heeft gesteld, maar dat De Beukenvallei de geboden zekerheid niet tijdig heeft geweigerd of aanvaard. [eiser] heeft als vorm van zekerheidstelling gekozen om het hiervoor genoemde bedrag in escrow te houden op de derdengeldrekening van [de notaris] (hierna: de notaris) in [plaats] . Op 9 september 2025 heeft [eiser] het bedrag naar de derdengeldrekening overgemaakt. Ook heeft [eiser] de notaris van alle documenten voorzien om een akte houdende escrow-overeenkomst te kunnen passeren. Bij brief van 12 september 2025 heeft [eiser] De Beukenvallei (via haar advocaat) op de hoogte gesteld van de zekerheidstelling en daarbij De Beukenvallei meegedeeld dat de notaris nog wacht op een door De Beukenvallei aan te leveren volmacht, waarna de akte met de escrow-overeenkomst kan worden gepasseerd. Volgens [eiser] liep de termijn waarbinnen De Beukenvallei de geboden zekerheid moest aanvaarden of verwerpen op 10 oktober 2025 af. De Beukenvallei heeft niet binnen die termijn gereageerd en aangegeven of zij de zekerheidstelling aanvaardt of verwerpt. Dit leidt ertoe dat de bevoegdheid van De Beukenvallei om zekerheid te eisen is vervallen, aldus [eiser] . 2.
- De Beukenvallei concludeert in haar akte van 15 oktober 2025 dat [eiser] heeft voldaan aan het bieden van zekerheid. Daarbij wijst De Beukenvallei op het volgende. De Beukenvallei heeft, in verband met een technisch mankement met haar e-mail, pas recent kennis kunnen nemen van het schrijven van de advocaten van [eiser] van 12 september
- Het was voor De Beukenvallei daarom niet mogelijk om zich eerder te laten identificeren bij een notaris. Zij kan zich met de inhoud van de escrow-overeenkomst verenigen. In haar antwoordakte van 12 november 2025 betwist De Beukenvallei vervolgens dat haar bevoegdheid om zekerheid te eisen is komen te vervallen. De Beukenvallei heeft de zekerheid immers aanvaard (zodat door aanbod en aanvaarding een overeenkomst tussen haar en [eiser] tot stand is gekomen) en artikel 616 lid 3 Rv ziet niet op de uitvoering en nadere notariële handelingen. De omstandigheid dat van De Beukenvallei nog tal van handelingen worden verlangd, kan haar niet worden tegengeworpen. De Beukenvallei is op 10 november 2025 bij de notaris geweest voor ondertekening. De notaris heeft toen aangegeven dat de stukken nog gecontroleerd moesten worden en dat er voor ondertekening een nieuwe afspraak moet worden gemaakt. 2.
- De rechtbank overweegt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] door de genoemde storting op de derdengeldrekening van de notaris en de mededeling daarvan bij brief van 12 september 2025 aan De Beukenvallei, heeft voldaan aan haar verplichting om tijdig zekerheid te stellen. De Beukenvallei moest vervolgens op grond van het vonnis in incident uiterlijk op 10 oktober 2025 de geboden zekerheid aanvaarden of verwerpen. Aan die verplichting heeft De Beukenvallei niet voldaan. Er is niet gesteld of gebleken dat De Beukenvallei (of iemand namens haar) op 10 oktober 2025 of daarvoor aan [eiser] (of haar advocaat) heeft gereageerd op de geboden zekerheid. Ook heeft De Beukenvallei niet om verlenging van de termijn gevraagd (vgl. artikel 616 lid 4 Rv). Uit de gedingstukken maakt de rechtbank op dat De Beukenvallei voor het eerst in haar akte van 15 oktober 2025 (ook) aan [eiser] kenbaar maakt dat zij instemt met de zekerheidstelling. Dat is te laat en heeft tot gevolg dat de bevoegdheid van De Beukenvallei om zekerheidstelling te eisen, is vervallen. De verwijzing door De Beukenvallei naar een technisch mankement met haar e-mail maakt het voorgaande niet anders. De rechtbank begrijpt De Beukenvallei aldus, dat zij stelt dat zij door dat technische mankement niet tijdig kennis heeft kunnen nemen van de brief van [eiser] van 12 september 2025 waarin [eiser] zekerheid stelt. De aard en omvang van het technische mankement worden door De Beukenvallei niet toegelicht. Ook blijft onduidelijk wanneer De Beukenvallei dan wel precies kennis heeft kunnen nemen van de brief van [eiser] . Hier komt bij dat de advocaat van De Beukenvallei de brief (e-mail) kennelijk wel op 12 september 2025 heeft ontvangen. Onder deze omstandigheden gaat de rechtbank ervan uit dat De Beukenvallei voldoende gelegenheid heeft gehad om tijdig de geboden zekerheid te aanvaarden of verwerpen. 2.
- De rechtbank heeft in het vonnis in incident van 20 augustus 2025 al beslist over de proceskosten van dit incident. 3De beslissing De rechtbank, in het incident tussen [eiser] en De Beukenvallei: 3.
- stelt vast dat de bevoegdheid van De Beukenvallei om zekerheidstelling te eisen is vervallen; in de hoofdzaak: 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 maart 2026 voor antwoord, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.